Palestina
2009
Mijn alliantie met een « volgeling van Hezbollah ».
23 maart 2009. Nadine Rosa-Rosso.
In het laatste nummer van Le Journal du Mardi (maart 2009) schreef Manu
Abramowicz een stuk onder de titel : « Hamer, sikkel et halve maan ?». Gezien de
aard en de moeilijkheid van het onderwerp, zou men zich mogen verwachten aan een
ernstige analyse van de politieke stromingen die hij viseert. Maar wanneer men
in het artikel leest : « Dyab Abou Jahjah, een volgeling van Hezbollah », dan
heeft men al snel begrepen dat men zich in dit artikel niet aan een ernstige
politieke analyse moet verwachten.
De « woorden » die men gebruikt hebben hun belang : tussen Dyab en Hezbollah,
één woord : « volgeling ». Een « volgeling » wil zeggen : een persoon die de
doctrines van zijn meester –Nasrallah- aanhangt. Hiermee is Dyab Abou Jahjah al
‘geclasseerd’. Het is blijkbaar zo dat men bij ons aan politiek doet en
fundamentele kwesties behandelt.
Het is goed om even in herinnering te brengen dat de campagne van diabolisering
van Dyab Abou Jahjah vijf jaar heeft geduurd en dat men hem in die periode van
ongeveer alles heeft beticht wat denkbaar was om iemand te breken : handel in
diamanten, raadplegen van pornosites, aanzetten tot geweld, vorming van een
privé militie… Deze leugens van media en politiediensten waren de basis van een
gerechtelijk dossier van 3000 pagina’s. Na een jarenlang aanslepend proces, op
kosten van de belastingbetaler, bleef er van al die betichtingen niet één regel
overeind. Dyab Abou Jahjah en zijn mede-beklaagde Ahmed Azzouz werden over de
hele lijn vrijgesproken. Maar via deze gerechtelijke operatie waren alle
voorwaarden vervuld om de echte politieke posities van Dyab niet grondig te
bestuderen en te bespreken. In Vlaanderen zijn er gelukkig een groot aantal
intellectuelen rechtgestaan om de waarheid recht te doen. Maar aan Franstalige
kant, op de noterenswaardige uitzondering van advokaat Jean-Marie Dermagne na,
was er eerder een medeplichtige stilte op alle fronten. Na de vrijspraak bleef
er nog één leugen over, namelijk de mythe van « Abou Jahjah, de Islamitische
fundamentalist ».
Als het Marxisme en Het Vrije Onderzoek één ding zouden moeten gemeen hebben,
dan is het dat men de waarheid moet zoeken in de feiten. Een plichtsbewuste
journalist zou de moeite nemen om tenminste de weblog van Abou Jahjah te
raadplegen, om hem zo precies te kunnen plaatsen binnen de Libanese weerstand.
Maar hier stoot men al op een eerste probleem.
Wie is er in Europa echt geïnteresseerd in het Libanese verzet ?
Voor alle volkeren die kampen tegen het (« neo » en het klassieke)
kolonialisme, vormt het Libanese verzet nochtans wél een inspiratiebron. Waarom
?
Omdat het het eerste verzetsfront is dat Israël op het terrein heeft verslagen
en belet heeft dat Israël nieuw Arabisch grondgebied, in casu Libanon, zou
bezetten. Dit verzet heeft zich opgebouwd vanuit de nederlaag van 1982, toen de
Israëlische invasie, onder de cynische naam « Vrede in Galilea », er met zijn
bezettingsleger in slaagde om vernieling te zaaien tot in Beyrouth. Dit verzet
is letterlijk uit zijn as herrezen : het Libanese verzet heeft er 18 jaar over
gedaan om zich herop te bouwen en wist zo de bezetter uit het Zuiden van Libanon
te verjagen en de nationale onafhankelijkheid van Libanon te herstellen.
Maar wie binnen « links » bekommert er zich werkelijk om de territoriale
integriteit en nationale onafhankelijkheid van een Arabisch land ? Ditzelfde
verzet heeft voor de tweede keer de Zionistische staat in het zand doen bijten
tijdens de nieuwe invasie in de zomer van 2006. Sinds de oprichting van de
Zionistische staat waren dit de eerste militaire overwinningen van een Arabisch
land tegen een permanente politiek van kolonisering en gebiedsuitbreiding, die
het Palestijnse grondgebied hebben herleid tot niet meer dan een bantoestan. Na
opeenvolgend verraad en capitulatie van de Arabische (en moslim) staten heeft
het Libanese verzet een einde gemaakt aan de ononderbroken opeenvolging van
Zionistische overwinningen. Het is omdat het de bezetter militair en politiek
heeft verslagen dat het zo gewaardeerd en gerespecteerd wordt in het immens
grote deel van de wereld, dat nog altijd onder neo-koloniale heerschappij leeft.
Maar hier in Europa verkiest men om verontwaardigd te zijn over de « excessen »
van Israël, over zijn « buitensporige reacties », eerder dan diegenen te steunen
die hen de nederlaag bezorgen.
De tweede reden die van het Libanese verzet een inspiratiebron maakt voor vele
volkeren, is zijn buitengewoon gediversifieerd en tegelijk eengemaakt karakter.
Op het Forum van Beyrouth waar ik mijn tussenkomst deed over « Links
en de steun aan het verzet », beschreef Angeles Maestro, een Spaanse communiste,
de kenmerken van dit Libanese verzet als volgt : "Een gelijkaardig proces (als
dat in Palestina) is sinds enkele jaren aan de gang in Libanon. Electorale
vooruitgang, politieke akkoorden en een militaire samenwerking hebben zich
samengebald en ontplooid tijdens de aanval van Israël in de zomer van 2006… De
politieke en militaire leiding van Hezbollah is onbetwistbaar, maar het « Front
van de Weerstand » bevat ook Amal, de Communistische Partij van Libanon (PCL),
pro-Syrische bewegingen zoals Marada, bij wie de afgevaardigde Soleimán Frangié
is aangesloten, de Vrije Patriotische Stroming van generaal Michel Aoun, die in
de meerderheid is binnen de Christelijke Gemeenschap, en een hele reeks
nationalistische en progressieve krachten, zoals de Beweging van het Volk van
Najah Wakim of de Derde Kracht van voormalig eerste minister Selim Hoss."
Het is een feit dat Hezbollah de Communistische Partij van Libanon vervangen
heeft aan het hoofd van de weerstand. Maar in plaats van zich zorgen te maken
over de opgang van andere politieke krachten zouden de linkse militanten overal
ter wereld, en zeker de communisten, er beter aan doen zich af te vragen waarom
hun invloed onder het volk is achteruitgegaan.
Het staat buiten kijf dat het in Libanon de krachten zijn die het meest
vastbesloten, onvermurwbaar en integer het kolonialisme en het imperialisme
bekampen, zij die op een vastbesloten manier de vitale kwesties voor het volk in
handen nemen (onderwijs, gezondheid, nationale veiligheid enz.), die ook het
vertrouwen van het volk winnen. Dit uit zich in de stembusresultaten, zowel in
Libanon als in Palestina.
Maar keren we nu terug naar onze « volgeling van Hezbollah ». Zoals iedere
Libanese burger die zichzelf respecteert maakt Dyab Abou Jahjah deel uit van het
Libanese verzet en hij onderhoudt in dat kader een militante band met Hezbollah.
Hij is er evenwel geen lid van en hij is er evenmin een « volgeling » van. Het
journalistieke procédé van Manu Abramowicz herleidt het Libanese verzet tot «
volgelingen van Hezbollah » en dit heeft als pervers gevolg dat men alle andere
actieve politieke krachten binnen dit verzet negeert, en meer in het bijzonder
de seculiere en linkse krachten die hij beweert te verdedigen.
In al zijn publieke tussenkomsten definieert Dyab Abou Jahjah zich als « een
Arabische nationalist en een anti-imperialistische socialist ». Het volstaat om
er enkele artikels op http://www.aboujahjah.com op na te lezen om de visie te
kennen van Dyab Abou Jahjah over het verzet dat hij voorstaat en over het soort
maatschappij dat hij nastreeft. « De strijd voor nationale bevrijding en voor
sociale rechtvaardigheid tegen het neo-kolonialiisme en zijn plaatselijke
knechten binnen de heersende klasse is de gemeenschappelijke noemer die het
begin kan vormen van een politieke dynamiek en mobilisatie van de mensen aan de
basis en van revolutionaire segmenten van de middenklasse. Deze zijn onmisbaar
voor een maatschappijproject dat zich baseert op het socialisme en op de
volksdemocratie en op de nationale en culturele fierheid. Dat is de essentie van
het Nasserisme, het is ook de essentie van wat Chavez en Morales vandaag
bewijzen in Latijns-Amerika. Nationalisme en Socialisme in een geest van
internationale solidariteit : dat is het antwoord op de geglobaliseerde
uitbuiting en terreur. » (From Nasser to Chavez and Morales).
« De democratische nationalisten komen op voor de heropstanding van de Arabische
wereld, bevrijd van het Amerikaanse en het Westerse neo-kolonialisme en het
racisme (en daarom ook van het Zionisme). De democratische nationalisten willen
de nederlaag van de Verenigde Staten in Irak, van het Zionisme in Palestina en
de nederlaag van de Arabische regimes overal, maar ze willen ook de nederlaag
van het Salafisme in zijn extremistische vorm (Al Qaida) of in zijn gematigde en
potentieel verdrukkende vorm.. Alleen een nieuwe nationale Arabische partij kan
de zwijgende meerderheid mobiliseren en hen een betere keuze bieden dan die
tussen devalse profeten van de MoslimBroeders en de tirannieke farao’s. Die
optie combineert democratie, mensenrechten en met een loyauteit tegenover onze
beschaving en zijn Arabisch-Islamitische waarden. Ze ondersteunt tegelijk de
weerstand in al zijn vormen, tegen de buitenlandse en binnenlandse verdrukking.»
(The Arab People between Fake Prophets and Tyrannical Pharos).
Net als voor andere delen in de wereld moet men een intellectuele inspanning
leveren om de diverse politieke stromingen in het Midden Oosten te begrijpen.
Men moet eerst proberen om de feitelijke toestand te verstaan, zoals die zich
echt voordoet en niet zoals hij geïnterpreteerd worden op basis van
simplistische Westerse schema’s. Schema’s die overigens meer en meer beinvloed
zijn door het Amerikaans model van de « Schok van de Beschavingen ».
Het is onder invloed van dit model dat ook het etiket « islamo-gauchisme » is
uitgevonden. Het is inderdaad alleen maar als men zich binnen de logica van de «
Schok van de Beschavingen » plaatst, dat men dit etiket kan plakken op iedereen
die het kamp kiest van de weerstand tegen het kolonialisme en het imperialisme.
Ik voel mij door dit etiket niet aangesproken. Ik situeer mij niet binnen deze
logica. Het doet me eerder denken aan dat andere etiket : dat van het «
judeo-bolchevisme », dat door de nazi’s uitgevonden werd om de communisten te
discrediteren, die hun leven gaven om Joodse kinderen te verbergen. Maar als men
met dit etiket de alliantie bedoelt met de meest vervolgden in een bepaalde
context, dan is het een kompliment en geen belediging.
Ik heb inderdaad « aan de basis gelegen, in 2003, van een verkiezingskartel
tussen de PVDA en de Arabisch Europese Liga (AEL) », zoals Manu Abramowicz
schrijft. Mijn tegenstanders inzake mijn standpunten over de hoofddoek of over
de Libanese en Palestijnse weerstand komen vaak terug op deze
verkiezingsepisode. Ik wil daarom enkele punten van inzet van deze alliantie in
herinnering brengen.
Deze alliantie was geen electorale stunt, maar het resultaat van een analyse van
de toestand in de wereld, die volgens mij meer dan ooit actueel is. Ik zou deze
zo kunnen samenvatten. De Amerikaanse oorlogen (eerste Golfoorlog in 1991,
Afghanistan in 2001 en tweede Golfoorlog in 2003) sinds de instorting van het
socialistisch kamp in 1989 zijn een onderdeel van een en dezelfde oorlog die
gevoerd wordt tegen alle volkeren van deze planeet. Die oorlog neemt uiteraard
verschillende vormen aan al naargelang de plaats waar hij zich afspeelt :
militaire agressies ; embargo’s ; wurging door de schuldenlast en dictaten van
het IMF ; totale deregulering van alle beschermingen inzake het recht op arbeid,
op gezondheid ; massale fabriekssluitingen en afdankingen… Maar fundamenteel
gaat het om dezelfde oorlog.
De alliantie tussen de PVDA en de AEL (vervoegd door een aantal Vlaamse
progressieven) was ook niet de enige alliantie van deze fameuze kieskampanje van
2003. De PVDA heeft toen ook geen eigen lijst ingediend in de Brusselse Regio om
op die manier de Lijst Maria te ondersteunen. Die lijst was samengesteld uit
ex-arbeiders en bedienden van de nationale luchtvaartmaatschappij, SABENA, die
net failliet was gegaan, een van de grootste rampen van de economische en
sociale geschiedenis van België. Op die tweetalige lijst stonden ook jongeren
uit de Brusselse volkswijken, politieke vluchtelingen uit Afrika en Zuid-Amerika
en een aantal andere progressieven.
Het perspectief was : de nodige tijd nemen om een groot volksfront op te bouwen
tegen alle vormen van de imperialistische oorlog, om alle weerstand in de
Westerse metropolen te verzamelen en solidair te zijn met de strijd van de
volkeren in de hele wereld.
Communisten zijn internationalisten, anders hebben ze geen bestaansreden. Het is
precies op het ogenblik dat iedereen over de mondialisering spreekt dat een
groot deel van de communistiche beweging zich terugplooit op een enge, lokale
opvatting van de militante actie en denkwijze. Men wil in de gunst komen van «
zijn » arbeiderklasse, of, beter gezegd, van het deel van de arbeidersklasse,
dat nu angstig wordt door de ravages van de crisis en dat zijn verworvenheden
ziet afbrokkelen. De arbeiders van Opel Antwerpen zouden zich nu in een betere
krachtsverhouding bevinden indien men het embryo van front van 2003 had
beschermd en ontwikkeld met de afgedankte arbeiders, bedienden en kaders van
SABENA, de staalarbeiders van Clabecq, de mensen zonder papieren, de jongeren
uit de volkswijken, de daklozen, de altermondialisten, de tegenstanders van de
Amerikaanse oorlogen en de duizende mensen die solidair zijn met Palestina. Dan
zouden ze vandaag niet alleen aan tafel zitten tegenover Kris Peeters, Angela
Merkel en de Amerikaanse bazen van General Motors.
Het verlaten van het internationalisme brengt eigenaardige dingen teweeg. Ik was
toch even verbijsterd toen ik hoorde dat de PVDA de handtekening van de heer
Dedecker heeft gevraagd om aan de verkiezingen te kunnen deelnemen. Vroeger
hadden we de gewoonte om de handtekeningen op te halen bij de « gewone mensen ».
Het interview van Peter Mertens, de huidige voorzitter van de PVDA, had me
nochtans op dit nieuws kunnen voorbereiden. Hij leert ons hoe links ieder «
taboe » kan terzijde schuiven (volgens een uitdrukking die Le Journal du Mardi
graag gebruikt) : « Links heeft fouten gemaakt. Ook wij hadden het debat met
rechts veel meer en veel beter moeten voeren. Het succes van rechts heeft
ongetwijfeld ook te maken met de verbittering van veel mensen die hun buurt de
afgelopen decennia heel erg hebben zien veranderen. Mensen die niet wegkunnen
uit die buurt omdat ze een te klein pensioentje hebben, maar er zich niet meer
thuis voelen omdat er veel immigranten zijn komen wonen. Ook wij van de PVDA
hebben die evolutie onderschat, dus ook wij dragen daarin een
verantwoordelijkheid ». Van het verwerpen van de lijst Resist naar de
vaststelling dat « de komst van veel migranten » een « heel erge verandering van
de wijken » heeft teweeggebracht, waar « mensen zich niet meer thuis voelen » :
in een handomdraai is het taboe doorbroken. De « mensen » (lees : de arme «
autochtone » werkers) voelen zich « niet meer thuis » wanneer ze samenwonen met
de arme werkers uit de Derde Wereld of uit dat deel van Europa dat in 1989 de
vrijheid van uitbuiting veroverde.
Wat mij betreft, ga ik verder met het gevecht dat ik begonnen ben. Uit mijn
tussenkomst in Beyrouth haalt Le Journal du Mardi alleen maar het uittreksel aan
waarin aangeef dat « mijn politieke overtuigingen aan de linkerzijde minoritair
zijn». Misschien was ik toch te pessimistisch. Ik heb mijn tussenkomst maar naar
een twintigtal mensen opgestuurd. Maar toch heeft mijn tekst de ronde van de
wereld gedaan. De tussenkomst werd vertaald in het Nederlands, Engels, Spaans,
Italiaans, Arabisch, Portugees, Grieks en Roemeens, door mensen die ik voorheen
niet kende. Ik heb reacties ontvangen vanop alle continenten, van India tot
Canada, van Senegal tot Venezuela. Het artikel is gepubliceerd en er wordt naar
gerefereerd op tientallen websites. Ik kan hier alleen maar uit afleiden dat dit
debat werkelijk fundamenteel is en dat vele militanten in de wereld uitkijken
naar de vorming van dit front, welke ook de moeilijkheden zullen zijn.
GAZA, een andere naam voor HEL - GAZA, een andere naam voor
SOLIDARITEIT.
Bert De Belder 15 januari 2009
Er zijn van die beelden die je niet loslaten.
Zoals die foto van het napalmmeisje Khim Puc in Vietnam, één schreeuw van pijn.
Of zoals die antioorlogsposter, ook uit Vietnam, met daarop in koeien van
letters: Why?
Zo blijven ook de verschrikkelijke beelden van Gaza op ons netvlies gebrand.
Een kinderleven dat brutaal beëindigd wordt door twee kogels in de borststreek,
vakkundig afgevuurd door een Israëlische scherpschutter.
Gezinnen die hun toevlucht zoeken in een VN-school en vervolgens sneuvelen onder
Israëlische bommen.
Ambulanciers die beschoten worden terwijl ze gewonden evacueren.
Hulpverleners die een humanitair konvooi vergezellen en het niet meer kunnen
navertellen. Waarom?
In 2000 werden er vier Palestijnen gedood voor elke gedode Israëli. In 2006 lag
die verhouding al op 27 tegen een. Met de huidige slachtpartij in Gaza heeft
Israël zijn score opgedreven tot meer dan 100 tegen 1. Waarom?
Gaza is het dichtstbevolkte gebied ter wereld. Het is ook de grootste
openluchtgevangenis ter wereld. Israël sluit het gebied hermetisch af. Anderhalf
miljoen mensen als sardienen in een blik, als ratten in de val, als gemakkelijke
schietschijf voor een nietsontziend leger. En daar bovenop is er een tekort aan
alles wat essentieel is: voedsel, water, elektriciteit, verwarming,
geneesmiddelen,... Waarom?
Al tientallen jaren worden de Palestijnen opgejaagd. Velen hebben hun hele leven
lang niets dan oorlog gekend. En met elke oorlog die Israël ontketent, bezet het
meer grondgebied en worden de brokjes die overblijven voor de Palestijnen steeds
kleiner. Met bijna ieder “vredesplan” dat wordt opgedist, gebeurt net hetzelfde.
Waarom?
Dit speciale katern van Solidair geeft een antwoord op al die indringende vragen
waarom, en doet een warme oproep voor solidariteit met het Palestijnse volk in
verzet.
Korte maar zeer interessante berichten.
De middenweg verliest snel terrein.
"We moeten het Westen een vraag stellen: toen de Israeli's het huis van
Hamasleider Sheikh Nizar Rayan bombardeerden en daarbij hemzelf, zijn
echtgenotes en zijn negen kinderen doodden plus negentien anderen die de pech
hadden dat ze ernaast woonden - omdat ze hem als doelwit zagen - was dat
terrorisme? Als het Westen daarop antwoordt dat het geen terrorisme was maar
zelfverdediging - dan moeten wij erover denken om deze definitie ook te gaan
gebruiken."
Bron: Alastair Crooke in London Review of Books (GB), 15 januari 2009
Kan Hamas nog steeds met opgeheven hoofd in straten Gaza lopen?
Het meedogenloze bombardement van Israël op Gaza was bedoeld om de radicale
islamistische regering van Gaza een blijvende les te leren. Maar na drie weken
vechten is het prestige van de organisatie onder veel Palestijnen intact
gebleven.
Bron: The Observer (GB), 18 januari 2009
Israël geeft gebruik witte fosfor toe in aanvallen op Gaza.
Na weken van ontkenning dat het witte fosfor had gebruikt in de dichtbevolke
Gazastrook heeft Israël eindelijk toegegeven dat dit wapen wel degelijk werd
ingezet in het offensief.
Bron: The Times (GB), 24 januari 2009
"Je kunt niet over de werkelijkheid van Israël spreken"
In een interview met IPS bespreekt vroegere CIA-agent Robert Baer de regionale
implicaties van het Gaza-conflict en zijn visie op de Iraanse Revolutionaire
Garde, Hamas en Hezbollah, drie belangrijke groepen in het Midden-Oosten die in
het westen gelden als terreurorganisaties.
Bron: Inter Press Service (Int.), 27 januari 2009
De leugens van Israël
Regeringen en het grootste deel van de media in het westen hebben een aantal
Israëlische beweringen geaccepteerd die de militaire aanval op Gaza
rechtvaardigen. Nu is iedere poging om vrede te stichten in het Midden-Oosten al
genoeg gesmoord in bedrieglijke eufemismen, dus laat ik botweg stellen dat ieder
van deze beweringen een leugen is.
Bron: London Review of Books (GB), 29 januari 2009
Zorgt Israëlisch slachtoffergevoel voor voortduren conflict met Palestijnen?
Een nieuwe studie onder Joodse Israeli's laat zien dat de meesten de "officiële
versie" accepteren van de geschiedenis van het conflict met de Palestijnen. Is
het dan een wonder dat hetzelfde publiek ook de officiële verklaring voor de
operatie in Gaza voor zoete koek slikt?
Bron: Akiva Eldar in Haaretz (Isr.), 30 januari 2009
Keus voor oorlog: hoe Israel de escalatie in Gaza
fabriceerde.
Israël heeft herhaaldelijk gesteld dat het op 27 december "geen
andere mogelijkheid" had dan de oorlog rond Gaza te beginnen, omdat Hamas het
staakt-het-vuren had doorbroken, raketten afschoot op Israëlische burgers en
Israël "alles had geprobeerd om deze militaire operatie te voorkomen," aldus
minister van buitenlandse zaken Tzipi Livni.
Maar deze bewering is in flagrante strijd met het feit dat de Israëlische
militaire en politieke leiding tijdens het staakt-het-vuren tal van agressieve
maatregelen nam die een crisis met Hamas lieten escaleren en mogelijk zelfs
Hamas provoceerden om een voorwendsel voor de aanval te leveren. Dit was niet
een oorlog omdat er "geen andere mogelijkheid" was, maar een oorlog die heel
goed te vermijden was geweest en waarvoor Israëlische acties zelf grotendeels de
aanleiding vormden.
Israël heeft een lange geschiedenis van het opzettelijk gebruik van geweld en
andere provocerende maatregelen om reacties uit te lokken met het doel om een
voorwendsel voor militair optreden te creëren, waarbij zijn tegenstanders worden
afgeschilderd als agressors en Israël zelf als slachtoffer. De Israëlische
militair historicus Zeev Maoz beschrijft in zijn boek Defending the Holy Land
hoe deze politiek van "strategische escalatie" werd gebruikt in 1955-1956 (Suezcrisis),
1981-1982 (invasie in Libanon) en 2001-2004 (moordaanslagen in opdracht van
premier Sharon op Palestijnse activisten, die leidden tot feitelijke
herbezetting van de Westbank).
Bron: Steve Niva in Foreign Policy in Focus, 8 januari 2009
2008
Hamas bestraffen is contraproductief gebleken.
De politiek om Hamas te isoleren en sancties toe te passen tegen Gaza is, zoals
te verwachten viel mislukt.De economische omstandigheden zijn rampzalig en
leiden tot woede en wanhoop. De geloofwaardigheid van de Palestijnse Autoriteit
en andere pragmatische krachten heeft ernstige schade opgelopen. Het
vredesproces ligt in duigen. Ondertussen is de greep van Hamas op de strook van
Gaza, zogenaamd het belangrijkste doelwit van de politiek, verstevigd.
De logica achter de politiek was dat het mogelijk was door druk uit te oefenen
op Hamas het schieten met raketten op Israël tegen te gaan.Dat zou aan de
Palestijnse bevolking bewijzen dat Hamas niet in staat was zijn beloften na te
komen en niet te verrouwen was.Men hoopte dat de Westbank, aangemoedigd door
economische groei en het losser maken van de Israëlische veiligheidsmaatregelen,
plus een nieuw leven ingeblazen vredesproces, zou kunnen dienen als een
aantrekkelijk tegenmodel.Maar geen van deze rekeningen is opgegaan.
In Gaza is het debat over de werking van de sancties of het belemmeren van de
pogingen van Hamas om zijn macht de consolideren een gelopen race.De
islamistische beweging heeft een vrijwel effectief geweldsmonopolie en beheerst
het politieke proces nagenoeg volledig.Rechtspraak en wetgeving zijn
opgekalefaterd.Bij het vormgeven van de maatschappij door gezondheidszorg,
onderwijs en godsdienst heeft Hamas de vrije hand.
Gareth Evans van International Crisis Group in Christian Science Monitor (VS),
27 maart 2008
Stop het geweld tegen burgers in de Gazastrook.
Aangebracht door 11.11.11. 3 maart 2008
Het Actieplatform Palestina veroordeelt met klem de grootschalige Israëlische
militaire operatie in de Gazastrook die het leven aan meer dan 60 Palestijnse
burgers kostte.
De burgerbevolking in de Gazastrook is al maanden blootgesteld aan een
draconisch beleg dat het gebied op de rand van een ongeziene humanitaire crisis
bracht.
Wij veroordelen tevens de aanvallen met raketten van de Palestijnse gewapende
groeperingen op het zuiden van Israël.
Deze geven Israël echter niet het recht om alle regels van het internationaal
recht met de voeten te treden.
De westerse landen, geven Israël het signaal dat het ongestraft zijn beleid van
collectieve bestraffing, en zelfs oorlogsmisdaden, kan voortzetten.
Door de groeiende economische, militaire en culturele samenwerking via allerlei
samenwerkingsakkoorden in bilateraal, NAVO of EU-verband moedigen onze
beleidmakers Israël integendeel nog aan om zijn militaire gang te gaan.
Die praktijk strookt niet met de politieke standpunten van de EU, waarin wordt
bevestigd dat Israël de bezettende macht blijft in de Gazastrook, ondanks zijn
terugtrekking in 2005 en dat het zich moet terugtrekken uit de Palestijnse
gebieden en de kolonisatie moet stopzetten om een onafhankelijke leefbare
Palestijnse staat mogelijk te maken. Zowel in de Gazastrook als de Westelijke
Jordaanoever blijft Israël de controle behouden over de grenzen, het luchtruim
en de territoriale wateren. Dit betekent dat Israël volgens het internationaal
humanitair recht aanzienlijke verplichtingen heeft tegenover de burgerbevolking
en moet instaan voor haar welzijn en veiligheid.
Het Israëlische leger stelt de burgerbevolking echter bewust bloot aan
buitensporig geweld. In zijn operatie trof het ook voedselbedelingscentra en
gezondheidscentra. Zo werd het centrale kantoor van de Palestinian Medical
Relief Society (PMRS) te Gaza vernietigd door een Israëlische luchtaanval. PMRS
is een belangrijke gezondheidszorgverstrekkende NGO in de bezette Palestijnse
gebieden, en de vernietiging van haar medische infrastructuur ter plaatse
betekent een bijkomende zware klap voor de reeds schrijnende toestand van de
gezondheidszorg in Gaza. Door het maandenlange embargo is er bovendien een
nijpend tekort aan basisvoorzieningen en medicijnen en kan er onvoldoende
medische zorg worden voorzien. Israël weigert ook zijn afsluiting op te heffen
voor patiënten die dringend medische verzorging nodig hebben. De verminderde
levering van benzine en elektriciteit, goedgekeurd door het Israëlische
Hooggerechtshof, hebben de gezondheidszorg verlamd en maken het leven voor de
bevolking ondraaglijk.
Een militaire oplossing is niet mogelijk. Beide partijen moeten het
internationaal humanitair recht respecteren en afzien van geweld tegen burgers.
De isolatie van Hamas is contraproductief gebleken. Er is geen andere keuze dan
met alle betrokken partijen rond tafel te zitten. Zowel in Israël als bij de
Palestijnen (inclusief Hamas) bestaat er bij de publieke opinie een meerderheid
voor een politieke oplossing.
De Verenigde Naties moeten dringend maatregelen nemen om Israëls overtredingen
van het internationaal humanitair recht te stoppen en de bescherming van 1,4
miljoen burgers, waarvan één miljoen het statuut heeft van vluchteling, af te
dwingen. De Europese Unie en ook België, dat momenteel zetelt in de
VN-Veiligheidsraad, hebben de verplichting om tussen te komen en Israëls
oorlogsmisdaden tegen de opgesloten burgerbevolking in de Gazastrook, te
stoppen.
De VN-Veiligheidsraad moet zijn steun verlenen aan een resolutie die:
Een veroordeling uitspreekt van het geweld en de schendingen van het
oorlogsrecht;
Het collectieve embargo tegen de bevolking van Gaza veroordeelt;
De algemene annexatie- en kolonisatiepolitiek veroordeelt die ondanks de
onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit blijft voortduren;
consequenties koppelt aan het niet-naleven van een dergelijke resolutie;
Een formeel wapenembargo afkondigt die zowel de invoer vanuit als de uitvoer
naar Israël raakt.
Zolang de Israëlische oorlogs- en bezettingspolitiek aanhoudt, moeten de
Europese partners aandringen om het Associatieakkoord met Israël op te schorten
en alle andere samenwerkingsverbanden binnen EU- en NAVO-verband minstens in
vraag te stellen.
2007
Wat Hamas wil.
De gebeurtenissen van de laatste paar dagen in Gaza zijn in het westen
beschreven als een coup.
In wezen gaat het precies om het tegenovergestelde.
Achttien maanden geleden heeft onze Hamas partij de Palestijnse
parlementsverkiezingen gewonnen en een regering gevormd onder premier Haniya,
maar Fatah,de verliezer, heeft nooit de eigenlijke macht overgedragen.
De Palestijnse president, Abbas, heeft nu geprobeerd de winnende Hamasregering
te vervangen door een regering van Fatah, terwijl veel van onze gekozen
parlementsleden wegkwijnen in Israëlische gevangenissen.Dat is de echte coup.
Hamas heeft na de verkiezingsoverwinning van 2006 onmiddellijk aan Fatah de kans
geboden om de krachten te bundelen en een regering van nationale eenheid te
vormen.
Het heeft geprobeerd de internationale gemeenschap te interesseren voor zijn
platform voor vrede.
Het heeft consequent een wapenstilstand van 10 jaar met de Israëli aangeboden om
een rustige atmosfeer te scheppen waarin we onze geschillen kunnen oplossen.
Hamas heeft zich zelfs gehouden aan een eenzijdig staakt-het-vuren van 18
maanden om te proberen de situatie in het terrein te normaliseren.
Tot de pers lijken deze punten de laatste dagen niet door te dringen.
Evenmin is voor veel mensen in het Westen duidelijk dat de onrust in Gaza en de
Westbank is verergerd door de Amerikaanse en Israëlische politiek om elementen
van de Fatah-oppositie te bewapenen, die Hamas willen aanvallen en uit de
regering verdrijven.
Afgelopen week waren er nog pogingen om premier Haniya om het leven te brengen.
Nu is er voor het eerst sinds lang rust in de straten van Gaza.
We zijn begonnen met het ontwapenen van drugshandelaars en gewapende bendes en
hopen voor de burgers een groter gevoel van veiligheid te brengen.
We willen dat de kinderen terug naar school gaan en de publieke diensten weer
gaan functioneren.
We verwerpen pogingen om Palestina in tweeën te delen en Hamas voor te stellen
als een extreme en gevaarlijke kracht.
We geloven nog steeds dat er een kans is om een langdurige wapenstilstand te
bereiken.
Maar dat zal niet gebeuren zolang de internationale gemeenschap weigert met
Hamas zaken te doen.
Elke verder poging om ons te marginaliseren, onze mensen uit te hongeren of ons
militair aan te vallen zal bewijzen dat de regeringen van de VS en Israël niet
werkelijk geïnteresseerd zijn in een eind aan het geweld.
Ahmed Yousef (adviseur van Hamas-premier Haniya) in de New York Times (VS), 20 juni 2007
NEEN tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse
Gebieden.
De Israëlische staat heeft zich steeds verzet tegen het zelfbeschikkingsrecht
van het Palestijnse volk; sinds 1976 bezet Israël de gebieden achter de
bestandslijn van 1949 (de groene lijn), m.n. de Gaza-strook, de Westelijke
Jordaanoever en Oost Jeruzalem.
Maar reeds in 1948, straks 60 jaar geleden, begon de lijdensweg van het
Palestijnse volk.
Gedurende 40 jaar heeft de Israëlische staat systematisch en minutieus aan de
versnippering en desintegratie van de bezette Palestijnse Gebieden gewerkt.
Israëls huidige kolonisatie- en annexatiepolitiek zal straks nog maar 40 % van
het oorspronkelijke Palestijnse grondgebied dat in 1967 werd bezet,voor de
Palestijnen overlaten.
Gedurende 40 jaar heeft de Israëlische staat Oost-Jeruzalem geannexeerd en
beschouwt ze dit gebied als onlosmakelijk verbonden met het eigen grondgebied.
Een eindeloze reeks maatregelen heeft als doel om het demografisch karakter en
het statuut van de stad te wijzigen.
Gedurende 40 jaar onteigent en ontvreemdt de Israëlische staat Palestijns
grondgebied, en richt er nieuwe nederzettingen voor Israëlische burgers op.
Vandaag wonen ruim 460.000 Israëlische kolonisten op de bezette Palestijnse
gebieden, 260.000 op de Westelijke Jordaanoever en 200.000 in Oost-Jeruzalem.
Een heel netwerk van wegen en voorzieningen aangelegd op Palestijns territorium,
is alleen voor deze kolonisten toegankelijk.
De bouw van de muur past volledig in de Israëlische kolonisatiepolitiek.
Het traject van de muur wijkt voor meer dan 80 % van de groene lijn af, en
altijd langs Palestijnse kant.
Daarmee is de muur het sluitstuk van een reeks maatregelen die de annexatie van
de Israëlische nederzettingen en van Oost-Jeruzalem moeten bestendigen.
Fysisch is Oost-Jeruzalem nu volledig afgesneden van de Westelijke Jordaanoever,
en niet meer toegankelijk voor Palestijnen die achter de muur of in Gaza wonen.
Israël blijft het Internationaal Recht en het Internationaal Humanitair Recht
met de voeten treden.
En dat tegen alle resoluties van de Verenigde Naties in en tegen het advies van
9 juli 2004 van het Internationaal Gerechtshof, dat de bouw van de muur en
meteen ook van de nederzettingen en de annexatie van Oost-Jeruzalem onwettig
verklaarde. .
De internationale gemeenschap kijkt passief toe en onderneemt niets tegen de
versnippering van de bezette Palestijnse Gebieden of tegen de verslechterende
levensomstandigheden.
Dit kan niet langer blijven duren.
De internationale gemeenschap draagt een grote verantwoordelijkheid.
Als ze niet dringend ingrijpt, gaat elk perspectief op een duurzame vrede tussen
de Palestijnen en de Israëli’s verloren.
We eisen van onze regeringen dat ze maatregelen nemen om de Israëlische staat te
dwingen:
• zich uit de sinds 1967 bezette gebieden terug te trekken
• alle Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in
Oost-Jeruzalem te ontmantelen
• de muur gebouwd op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem af te
breken.
Onze regeringen moeten ook alles doen om:
• een internationale Midden-Oostenconferentie te organiseren en
• de onderhandelingen tussen de Israëli’s en de Palestijnen te hervatten met als
doel: de oprichting van een leefbare en onafhankelijke Palestijnse staat binnen
de grenzen van 1967 met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, naast de Israëlische
staat, én de regeling van alle hangende kwesties.
Ondertekenaars: Actieplatform Palestina,- ECCP-European Coordination of
Committees and Associations for Palestine,- Association Belgo-Palestinienne.
Juni 2007.