E-Unie

2009

Socialistische antwoorden op de Crisis.  1 mei 2009 Egbert Schellenberg
De situatie is sinds 1 mei 2008 drastisch verandert. Eén jaar geleden bloeide de economie, nu zitten we in de diepste crisis sinds WO ll. Toch zien we in de opinie peilingen een historisch hoge uitkomst voor de populistische rechtse Partijen of ze nu PVV, TON, LDD of Vlaams Belang heten. De werknemers die zich traditioneel op de Sociaal Democratische partijen richten zoeken hun heil nu bij populistisch rechtse politici.
In Nederland is de SP de uitzondering op de regel. In haar voorstellen legt men consequent de rekening voor de crisis niet bij de werknemers, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden neer. Maar het echte doorpakken richting het Socialisme blijft wel achterwege.
In België is er geen enkele parlementaire partij die dit doet en bestrijden PvdA+ en LSP elkaar aan de linkerzijde van de SP.A in de komende verkiezingen.
Door het ontbreken van een echt perspectief keren de werknemers de Sociaal Democraten de rug toe. Het wordt de hoogste tijd voor Socialistische antwoorden op deze crisis om zo de echte oorzaken en de echte oplossingen op tafel te krijgen en populistisch rechts daarmee de wind uit de zeilen te nemen.
Maar ook zonder deze crisis zijn de werknemers al jaren in last. Sinds de ondertekening van de Lissabon strategie is de ene aanval na de andere aanval op werknemersrechten over ons heen gekomen. Terwijl in 12 van de 15 regeringen in de EU van 2000 de Sociaal Democraten in de regering zaten heeft men een strategie ondertekend die de neo-liberalen vrij spel gegeven heeft. Sinds 2000 zijn zij het die de agenda bepalen en zijn wij, de gewone mensen, continue in de verdediging.
Nederland zou Nederland niet zijn als wij niet al 1999 met de Wet Flex en Zekerheid het Europese Flexicurity model hebben ingevoerd terwijl dit in de EU pas in 2008 is gebeurd. We hebben aanvallen gezien op de Ziektewet en de Arbeidsongeschiktheid, op de Werkloosheidsuitkeringen. De mogelijkheden voor vervroegd pensioen zijn sterk beperkt. Nu moet daarboven op de AOW naar 67 jaar.
In Belgie staat nu het Bedienden Statuut onder druk en heeft men de aanval op de pensioenleeftijd onder de naam het Generatie pact gezien.
Als deze aanvallen baseren zich op de strategie van Lissabon. Om de Europese economie de meest concurrerende ter wereld te maken, moest de sociale zekerheid worden afgebroken en de arbeidsparticipatie verhoogd. Met dit laatste begrip bedoeld men eigenlijk, gij zult werken tot u echt versleten bent zodat u niet al te lang van uw pensioen zult genieten. Dat houdt het namelijk lekker betaalbaar.
Bij gebrek aan alternatieven vanuit de politiek heeft de vakbeweging steeds het initiatief als het aankomt op het voeren van de oppositie. Maar de strategie van de neo-liberalen is verassend simpel en effectief.
Je stelt een lange lijst met draconische verslechteringvoorstellen samen en gaat met deze lijst in de hand in overleg met de top van de vakbeweging. Er blijft anderhalve verslechtering over en in ruil levert de vakbeweging een deel of de gehele looneis in. Dat is ons nu gebeurd in 2003, 2004 en in 2009 gaat dit wellicht zelfs twee keer gebeuren.
In 2008 hebben we dan wel niet ingeleverd op de looneis maar zijn we wel op het hellende vlak van inleveren op het ontslagrecht gestapt. De knip bij €75.000 per jaar. Wij hebben gelijk voorspeld dat dit door de Raad van State met de grond gelijk gemaakt zou worden, maar dat aanvaarding van deze knip tegelijkertijd de deur zou op zetten naar aan algemeen plafond op €75.000 aan de ontslagvergoeding. Namens de Sociaal Democraten heeft J. Tichelaar dit net voor zijn vertrek uit de Tweede Kamer ook nog daadwerkelijk voorgesteld.
De Tweede Kamer heeft Donner nu terug gestuurd naar de onderhandelingstafel. Maar de kantonrechters hebben de ontslagvergoeding met ingang van 1 januari 20009 al effectief verlaagd. En als de top van de vakbeweging weer gaat onderhandelen met Donner over het ontslagrecht, dan zorgen zij er vast voor dat er 10 draconische verslechteringen van tafel gaan in ruil voor weer een kleine concessie.
Wij hebben over dit dossier een aantal keren stelling genomen. Wat zou in deze een Socialistisch antwoord zijn. Geen aantasting van het ontslagrecht maar versterking van de positie van Flex werkers door de Wet Flex en Zekerheid weer af te schaffen. Immers voor 1999 was hun positie beter geregeld. De kantonrechterformule 2008 moet opgenomen worden in de wet en er moet een echte maximering van de ontslagvergoeding worden ingevoerd op €350.000 zodat alleen de groot graaiers er last van hebben en niet de gewone mensen.
In 2003 leverde wij onze looneis in om een pak verslechteringvoorstellen van tafel te krijgen, maar er was één dossier met een open eind, de pensioenen. In 2004, na een massale mobilisatie die leidde tot 350.000 mensen op het Museumplein en nog eens meer dan 50.000 mensen die nooit verder kwamen dan het treinstation in hun woonplaats, leverde wij een deel van onze looneis in om vervolgens een beperking van de mogelijkheden tot vervroegd pensioen te moeten accepteren.
Terug naar de dag van vandaag. In het Centraal Akkoord wat met overweldigde meerderheid door de leden van de FNV is aanvaard leveren wij onze oorspronkelijke looneis voor 2009 in. Hiermee houden wij een frontale aanval op onze pensioenen voorlopig van ons af. Maar er is weer een dossier met een open eind de AOW. Wij moeten tot een akkoord zien te komen met de werkgevers en de kroonleden over alternatieve bezuinigingen. Want de AOW leeftijd verhoging is een ordinaire bezuiniging. Alle prietpraat over vergrijzing en het doorschuiven van de rekening zijn fabels die hoog nodig doorgeprikt moeten worden. Ze worden verkondigd als waarheid en ook als zodanig door de meesten geslikt.
De productiviteit stijging heeft ervoor gezorgd dat het aandeel van de lonen in het BNP de afgelopen 20 jaar is gedaald. Het aandeel van de overige inkomens die uit kapitaal en vermogens zijn juist gestegen. Het gaat daarom niet om een financieringsprobleem maar om politieke keuzes. De vraag is simpel willen wij de rekening betalen en zo ja wie moet die dan betalen. Het antwoord lijkt mij duidelijk.
Premier Zapatero van Spanje heeft gisteren zijn collega-regeringsleiders opgeroepen om dit keer de kosten van de crisis niet voor rekening van de armen en werkende mensen te brengen. “Laat de rijken die de crisis gemaakt hebben, er ook voor betalen”, vindt hij. “Als we één ding geleerd hebben uit eerdere crisis”, aldus de Spaanse premier, “dan is het dat juist in dit soort tijden we niet moeten bezuinigen op sociale zekerheid en publieke dienstverlening maar er extra in moeten investeren.” Zo af en toe hoor je opeens een echte linkse oprisping vanuit Sociaal Democratische hoek, maar in Nederland is het vanuit die hoek ijzig stil nu ze in het kabinet zitten.
Zij die verantwoordelijk zijn voor de crisis van het casinokapitalisme of daarvan de afgelopen 20 jaar bovenmatig van geprofiteerd hebben moeten deze rekening betalen. De 4.2 miljard die gemoeid is met AOW leeftijd verhoging is alleen al op te vangen met de invoering van een miljonairsbelasting. Als je 2% extra heffing invoert op alle vermogen boven de 1 miljoen euro dan levert dat 10 miljard euro op jaarbasis op.
Tel daarbij op de herinvoering van het 72% tarief in het belastingstelsel voor alle inkomen boven de €175.000 per jaar en beperking van de rente aftrek van bedrijven tot maximaal 30% van hun winst en beperking van de hypotheek rente aftrek voor elke euro hypotheek boven de €350.000 en deze 3 maatregelen leveren 7 miljard op jaarbasis op.
Als je daarnaast ook nog de banken nationaliseert begint het er een beetje op te lijken, maar als dat een stap te ver is maak dan van ABNAmro en Fortis een openbare bank is staats handen zoals eens de Postbank ook was. Deze openbare banken hebben ook in België en Duitsland bestaan en ook daar hoor je de roep om deze her op te richten.
Dit zijn volgens ons Socialistische antwoorden op de Crisis. Maar het zijn geen antwoorden waarbij je de werkgevers en de kroonleden aan je zijde vindt. Alleen door mobilisatie van de massa en het inzetten van de zwaarste middelen zoals een landelijke 24 uurstaking brengen deze oplossingen binnen bereik.
Als dit niet gebeurd of het ons niet lukt dan is het onvermijdelijke scenario dat de top van de FNV de looneis voor 2010 offert om zo tot een deal te komen met werkgevers. Het inboeken van een nul voor de collectieve sector in 2009 levert al 3.2 miljard op. Dat was bij een aangenomen stijging van 3%. Dat is voor 2010 dan toch al gauw 2 miljard als je uitgaat van een stijging van de lonen in 2010 met 2% (het huidige inflatie niveau). Een dergelijk offer zou de PvdA kunnen bewegen tot het doorschuiven van de hete AOW aardappel tot na 2011 en de komende verkiezingen immers de helft van het probleem is dan van tafel. Als dit scenario werkelijkheid wordt zal de top van de FNV stralend zeggen dat het ze toch gelukt is.
Het is aan ons om mensen aan hun verstand te brengen dat ze dan net als in 2003 en 2004 opnieuw twee keer genaaid worden en dat het onderwerp op zich alleen maar in de tijd is opgeschoven want de strategie van Lissabon blijft de agenda bepalen.
Dat brengt ons aan het laatste punt van dit verhaal. Uiteindelijk is ook het EVV overtuigd geraakt van het feit dat werknemers en vakbondsrechten in Europa niet goed gewaarborgd zijn. Er waren wel 4 uitspraken van het Europese hof van Justitie voor nodig waarin de vrije concurrentie in de interne markt steeds voorrang kreeg boven werknemers en vakbondsrechten om ze wakker te schudden.
Blijkbaar dacht men bij de EVV dat de Fransen en de Nederlanders en niets er van begrepen toen wij in 2005 de Europese Grondwet afwezen. Met dank aan de Ieren bevindt de opvolger van deze grondwet, het Verdrag van Lissabon zich in een patstelling. Nu de uitspraken in de zaken Laval, Viking, Ruffert en Luxemburg een feit zijn kan niemand er meer omheen. Alle mooie woorden in alle bijlagen bij alle afspraken zijn niets waard. Het gaat volgens het Hof om de tekst van de afspraken zelf en aan bijlagen heeft het Hof geen boodschap.
Als antwoord heeft het EVV het Social Progress Protocol geschreven en wil het EVV dat dit als volwaardig onderdeel wordt toegevoegd aan het Verdrag van Lissabon. In dit Protocol staat klip en klaar dat werknemers en vakbondsrechten altijd voorgaan op de vrije concurrentie in de interne markt. Als je dan ook de detacheringrichtlijn aanscherpt waarborg je wel de werknemers en vakbondsrechten in Europa en maken we een stap op weg naar een Sociaal en Rechtvaardig Europa wat ook op steun van haar inwoners kan rekenen.
Maar ook dit gaat niet van zelf. Op 14, 15 en 16 mei organiseert het EVV demonstraties in Madrid, Birmingham, Brussel, Berlijn en Praag. Het motto is Fight the Crisis, put the People First. De eis voor het Protocol en de aanscherping van de detacheringrichtlijn staan mee op de agenda. Daarom is het van groot belang dat de demonstratie op 15 mei in Brussel een succes wordt. Het vervoer voor FNV leden is gratis en er wordt een lunchpakket geregeld. Ik roep jullie dan ook op met mij samen door de straten van Brussel te trekken op 15 mei. Het oproep pamflet hebben wij bij ons.
Kom Socialisten trekt ten strijde,
Voor een Sociaal en Rechtvaardig Europa en voor Socialistische antwoorden op deze Crisis

Rijnland-model: een kapitalistisch voorbeeld?.
Het “Rijnland-model” blijkt tegenwoordig nogal uit de kast getrokken te worden, als alternatief voor het liberale kapitalisme, het te liberale kapitalisme dat door zijn wangedrag als de oorzaak van de huidige economische crisis wordt gezien. Niet het kapitalisme wil men zien als inherent aan de economische crisis, de uitwassen van het kapitalisme wordt beschouwd als de oorzaak!
De meeste beleidsmakers wijten de problemen niet aan de werking van het (wereld)systeem, maar aan de uitwassen ervan.
De aanhangers van het zogenaamde Rijnlandmodel stellen dat er “drie soorten” kapitalisme zijn, met name:
- Het Anglo-amerikaanse kapitalisme; vrijemarktkapitalisme op basis van individueel belang. Grote verschillen tussen arm en rijk met een minimaal sociaal vangnet.
- Het staatskapitalisme: kapitalisme waar de staat de heersende kapitaalhouder is en China wordt hier als voorbeeld aangehaald.
(China als een vorm van een kapitalistisch systeem aanzien is echter nogal kort door de bocht, maar hierop ingaan zou nu te verleiden).
- Het West-Europese kapitalisme of kapitalisme volgens het Rijnlandmodel. Solidariteit krijgt binnen deze vorm van kapitalisme een betekenis van belang.
Sociaal-democraten en Christelijke politieke partijen zullen zeker geporteerd zijn van het zogenaamde Rijnland-model als vorm van het kapitalisme. De sociaal-democraten hebben altijd al gedroomd van de omvorming van het kapitalisme naar een sociaalgericht kapitalisme.
De sociaal-democraten en hun Christelijke collega’s streven niet naar een socialistische maatschappij, zij vormen zelfs in zekere zin de reddingsboei van het kapitalisme in tijden van onrust.
Het Rijnlandmodel als een tussenvorm vorm van kapitalisme voorstellen, als economisch systeem dat voor iedereen goed werkt, dat klopt natuurlijk van geen kanten. Om te beginnen was of is het Rijnland model geen aparte vorm van kapitalisme dat zich zou hebben ontwikkeld naast het Angelsaksische model of welk ander kapitalistisch model dan ook. Het is geen derde weg, zoals het wordt voorgesteld, er is geen derde weg.
Het Rijnlandmodel is het resultaat van de gevoerde arbeidersstrijd; arbeidersstrijd, die het liberale kapitalisme gedwongen heeft, om uit lijfsbehoud sociale wetgeving toe te staan, om zodoende de scherpe kanten van de tegenstellingen tussen kapitaal en arbeid weg te nemen.
Na WO I, het ontstaan van de Sovjet-Unie, het bestaan van redelijk sterke communistische organisaties in Europa maar vooral ook na WOII het nog steeds dreigende communisme noopte tot de realisatie van het zogenaamde Rijnlandmodel in Europa, een kapitalistisch model zonder meer trouwens.
Na WOII waren de kommunistische partijen in West-Europa vrij sterk –mede als gevolg van hun consequente verzet tegen het nazisme en fascisme, de verdere groei (Oost-Europeaan) van het socialistisch blok, het positieve aanzien van het Rode Leger, dat verplichtte de kapitalisten ertoe om hun houding te milderen.
Heden ten dage liggen de zaken er echter m.b.t. de arbeidersstrijd minder florissant voor.
Na de val van de muur werd het “communistisch model” voor dood verklaard. Een massale (media-)aanval werd ingezet tegen alles wat redelijk naar links neigde.
De sociaal-democraten en Co zijn stevig ingebed in de arbeidersorganisaties zoals de vakbonden en zijn uit zichzelf zeker niet geneigd om de harde strijd aan te gaan, eerder zullen zij zich ertoe geroepen voelen om de “strijd” te temperen.
De huidige tijd toont dus een zwakkere arbeidersbeweging en de resultaten zijn dan ook navenant.
Sociale voorzieningen worden in perioden van zwakkere strijdbewegingen ondergraven en opgeruimd. Het huidige tijdsbestek toont dit dan ook duidelijk aan, de sociale voorzieningen worden momenteel in een sneltreinvaart afgebroken ( zonder veel harde tegenstand van de vakbonden overigens!). Dat wijten aan een te grote invloed van het Angelsaksische kapitalistische model is natuurlijk onzin. Sociale voorzieningen binnen een kapitalistisch model, hoe je dat model ook mag noemen, worden opgebouwd of afgebroken al naargelang de machtsverhoudingen. Kapitalisme zal steeds proberen om het verloren terrein (o.a. toegevingen verleend in het kader van sociale voorzieningen) steeds terug te pakken, daar waar mogelijk. Uit zichzelf zal er binnen het kapitalistisch model geen enkele sociale voorziening worden opgebouwd, behalve als er mee te verdienen zou vallen.
Begrippen als solidariteit worden echter nog wel heel veel gehanteerd, maar dan met als achtergrond de verdeling van de armoede, niet over de verdeling van de rijkdom. De werkenden moeten onderling solidair een steentje bijdragen ten behoeve van elkaar, om de crisis rustig te overleven, terwijl het echte financiële sterken, zoals de multinationals, uit de wind kunnen blijven staan. De gewone burger kan zodoende opnieuw mee betalen aan de crisis!
De roep om repressiemiddelen, in afwachting van meer sociale onrust!, zowel preventief als curatief, door de ordehandhavers is volop in opgang dankzij de aanslagen die door dubieuze groepen worden gepleegd en waar 9/11 het summum van is geworden, de doorbraak als basis voor het opzetten van alle mogelijke controle en repressiemiddelen op alle fronten, onder mom van “veiligheid”.
Uiteindelijk, of het nu Rijnland of Angelsaksisch wordt genoemd, de basis is “kapitalisme”, een systeem dat zondermeer economische crisis ingebakken heeft (de derde grote crisis nu van het systeem, 2 WO al na de eerste 2 crisissen).
De economische crisis is een gevolg van overproductie door de hebberigheid van het grootkapitaal en de strijd die de kapitalisten onderling voeren voor de “winsten”. Binnen elke vorm van kapitalisme gaan de centen voor de mensen; de wijze waarop, rechtlijnig en hard of bedekt en middels omwegen, kan verschillen.
Dat bedekt en middels omwegen (Rijnland) gebeurd in tijden waar de kracht van de arbeidersbeweging groot is en dus een probleem kan vormen, een situatie die de winsten kan drukken of zelfs het systeem als geheel kan doen ontploffen.
Het kapitalisme heeft na de feodaliteit een belangrijke historische rol vervuld, een onmisbare rol die uiteindelijk moet leiden naar het socialisme en de ondergang van het kapitalisme zelf.
Het kapitalisme heeft de mensheid opgetild uit de omstandigheden van vroegere productiewijzen. De wereldproductie is nu ook enorm.
De toegenomen productiviteit is momenteel meer dan voldoende om iedere wereldburger rijkelijk te kunnen laten voorzien in zijn of haar onderhoud.
Maar dat kapitalisme heeft weliswaar voldoende voorwaarden geschapen voor de ontwikkeling maar kan geen voldoende voorwaarden scheppen voor een betere en hogere samenleving. Momenteel is het kapitalisme eerder een rem geworden op de verdere ontwikkeling. Op vlak van: ecologie (bv. broeikaseffect), militair (bv. 2 WO en steeds nieuwe voorlopig beperktere militaire conflicten) en op sociaal vlak (–gezondheid, voedsel en arbeid-). Bijvoorbeeld de farmaceutische industrie produceert t.b.v. de 10% rijke wereldburgers voor de winsten (rendabele ziekten), voedsel wordt massaal vernietigd terwijl miljoenen honger lijden, op wereldschaal zijn meer dan 1 miljard mensen werkloos, Europa verwacht spoedig 45 miljoen werklozen ingevolge de huidge economische crisis.
De Rijnland-aanhangers verwijten het kapitalisme ongebreideldheid, zij willen meer regulering. Bijschaven van het systeem, hervormingen toepassen.
De drijfveer van het kapitalisme is echter altijd de winstmaximalisatie ook al moet dit ten koste gaan van miljoenen mensen. De onderlinge concurrentie geeft daarenboven de kapitalisten onderling weinig manoeuvreerruimte. Zolang het kapitalisme onder welke benaming dan ook blijft bestaan zijn alle maatregelen daarbinnen rommelen in de marge.
Kapitalisme zal, wanneer het socialisme het niet haalt op het kapitalisme, tot de ondergang leiden van de mensheid en met de mensheid tot de ondergang van heel wat levende wezens, plus uitputting van aardse rijkdommen. Luk 04/06/09

Waarom wij “neen” zeggen tegen Lissabon. 2009
Toelichting voor de commissie buitenlandse aangelegenheden van het Vlaams Parlement.
Geachte voorzitter, geachte commissieleden, geachte aanwezigen,
Ik richt het woord tot u namens Onzezeg/Notremotadire. Deze campagne bouwt voort op het initiatief dat Jef Sleeckx, Georges Debunne en Lode Van Outrive twee jaar geleden namen naar aanleiding van de 'Europese Grondwet'. Zij vroegen U toen om een referendum te organiseren over dat 'Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa' (om eens formeel correct te zijn). Niet om U als parlementairen te passeren en een lans te breken voor directe democratie, maar in de allereerste plaats uit een diepe bezorgdheid om de asociale inhoud van die Europese Grondwet.
In een verzoekschrift deze week legden wij U de optie voor om het ratificatieproces van het Verdrag van Lissabon op te schorten, en eindelijk tijd en middelen te investeren in een tegensprekelijk maatschappelijk debat over Europa.
Anders dan de Europese Grondwet zal het Verdrag van Lissabon de vorige verdragen niet vervangen, maar enkel 'hervormen'. Een verschil in aanpak dus, als antwoord op het Franse en Nederlandse "neen" aan de grondwet. Maar daar houdt het verschil ook op. Valéry Giscard d'Estaing zelf stelde dat de inhoud van het Verdrag van Lissabon voor 98% overeenkomt met de Europese Grondwet. Een stem tegen de Europese Grondwet, is dus zo goed als een stem tegen het Verdrag van Lissabon.
Dat alles maakt dat vandaag niet enkel de Ierse "neen" op tafel ligt, maar ook - en nog steeds - de kordate afwijzingen van het Franse en Nederlandse bevolking.
In drie landen klonk hetzelfde sterkte signaal. De Ieren voegen daar nog iets aan toe en zeggen nu "no means no". De mensen van Onzezeg/Notremotadire vragen zich af welke van deze drie woorden de voorstanders van een overhaaste ratificatie door dit parlement niet begrepen hebben.
De komende twintig minuten wil ik het met u over twee zaken hebben. Ten eerste zijn er behoorlijk wat inhoudelijke bezwaren te maken op dit verdrag. U zult er verschillende herkennen van tijdens het debat over de Europese Grondwet. Aangezien in ons land nog nooit de tijd is genomen om uitvoerig en diepgaand in te gaan op de vele tegenwerpingen vanuit sociale bewegingen, kan het geen kwaad ze ook hier kort weer aan te halen. Ten tweede - en daarmee begin ik - is het naar onze mening de taak van deze commissie om ook open en eerlijk in te gaan op de vraag van wat de politieke consequenties zijn van een geforceerde ratificatie ergens de komende weken.
De politieke boodschap van ratificatie.
En politieke consequenties zullen er zijn. Om te beginnen voor de Ieren natuurlijk. Nu Ierland "neen" gezegd heeft, is het niet aan ons om nog voor 15 oktober - de datum die op de laatste Europese top naar voor is geschoven als deadline voor een politieke oplossing - te ratificeren.
Het is trouwens niet louter een kwestie van 'respect'. En Onzezeg/Notremotadire stapt evenmin zomaar mee in abstracte bespiegelingen over 'de soevereiniteit' van 'het Ierse volk'.
De kern van de zaak – de reden waarom een Vlaamse ratificatie op 9 of 10 juli aanstaande de meest foute van alle mogelijke beslissingen is – is de democratie.
Nu ratificeren zou het ultieme bewijs vormen van het feit dat de Europese machthebbers enkel geloven in een Europese democratie als de uitkomst op voorhand te organiseren valt. En iedereen die voor 15 oktober in welk parlement dan ook, in welke lidstaat ook, op de groene knop drukt, treedt hen daarin bij. Is dat werkelijk het signaal dat U wilt geven? Ik wil U vragen daar een duidelijk antwoord op te formuleren.
Want wat gebeurt er? Bij elke ratificatie voor 15 oktober komen de Ieren meer en meer onder druk te staan om uiteindelijk in een nieuw referendum toch "ja" te stemmen. Elke nieuwe "ja" isoleert hun "neen" een beetje meer. In wezen wordt hier een spel van politieke chantage gespeeld tegenover de enige bevolking die zich collectief heeft ingezet en ingespannen om zich een goede mening te vormen over 'voor' of 'tegen'. Ierland is het enige land in de hele Europese Unie, waar het debat over dit Verdrag op een open, democratische manier gevoerd is. In navolging van de Fransen en de Nederlanders, zijn de Ieren schoorvoetend beginnen bouwen aan die Europese democratie. Hun beloning wordt een herexamen, en U - die zelf in eigen land het inhoudelijke debat consequent fnuikt of op zijn minst niet de moed weet op te brengen om er meer van te maken - gaat voor jury spelen.
We komen bij een volgend punt: het debat over dit Verdrag in eigen land. We kunnen daar kort over zijn. Er was zo goed als geen debat.
Sommige mensen zullen zeggen dat de bevolking toch niet geïnteresseerd is in Europa. Maar dan rijst de vraag wat er in het Franse, Nederlandse en Ierse water zit. Hoe komt het dat zij dan wel de discussie op grote schaal gingen voeren?
Zou het aan de media liggen? De kwaliteitskrant die ik lees bracht de dag na de ratificatie in het federale parlement inderdaad slechts één schamel stukje van hoop en al 400 woorden over onze Europese staatshervorming. Pas na het Ierse "neen" nam de persaandacht toe.
In ons land worden honderden mensen betaald om het democratisch debat te organiseren. Uw job. U bent verkozen door ons om voor ons en met ons de democratie te organiseren. In het parlement als het moet, op straat als het kan. Dat is niet gebeurd.
Jef Sleeckx diende begin dit jaar een verzoekschrift in met de vraag een referendum te organiseren over het Verdrag van Lissabon. Jef is niet verliefd op directe democratie hoor.
Voor hem en Onzezeg/Notremoradire in het geheel was het een middel om een echt inhoudelijk debat op gang te brengen. Omdat we aan onze ellebogen voelden dat de Belgische parlementen het weer niet gingen waarmaken.
Het verzoek werd echter afgewezen op basis van een gekleurde lezing van de Belgische Grondwet, alsof een volksraadpleging de soevereiniteit van het om het even welk parlementair mandaat zou aantasten. Dat die interpretatie mogelijk is, is al langer geweten.
Karel De Gucht en Rik Daems – partijgenoten van enkelen onder u - stoorden er zich nochtans niet aan. In de aanloop naar de ratificatie van de Europese Grondwet, toen ze zelf nog dachten dat de bevolking zeker "ja" zou antwoorden, namen ze zelf even het initiatief voor een volksraadpleging. Ook Verhofstadt liet zich door niemand tegenhouden toen hij zijn consultatie organiseerde over het Copernicus-plan.
Zowel het negeren van het Franse en Nederlandse signaal, de druk op de Ieren nu en de organisatie van Europese non-debatten in ons land – want laat ons eerlijk zijn, wat is één echte tegenstem in één hoorzitting van één commissie ver weg van pers en publieke opinie – zijn tekens aan dezelfde wand. De Belgische politieke klasse is net als de Europese machtshebbers niet klaar voor een breed en diepgaand debat over de richting die Europa op democratisch, sociaal, ecologisch of militair vlak uit moet. De vraag daarnaar is nochtans groot.
Tussendoor rijst vroeg ik me trouwens ook af of wat we in hier Vlaanderen doen, wel beter doen? Wat zal finaal het grote verschil zijn tussen dit debat en het federale, Brusselse, Waalse of Duitstalige debat over Europa?
Een inhoudelijke “neen” van onderuit.
De reden van deze vraag naar een echte Europese democratie staat echter niet op zichzelf.
Zoals gezegd komt al sinds de introductie van de eerste teksten voor de Europese Grondwet (nu het Verdrag van Lissabon) fundamentele kritiek uit syndicale hoek, vanwege allerhande andersglobalisten, uit de academische wereld, van de Europese vredesbewegingen, van de werklozenbeweging en van bepaalde ecologisten. Hun afwijzing op basis van inhoudelijke kritieken vormt de grond van de zaak. In wezen hadden al deze mensen hier moeten kunnen zijn, want ook in ons land zijn ze aanwezig. Dán hadden we een begin van een echt debat gehad. De zaken die zij aanhalen zijn immers erg belangrijk en op zijn allerminst interessant genoeg om grondig kennis van te nemen. Het is niet mijn bedoeling hier vandaag namens al deze mensen te spreken of misschien straks namens hen met U te debatteren. Ik heb niet die pretentie. Wat ik wel doe is enkele van hun punten aanhalen om U te verzekeren dat een democratische “neen”-stem inhoudelijk meer dan gerechtvaardigd is.
Mededingingsrecht als basis van de Europese wetgeving.
Laat ik beginnen met een stukje actualiteit. Dinsdag nog viel in de kranten te lezen dat federaal Minister voor Openbare Diensten, Inge Vervotte, door de Europese Commissie op de vingers is getikt. Ze maakt te weinig werk van een consequente toepassing van de Europese richtlijn over de liberalisering van het postwezen. Onder druk van die liberalisering worden in sneltreinvaart, postkantoren gesloten, de sociale verworvenheden en werkzekerheid van de mensen in de postsector afgebouwd.
“Wat heeft dit te maken met het Verdrag?”, zullen sommigen zich schamper afvragen. Wel, alles. Net zoals voorgaande verdragen, en net zoals de gebuisde Europese Grondwet, hebben de opstellers van het verdrag systematisch twee zaken verward. Enerzijds het scheppen van de institutionele kaders voor de Europese Unie, anderzijds het graven van een bedding die het Europese beleid fundamenteel moet richting geven. De herbevestiging van de logica van 'de vrije, onbelemmerde en concurrentiële markt' boven alles, in dit Verdrag zal de concrete druk op de Europese regeringen om allerhande liberaliseringen zonder morren of bijschaven door te voeren enkel nog maar opvoeren. Ook dit Verdrag betonneert via talloze frasen en formuleringen – al dan niet overgenomen uit vorige verdragen – een strikt neoliberale aanpak (het woord mag ook eens vallen ), als absolute en onbetwistbare grond voor elke economische of sociale politiek van alle lidstaten. Niet voor niets staat het 'mededingingsrecht' centraal in de Europese wetgeving. En wie niet volgt? Die wordt gesanctioneerd.
De Europese leiders, en met hen alle voorstanders van dit verdrag, verweven onophoudelijke kader met beleid, maar eisen van hun tegenstanders kader en beleid in de discussie te scheiden. Dit is niets meer dan een retorisch trucje om elk fundamenteel debat over de richting die Europese Unie uit de weg te gaan.
Viking, Laval en Ruffert
Ook actueel zijn de recente uitspraken van het Europese Hof van Justitie in de zaken ‘Viking’, ‘Laval’ en ‘Ruffert’. Drie keer werd de Europese detacheringrichtlijn uit 1997 door het Hof geïnterpreteerd in het nadeel van een syndicale tussenkomst. Vakbonden in economisch sterke landen zoals Finland, Zweden of Duitsland zijn blijkbaar niet in hun recht wanneer ze gelijke sociale rechten trachten af te dwingen voor ingeweken werknemers uit respectievelijk Estland, Letland of Polen. De terechte vrees van vele syndicalisten in gans Europa – ook pas nog in Ierland – is dat elke keer dat een verdrag deze asociale gewoontes van de Europese wetgever en de Europese rechters zwaarder gaan doorwegen. Het nieuwe Verdrag biedt geen garanties dat dergelijke zaken niet opnieuw zullen gebeuren. Integendeel. Het Verdrag is daardoor veeleer een werktuig in de handen van werkgevers, dan een ruggensteun voor de werkende bevolking.
Is een ander Europa mogelijk? Een sociaal Europa, waar de miljoenen Europese syndicalisten zich wel achter zullen scharen? Jazeker. Georges Debunne doet in zijn boek ‘Wanneer een sociaal Europa?’ enkel concrete voorstellen. Europese CAO’s of gelijkschakeling van sociale wetgeving naar boven, om maar iets te zeggen. En Georges Debunne is slechts één van de velen met vele constructieve voorstellen. Wanneer geen enkele van die ideeën stevig in het nieuwe Verdrag verankert zit, waarom zouden syndicalisten - en bij uitbreiding de ganse werkende bevolking - dan het verdrag moeten steunen?
Een speeltuin voor De Crem
In Ierland is met recht en rede veel inkt gevloeid in de discussie over de Lissabonartikelen die te maken hebben met defensie. De mensen van ‘Vrede’ volgen het debat al sinds de Europese Grondwet op de voet en zien in grote lijnen dezelfde problemen opduiken als toen. Grondwet en verdrag verschillen amper. Zo staat in het Verdrag opnieuw dat de lidstaten zich ertoe verbinden “hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren” (art 28 A lid 3). Ik citeer kort Ludo De Brabander: “Ook wordt ons defensiebeleid gekoppeld aan dat van de NAVO via een aangehecht protocol en legt het Verdrag een interventiedoctrine (art 28 B lid 1) op met bijhorend apparaat (28 C en 28 D). Kortom genoeg zaken om zich als vredesorganisatie te verzetten tegen dit Verdrag.” Met andere woorden: het Verdrag maakt van defensie een speeltuin voor ongure types als Pieter De Crem en verbant de vredesduiven voorgoed van de kabinetten van buitenlandse zaken en defensie.
In de toekomst zullen alle EU-lidstaten gedwongen zijn zware militaire inspanningen te leveren. Nochtans staat overal in Europa het overheidsbudget onder druk. Waar zal dat geld dan vandaan komen? Welke publieke investeringen gaan we hier in België en Vlaanderen terugschroeven? Of plannen we belastingsverhogingen?
De lichtzinnigheid waarmee zelfs onze progressieve partijen over deze kwestie heen wandelen, doet soms pijn aan de ogen. Twee jaar geleden, slechts enkele dagen na de ratificatie van de Europese Grondwet in februari 2006, verklaarde Johan Vandelanotte – toen voorzitter van de SP.a – op termijn de landelijke legermacht te willen halveren en het vrijgekomen budget te willen spenderen aan ontwikkelingshulp. Groen! was direct akkoord.
Beiden vergaten wel even dat ze pas een Europese Staatshervorming hadden goedgekeurd, die de duidelijke intentie uitsprak om dit niet alleen onmogelijk te maken, maar zelfs onwettig. Progressieve vrienden, dat was nogal vreemd. U zou hiermee kunnen rekening houden bij de stemming van dit nieuwe Verdrag.
Welke Europese staatshervorming?
Is Europa in crisis? Als we het gros van de commentatoren en hooggeplaatste politici mogen geloven wel. Wij zien dit anders.
Daar waar het debat over Europa de afgelopen jaren grondig gevoerd werd, ontdekten mensen hoever we eigenlijk al staan met de Europese Staatshervorming – want de Grondwet en dit Verdrag betekenen een staatshervorming. Ze gingen ook beseffen dat de inhoud van Grondwet of Verdrag meer dan vermoed hun leven zou gaan bepalen. Vandaag bestaat zeventig tot tachtig percent van onze nationale of regionale wetten uit de uitvoering van Europese richtlijnen of andere Europese wetgeving. U weet dat beter dan mij.
Zonder dat de Europese bevolking het goed en wel besefte is er jarenlang in alle stilte, achter de rug van de mensen en via verdragen, gebouwd aan een Europese superstaat. Deze moest niet alleen de lidstaten gaan dresseren naar de neoliberale inzichten van regeringsleiders, raad van ministers en Europese Commissie. Het werd meteen een gans nieuw type staat, een ‘stille staat’. Nieuw in de wereld, nieuw als concept. Een staat zonder de parlementaire democratie, zoals we die sinds de 19de eeuw kennen, waar alles tussen regeringsleiders en ministers bedisseld wordt. Er is een Europees parlement maar dat kan zelfs geen wetgevend initiatief nemen. Daarenboven wordt het ver weg gehouden van de civiele samenleving, omdat de menen zich zonder informatie blijven blindstaren op hun nationale politiek. De Europese staat: hij is er, maar je hoort het niet.
De discussie tussen federalisten en voorstanders van “enkel een economische markt” is in die zin nep dat Europa nu al veel meer is dan gewoon een gemeenschappelijke economische ruimte. Via 70 tot 80% van de wetgeving doe je meer dan even economisch samenwerken. Het invoeren van de euro bijvoorbeeld, is in al haar opzichten ook van politieke betekenis. Lissabon diept de Europese staat nog verder uit. De Engelse politici weten dat trouwens maar al te goed.
Misschien dat het meningsverschil tussen federalisten en anderen dan ook terug te voeren valt op iets anders. Een discussie of men het bij zo’n ‘stille staat’ wil houden enerzijds (Blair en co), of het ding anderzijds een naam en een smoel moet krijgen zoals elke andere staat in de geschiedenis (Verhofstadt en co).
Als we daar van uitgaan, zien we vandaag niet gewoon een ‘Europese crisis’, maar vooral een crisis van het ‘stille staat’-model. Dat is iets anders. Vol zelfvertrouwen dachten de Europese federalisten dat het tijd was voor een Grondwet. Ze hebben moeten vaststellen dat naar buiten komen met hun superstaat, zonder democratische en sociale garanties te voorzien voor de Europese bevolking, niet heeft gepakt.
De Fransen, de Nederlanders en de Ieren deden het licht aan en wie stond daar ‘in haren bloten’? Europa, met haar stiekeme, asociale, militaristische agenda.
Wie dit alles nog het best heeft samengevat is ons aller Karel De Gucht: “Het doel van het grondwettelijk verdrag was om leesbaarder te zijn. (…) Het doel van dit verdrag is om onleesbaar te zijn. (….) De grondwet bedoelde duidelijk te zijn, dit verdrag bedoelt onduidelijk te zijn. Dat is een succes.” Ik voeg er nog een tweede quote uit onverdachte hoek aan toe. Nog eens Giscard d'Estaing: “De inhoud blijft nagenoeg hetzelfde, ze is slechts een beetje anders gepresenteerd. [...] De rede hiervan is dat de nieuwe tekst niet teveel op het grondwettelijke verdrag moest lijken. De Europese regeringen zijn tot overeenstemming gekomen over deze oppervlakkige veranderingen aan de grondwet, opdat deze makkelijker door het volk geslikt zou worden.” Twee maal klare taal.
De Europese machtshebbers hebben hun crisis proberen te ontwijken door de ambitie om Europa via een zogenaamde Grondwet meer gestalte te geven, op te bergen. Hun antwoord betekent geen stap vooruit, maar een achteruit. Geen engagement voor meer democratie na al die duidelijke signalen, maar een stap terug naar verdragen en achterkamers. Hun antwoord is een hernieuwd geloof in de oude tactieken van intergouvernementele verdragen en een Europees non-debat. Europa moet weer verstillen om verder te groeien en alle roepers moeten uit het debat worden geweerd. Maar dat is pure nostalgie. De Fransen, de Nederlanders en de Ieren hebben de dijk gebroken. Gisteren, vandaag en tot het einde der tijden zit u met ons opgescheept. Wij, de mensen die kiezen voor een 100% sociaal Europa, voor een 100% antimilitaristisch Europa, voor een 100% groen Europa en ga zo maar door. Onze euro is gevallen dat we om dat allemaal te bereiken ook een 100% democratisch Europa zullen moeten afdwingen. Vandaar dat ik deze uitleg wil eindigen met een voorstel.
Laat dit Verdrag van Lissabon voor wat het is. Schort de ratificatie op tot minstens 15 oktober, of beter nog stop ze gewoon. En maak van het Europese Parlement, dat in 2009 moet verkozen worden door de Europese bevolking, een Grondwetgevende Vergadering. Leg het resultaat van al dat grondwetgevend werk voor aan de Europese bevolking in een simultane, massale en bindende volksraadpleging. Met een genuanceerde vraagstelling en na het vrijmaken van een maximum aan middelen voor een rijk en tegenstrijdig debat.
Wedden met meneer Barroso dat indien deze nieuwe Grondwet in al haar poriën sociaal en rechtvaardig is voor iedereen, het niet zal worden afgewezen.
Wedden met meneer Barroso dat indien deze nieuwe Grondwet geen vrijbrief is voor de Europese wapenlobby, legerleiding en neoconservatieven (zoals De Crem) om een gewapend buitenlands beleid te voeren, het niet zal worden afgewezen.
Wedden met meneer Barroso dat indien deze nieuwe Grondwet democratische Europese instellingen installeert, eindelijk scheiding der machten garandeert en van het Europese Parlement een echt Parlement maakt, die nieuwe Grondwet niet zal worden afgewezen.
Wedden met meneer Barroso dat indien deze nieuwe Grondwet eindelijk het pad effent voor sterke Europese openbare diensten voor iedereen, in handen van de gemeenschap, door de Europese Verdragen die dit vandaag consequent tegenwerken op het heffen en te vervangen... Wedden dat zo een Nieuwe Grondwet niet zal worden afgewezen.
En ten laatste. Wedden met meneer Barroso en u allen dat zolang U niet van zin bent werk te maken van een waarlijk democratisch en consequent sociaal Europa (of er zoals vele progressieven niet in gelooft dat er in onze maatschappij voldoende krachten kunnen gevonden worden om dit waar te maken), wedden dat U al die tijd verplicht zult blijven U vast te klampen aan uw stille staat. Dat U al die tijd het debat zult moeten desorganiseren en beperken tot één enkele hoorzitting per Verdrag, in één enkel commissie, met één enkele democratische tegenstem.
De mensen van Onzezeg/Notremotadire en - ik ben er zeker van - velen met ons, wensen U alvast veel succes.
Ik dank U voor Uw aandacht..

Waarom de Palestijnse bevrijdingsorganisaties zich op de Europese terreurlijst bevinden.   Luk Vervaet. Februari 2009.
We don’t talk to terrorists… Het Palestijnse verzet op de Europese lijst van terroristische organisaties…. en de gevolgen.
In naam van “de strijd tegen de terreur van Hamas en tegen de verspreiding ervan in de regio” heeft Israël eind december 2008 een totale oorlog tegen Gaza gelanceerd en duizenden Palestijnse burgers en kinderen gedood of verwond. Ondanks de terugtrekking van de Israëlische invasietroepen en een wankel staakt het vuren gaat deze oorlog intussen door : de Israëlische luchtmacht voerde begin februari opnieuw luchtaanvallen uit op Gaza; de blokkade van Gaza blijft totaal. Zeev Boïm, een Israëlische minister van de Kadima partij van Livni, zei op 4 februari 2009 op de radio : "Het volgende stadium van onze operaties in Gaza is de uitschakeling van de terrorist Haniyeh”. De “terrorist” waarvan sprake, is Ismaël Haniyeh van Hamas, de onder Europees en internationaal toezicht, verkozen Palestijnse eerste minister.
Gaza en The Global War on Terror.
Op het vlak van de psychologische oorlogsvoering is de Israelische oorlogsmachine erin geslaagd zijn om zijn “Israëlische burgers” naar de Westerse publieke opinie toe voor te stellen als “onschuldige slachtoffers van het terrorisme” en zijn agressie tegen de bevolking van ’s werelds dichtbevolkte gebied als een recht op zelfverdediging, in het kader van onze “gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme”. Zij speelden hiermee in op de Westerse angst voor terreuraanslagen in het Westen en op het racisme tegen de gemeenschappen van Arabische origine. Dit verklaart ook meteen waarom ook de blanke progressieve publieke opinie in Europa zich beperkte tot protest tegen de bombardementen, maar zich onthield van steun aan het Palestijnse verzet.
De « global war on terror » (GWOT) werd afgekondigd door de Bush administratie na de aanslagen van 11 september 2001 in naam van “het recht op zelfverdediging tegen het (Islamitische) terrorisme”, en Israël nam letterlijk de argumentatie over. De bezetting van Palestina door Israël die sinds 60 jaar duurt en de permanente oorlog tegen de Palestijnse volk en het Palestijnse verzet die er uit zijn voortgekomen zijn met andere woorden onderdeel geworden van de Westerse oorlog tegen Ben Laden en al Qaeda.
“Operation Cast Lead” tegen Gaza was een vervolg op andere “Operations”, die we kennen als “Operation Enduring Freedom » tegen Afghanistan (2001), en « Operation Iraqi Freedom » tegen Irak (2003). Tijdens het eerste decennium van deze eeuw werd Gaza zo de vierde “Operation” tegen het terrorisme vanwege het Westen en zijn bondgenoten, als men ook de zogenaamde « Tweede Libanese oorlog » tegen het Libanese Hezbollah meetelt (2006) .
De oorlog tegen de terreur is daarmee zowel een vrijbrief geworden om regeringen omver te werpen, als om het eens door de UNO erkende recht op zelfbeschikking van de Palestijnen en zijn rechtmatig verzet tegen kolonialisme en imperialisme met te vernietigen.
The global War on Terror en Europa.
We worden er niet graag aan herinnerd, maar de Amerikaanse War On Terror is sinds lang ook onze, Europese oorlog geworden. Het protest vanwege enkele regeringen op het Oude Continent tegen de invasie van Irak is verstomd; de rangen zijn opnieuw gesloten en in het kader van de NATO levert elk land een toenemende bijdrage voor de agressie tegen Afghanistan. We staan evenmin graag stil bij de gedachte dat de terreuraanslagen, die Europa gekend heeft in Londen (2005) en Madrid (2003), dateren van na en als gevolg van de Europese deelname aan die oorlog tegen de terreur, en niet van ervoor. En even onaangename gedachte is dat ondanks de Europese oproep tot vrede na de eerste en tweede wereldoorlog “Nooit meer Oorlog” de oorlog tegen de terreur nu al langer duurt dan beide wereldoorlogen samen. Alleen wordt hij ditmaal door onze Britse, Nederlandse, Belgische, Franse… troepen ver van huis, buiten het eigen grondgebied en op vreemde slagvelden uitgevochten. Iets wat men niet aan de strijders van Hamas of Hezbollah kan verwijten en iets dat er de Europese leiders, die stellen dat men de conflicten van “ginds” niet naar “hier” moet importeren, niet meteen geloofwaardiger op maakt.
De actuele oorlog tegen de terreur heeft ook de oude koloniale en neo-koloniale oorlogen van Europa van na de tweede wereldoorlog opnieuw tot leven gebracht.
Het gebruik van de benaming ‘terrorist’ door de Europese landen dateert uit de periode toen ze zelf landen bezetten en toen ze de bevrijdingsorganisaties tegen hun bezetting onveranderlijk taxeerden als “terroristen”,“irreguliere strijders”, “partisanen”, “subversieven”, even onveranderlijk geassocieerd met het internationale communisme. Zo werd het Maleisische Nationale Bevrijdingsleger (MNLA) door de Britten in de periode 48-60 betiteld als “CTs”, ‘communist terrorists’. In 1952 werden de Mau Mau vrijheidsstrijders in Kenia door de Britten officieel uitgeroepen tot “terrorists”. Hetzelfde gebeurde door de Fransen met de “terroristes” van de Vietminh in Vietnam en met het Front de Liberation Nationale in Algerije, later met de Vietcong door de Verenigde Staten. De lijst is lang.
De Europese antiterreurwetten en maategelen zijn wetten en maatregelen van een continent in oorlog. Zoals we verder zullen zien staat het plaatsen van een organisatie op de terreurlijst gelijk aan het tekenen van een doodvonnis. Niet voor niets is de Europese terreurlijst het voorwerp van onophoudelijke druk vanwege Israël en de VS om organisaties op de lijst te krijgen én te houden.
11 september 2001
Wat antiterreurmaatregelen betreft had Europa (en vooral Groot-Brittanië, Italië en Duitsland), binnen de grenzen van zijn nationale staten, zijn eigen ervaring met de bestrijding van de IRA, de Rode Brigades en de RAF in de jaren 60 tot 80 van vorige eeuw. Er waren ook al collectieve antiterreurakkoorden en engagementen op Europees en internationaal vlak afgesloten vanaf de jaren 70 en op basis van de Uno resolutie van 1999. Maar het Europees engagement in de huidige oorlog tegen het terrorisme dateert van 20 september 2001, 10 dagen na de aanslagen van 11 september, toen de Verenigde Staten en Europa een gemeenschappelijke verklaring publiceerden waarin ze “de wil uitdrukten om samen te werken” en stelden dat ze “op politioneel en gerechtelijk vlak hun samenwerking op de meest krachtige wijze zouden verderzetten”. Nog dezelfde dag beslisten de ministers van justitie en binnenlandse zaken van de EU om met de VS onderhandelingen te starten om “de transatlantische samenwerking te verbeteren” om zowel “de samenwerking tegen het terrorisme op gerechtelijk gebied te versterken”, als om “de uitwisseling van persoonlijke gegevens tussen Europol en de VS te vergemakkelijken”. 20 september was zo de startdatum voor de intense samenwerking tussen de VS en Europa tegen het terrorisme, maar ook voor de invoering in Europa van een hele reeks (uitzonderings)wetten, procedures en maatregelen tegen het terrorisme : het bevriezen van financiële tegoeden bestemd voor terroristen (wat ondermeer betekent dat bankverkeer en verzekeringen worden stilgelegd en reispapieren worden ingetrokken); het invoeren van bijzondere opsporingsmethodes, het verbieden van organisaties, het houden van processen tegen van terrorisme verdachte personen enz. Verschillende Europese landen zullen de internationale strijd tegen het terrorisme ook aangrijpen om hun aanpak van de conflicten in hun eigen land van internationale steun te voorzien (bijvoorbeeld Italië tegen zo goed als onbestaande communistische groepen en Spanje tegen de legale Baskische partij Herri Batasuna).
Centraal in het geheel van maatregelen staat het “Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende de strijd tegen het terrorisme” uitgevaardigd door de Raad van de Europese Unie (de vergadering van ministers van de Europese lidstaten, met een afgevaardigde minister van elke lidstaat; de samenstelling van de Raad kan varieren van landbouwministers tot ministers van justitie of buitenlandse zaken). Dit kaderbesluit is in de loop van de jaren gevolgd door andere kaderbesluiten die de orientatie en het toepassingsveld ervan alleen nog maar hebben verruimd. De laatste aanpassing dateert van november 2008 toen de Raad van de Europese Unie besliste om ook “de publieke aanzetting tot het plegen van terrorisme, de recrutering voor en de training van terroristen of het verstrekken van informatie met het oog op terrorisme ” toe te voegen aan de lijst van terroristische activiteiten. Aan de kaderwet werd een lijst van terroristische organisaties en personen vastgehangen, die ook regelmatig upgedate wordt. Het “Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (2002/475/JBZ)” bevindt zich in annex van de tekst.
De Europese antiterreurwet en de democratie
Het voorbije decenium oorlog tegen het terrorisme maakte niet alleen honderdduizende menselijke slachtoffers. In het kamp van de Westerse landen zelf heeft de antiterreur oorlog vernietigende interne ‘collaterale effecten’ op alle vlakken van de maatschappij.
Oorlog tegen de terreur gebaseerd op leugens.
Het Amerikaanse Center for Public Integrety publiceerde in januari 2008 een artikel (“The war card: Orchestrated deception on the path to war”) over hoe de Bush administratie de oorlog tegen de terreur heeft weten te verkopen aan Amerika en aan de wereld : “Er zijn meer dan 900 (negenhonderd !) leugens verteld over de bedreiging van het regime van Saddam Hussein voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten”. Er is naar mijn weten nog geen telling gemaakt van het aantal Europese leugens om de deelname aan de oorlog in Irak of Afghanistan of om het opstellen van de antiterreurlijsten te verantwoorden. Maar als het ooit gebeurt zal de lijst zonder twijfel even indrukwekkend zijn als de Amerikaanse. Een van die leugens is dat de antiterreurlijsten een maatregel zijn vanwege de Europese regeringen om “hun burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen zoals in New York, Madrid of Londen”.
In werkelijkheid is de Europese anti-terreurlijst een systematisch wapen in de Europese internationale politiek, die zich in de loop van de jaren bijna volkomen is gaan identificeren met die van Amerika en Israël. Dit komt het meest sprekend naar voor in de plaatsing op de Europese terreurlijst van 2003 van àlle Palestijnse bevrijdingsorganisaties, die zich op de Amerikaanse terreurlijst bevonden in 1995. Op binnenlands vlak is de anti-terreurwetgeving een middel geworden voor de Europese regeringen om de solidariteit met het verzet in de Derde wereld land af te snijden en om radikaal en politiek verzet in eigen land te voorzien van het label “terroristisch” en zo wettelijk te doen vervolgen.
De beslissing over de plaatsing op de terreurlijst is in handen van de veiligheidsdiensten.
De beslissingen op Europees vlak over de ‘samenwerking op politioneel en strafrechterlijk gebied’, waaruit de kaderbesluiten en de terreurlijst voortkomen, behoren tot de serie Europese wetten die vallen onder wat genoemd wordt ‘de derde peiler’, dit wil zeggen wetten en besluiten die geen goedkeuring nodig hebben van het Europees parlement. Een unanieme beslissing van de Raad (van ministers) volstaat. En ook het Europees Hof heeft op die terreinen slechts een beperkte bevoegdheid. Een kaderbesluit houdt daarentegen wel de verplichting in voor alle lidstaten om dit besluit om te zetten in nationale wetgevingen, die door de nationale parlementen moeten worden bekrachtigd. Maar deze laatsten weten in de meeste gevallen van niets en geven hun vertrouwen aan de Europese lijst. Onze vertegewoordigers van het volk willen er vooral niet van verdacht worden dat ze een of andere terreurorganisatie zouden willen beschermen of verdedigen. Doe de test en vraag eens aan een parlementair of hij weet hoeveel organisaties hij met zijn stem op de terroristenlijst gestemd heeft, wie ze zijn of waarom ze erop staan en wat de dramatische gevolgen zijn voor de organisaties in kwestie… Nemen we een typerend voorbeeld van wat dan een democratisch “debat” over de terreurlijst is in een Europees parlement. Na een parlementaire interpellatie in de Nederlandse Kamer van Volksvertegenwoordigers in december 2002 waarom de politieke beweging Hamas nog niet op de lijst van terreurorganisaties stond, antwoordde de Nederlandse bevoegde minister : “Sinds 27 december 2001 staat de Izz-al-Din al Qassem brigade (de militaire tak van Hamas) op de EU-lijst van terroristische organisaties waartegen financiële sancties moeten worden genomen (onder andere bevriezing tegoeden). In EU-kader wordt momenteel nog overlegd over de kwestie van plaatsing van Hamas op deze lijst, maar er is geen sprake van de vereiste unanimiteit binnen de EU. In deze discussie spelen argumenten van fungibiliteit van donaties en van onderscheid tussen sociale en gewelddadige activiteiten van dezelfde organisatie een rol. Overigens kunnen, gezien het vertrouwelijke karakter, langs deze weg geen nadere mededelingen worden gedaan over deze beraadslagingen”.
Met dit soort informatie die niets zegt moeten de afgevaardigden van het volk het doen. En met de laatste zin van de minister was het “debat” afgelopen.
Het plaatsen op de lijst gebeurt door de ministers van de lidstaten op basis van “de informatie van de nationale veiligheidsdiensten”. Die bereiden een voorstel tot plaatsing voor in een ‘working party’, een werkgroep bestaande uit inlichtingendiensten van de lidstaten, vaak op basis van “geheime informatie”. Deze werkgroep, zo meldt de Euobserver (28/10/2008), werkt “zonder enige politieke of juridische controle en het zijn zijn beslissingen die daarna door de ministers gewoon de stempel krijgen van “gemeenschappelijke posities" van Europa”. Om de zes maand doet de werkgroep een update van de lijst.
De beslissing over de plaatsing op basis van de alliantie met de VS en Israël.
Ter verdediging van de samenstelling van de EU terreurlijst wordt soms aangevoerd dat de Europese landen internationaal gebonden en verplicht zijn om de organisaties die op de terreurlijst van de Verenigde Naties staan over te nemen.
Wat dit laatste betreft, de lidstaten zijn hier inderdaad toe verplicht, alleen is er één probleem : de Palestijnse organisaties komen niét voor op de VN-lijst van terroristische organisaties. Hun plaatsing op de Europese lijst kan dan ook enkel gezien worden als een politieke keuze van Europa voor de VS en Israël en het afwijzen van andere politieke keuzes. Zo is de vraag aan de Raad van de Europese Unie : waarom kon de Europese Raad niet wat de meer dan 50 landen van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (Islamic Conference Organisation) wel konden toen ze stelden dat “nationale bevrijdingsbewegingen” en “verzet tegen buitenlandse overheersing” van de definitie van terrorisme moeten uitgesloten worden ? Of indien de Raad niet in dat “Islamitische kamp” wil gesitueerd worden : waarom kan een land als Rusland, dat er moeilijk van verdacht kan worden een sympathisant te zijn van de Islamitische zaak, blijven weigeren om Hamas of Hezbollah op een terreurlijst te zetten en waarom kon Europa dat niet ? Waarom weigert Europa de erkenning van Hamas als een nationale bevrijdingsorganisatie, iets wat door politici als Hugo Chavez (Venezuela), Jimmy Carter (VS) of Gerry Adams (Ierland) en vele anderen bepleit wordt. Een van hen, de Turkse premier Erdogan, drukte het op het laatste World Economic Forum in Davos, Zwitserland, zo uit : “President Obama moet zijn definitie van terreur en terroristische organisaties in het Midden Oosten herzien. Op basis van die nieuwe definitie moet er een nieuwe Amerikaanse politiek komen voor het Midden-Oosten."
Iraanse mudjahedin van de lijst en Hezbollah op de lijst ?
Volgende voorbeelden illustreren dat het, behalve de veiligheidsdiensten, de politieke krachtsverhoudingen, de bondgenoten en het lobbywerk zijn die beslissen over een plaats op de Europese terreurlijst.
Op 26 januari 2009 voerde de Raad van de Europese Unie de Iraanse “Organisatie van de Mujahedin van het Volk” (PMOI) af van de lijst van Europese terreurorganisaties. Sinds het ontstaan van de lijst zijn er in totaal 18 individuen en vijf groepen afgevoerd, maar het was de eerste keer sinds het bestaan van de lijst dat de Raad besliste om een organisatie af te voeren op basis van een gerechtelijke uitspraak. De Europese ministers van buitenlandse zaken behandelden de zaak als een” A punt”, dit wil zeggen als een punt op de agenda waar niet over gediscuteerd wordt. Het label ‘terroristische organisatie’ vervalt dus voor de PMOI en de organisatie mag bijvoorbeeld vanaf nu fondsen inzamelen in Europa en heeft toegang tot alle instellingen. De dag erop gaf het Europese comitee "In Search of Justice" (ISJ), dat zo’n 2000 parlementairen van de 27 lidstaten groepeert, een persconferentie in Brussel waarop ze stelden dat de overwinning voor de PMOI bekomen werd na “een zeven jaar durende gerechtelijke en politieke strijd, met 50 massabetogingen, 800 sit-ins en 21 getuigenissen van eminente Europese juristen.” Wie zal ontkennen dat het de Westerse en Israëlische politiek tegen Iran is die van wat vroeger een ‘terreurorganisatie’ was, plots een bondgenoot maakt, alle informatie van alle veiligheidsdiensten ten spijt ?
Een politieke beweging in tegengestelde richting, namelijk om een organisatie op de terreurlijst te toe te voegen, is aan de gang tegen Hezbollah sinds de laatste helft van 2008. Het toont goed hoe de criminalisering van het verzet door Europa in zijn werk gaat, hoe ze over alle partijgrenzen heen loopt en van welke politieke drukkingsgroepen ze uitgaat.
Op 16 juni 2008 verscheen er een “Geschreven Verklaring” (‘Written Declaration”) vanwege Alexander Alvaro van de Duitse liberale FDP, Paulo Casaca van de Portugese Socialistische Partij en medevoorzitter van de “Friends of a Free Iran”, Jana Hybášková, voorzitster van de Tsjechische Christen-democraten en voorzitster van de Delegatie van het Europees parlement voor de Relaties met Israël, Józef Pinior van de Poolse Sociaal-democraten en Helga Trüpel van de Duitse Groenen om alle Europese lidstaten aan te manen ook Hezbollah op de Europese terreurlijst te plaatsen. Deze verklaring kreeg intussen de steun van 79 europarlementsleden.
Hun argumentatie hiervoor bestaat uit één konkrete beschuldiging. Hezbollah zou tijdens de eerste helft van de jaren 80, dit wil zeggen nu zowat 25 jaar geleden, verantwoordelijk zijn voor vier aanslagen : “3 tegen Fransen in Libanon en Frankrijk en 1 op een restaurant op Madrid”. De argumentatie bevat verder onder meer volgende stellingen : “(B) gezien het feit dat Hezbollah een directe bedreiging voor de veiligheid van de EU…(F). gezien het feit dat zes landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Nederland, Hezbollah al op de lijst van terroristische organisaties hebben geplaatst en dat andere landen, zoals Duitsland en Frankrijk al gerechtelijke actie ondernomen tegen Hebollah, (G). gezien Hezbollah een dreiging betekent voor de EU soldaten van Unifil, (H). gezien Hezbollah steun geeft en samen werkt met terroristische groepen op de terrorismelijst van de EU, zoals Hamas…”
Met andere woorden, behalve beweringen waarvoor geen enkel bewijs wordt aangevoerd, is voor de indieners het feit dat men in één land op een terreurlijst staat voldoende om ook in andere landen op de lijst te komen. Het feit dat Hamas op de lijst staat wordt een argument om iedereen die er contact mee heeft of er mee samenwerkt ook op de lijst te plaatsen. Een principe dat zoals we verder zullen zien ook zal worden toegepast op alle humanitaire organisaties. De voorbeelden in de argumentatie over het Verenigd Koninkrijk (VK) en Nederland zijn overigens fout, omdat het VK alleen de militaire en uitvoerende arm en niet de politieke beweging op zijn lijst heeft staan. En ze zijn tegelijk sprekend omdat zowel het VK als Nederland de beste bondgenoten zijn van de VS in Europa : in tegenstelling tot vele andere Europese landen namen beide landen deel aan de Amerikaanse oorlog tegen Irak.
Deze “Geschreven Verklaringen” zijn regelrechte oproepen tot criminalisering en zijn niet zo onschuldig als ze op het eerste zicht lijken. Ze creëren een politiek klimaat dat een plaatsing op de lijst moet mogelijk maken en hebben nu al het effect om nationale parlementen te pushen om een organisatie die niet op de terreurlijst staat al wel als dusdanig te behandelen en normale politieke contacten met haar onmogelijk te maken. Een voorbeeld kregen we daarvan in Brussel op 15 december 2008, twee weken voor de inval in Gaza. Toen organiseerde de Internationale Unie van Parlementairen voor Palestina (IUPFP) een geslaagde conferentie over “Gaza, de grootste gevangenis ter wereld”, in de conferentiezaal van het Belgische parlement. Hassan Khreiseh, vice-voorzitter van het Palestijnse Parlement, Hussein Al Haj Hassan, Libanees Hezbollah volksvertegenwoordiger, Abdullah Kassir, secretaris van de IUPFP en hoofd van het televisiestation Al Manar namen er, samen met Greta Berlin van de Free Gaza Movement, het woord voor 120 deelnemers, waaronder enkele zeldzame moedige parlementairen. De dag erop schreeuwde de Belgische pers : “Schandaal !” Nee, niet over het drama van Gaza, maar over de aanwezigheid van Hezbollah in het parlement! In de grootste Belgische krant, Het Laatste Nieuws van 16 december 2008, schreef hoofdredacteur Luk Vander Kelen zijn editoriaal onder de titel : “Terroristen in het Parlement”. Zoals gezegd staat Hezbollah niet op de Europese lijst van terroristische organisaties staat, maar dat is voor een hoofdredacteur van de grootste Belgische krant geen belemmering om te schrijven over “de vrienden van de terreur” of nog : “Op zichzelf is er niets mis (sic) met een conferentie over Palestijnse gevangenen…De deelname van prominente Hezbollah-leden is wel een probleem. Deze organisatie strijdt voor de vernietiging van een bevriend en door de internationale gemeenschap erkend land en wordt rechtstreeks gefinancierd door de Iraanse dictatuur die hetzelfde programma heeft. Dat vertegenwoordigers van de terreur optreden in het hart van de democratie, met medewerking van een democratische partij, is schokkend…”
De krant De Standaard van 16 december ging in dezelfde zin. De krant wijdde een paginagroot artikel aan hetzelfde thema (dit wil zeggen aan Hezbollah en niet aan de situatie in Gaza) en meldde hoe de parlementaire fracties van “CD&V, Open VLD en SP.a zich van de aanwezigheid van Hezbollah in het Belgisch parlement distancieerden”. De krant citeerde de parlementsvoorzitter en huidig Belgisch eerste minster Herman Van Rompuy die zei : “Elke aanvraag voor een conferentie vanwege Lahsaini (de ecolo-volksvertegenwoordiger die de conferentie in het parlement mogelijk maakte, nvdr) of met een Palestijns logo (!!!) zal voortaan met argusogen bekeken worden”. De conferentie van 15 december en de reacties erop geven een goed beeld van de geestesgesteldheid van de politieke en mediawereld 14 dagen voor het eindoffensief tegen Gaza begon.
Dick Marty : “Op de lijst = doodvonnis”.
Over de samenstelling van de Europese terreurlijst stelde Europees rapporteur Dick Marty in zijn rapport aan de Raad van Europa (“Provisional draft report on UN Security Council and European Union blacklists” november 2007), dat “zowel op VN- als op EU-niveau, niet wordt voldaan aan de minimale procedures om rechtelijke waarborgen te garanderen”…De lijsten vormen een inbreuk op de elementaire principes van de rechtsstaat en de mensenrechten”. Voor de betrokkenen is er immers “geen kennisgeving en adequate informering voorzien over de aanklacht en de beslissing daartoe; geen recht op hoor- en wederhoor om zo op adequate wijze te ageren tegen de aanklacht(en); geen mogelijkheid dat het besluit dat iemand in zijn rechten raakt, binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk, zelfstandig orgaan dat het besluit kan wijzigen of vernietigen, kan worden beoordeeld; geen mogelijkheid tot schadevergoeding, indien de rechten van een persoon of organisatie zijn geschonden”. “Een vage verdenking is genoeg om op de lijst te komen, en op de lijst staan staat gelijk aan een doodvonnis”, zo stelde Marty nog.
Het plaatsen van Hamas op de lijst stond inderdaad letterlijk gelijk met het tekenen van een doodvonnis. Zonder de behandeling van Hamas door de VS en Europa als “een terroristische organisatie” gedurende de afgelopen tien jaar, in plaats van als een legitieme partij voor nationale bevrijding die twee jaar geleden aan het hoofd kwam van een democratisch verkozen regering, hadden de gebeurtenissen nooit de wending kunnen nemen die ze in de oorlog van december 2008 en januari 2009 in Gaza hebben genomen. Het Westen had in een proces dat al tien jaar loopt Hamas en Gaza inderdaad ter dood veroordeeld, Israël hoefde alleen alleen nog maar de executie uit te voeren.
De Europese antiterreurwet en de solidariteit.
De toenemende afstomping van de Westerse publieke opinie.
“De strijd tegen het terrorisme” is een politieke en ideologische wurggreep geworden die de Westerse publieke opinie, politici en media gevangen houdt. Hij zorgt ervoor dat er zich in onze landen een toenemende afstomping en gevoelloosheid ontwikkelt. Het is een gevoelloosheid die zich ontwikkelt tegenover het onnoemelijk menselijk leed dat die oorlogen met zich meebrengen, maar bij uitbreiding een afstomping en een gevoelloosheid die zich installeert in het geheel van de samenleving. Wie zich bijvoorbeeld terecht zorgen maakt over het soort maatschappij waarin onze kinderen in het Westen opgroeien, of over de algemene verrechtsing van onze maatschappijen kan de oorlog tegen de terreur en zijn gevolgen niet terzijde schuiven.
Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz schreef : “De duizenden gewelddadige doden hebben de meeste Westerlingen gevoelloos gemaakt voor wat er gebeurt: een bomaanslag die 25 mensen doodt heeft nog nauwelijks nieuwswaarde.” Maar zelfs toen de Israëlische horror in Gaza elke dag in het nieuws was, had dit niet het effect om ons massaal op straat te brengen : binnen het wereldwijd protest werd de eer van het Westen enkel gered door de massale betogingen van de gemeenschappen van migrantenorigine. In de Amerikaanse krant The Nation van 2 februari 2009 schreef John Tirman van het Center for International Studies van het Massachussetts Institute of Technology over de oorlog tegen Irak:
“…We naderen de zesde verjaardag van het begin van de oorlog… de balans tot op vandaag is : tussen de 800.000 en 1.3 miljoen "excess deaths" (doden tengevolge van het oorlogsgeweld)… tussen de 1 à 2 miljoen oorlogsweduwen en 5 miljoen wezen…4,5 miljoen mensen op de vlucht…”
Na dit bericht heb ik geen enkele Westerse politicus ontslag weten nemen, of misschien heb ik de krant gemist die op 3 februari een speciale rouweditie voor de slachtoffers heeft uitgebracht. Laten we eerlijk zijn, de lijken, de cijfers.. het beroert ons niet meer, het lijkt erop of we het allemaal al duizend keer gehoord hebben.
Geen genade voor terroristen.
De strategie om elk verzet onder één noemer van”religieus islamitisch fanatisme en terrorisme” te plaatsen heeft zijn doel niet gemist, niet in de landen waar de bommen gedropt worden, maar ook niet bij de Westerse publieke opinie.
Media en politiek hebben ons geleerd dat wij in oorlog zijn, niet met erkende regeringen of bewegingen die een bevrijdingsstrijd leveren, maar met barbaarse terroristen, gedeshumaniseerde wezens, waarmee niet gepraat of onderhandeld wordt, die niet op mededogen of solidariteit moeten rekenen en die niet onder de bescherming van de internationale wetten hoeven te vallen.
Na de tweede wereldoorlog wilde de wereld de nazi-gruwelen nooit meer terug zien komen. Mede onder druk van de Soviet-Unie en een wereldwijd anti-oorlogssentiment werden de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens, de Conventies van Genève en andere internationale akkoorden aangenomen. Maar tijdens de oorlogen die Westerse landen voerden tegen de onafhankelijkheid van hun kolonies kwamen heel wat Nazi praktijken terug in gebruik en ook in de thuislanden zelf bleven de gevolgen niet uit. In koloniaal Frankrijk bijvoorbeeld werden de 400.000 Algerijnse migranten het slachtoffer van regelrechte moordende progroms, in naam van de strijd tegen het Algerijnse FLN. Weinige Fransen wilden of durfden toen hiertegen protesteren. De strijd tegen ‘de Algerijnse terroristen’ zorgde ook voor een regelrechte breuk met een progressieve evolutie die daar in de maatschappij sinds 1945 aan de gang was, ondermeer op strafrechterlijk gebied. Denis Salas schreef hierover : “ In het koloniale moederland moesten de rechtbanken voor gemeen recht de auteurs van de ‘terroristische’ opruiing veroordelen. In Algerië werden doodstraf en willekeurige internering verheven tot middelen van de gewone repressie. De strijd tegen het terrorisme en de opsluiting van Algerijnen in de jaren 60 veroorzaakte een verharding van de penitentiaire regels. ‘Veiligheid’ werd meer en meer de absolute prioriteit op een moment dat de Noord-Afrikaanse gedetineerden een derde van de gevangenisbevolking uitmaakten.. De breuk met een progressief beleid was totaal”. (La volonté de punir, essai sur le populisme pénal, pg 37, Hachette Littératures 2005).
Naar het einde van de dekolonisering hadden brede lagen van de Europese publieke opinie zich willens nillens verzoend met het idee dat strijd voor overleven en vrijheid door volkeren en nationale bevrijdingsbewegingen tegen het kolonialisme en imperialisme legitiem was en dat de folterpraktijken in Algerije, de massaexecuties of de Agent Orange bommen in Vietnam en andere Westerse gruwel niet toelaatbaar waren. Een deel van de Westerse publieke opinie, op de eerste plaats de jongeren, koos zelfs radikaal en openlijk de kant van het verzet : Mei 68, de sympathie voor Che Guevara en Cuba, de vreugde midden van de jaren 70 voor de Vietnamese overwinning op Amerika of voor de intrede van Yasser Arafat in de UNO, … het waren er allemaal uitingen van.
De huidige oorlog tegen het terrorisme heeft de klok radikaal teruggedraaid en ons terug naar “af” gebracht : de oude koloniale oorlog, waarbij “de wilden”, de “onbeschaafden”, “de communisten” van toen nu “Islamitische terroristen” worden genoemd, is terug, en, net als toen, zijn alle middelen goed. De namen van Guantanamo, Baghram, Abu Ghraib, Gaza zijn al onderdeel van ons collectief onderbewustzijn; de progressieve evoluties in de maatschappij, waaronder die op strafrechterlijk vlak sinds de jaren 60, zijn afgebroken en de gevolgen zijn zichtbaar in alle Europese landen.
Het verschil met vroeger is dat de oorlog en zijn gevolgen niet langer gebonden zijn aan het kolonialisme van één land, maar gelden voor een heel continent. Wat de Algerijnse gastarbeiders waren in het koloniale Frankrijk, is vandaag de migrantengemeenschap uit het hele Midden-Oosten en Azië, verspreid over alle landen van Europa. En net als in het koloniale Frankrijk van toen is het protest in Europa tegen de toenemende criminalisering waarvan ze het slachtoffer zijn erg zwak. Een ander verschil is dat ‘terrorisme’ vandaag gelijkgesteld wordt met “Islamitisch fundamentalisme” en “Al-Qaeda” en dat de breuk met de Westerse blanke progressieve publieke opinie daardoor compleet is. Vroeger stond ‘terreur’ gelijk aan “communistisch”, hetgeen in Europa de identificatie met en de steun voor het verzet in de Derde Wereld objectief vergemakkelijkte, wegens het bestaan van de Sovjet-Unie en de communistische en socialistische massapartijen.
Terug naar de essentie van de Palestijnse bevrijdingsstrijd.
Een terugkeer naar de solidariteit en het stoppen van de desastreuze binnenlandse effecten op de Europese maatschappijen vergt een terugkeer naar de essentie van het Palestijns conflict en naar de positie van steun aan de nationale bevrijdingsstrijd van het Palestijnse volk. Wat Algerije was voor Frankrijk, of Congo voor België, of Kenia en Ierland voor Groot-Brittanië is Palestina vandaag voor het continent Europa. Links en progressief Europa moet terug naar de periode van voor de “oorlog tegen de terreur”, van voor de alleenheerschappij van de VS als enige supermacht, en terug naar de positie van de Derde Wereldlanden en de UNO uit de periode tevoren.
Het was de eerste Afro-Aziatische Conferentie van ongebonden landen in Bandung (Indonesië) in april 1955 die de aanzet gaf voor de wereldwijde veroordeling van Israël en voor steun aan de Palestijnse bevrijdingsstrijd. 29 Aziatische en Afrikaanse landen, waarvan er velen pas onafhankelijk waren, onder de leiding van Nasser (Egypte), Chou en Lai (China), Ho Chi minh (Vietnam), Soukarno (Indonesië), Nehru (India) namen deel aan de conferentie dia als doel had de economische en culturele samenwerking tussen hun landen te bevorderen en het kolonialisme en het imperialisme te bevechten. Israël was uitgesloten van deelname aan de conferentie en Gamal Abdel Nasser veroordeelde er “de UNO en het Westen voor hun medeplichtigheid de verdrijving van het Palestijnse volk uit Palestina”. De Afro-Aziatische Conferentie van de Volkeren in Cairo en in Accra in 1958 and 1960 veroordeelden Israël als een “neo-kolonialistische staat”. Israel werd aangewezen als “de speerpunt van het kolonialisme” op de conferenties van het Casablanca Bloc in 1961. Op 20 november 1963 vaardigde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties “the International Declaration on the Elimination of Racism and Racial Discrimination” uit. Op de Tricontinentale conferentie van Havanna in januari 1966, op initiatief van Mehdi Ben Barka, Che Guevara en Fidel Castro, waaraan 82 delegaties uit Azie, Afrika en Latijns-Amerika deelnamen, spraken de afgevaardigden zich in een motie uit voor “totale steun aan de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en aan strijd om zijn vaderland te bevrijden”, “de zionistische staat Israël werd veroordeeld als zijnde een basis van het imperialisme, een instrument voor agressie en voor economische, politieke en culturele pentratie van het imperialisme in de drie continenten.” De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid in 1973 en 1975 stemden de resoluties die het zionisme veroordeelden als een vorm van “kolonialisme en racisme”. Op 13 november 1974, hield de “terrorist” Yasser Arafat een toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties waarin hij het zionisme veroordeelde als een “racistische, imperialistische en kolonialistische ideologie.” Arafat kaderde in zijn toespraak de Palestijnse zaak binnen de nationale bevrijdingsstrijd van de andere volkeren in de wereld en verdedigde er het beginsel van één democratische Palestijnse staat waar christenen, joden en moslims samenleven. Op 22 november 1974 werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisaties de eerste organisatie die werd toegelaten met het statuut van waarnemer op de algemene vergadering van de VN.
Van een internationaal erkende bevrijdingsstrijd in de jaren 70 naar een internationale strijd tegen de terreur vandaag : we zijn mijlenver weggedreven van de principiële posities en de solidariteit van toen. Anno 2009 eist men aan Hamas om (1) het bestaansrecht van Israël te erkennen (2) af te zien van de gewapende strijd (3) de Osloakkoorden te onderschrijven ! Hamas verdedigt vandaag niet veel anders dan de positie van Arafat voor de UNO in 1974. Men zou aan de internationale gemeenschap moeten vragen om opnieuw de posities die ze innam in de jaren 70 te onderschrijven.
Het ijveren voor een terugkeer naar een principieel politiek programma en naar een erkenning van het Palestijnse verzet, dit wil zeggen hun de-criminalisering en hun de-listing van de Europese terreurlijst, is vandaag een eerste taak voor iedereen die zich progressief noemt. Het kan een eerste stap zijn naar een Europees front tussen de migrantengemeenschappen en andere progressieve krachten in Europa samen met de krachten voor nationale bevrijding in Palestina, hetgeen op termijn onvermijdelijk een finaal einde zal maken aan de kolonisering van Palestina en de oorlog, zoals in de jaren 60-70 gebeurde met de Vietnamoorlog en in de jaren 80-90 met het Apartheidsbewind.
Hoe Hamas op de EU terreurlijst belandde…
1995 : Het Palestijnse verzet op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties…
Hamas komt historisch voort uit de Moslimbroederschap in Palestina. Deze laatsten vormden op 14 december 1987, één week na de start van de eerste Intifada, een nieuwe organisatie, Hamas, waarvan de specifieke doelstelling was om te strijden tegen de Israëlische bezetting. Vandaar ook de naam Hamas, wat staat voor de afkorting van ‘harakat al-muqâwama al-'islâmiya’ of ‘Islamitische Weerstandsbeweging’.
Na de eerste Intifada moesten de vredesakkoorden van Oslo tussen Israël en de Palestijnen, binnen de nieuwe Pax Americana, een pacificatie van de regio forceren. Deze akkoorden, “Land voor vrede” genaamd, werden in Washington getekend op 13 september 1993. De akkoorden bevatten een politieke belofte : in ruil voor de erkenning van Israël en het afzien van de gewapende strijd, zou er vanaf 1994 een periode van vijf jaar ingaan waarin “de capaciteit van de Palestijnen om zichzelf te regeren zou gestest worden”. Alle cruciale kwesties zoals het recht van de vluchtelingen op terugkeer, het statuut van Jerusalem, de controle van de grenzen, de onmanteling van de colonies… zouden maar geregeld worden na die vijf jaar. De akkoorden waren vooral economisch en securitair van aard : zo moesten ze de economische relaties tussen Israel en de Arabische landen normaliseren; zo werd er een Palestijnse Autoriteit gecreëerd die vanaf nu moest instaan voor het handhaven van de orde in het Palestijnse gebied (lees : ervoor zorgen dat het niet meer tot aanvallen kwam tegen Israël).
De resultaten van de verkiezingen voor het Palestijnse parlement in 1996 toonden hoe hoog de verwachtingen gespannen waren : Fatah behaalde de absolute meerderheid (50 verkozenen op een totaal van 88), en Yasser Arafat werd verkozen als president van de Palestijnse Autoriteit met 88,1% van de stemmen.
De hoop zou van korte duur zijn : deze opgelegde Pax Americana bleek voor de Palestijnen alleen maar de verderzetting en de legitimatie van 50 jaar onrecht.
Een maand na het afsluiten van de Osloakkoorden, in oktober 1993, werd een “Alliantie van Palestijnse krachten” gevormd door 10 Palestijnse partijen, die de akkoorden afwezen als een Palestijnse capitulatie en overgave. De belangrijkste krachten in de Alliantie waren Hamas en het FPLP (het (Marxistische) Volksfront voor de Bevrijding van Palestina). In 2000, na 6 jaar wachten op alleen maar meer onrecht, provocaties en nieuwe colonies veegde het Palestijnse volk met een nieuwe Intifada de Osloakkoorden van tafel.
De reactie van Israël en de VS op de afwijzing van de Osloakkoorden was tweeërlei : de opposanten van het Vredesproces werden op een terroristenlijst geplaatst en er moesten nieuwe Palestijnse verkiezingen komen die zouden moeten dienen om een legitimiteit te creëren voor een nieuw Palestijns leiderschap, dat tot meer toegevingen tegenover Israël en meer optreden tegen het radikale verzet bereid was dan met Arafat het geval was geweest.
In januari 1995 vaardigde President Clinton Executive Order 12947 uit (“Prohibiting Transactions with Terrorists Who Threaten to Disrupt the Middle East Peace Process"). Hierin werden Hamas en 11 andere organisaties als “Buitenlandse Terroristische organisaties” aangeduid en werd de inbeslagname van hun tegoeden in de VS mogelijk. Deze “Specially designated Terrorist List” (STD), was dus speciaal gericht op : “personen en organisaties die het vredesproces in het Midden-Oosten wilden belemmeren”. Een zwart op wit politieke beslissing die moest komaf maken met het radikale Palestijnse verzet.
Die officiële VS lijst van 1995 bestond uit volgende organisaties :
“TERRORIST ORGANIZATIONS WHICH THREATEN TO DISRUPT THE MIDDLE EAST PEACE PROCESS
Abu Nidal Organization (ANO)
Democratic Front for the Liberation of Palestine (DFLP)
Hizballah
Islamic Gama'at (IG)
Islamic Resistance Movement (HAMAS)
Jihad
Kach
Kahane Chai
Palestinian Islamic Jihad-Shiqaqi faction (PIJ)
Palestine Liberation Front-Abu Abbas faction (PLF-Abu Abbas)
Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP)
Popular Front for the Liberation of Palestine-General Command
(PFLP-GC)”
Het moet opgemerkt dat Bin Laden en Al-Qaida pas in 1999, vier jaar na Hamas, op een Amerikaanse terroristenlijst verschijnen, nadat ze verantwoordelijk werden gesteld voor de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar Es Salaam in 1998.
De plaats van Hamas op de anti-terreurlijst heeft, zoals vaak gedacht wordt, dus niets vandoen met een organisatie als Al Qaida, noch met aanslagen op het WTC (2001), Madrid (2004) of London (2005). Hamas is immers geen organisatie voor de “global Jihad”, maar een nationale, Palestijnse bevrijdingsorganisatie. Hamas heeft in heel zijn geschiedenis nooit één actie ondernomen buiten het bezet grondgebied van Palestina, en het heeft ook nooit een enkele Westerling, binnen of buiten Palestina, als doelwit genomen.
Onder Amerikaanse impuls nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in 1999 resolutie 1267 aan, met een lijst van terroristische organisaties en personen die verbonden waren met de Taliban en Al-Qaida. Deze resolutie was er vooral op gericht om de Afghaanse Taliban te dwingen Osama bin Laden uit te leveren, nadat Washington er hem van beschuldigde het brein te zijn achter de bomaanslagen tegen zijn ambassades in Afrika. De resolutie verplichtte de landen tot drie dingen : bevriezen van de financiële tegoeden van al de mensen op de lijst; aan de betrokkenen mogen geen wapens worden geleverd en ze mogen het grondgebied van het land niet betreden of verlaten. Het betrof 142 individuen die geassocieerd waren met de Taliban, 253 individuen geassocieerd met Al-Qaida, en 112 eenheden, groepen of ondernemingen die geassocieerd waren met Al-Qaida.
De VS en Israël oefenden druk uit op de Verenigde Naties om ook Hamas op die VN lijst van terroristische organisaties te krijgen en om te komen tot één enkele VN-lijst van terrroristische organisaties in de wereld. Maar de VN weigerden hierop in te gaan.
Europa zou die Amerikaanse en Israëlische weg wél volgen, ook al beschikte men over alle elementen om te weten dat Hamas niets te maken had met de aanslagen van Al Qaida. En wat de Taliban betreft, Europa wist perfect dat Hamas niet stond voor een regime van het Talibantype. Twee voorbeelden. Om te beginnen verklaarde Sheikh Yassin, de politieke en geestelijke leider van Hamas al in 1989 in een interview in de Libanese krant Al-Nahar : “Ik ben voor een democratische meerpartijenstaat, en ik wil dat de partij die de verkiezingen wint, welke die ook weze, ook de macht uitoefent.” Al-Nahar : “Maar wat zou uw positie zijn als de communistische partij de verkiezingen zou winnen ? Sheikh Yassin : “Ik zou de wil van het Palestijnse volk respecteren, ook als de communistische partij zou winnen.” Over het Hamas bewind na de verkiezingen schreef professor Henry Siegman, directeur van het US Middle East Project in New York, en voormalig nationaal directeur van het American Jewish Congress ondermeer : “Niet-praktiserende moslims, Christenen en andere minderheden onder de regering van Hamas hebben meer religieuze vrijheid dan bijvoorbeeld in SaoudieArabië, of onder vele andere Arabische regimes…” (London Review of Books, 29 January 2009).
2001 : het Islamitische Palestijnse verzet op de Europese terreurlijst.
De “Global War on Terror” (GWAT), die de Amerikaanse Bush administratie ontketende na 11 september 2001, bracht alles in een stroomversnelling. Met de GWAT werden in het Westen alle radikale weerstandsbewegingen onder één en dezelfde noemer gebracht : Bin Laden, Hamas, Hezbollah, Taliban, Islamic Jihad…, het was allemaal een en hetzelfde 11- september-terreur-netwerk. 11/9 opende de deur voor de criminalisering van het Palestijnse verzet door Europa. Onmiddellijk na 11/9 kwamen de Palestijnse organisaties die “Jihad” of “Islamitisch” in hun naam droegen op de lijst : de Palestijnse Islamitische Jihad en Hamas-Izz al-Din al-Qassem (de terroristische tak van Hams). Ook al hebben geschiedenis, doelstellingen en objectieven, strategie en tactiek van de enen niets te maken met die van de anderen, net zomin als bijvoorbeeld de Europese christen-democratie in dezelfde zak te stoppen zijn als de christenen van de Ku Klux Klan.
Drie maand na de 11 september aanslagen, op 27 december 2001, nam Europa in zijn ‘Gemeenschappelijk Standpunt van de Europese Raad met betrekking tot specifieke maatregelen inzake de strijd tegen het terrorisme’. Het ging om een intentieverklaring, maatregelen om de financiering van terroristische organisaties af te snijden en een eerste terreurlijst. De organisaties toen waren :
1. Continuity Irish Republican Army (CIRA)
2. Euskadi Ta Askatasuna/Tierra Vasca y Libertad/Basque Fatherland and Liberty (E.T.A.)
(De volgende organisaties maken deel uit van de terroristische groep E.T.A.: K.a.s, Xaki; Ekin, Jarrai-Haika-Segi, Gestoras Pro-amnistía)
3. Grupos de Resistencia Antifascista Primero de Octubre/Antifascist Resistance Groups First of October (G.R.A.P.O)
4. Hamas-Izz al-Din al-Qassem (terroristische tak van de Hamas)
5. Loyalist Volunteer Force (LVF)
6. Orange Volunteers (OV)
7. Palest?nse Islamitische Jihad (PIJ)
8. Real IRA
9. Red Hand Defenders (RHD)
10.Revolutionary Nuclei/Epanastatiki Pirines
11. Revolutionary Popular Struggle/Epanastatikos Laikos Agonas (ELA)
12. Revolutionary Organization 17 November/Dekati Evdomi Noemvri
13. Ulster Defence Association/Ulster Freedom Fighters (UDA/UFF)”
De druk om net als in de VS de gehele Hamas beweging op de terreurlijst te zetten nam van dan af gestaag toe. Tot in de helft van 2003 was er nog enige Europese weerstand. Zo zei de Nederlandse minister van buitenlandse zaken De Hoop Scheffer op 18 maart 2003 nog : “Voor wat betreft Hamas is er een onderscheid te maken tussen de politieke organisatie en de terroristische tak, Hamas-Izz al-Dinal-Qassem. De terroristische tak wordt verantwoordelijk gehouden voor een groot aantal aanslagen in Israël en in de Palestijnse gebieden en staat derhalve sinds 27 december 2001 op de EU-bevriezingslijst. Er zijn op dit moment geen bewijzen dat Hamas de al Qassambrigade financieel ondersteunt. De politieke organisatie speelt een humanitaire rol in de Palestijnse gebieden waar ze o.a. voorziet in de behoefte aan scholing en medische verzorging. Bovendien speelt Hamas de facto een politieke rol in onderhandelingen over een Palestijns staakt-het-vuren. Nederland is daarom tegen plaatsing van de politieke tak van Hamas op de EU-bevriezingslijst.”
2003 : alle Palestijnse verzetsorganisaties op de Europese terreurlijst.
In 2003 startte de Amerikaanse oorlog tegen Irak en was de druk zo groot geworden dat alle sluizen voor de criminalisering werden opengezet. Dat het er niet langer om ging om ons via een antiterreurlijst te beschermen tegen nieuwe “Islamitische terreuraanslagen” à la 11/9, maar om een welgekomen gelegenheid om de weerstand van alle bevrijdingsorganisaties in de wereld uit te schakelen bleek ook uit hetvolgende : vanaf 2003 zullen alle Palestijnse bevrijdingsorganisaties en zal ook al het nog bestaande communistisch verzet in de wereld op de Europese terreurlijst verschijnen, van de Filipijnse KP over de Colombiaanse FARC tot de Turkse DHKP-C… Op 13 september 2003, gebeurde waar Israël en de VS al lang op aandrongen : zowel de militaire als de politieke beweging Hamas kwamen op de Europese lijst van terroristische organisaties onder de naam : “Hamas (met inbegrip van Hamas-Izz al-Din al-Qassem)”. Daarnaast het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (FPLP), het Front voor de bevrijding van Palestina (FLP), het Volksfront voor de bevrijding van Palestina – algemeen commando (FPLP-Commandement général), de Brigade van de Al Aqsa Martelaren (afkomstig uit Fatah). Er verschenen voor het eerst ook humanitaire organisaties op de lijst : de Holy Land foundation, de “Stichting Al Aqsa (alias Stichting Al Aqsa Nederland, alias Al Aqsa Nederland)”. Op 13 september 2003 bestond de Europese lijst uit onderstaande 34 organisaties.
“Lijst van organisaties op de Europese terreurlijst (13 september 2003)
De asterisk voor de naam betekent dat de organisatie slechts onder een deel van de voorziene sancties valt.
1. Organisation Abou Nidal (Conseil révolutionnaire du Fatah, Brigades révolutionnaires arabes, Septembre noir, et Organisation révolutionnaire des musulmans socialistes)
2. Brigade des martyrs Al-Aqsa
3. Al-Takfir et al-Hijra
4. Aum Shinrikyo (AUM, Aum Vérité suprême, Aleph)
5. Babbar Khalsa
6. * Continuity Irish Republican Army (CIRA)
7. * Euskadi Ta Askatasuna/Tierra Vasca y Libertad/Pays basque et liberté (ETA) [les organisations ci-après font partie du groupe terroriste ETA: K.a.s., Xaki, Ekin, Jarrai-Haika-Segi, Gestoras pro-amnistía, Askatasuna, Batasuna (alias Herri Batasuna, alias Euskal Herritarrok)]
8. Gama'a al-Islamiyya (Groupe islamique), (Al-Gama'a al-Islamiyya, IG)
9. * Grupos de Resistencia Antifascista Primero de Octubre/Groupes de résistance antifasciste du 1er octobre (GRAPO)
10. Hamas (y compris Hamas-Izz al-Din al-Qassem)
11. Holy Land Foundation for Relief and Development (Fondation de la Terre sainte pour le secours et le développement)
12. International Sikh Youth Federation (ISYF)
13. Kahane Chai (Kach)
14. Parti des travailleurs du Kurdistan (PKK)
15. Lashkar e Tayyaba (LET)/Pashan-e-Ahle Hadis
16. * Loyalist Volunteer Force (LVF)
17. Mujahedin-e Khalq Organisation (MEK ou MKO) [moins le «Conseil national de la Résistance d'Iran» (NCRI)], (Armée nationale de libération de l'Iran (la branche militante de la MEK), les Mujahidines du peuple d'Iran, la Société musulmane des étudiants iraniens)
18. New People's Army (NPA), Philippines, liée à Sison Jose Maria C. (alias Armando Liwanag, alias Joma, responsible de la NPA)
19. * Orange Volunteers (OV)
20. Front de libération de la Palestine (FLP)
21. Jihad islamique palestinienne
22. Front populaire de libération de la Palestine (FPLP)
23. Front populaire de libération de la Palestine — Commandement général (FPLP-Commandement général)
24. * Real IRA
25. * Red Hand Defenders (RHD)
26. Forces armées révolutionnaires de Colombie (FARC)
27. * Noyaux révolutionnaires/Epanastatiki Pirines
28. * Organisation révolutionnaire du 17 novembre/Dekati Evdomi Noemvri
29. Armée/Front/Parti révolutionnaire populaire de libération (DHKP/C), (Devrimci Sol (Gauche révolutionnaire), Dev Sol)
30. * Lutte populaire révolutionnaire/Epanastatikos Laikos Agonas (ELA)
31. Sentier lumineux (SL) (Sendero Luminoso)
32. Stichting Al Aqsa (alias Stichting Al Aqsa Nederland, alias Al Aqsa Nederland)
33. * Ulster Defence Association/Ulster Freedom Fighters (UDA/UFF)
34. Forces unies d'autodéfense de Colombie (Autodefensas Unidas de Colombia — AUC)”
Velen vragen zich af of er een specifieke Europese argumentatie was om de Palestijnse bewegingen op de lijst te plaatsen. Die was er niet.
De plaatsing op de terreurlijst en zijn gevolgen voor Palestina.
De buitenrechterlijke executies van kaderleden.
Door de plaatsing op een terroristenlijst werden de leiders van Hamas en andere radikale Palestijnse organisaties door het Westen vogelvrij verklaard. Dit was natuurlijk in de praktijk al zo vanwege Israël; het verschil was dat de terroristenlijsten nu voor een internationale officiële legitimiteit zorgden en dat men geen afwijzing meer hoefde te vrezen. Dit hield in dat Israël Hamaskaders ongestraft mocht ombrengen via “buitenrechterlijke executies”, dit is : het ‘doelgericht vermoorden van mogelijke terroristen’ (‘targeted killing of suspected terrorists’, is een soort toepassing op individuen van het Amerikaanse principe van de “pre-emptive strike” tegen Irak. Het vermoorden van het doelwit gebeurt via doelgerichte raketten of bomaanslagen. Ook vergiftiging is hierbij een wapen : in 1997 mislukte een poging van Israël om Hamas leider Khaled Meshaal met een gifinjectie te liquideren, Israël werd toen gedwongen tegengif te leveren).
Volgens het PCHR, het Palestijnse Centrum voor de Mensenrechten, voerden Israëlisch leger en veiligheidsdiensten van september 2000 tot januari 2008 705 dergelijke executies uit. 478 onder de slachtoffers waren effectieve doelwitten (227 burgers en 68 kinderen waren ‘collateral dammage’). Onder de effectieve doelwitten en slachtoffers : Abu Ali Mustafa (1938 – 2001), plaatsvervanger van Georges Habash en algemeen secretaris van het FPLP; Salah Shehade, leider van de militaire vleugel van Hamas (1953- 2002); Ismail Abu Shanab (1950-2003), hoofdonderhandelaar voor Hamas voor een staakt het vuren met Israël; Sheikh Yassin, de geestelijke en politieke leider van Hamas (1936–2004), dokter Abdul-aziz al-Rantisi (1947-2004), de hoogste Hamasverantwoordelijke in Gaza. Toen Sheikh Ahmed Yassin werd vermoord op 22 maart 2004, waren er in de zes maand die zijn dood vooraf gingen reeds 20 kaders van Hamas op een gelijkaardige manier omgebracht. Nog geen maand na zijn dood, op 17 april 2004, werd zijn opvolger Rantissi door Israël vermoord.
De sabotage van de democratische verkiezingen.
In 1996 had Hamas nog verklaard dat het niet zou deelnemen aan verkiezingen, die het als een verderzetting beschouwde van de Osloakkoorden. Maar in 2005 had Hamas toch deelgenomen en al een eerste overwinning geboekt door twee derde van de stemmen te behalen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ook bij de syndicale verkiezingen en bij verkiezingen voor studentenraden had Hamas het uitstekend gedaan. In 2006 besloot Hamas mee te doen aan de verkiezingen voor het Palestijnse parlement. Hamas plaatste zich hiermee feitelijk binnen het kader van de Osloakkoorden. Maar dit veranderde voor Israël en het Westen niets aan de zaak. Zij zouden er financieel en diplomatiek alles op zetten om in 2006 Fatah aan de overwinning te helpen en Hamas zoveel mogelijk te hinderen. In december 2005 bedreigde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden er in een resolutie de Palestijnse Autoriteit mee dat de fondsen zouden verminderen als de ‘terroristische organisatie Hamas mocht deelnemen aan de verkiezingen’. Alle groepen die aan de verkiezingen wilden deelnemen moesten ‘ontwapend worden en Israël’s bestaansrecht erkennen’.
De Palestijnse Autoriteit wees die eis af.
De verkiezingsresultaten voor het Palestijns parlement op 25 januari 2006, met een opkomst van 75%, 10 jaar na de verkiezingsoverwinning van Fatah, sloegen in als een bom : Hamas (lijst Change and Reform) behaalde 74 zetels, Fatah - 43 zetels, FPLP - 3 zetels, Badil - 2 zetels, Onafhankelijk Palestina – 2 zetels, Derde Weg - 2 zetels, onafhankelijken/anderen – 4 zetels.
Hoe was dit verbluffend resultaat te verklaren ?
De verklaring is velerlei. Er was zeker een religieuze factor. Maar er waren vooral twee andere factoren. Enerzijds kwam Hamas naar voor als de verderzetting van de Palestijnse verzetsstrijd die in de jaren 60 was begonnen. Hamas was de partij die de Osloakkoorden verwierp, die niet corrupt was en die de bevolking bijstond met zijn sociaal netwerk van scholen, klinieken en financiële ondersteuning. Anderzijds stond Hamas tegenover een in grote mate gecompromiteerd links, dit, zowel door zijn buiging voor Israel als door interne corruptie.
In een interview op 19 februari 2006 zei de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish over het verkiezingsresultaat : " Indien er morgen vrije verkiezingen worden georganiseerd in de Arabische moslim wereld, dan zouden de islamisten overal de overwinning behalen, zo simpel is dat ! In die wereld leeft een fundamenteel gevoel van onrecht, waarvoor het Westen wordt verantwoordelijk gesteld.. Ik ben verbijsterd over de algemene onwetendheid in het Westen ten opzichte van de politieke Islam. Om een voorbeeld te nemen : salafisten en Hamas zijn zeer verschillend. Hamas is voor alles een nationalistische beweging, gebouwd op een religieuse visie. Maar het Westen verkiest de politieke islam als één blok te zien… De stemming voor Hamas was meer een protest dan wel een uitsluitend religieuze stem.”
De Hamaslijst “Change and Reform” behaalde 74 van de 132 zetels. Onder zijn verkozenen waren er ondermeer 1 christen en 6 vrouwen. Van die verkozenen werden er meer dan 40 door Israel gekidnapped en zonder vorm van proces in Israëlische gevangenissen opgesloten.
De internationale boycot.
De aanwezigheid op de lijst van terroristische organisaties hield in (volgens artikel 3 van het Europees Gemeenschappelijk standpunt) dat de Europese gemeenschap verplicht was erover te waken “dat er geen fondsen …., direct of indirect, ter beschikking mochten komen” van een terroristische groep, in casu Hamas . Het was hierop dat Europa zich steunde om de hulp aan de nieuw verkozen Palestijnse regering op te zeggen en besloot deel te nemen aan een totale economische, financiële, politieke en diplomatieke internationale boycot vanwege de VS en Europa van de door Hamas geleide Palestijnse regering. Javier Solana verantwoordde deze beslissing door te stellen dat « onze wetten eisen dat wij ons ten allen prijze onthouden van de financiering van terroristische activiteiten” (in Al Hayat, 24 april 2006). Onze Belgische minister van ontwikkelingssamenwerking (!) Armand De Decker verantwoordde het in de Kamer als volgt : “De Europese Raad heeft de Palestijnen ook laten weten dat, als ze nog steun van de Europese Unie willen krijgen, de toekomstige regering de staat Israël moet erkennen, de gewapende strijd en het terrorisme moet afzweren en de akkoorden van Oslo en het stappenplan moet respecteren….. Iedereen kent het standpunt van de Belgische regering. Vooreerst zijn we allen medeverantwoordelijk voor de oprichting van de staat Israël in 1948. Het is daarom van fundamenteel belang dat we rekening houden met de beloften die we hebben onderschreven”.(2 februari 2006). Volgens de Belgische minister van Buitenlandse Zaken kwam er op 10 april 2006, op Belgisch aandringen, een gemeenschappelijke Europese houding voor het contact met “de nieuwe Palestijnse instellingen” : “Politieke contacten met de Hamasregering worden uitgesloten…Functionele contacten met de Palestijnse Autoriteit op ambtelijk niveau zijn mogelijk als de contacten beperkt zijn tot het technische of administratieve niveau of noodzakelijk zijn in het kader van een EU-missie….”
Frankrijk, nadat het eerst de lof had gezwaaid naar “de democratische maturiteit van het Palestijnse volk tijdens kalme en goedverlopen verkiezingen” stelde over het verkiezingsresultaat : “Hamas blijft op de lijst van terroristische organisaties die is opgesteld door de Europese Unie. Frankrijk heeft zonder ophouden alle Palestijnse krachten opgeroepen om zich te integreren in het politieke spel, om op een expliciete en publieke manier af te zien van het gebruik van geweld en om het bestaan van de staat Israël te erkennen”.
Het directe gevolg van de internationale boycot was : geen salarissen meer voor de meer dan 100.000 Palestijnse leraars, dokters, functionarissen, veiligheidstroepen… die allen samen zowat 1 miljoen mensen moesten in leven houden.
Op 21 mei 2008 schreef de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter hierover : “De verschrikkelijke behandeling van de Palestijnen door Israël, met steun van de Verenigde Staten, bereikte een hoogtepunt na de verkiezingsoverwinning van Hamas in het Palestijnse parlement in 2006. Alle internationale waarnemers beoordeelden deze verkiezingen als eerlijk en correct. Maar Israël en de VS weigerden de Palestijnen het recht om een eenheidsregering te vormen tussen Hamas en Fatah. Hierop brak een interne strijd los en Hamas controleerde vanaf dan alleen Gaza. 41 van de 43 verkozen Hamas kandidaten die in de Westbank leefden zitten vandaag in de Israëlische gevangenissen, met daarovenop 10 anderen die posities bekleedden in het korte durende coalitiecabinet… De wereld is vandaag (7 maand voor de aanval op Gaza !, LV) getuige van een verschrikkelijke misdaad tegen de menselijkheid tegen de bevolking van Gaza, waar 1,5 miljoen mensen gevangen zitten met geen uitweg via land, lucht of zee...”
De putsch.
Toen de boycot niet het verwachte effect had en een interne opstand tegen Hamas uitbleef, werd er overgeschakeld naar de organisatie van een militaire putsch. Ondermeer het Amerikaanse blad Vanity Fair (april 2008) bracht, met documenten in de hand, het bewijs van de poging tot putsch door de Palestijnse Fatah verantwoordelijke en veiligheidschef in Gaza Mohammad Dahlan. De putsch werd opgezet op aansturen van de Amerikanen, de Israelis en de fractie van de Palestijnse autoriteit die met hen collaboreerde. In juni 2007 greep Hamas in. Het verjoeg de putschisten en vestigde zijn alleenheerschappij in Gaza. Gaza was nu definitief afgesneden van de rest van de wereld.
‘Enemy entity’
Op 19 september 2007 riep het Israëlische cabinet Gaza uit tot “enemy entity”. Gaza werd letterlijk een gevangenis waar 1,5 miljoen Palestijnen een collectieve straf uitzaten en waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Gevraagd om een commentaar hierop, zei Condoleza Rice : “Gaza is a hostile entity to us as well". Gaza werd een getto waarin honger, ondervoede kinderen, hospitalen zonder medicijnen stap voor stap hun intrede deden. In zijn rapport van november 2008 bracht het Internationale Comitee van het Rode Kruis volgend alarmerend rapport over de toestand in deze ‘enemy entity’ : « chronische ondervoeding onder 70% van de 1,5 miljoen mensen in de Gazastrip; 46% van de kinderen lijden aan bloedarmoede, omdat hun ouders niet in staat zijn hen voldoende te voeden; alarmerende toename van groeiachterstand en geestesstoornissen, wijdverspreide doofheid onder de kinderen tengevolge van sonic booms van het laag overvliegen van Gaza…. ». Humanitaire organisaties deden wat ze konden en trokken aan de alarmbel met persberichten, conferenties en videobeelden.
De wereld wist wat er zich in Gaza aan het afspelen was.
Groen licht voor de aanval op Gaza vanwege Europa en de NATO…
Het protest tegen de onmenselijkheid van de blokkade van Gaza veranderde niets aan de situatie in Gaza en het veranderde evenmin iets aan de gepreviligieerde vriendschap met Israël. Integendeel.
Aan de Europese top van Europese ministers van buitenlandse zaken op 2 en 3 december 2008 nam ook de Israëlische minister Tzipi Livni deel. De Europese Unie besloot er “ de relaties met Israël op te waarderen ”, tegen een negatieve stemming van het Europese parlement in. Europa was al de belangrijkste handelspartner van Israël (voor een handelswaarde van meer dan 20 miljard euro), met het besluit tot opwaardering zou werk gemaakt worden van versnelde onderhandelingen op drie gebieden : “verhoogde diplomatieke samenwerking, deelname van Israël aan Europese plannen en agentschappen en mogelijke Israëlische integratie in de Europese eenheidsmarkt”.
Livni sloot in een ruk ook een nieuw akkoord af met de NATO op 2 december 2008.
Het loont de moeite even bij de militaire kwestie stil te staan : in het Westen is iedereen bekend met de “Hamas of Qassam raketten” waarmee Israël wordt geterroriseerd en die worden binnengesmokkeld via ondergrondse tunnels… Maar weinigen weten met welk soort wapentuig het Westen Israël tot de tanden heeft bewapend. De VS op de eerste plaats, maar ook de Europese Unie. Volgens het rapport van de EU over de licenties voor wapenexport gepubliceerd in december 2007 hebben 18 Europese lidstaten alleen al voor het jaar 2007 voor een totaal van 1018 licencies voor wapens voor Israël verstrekt voor een totaal bedrag van 199 409 348 euro.
De EUobserver bestudeerde dit EUrapport en maakte volgende analyse van de cijfers : “Frankrijk, Duitsland en Roemenië zijn de drie grootste wapenuitvoerders naar Israël. Frankrijk voor 126 miljoen euro, Duitsland voor 28 miljoen euro en Roemenië voor 17 miljoen. Bulgarije, Duitsland, Polen, Roemenië en Groot-Brittanië hebben in 2007 voor 12 miljoen euro aan kleine wapens en munitie geexporteerd naar Israël. Voor 23 miljoen euro aan “lichte wapens”, dwz bommen, torpedos en explosieven werden door Tsjechië, Duitsland, Roemenië en Slovenië geleverd. België, Frankrijk en Roemenië leverden voor 18,5 miljoen euro aan militair materiaal bestemd voor de luchtmacht. Electronische uitrusting voor militair gebruik, een vierde en zeer brede categorie van wapens, voor een waarde van 94 miljoen euro werden geleverd door Frankrijk (89 miljoen euro) en Duitsland (5 miljoen euro). De rest van de 200 miljoen euro betreft wapens die niet onder voorgaande categorieën vallen…”
De vraag is wanneer deze Europese tunnel voor wapenleveringen, die helemaal niet ondergronds is, zal worden gesloten....
Maar op 2 december volgt er zoals gezegd een nieuw akkoord.
Het Observatoire de l’Otan meldt hierover : “Het voorkeurspartenariaat tussen Israël en de NATO heeft de Israëlische regering verzekerd van impuniteit. De Israëlische minister Tzipi Livni heeft begin december 2008 de verantwoordelijken van de Nato ontmoet en een akkoord afgesloten dat “de veiligheids en diplomatieke banden tussen Israël en de NATO versterkt en uitbreidt”. Dergelijke akkoorden laten een nauwere samenwerking toe, meer bepaald op het gebied van “de strijd tegen het terrorisme, de uitwisseling van veiligheidsinformatie, het opvoeren van gemeenschappelijke militaire oefeningen en actie tegen de proliferatie van atoomwapens.” Livni zei over dit decemberakkoord : « Dit akkoord is de praktische uitdrukking van de gemeenschappelijke waarden en verantwoordelijkheden die de vrije naties delen om de veiligheid in de wereld te beschermen. Het gaat om een authentieke erkenning van de speciale bijdrage die Israël levert in de internationale strijd tegen het extremisme.” Enkele dagen na haar Europees bezoek verduidelijkte Livni ongewild wat ze verstond onder “gemeenschappelijke waarden, vrije naties” en ander mooie begrippen toen ze op een persconferentie in Israël op 11 december 2008 een onverkapte oproep tot ethnische zuivering lanceerde : “de nationale verzuchtingen van de Palestijnse inwoners van Israël , zij, die wij Arabische Israëliërs noemen, liggen elders, namelijk in een Palestijnse staat… Op die manier zal het Joodse en democratische karakter van de staat Israël veilig gesteld worden” ! “De opwaardering van de relaties met Israël” zowel op economisch als militair vlak in december 2008, op een ogenblik dat Gaza zo goed als stierf voor de ogen van de wereld en drie weken voor het Israëlisch offensief tegen Gaza begon, kan niet anders dan geïnterpreteerd worden als een groen licht vanwege de EU en de NATO, om niet te zeggen als een aanzetten tot of het aanmoedigen van Israël, voor zijn aanval op Gaza.
Totale oorlog.
Op 19 juni 2008 was het tot een staakt het vuren gekomen tussen de Palestijnen en Israel om de blokkade van Gaza te verlichten. Dit bestand, dat door Hamas scrupuleus werd nageleefd (niet één Israëli kwam om tijdens het bestand), veranderde opnieuw niets aan de zaak : de wurging van Gaza ging onverminderd door. De levensomstandigheden van de bevolking waren er in de zes maand van het bestand alleen maar op achteruit gegaan, en een politieke oplossing leek verder af dan ooit. Het bestand was geen stap naar serieuze politieke onderhandelingen; het objectief bleef dat de bevolking van Gaza zich tegen zijn leiders zou keren. Het is het Israelisch leger dat met een moorddadige raid in Gaza op 4/5 november 2008 zes Hamas leden ombracht en zo een einde maakte aan het bestand. Hamas had nu de keuze : het proces van de zachte, maar zekere dood van Gaza ondergaan of een nieuw bestand weigeren en weten dat een militaire confrontatie zou volgen. Hamas koos voor het laatste. Eind december 2008 volgde de totale oorlog om te realiseren waar het allemaal om begonnen was en waarin men maar niet lukte : de uitschakeling van Hamas.
Met Amerikaanse F-16 oorlogsvliegtuigen, Apache helicopters, witte fosforbommen, DIME bommen, oorlogsschepen en militaire uitrusting gemaakt in Europa vernietigde het Israëlische leger de huizen, de universiteit, scholen, ziekenhuizen, VN gebouwen, politiebureaus, landbouwgebied, bruggen en tunnels nodig om aan voedsel te geraken uit Egypte. Het medische blad The Lancet (2 februari 2009) schrijft : “Tijdens de periode van 27 december 2008 tot het staakt het vuren op 18 januari 2009, zijn naar schatting anderhalf miljoen ton bommen en explosieven gegooid op de Gaza strip”. Dat wil zeggen voor een gebied van 360 km² groot, ongeveer 5 kg per m². De voorlopige balans aan Palestijnse kant luidt : meer dan 1300 doden, waaronder 410 kinderen; meer dan 6000 gewonden, 840000 kinderen in “extreme stress”, 100000 inwoners van Gaza dakloos. Het Palestijnse Centrum voor mensenrechten (PCHR) meldt voor dezelfde periode : “De Israëlische bezettingsmacht heeft ambulances, voertuigen van de civiele bescherming en hulpdiensten als doelwit genomen, ze hebben 2400 huizen met de grond gelijk gemaakt; 28 publieke instellingen, waaronder gebouwen van ministeries, gemeentehuizen, regionale raden, de wetgevende raad en vissershavens volkomen vernietigd; daarnaast : 21 trouwzalen, hotels en toeristische voorzieningen, 30 moskees volledig en 15 andere gedeeltelijk, 10 kantoren van caritatieve organiaties, 121 industriële en handels zaken volkomen en 200 gedeeltelijk, 5 fabrieken voor het maken van beton en een fabriek voor het maken van fruitsap, 5 medische centra en 2 medische voorzieningen, 29 scholen geheel of gedeeltelijk, 60 politieposten en commissariaten..” Het Palestijnse ministerie van landbouw meldde dat de Israëlische bezettingstroepen “ 60% van de landbouwgrond hebben vernietigd”. De Uno liet weten dat diezelfde troepen “600.000 ton puin achterlieten”.
Honderden Palestijnen die verdacht werden van Hamas lidmaatschap zijn tijdens de Gaza oorlog door het Israëlische leger meegevoerd als “illegal combattants”, de Guantanamo benaming voor terrorisme verdachten : zonder recht op inbeschuldigingstelling of proces, zonder recht op het statuut van krijgsgevangene. De nieuwe groep gevangenen voegt zich bij de reeds 10.000 Palestijnse gevangenen in Israël.
De anti-terreurwetgeving en het afsnijden van de humanitaire hulp vanuit het Westen.
In solidariteitsmiddens voor de Palestijnse zaak wordt soms gehoord dat men zich niet politiek wil uitspreken over Hamas, maar dat men alleen humanitair wil tussenkomen en de nood van de burgerbevolking in Gaza wil verlichten. Dit is verdedigbaar vanuit humanitair standpunt, alleen moet men zich realiseren dat de Westerse anti-terrorismepolitiek tegen Hamas ook het humanitair werk voor Palestina in onze landen als een criminele activiteit ging vervolgen.
De plaats van Hamas op de lijst van terroristische organisaties betekende dat het sinds 1995 in Amerika illegaal werd om nog enige vorm van steun te geven aan welk Palestijns humanitair project of organisatie dan ook, van zodra die een band hadden met Hamas. Ook al hielden die Palestijnse projecten of humanitaire organisaties zich uitsluitend bezig met de opvang van weeskinderen en stonden ze zelf niet op de terroristische lijst. Er kwam dus niet alleen een internationale blokkering van alle rechtstreekse financiële hulp aan Hamas, ook Westerse Islamitische humanitaire organisaties die Hamas zouden steunen via zijn humanitaire werk werden buiten de wet gesteld wegens “hulp aan een terroristische organisatie”.
De Holy Land Foundation.
De aanval op de humanitaire hulp werd ingezet in de VS. In december 2001 werden de bureaus van Amerika’s grootste Islamitische humanitaire ONG, de “Holy Land Foundation for Relief and Development” (HLF), opgericht in 1987, gesloten en al hun fondsen bevroren. Dit gebeurde zonder proces en zonder opgave van reden. De organisatie hield zich bezig met het zorgen voor voedsel, medische hulp, onderdak voor kinderen en families, ondermeer in het Midden- Oosten. Het volstond dat Bush op een persconferentie de organisatie ervan beticht had ‘een frontorganisatie van Hamas’ te zijn om de activiteit van de organisatie te doen stopzetten. Drie jaar later, in 2004, werd de beschuldiging geformuleerd. De verantwooordelijken van de HLF werden ervan beticht dat ze “Hamas financieel hadden gesteund nadat de VS Hamas had aangeduid als een terroristische organisatie”. Opnieuw drie jaar later, in 2007, ging het proces tegen HLF van start, het grootste proces inzake ‘financiering van het terrorisme’ dat de VS ooit gekend had. Op het proces stelden de aanklagers niét dat de NGO of een van zijn verantwoordelijken schuldig zouden zijn aan gewelddaden, noch door deelname, noch door financiering. Ze stelden tegenover de jury alleen dat “de humanitaire organisatie geld stuurde naar scholen, hosptitalen en programmas voor sociale bijstand die gecontroleerd werden door Hamas, een groep die op de lijst stond van de terroristische organisaties sinds 1995”. Eind november 2008 (een maand voor de inval in Gaza) werd de ONG schuldig bevonden aan het financieren van het “islamitisch terrorisme” door het overmaken van miljoenen dollars aan een “organisatie die in de VS aangeduid werd als een terroristische organisatie”. De vijf verantwoordelijken Ghassan Elashi, Shukri Abu-Baker, Mufid Abdulqader, Abdulrahman Odeh, Mohammed El-Mezain werden schuldig bevonden. Ze werden respectievelijk veroordeeld tot levenslang, levenslang, 55 jaar, 55 jaar, en 15 jaar gevangenisstraf. In een reactie zei Ashcroft "Today, terrorists have lost yet another source of financing and support for their bombs and bloodshed".
De zaak is nu in beroep.
De hallucinante voorbeelden in de VS zijn legio. Zo werd professor Abdelhaleem Ashqar, 48 jaar, van de Howard University, in 2004 samen met twee anderen beticht van “financiering van Hamas”. In afwachting van zijn proces werd hij onderworpen aan 2 jaar huisarrest met een electronische enkelband. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken van de aanklacht. Maar wegens zijn weigering om te getuigen voor een grand jury over de activiteiten van Hamas, werd hij in 2007 uiteindelijk veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf! Ashqar had voor de rechtbank verklaard dat “er van hem niet kon verwacht worden om Israël te helpen in zijn strijd tegen zijn Palestijnse broeders”, en dat hij “weigerde te leven als een verrader of een collaborateur”.
al Aqsa Stichting Nederland.
De beslissing om al-Aqsa Nederland op de Europese terreurlijst te zetten dateert van juni 2003. De in Heerlen gevestigde Stichting Al-Aqsa is een islamitische hulporganisatie met een humanitaire missie, opgericht in 1993. Ze legt zich toe op “het verstrekken van hulp en het verbeteren van de levensomstandigheden van de Palestijnsen die in Nederland leven en ook het verlenen van hulp aan de Palestijnen in de door Israël bezette gebieden. Het werkt daarvoor samen met verschillende organisaties in Israël en in de bezette gebieden aan wie het financiële steun geeft voor humanitaire projecten. Zijn grootste projecten situeren zich op het terrein van de weeskinderen. Al-Aqsa verklaart zichzelf politiek onafhankelijk en verklaarde in het jaar 2001-2002 ongeveer 1 miljoen euro aan giften te hebben ontvangen.
Na hun plaatsing op de terroristenlijst werden alle tegoeden van de vereniging bevroren. Dat gebeurde door de minister van buitenlandse zaken op basis van een rapport van de Nederlandse Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD). Nederland bevroor de tegoeden (267.490,22 euro) van de stichting, omdat de AIVD aanwijzingen zou hebben dat de door Al-Aqsa ingezamelde gelden werden overgemaakt aan organisaties “die het terrorisme in het Midden-Oosten ondersteunen, met name de radicaal-islamitische organisatie Hamas in de Palestijnse Gebieden”.
Al-Aqsa Nederland, net als de Filipijn José Maria Sison, trokken naar de rechtbank. Op 11 juli 2007 oordeelde het Gerecht van Eerste Aanleg, een onderdeel van het Europese Hof van Justitie, dat “bij de beslissingen om Sison en Al-Aqsa op de EU-terreurlijst te zetten fundamentele rechten werden geschonden. Zo is er geen hoor en wederhoor toegepast. Ook hebben zij geen specifieke en concrete motivering gekregen over de reden van hun plaatsingen op de EU-terreurlijst. Het Gerecht verklaarde beide plaatsingsbesluiten nietig verklaard”.
De Europese Unie weigerde hierop in te gaan omdat beide procedurefouten (geen hoor en wederhoor en geen motivering) inmiddels zouden zijn gerepareerd.
Al-Aqsa kreeg ook een proces in Denemarken, waar het werd vrijgesproken. Een proces loopt in Zweden. In Duitsland werd de in Aachen gevestigde al-Aqsa verboden door de minister van binnenlandse zaken Otto Schily, wegens, citaat :” steun aan het geweld en de terreur in het Midden-Oosten en aan de Palestijnse Hamas-terroristen.” Het weze hierbij opgemerkt dat Schily een socialistische minster is, ooit de advokaat van de Baader-Meinhof groep. Over het terrorisme zei hij in 1977 : "de beschuldiging van terrorisme is propaganda en niets anders….De Russische partisanen en het Franse verzet werd door Goebbels terroristen genoemd.. . . . 'Terroristen' zijn vandaag ..de Vietnamezen die tegen de Fransen vechten en later tegen de Amerikaanse overheersing.." Een proces in beroep bekrachtigde de plaatsing van al-Aqsa Duitsland op de lijst. De rechter in Leipzig stelde ,citaat, : “al-Aqsa is een organisatie die de gedachte van de verstandhouding onder de volkeren verstoort”. " (Der Spiegel 3 december 2004).
Al-Aqsa Verviers.
Op dinsdag 29 april 2008 was het de beurt aan België. Het eerste punt in het journaal van de zender RTL bracht volgend sensationeel nieuws : “De moskee van Verviers zou de basis en de draaischijf zijn voor steun aan het terrorisme van Hamas”. Het journaal toonde beelden van de moskee, die een van de grootste is van België en de zender interviewde twee verantwoordelijken die zich moesten verantwoorden over “hun steun aan Hamas”. Deze informatie, zo zei RTL, is gebaseerd op een Amerikaans onderzoek. Dit zogeheten Amerikaans onderzoek kwam van “The Nefa Foundation” (wat staat voor Nine Eleven Finding Answers, www.nefafoundation.org ), een organisatie samengesteld uit antiterreurspecialisten, die “advies verstrekt inzake terrorismebestrijding” aan de overheid, met andere woorden in het aanwijzen van potentiele terroristen na 11 september 2001. De Nefa Foundation had in december 2007 al een rapport uitgebracht over “The influence of the Muslim Brotherhood in the Netherlands”. Op 14 april 2008 bracht Nefa een 24 bladzijden tellend rapport met foto’s van de gebouwen van Islamic Relief en al-Aqsa Verviers, met namen, beroepen en foto’s van de bestuurders van de moskee in Verviers, organogrammen… onder de titel : “The Muslim Brotherhood in Belgium”. Het belangrijkste element in het rapport is de politieke druk. Zo wordt de Belgische regering bekritiseerd omdat zij “de enige Europese regering is die nog niet is opgetreden tegen de lokale afdeling van de organisatie die voor Hamas steun ophaalt.” (pag 2). “Het is niet duidelijk waarom de Belgische regering nooit de sluiting van al-Aqsa België beval, hetgeen wel gebeurde in Duitsland als Nederland. Bronnen binnen de Belgische veiligheidsdiensten zeggen dat het komt omwille van tekorten in de Belgische antiterreurwet, maar er moet ook worden opgemerkt dat het België was, dat samen met Frankrijk en Ierland heeft geargumenteerd tegen het aanduiden van de politieke vleugel van Hamas als een terroristische organisatie. Deze positie zou een licht kunnen werpen op de redenering die achter de Belgische beslissing zit. Zoals dit rapport aantoont is het dankzij al-Aqsa België dat de activiteiten van de al-Aqsa foundation zijn kunnen doorgaan in Europa, na zijn sluiting in Duitsland en Nederland” (pag 21). De NEFA foundation weet in elk geval meer over de posities van de individuele Europese landen dan het parlement of de publieke opinie. De politieke demagogische aantijging is ook duidelijk : België is te verzoeningsgezind in de strijd tegen het terrorisme.
Men zou kunnen stellen dat het maar gaat om een rapport dat niet uitgaat van een officiële instelling. Maar de kritiek op de laksheid of verzoeningsgezindheid van Europa is een kritiek die systematisch in elk officieel jaarrapport van het US department of State terugkomt. Dit jaarrapport evalueert elk jaar op 30 april de terrorismebestrijding in de landen buiten de VS.
Een voorbeeld. In zijn inleiding op het jaarrapport van 2007 (“Country Reports on Terrorism 2007: Europe and Eurasia Overview”) schrijft het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken : “In Europa bleef de terroristische activiteit en de aanwezigheid van netwerken die de terroristen ondersteunen zorgwekkend….De Europese Unie in zijn geheel bleef terughoudend om stappen te ondernemen om de tegoeden te blokkeren van de humanitaire organisaties die verbonden zijn met Hamas of Hezbollah.”
Op de terreurlijst omwille van “niet-erkenning van Israël” en “de aanslagen op burgers” ?
Het Charter van Hamas en het Charter van Likoud.
Het Charter van Hamas waarin het de vernietiging van Israël vooropstelt is een van de obstakels voor de solidariteit met Hamas en hét argument om hen op de lijst te zetten van terreurorganisaties.
Ten eerste kan men stellen dat de weg van erkenning van Israël reeds uitgeprobeerd is, en de Palestijnen niets heeft opgeleverd.
Ten tweede is het niet aan het Westen om te bepalen wat het programma van een bevrijdingsorganisatie moet zijn : kon men aan het ANC vragen dat het de apartheidsstaat van Zuid-Afrika erkende en genoegen moest nemen met Bantoestans, de zogenaamde thuislanden voor de zwarten ? In de apartheidsstaat Zuid-Afrika bestonden er toen tien van deze thuislanden, waavan er vier, Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda, "onafhankelijk" werden verklaard. De zes andere, Gazankulu, Kangwane, Kwandebele, Kwazoeloe, Lebowa en Qwaqwa, kregen "zelfbestuur". Volgens de Zuid-Afrikaanse autoriteiten waren de thuislanden bedoeld “om de zwarte bevolking een grote mate van zelfbeschikking te geven en er ook voor te zorgen dat hun cultuur bewaard bleef”. Geen enkel land ter wereld erkende toen deze bantoestans.
Het Platform van Likoud, of moeten we zeggen het “Charter” van Likoud, maakte zeer recent, in 1999, in zijn hoofdstuk “Vrede en Veiligheid” duidelijk dat het voor de Palestijnen niet meer wil dan een Bantoestan. Over de Joodse kolonies verklaart Likoud : « De Joodse gemeenschappen in Judea, Samaria en Gaza zijn de realisaties van de zionistische waarden. De kolonisatie van het land is de klare uitdrukking van het onbetwistbaar recht van het Joodse volk op het Land van Israël en vormt een belangrijke troef in de verdediging van de vitale belangen van de staat Israël. Likoud zal doorgaan met het versterken en ontwikkelen van die gemeenschappen en zal hun ontworteling beletten.» Over zijn afwijzing van een Palestijnse staat zegt Likoud in hetzelfde hoofdstuk hetvolgende : « De Israëlische regering verwerpt categoriek de oprichting van een Palestijnse Arabische staat ten westen van de Jordaan. De Palestijnen kunnen vrij hun leven leiden in het kader van een autonomie, maar niet als onafhankelijke en souvereine staat. Zo moet bijvoorbeeld hun activiteit op het vlak van buitenlandse zaken, veiligheid, immigratie en ecologie beperkt zijn, en ondergeschikt aan het bestaan, de veiligheid en de nationale noden van Israël.»
Waarom staat Likoud al niet sinds 1999 op de Europese terreurlijst, wegens het niet erkennen van de Palestijnse staat ? Waarom werden de resultaten van de voorbije Israëlische verkiezingen erkend ? Waarom is Israël niet onderworpen aan een internationale boycot wegens het niet erkennen van de Palestijnse staat ??
Over de aanslagen van Hamas.
Europees commisaris van ontwikkeling, de Belg Louis Michel, verklaarde bij zijn bezoek aan Gaza op 26 januari 2009 aan de pers dat elke dialoog tussen de Europese Unie en Hamas uitgesloten is omdat Hamas een « terroristische beweging is » die « onschuldige burgers doodt.” « Men kan niet discuteren met een terroristische beweging die het terrorisme als middel gebruikt. Wij mogen niet accepteren dat de manier waarop Hamas zich gedraagt verward zou worden met verzet. Wanneer men onschuldige burgers doodt, is dat geen verzet, maar terrorisme. ».
Laten we het hier niet hebben over het cynisme van deze Europese verklaring na de Israëlische slachting, afgelegd tussen de Palestijnse doden en het puin van Gaza.
Over ‘het terrorisme van Hamas’ alleen dit.
Na Irak en Afghanistan zijn we in het Westen bijzonder slecht geplaatst om lessen te geven over moraal inzake oorlogsvoering. Het geweld en de methodes van de onderdrukten zijn vaak niet meer dan de spiegel en de graadmeter van de onderdrukking waarvan ze het slachtoffer zijn; de uitdrukking van de vaak absolute uitzichtloosheid en het gebrek aan middelen in hun kamp.
We zijn in het Westen ook slecht geplaatst omdat we de afgelopen 60 jaar zijn vergeten wat bezetting, onderdrukking, honger, wanhoop… betekent, iets wat voor de Palestijnen evenzovele jaren nooit heeft opgehouden. In die situatie zoekt het verzet al naargelang de situatie en al naargelang de povere middelen die hen resten om te strijden : van stenen gooien tot vliegtuigkapingen, van primitieve granaatlanceerders tot het inzetten van kamikazes, zonder daarom van een van die strijdmiddelen een principe te maken.
Abou Ghorbyieh, 95 jaar oud, die nog deelnam aan de Al Qassamrevolte in 1936 en die een van de Palestijnse verzetseenheden leidde in Jeruzalem in 1947-48, wordt beschouwd als de patriarch van het Palestijns verzet. In een interview op al Jazeera over zijn steun aan het verzet in Gaza stelde hij : “Men moet alle vormen van verzet open laten. Men moet aan de strijders de keuze laten volgens de mogelijkheden die voorhanden zijn. Het allerbelangrijkste is de verderzetting van het verzet want het is de enige manier om de vijand te verzwakken. En belangrijker dan het maken van slachtoffers is het aantasten van het moreel van de vijand.”
Misschien kunnen in Europa alleen diegenen die niets meer te verliezen hebben en die er vandaag door media en politiek beticht worden aan “terroristische chantage” en “sociaal terrorisme” te doen, begrijpen waarom het Palestijnse verzet naar extreme middelen grijpt. Zoals de afgedankte arbeiders van Moulinex van de site Cormelles-le-Royal in Frankrijk die in november 2001 een deel van hun fabriek in brand staken, de brandweer beletten te blussen en dreigden de rest van de fabriek op te blazen als ze geen degelijk sociaal plan kregen. Of de arbeiders van Cellatex die in de zomer van 2000 de toegang tot hun bedrijf blokkeerden, gasflessen opstapelden aan de ingang, de vertegenwoordigers van de staat gijzelden en hun dreiging om zwavelzuur in de Maas te laten lopen gedeeltelijk ten uitvoer brachten door 5000 liter in een zijrivier te laten lopen. Of de arbeiders van brouwerij Adelshoffen, dicht bij Straatsburg, die ermee dreigden twee citernes op te blazen, of die van de staalindustrie van Forgeval, in Valenciennes, die dreigden hun bedrijf in brand te steken….
Nu de economische crisis om zich heen slaat bestaat de vrees dat er ook een politieke crisis zal volgen en dat de methodes van de Franse arbeiders Europese navolging zullen krijgen. Na weken van woedende demonstraties was Geir Haarde, de eerste miniser van Ijsland, de eerste Europese leider die tot ontslag gedwongen werd omwille van de economische crisis. Op de jongerenrevolte in Griekenland van eind december 2008 volgden anti-regeringsrevoltes in Bulgarije, Letland en Litauen. In die mate dat het hoofd van het Internationaal Monetair Fonds, Dominique Strauss-Kahn, de vrees uitte dat sociale revoltes ten gevolge van de sociale crisis kunnen uitbreken in vele landen, met inbegrip van “de landen met ontwikkelde economieën”.
Waartoe de anti-terreurwetgeving dient zal pas dan tenvolle duidelijk worden : de criminalisering van personen en organisaties in Europa via de plaatsing op anti-terreurlijsten zal er in de komende periode alleen maar groter op worden. Het is ook in ons eigen belang dat we er vandaag alles aan moeten doen om het Palestijnse verzet, dat al op de terreurlijst staat, van onze solidariteit te voorzien.
Annex.
Het “Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (2002/475/JBZ)”
Artikel 1
Terroristische misdrijven en rechten en fundamentele beginselen
1. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de onder a) tot en met i) bedoelde opzettelijke gedragingen, die door hun aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kunnen schaden en die overeenkomstig het nationale recht als strafbare feiten zijn gekwalificeerd, worden aangemerkt als terroristische misdrijven, indien de dader deze feiten pleegt met het oogmerk om:
- een bevolking ernstig vrees aan te jagen, of
- de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, dan wel
- de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen:
a) aanslag op het leven van een persoon, die de dood ten gevolge kan hebben;
b) ernstige schending van de lichamelijke integriteit van een persoon;
c) ontvoering of gijzeling;
d) het veroorzaken van grootschalige vernieling van staats- of regeringsvoorzieningen, vervoersystemen of infrastructurele voorzieningen, met inbegrip van informaticasystemen, een vast platform op het continentale plat, openbare plaatsen of niet voor het publiek toegankelijke terreinen, waardoor mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht of grote economische schade kan worden aangericht;
e) het kapen van een luchtvaartuig, vaartuig of ander transportmiddel voor het vervoer van groepen van personen of goederen;
f) het vervaardigen, bezit, verwerven, vervoer, leveren of het gebruik van vuurwapens, springstoffen, kernwapens, biologische en chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek en het ontwikkelen van biologische en chemische wapens;
g) het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen of het veroorzaken van brand, overstroming of ontploffing, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;
h) het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of een andere essentiële natuurlijke hulpbron, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;
i) het bedreigen met een van de onder a) tot en met h) bedoelde gedragingen.
2. Dit kaderbesluit kan niet tot gevolg hebben dat de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en van de fundamentele rechtsbeginselen, zoals die zijn neergelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, wordt aangetast.
Artikel 2
Strafbare feiten met betrekking tot een terroristische groep
1. Voor de toepassing van dit kaderbesluit wordt onder terroristische groep verstaan een sinds enige tijd bestaande, gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die in overleg optreden om terroristische misdrijven te plegen. Met "gestructureerde vereniging" wordt gedoeld op een vereniging die niet toevallig tot stand is gekomen met het oog op een onverwijld te plegen strafbaar feit en waarbij niet noodzakelijkerwijs sprake is van formeel afgebakende taken van de leden, noch van continuïteit in de samenstelling of een ontwikkelde structuur.
2. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om de hierna volgende opzettelijke gedragingen strafbaar te stellen:
a) het leiden van een terroristische groep;
b) het deelnemen aan de activiteiten van een terroristische groep, waaronder het verstrekken van gegevens of middelen aan de groep of het in enigerlei vorm financieren van de activiteiten van de groep, wetende dat deze deelneming bijdraagt aan de criminele activiteiten van de groep.
Artikel 3
Strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten
Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de volgende gedragingen als strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten aan te merken:
a) gekwalificeerde diefstal gepleegd met het oogmerk om een van de in artikel 1, lid 1, genoemde gedragingen te verwezenlijken;
b) afpersing met het oogmerk om een van de in artikel 1, lid 1, genoemde gedragingen te verwezenlijken;
c) het valselijk opmaken van administratieve documenten met het oogmerk om een van de in artikel 1, lid 1, onder a) tot en met h), of een van de in artikel 2, lid 2, onder b), genoemde gedragingen te verwezenlijken.
Artikel 4
Uitlokking, medeplichtigheid, poging
1. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat uitlokking van of medeplichtigheid aan een van de in artikel 1, lid 1, en in artikel 2 of 3 bedoelde strafbare feiten strafbaar wordt gesteld.
2. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat poging tot het plegen van een van de in artikel 1, lid 1, en artikel 3 genoemde strafbare feiten, met uitzondering van poging tot het plegen van het in artikel 1, lid 1, onder f), bedoelde bezit en het in artikel 1, lid 1, onder i), bedoelde strafbare feit, strafbaar wordt gesteld.
Artikel 5
Sancties
1. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om op de in de artikelen 1 tot en met 4 bedoelde strafbare feiten doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende straffen te stellen, die kunnen leiden tot uitlevering.
2. Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om op de in artikel 1, lid 1, bedoelde terroristische misdrijven en op de in artikel 4 bedoelde strafbare feiten voorzover deze in verband staan met terroristische misdrijven, vrijheidsstraffen te stellen die hoger zijn dan de straffen die het nationale recht kent voor dergelijke feiten indien deze zonder het in artikel 1, lid 1, bedoelde oogmerk zijn gepleegd, tenzij de beoogde straffen krachtens het nationale recht reeds de hoogst mogelijke straffen zijn.
3. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om op de in artikel 2 genoemde strafbare feiten vrijheidsstraffen te stellen, waarbij het strafmaximum ten aanzien van het in artikel 2, lid 2, onder a), genoemde strafbare feit niet lager mag zijn dan 15 jaar, en het strafmaximum ten aanzien van het in artikel 2, lid 2, onder b), genoemde strafbare feit niet lager dan acht jaar. Voorzover het in artikel 2, lid 2, onder a), genoemde strafbare feit uitsluitend betrekking heeft op de in artikel 1, lid 1, onder i), genoemde gedraging, mag het strafmaximum niet lager zijn dan acht jaar.
Artikel 6
Bijzondere omstandigheden
Iedere lidstaat kan de nodige maatregelen nemen om de straffen als bedoeld in artikel 5 te kunnen verminderen indien de dader
a) afstand doet van zijn terroristische activiteiten, en
b) de administratieve of justitiële autoriteiten informatie verstrekt die zij niet op andere wijze hadden kunnen verkrijgen, en hen helpt om:
i) de gevolgen van het strafbare feit te voorkomen of te verminderen;
ii) de andere daders te identificeren of hen voor het gerecht te brengen;
iii) bewijs te vergaren of
iv) te voorkomen dat nieuwe strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 worden gepleegd.
Artikel 7
Aansprakelijkheid van rechtspersonen
1. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een van de in de artikelen 1 tot en met 4 bedoelde strafbare feiten, wanneer deze feiten te hunnen voordele zijn gepleegd door personen die hetzij individueel, hetzij als lid van een orgaan van de rechtspersoon optreden en die in de rechtspersoon een leidende functie bekleden op grond van:
a) de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
b) de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen;
c) de bevoegdheid om binnen het kader van de rechtspersoon toezicht uit te oefenen.
2. Afgezien van de in lid 1 genoemde gevallen, neemt iedere lidstaat de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer ten gevolge van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon, strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 konden worden begaan ten voordele van die rechtspersoon door een onder diens gezag staande persoon.
3. De aansprakelijkheid van rechtspersonen krachtens de leden 1 en 2 sluit strafvervolging van natuurlijke personen die een in de artikelen 1 tot en met 4 bedoeld strafbaar feit plegen, ertoe aanzetten of eraan medeplichtig zijn, niet uit.
Artikel 8
Sancties ten aanzien van rechtspersonen
Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om iedere rechtspersoon die uit hoofde van artikel 7 aansprakelijk is gesteld, sancties te kunnen opleggen die doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn, waaronder strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke geldboetes en eventueel andere sancties, zoals:
a) maatregelen ter uitsluiting van aanspraak op uitkeringen of steun van de overheid;
b) maatregelen ter tijdelijke of blijvende uitsluiting van commerciële activiteiten;
c) plaatsing onder gerechtelijk toezicht;
d) gerechtelijke maatregel tot ontbinding;
e) tijdelijke of blijvende sluiting van vestigingen die zijn gebruikt voor het plegen van het strafbare feit.
Artikel 9
Rechtsmacht en vervolging
1. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om in de onderstaande gevallen zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de in de artikelen 1 tot en met 4 bedoelde strafbare feiten:
a) het strafbare feit is geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van die lidstaat gepleegd; iedere lidstaat kan rechtsmacht vestigen wanneer het strafbare feit op het grondgebied van een lidstaat is gepleegd;
b) het strafbare feit is gepleegd aan boord van een vaartuig dat onder de vlag vaart van die lidstaat of aan boord van een luchtvaartuig dat geregistreerd is in die lidstaat;
c) de pleger van het strafbare feit is onderdaan of ingezetene van die lidstaat;
d) het strafbare feit is gepleegd ten voordele van een op het grondgebied van die lidstaat gevestigde rechtspersoon;
e) het stafbare feit is gepleegd tegen de instellingen of bevolking van die lidstaat, of tegen een instelling van de Europese Unie of orgaan dat is opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese Unie, in die lidstaat is gevestigd.
2. Indien meer dan één lidstaat rechtsmacht heeft met betrekking tot een strafbaar feit en elk van hen ten aanzien van dezelfde feiten een vervolging kan instellen, bepalen de betrokken lidstaten in onderling overleg wie van hen de daders zal vervolgen, teneinde de vervolging zo mogelijk in één lidstaat te concentreren. Daartoe kunnen de lidstaten een beroep doen op elk orgaan of mechanisme dat binnen de Europese Unie is ingesteld om de samenwerking tussen hun justitiële autoriteiten en de onderlinge afstemming van hun optreden te vergemakkelijken. Daarbij zal rekening worden gehouden met de volgende criteria van betrokkenheid:
- het strafbare feit is gepleegd op het grondgebied van de lidstaat;
- de dader is een onderdaan of ingezetene van de lidstaat;
- de slachtoffers zijn afkomstig uit de lidstaat;
- de dader is op het grondgebied van de lidstaat aangetroffen.
3. Iedere lidstaat neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om zijn rechtsmacht tevens te vestigen met betrekking tot de in de artikelen 1 tot en met 4 bedoelde strafbare feiten in de gevallen waarin hij weigert een persoon die van een dergelijk strafbaar feit wordt verdacht of daarvoor is veroordeeld, aan een andere lidstaat of een derde staat over te dragen of uit te leveren.
4. Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat zijn rechtsmacht de gevallen bestrijkt waarin een in de artikelen 2 en 4 bedoeld strafbaar feit geheel of gedeeltelijk op zijn grondgebied is gepleegd, ongeacht de plaats waar de terroristische groep haar basis heeft of haar criminele activiteiten uitoefent.
5. Dit artikel sluit de uitoefening van een door een lidstaat krachtens de nationale wetgeving vastgestelde rechtsmacht niet uit.
Artikel 10
Bescherming van en bijstand aan slachtoffers
1. De lidstaten verzekeren dat, in ieder geval ten aanzien van feiten die op het grondgebied van de lidstaat zijn begaan, een aangifte of klacht van het slachtoffer ten aanzien van de strafbare feiten die onder dit kaderbesluit vallen geen noodzakelijke voorwaarde is voor het instellen van een onderzoek naar of een vervolging van die stafbare feiten.
2. Naast de maatregelen die zijn voorgeschreven door Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure(9), neemt iedere lidstaat indien nodig alle mogelijke maatregelen om te zorgen voor passende bijstand aan de familie van het slachtoffer.
Artikel 11
Uitvoering en verslagen
1. De lidstaten treffen de maatregelen die noodzakelijk zijn om uiterlijk op 31 december 2002 aan de bepalingen van dit kaderbesluit te voldoen.
2. Uiterlijk op 31 december 2002 delen de lidstaten de tekst van de bepalingen waarmee de verplichtingen die dit kaderbesluit hun oplegt worden omgezet in hun nationale recht mede aan het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie. Op basis van een naar aanleiding van deze mededelingen opgesteld verslag en van een verslag van de Commissie, controleert de Raad uiterlijk op 31 december 2003 of de lidstaten de maatregelen hebben genomen die noodzakelijk zijn om aan dit kaderbesluit te voldoen.
3. In het verslag van de Commissie wordt met name de omzetting van de in artikel 5, lid 2, bedoelde verplichting naar het strafrecht van de lidstaten aangegeven.
Artikel 12
Territoriale werkingssfeer
Dit kaderbesluit is van toepassing op Gibraltar.
Artikel 13
Inwerkingtreding
Dit kaderbesluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad.
Gedaan te Luxemburg, 13 juni 2002. Voor de Raad, De voorzitter, M. Rajoy Brey”

Duizend doden schrikken EU niet af. BRUSSEL,- 15 januari 2009
Prominente politici in Europa zeggen dat de plannen om de formele banden tussen de EU en Israël aan te halen, gewoon doorgaan.
De meer dan duizend doden in Gaza schrikken hen niet af.
Gisteren (woensdag) werden twee tegenstrijdige verklaringen de wereld in gestuurd over de relaties tussen de Europese Unie en Israël. Ramiro Cibrian-Uzal, de gezant van de Europese Commissie in Jeruzalem, stelde dat de voorgestelde 'opwaardering’ van de relaties met Israël niet kan doorgaan “alsof er niets aan de hand is”.
Karel Schwarzenberg, minister van Buitenlandse Zaken van Tsjechië, het land dat nu EU-voorzitter is, antwoordde dat de EU-regeringen in juni vorig jaar zijn overeengekomen dat ze hun inspanningen om een sterkere alliantie uit te bouwen met Israël zouden opvoeren. Alleen die regeringen kunnen die beslissing herzien, aldus de Tsjechische minister. “Men kan de beslissing niet veranderen op basis van woorden van een zeer gerespecteerd vertegenwoordiger van de Europese Unie in Jeruzalem.”
Bevoorrecht partnerschap
De beslissing van juni effende het pad om Israël een “bevoorrecht partnerschap” met de EU aan te bieden. Daardoor zou het geïntegreerd worden in de eengemaakte markt waarop de EU gebaseerd is en zou het ook kunnen deelnemen aan een hele reeks andere programma’s.
Schwarzenberg, die zichzelf als een “vriend van Israël" ziet, verklaarde aan parlementsleden “niet echt gelukkig te zijn met wat het land op dit moment doet”.
Verscheidene Europarlementariërs eisen een stevige antwoord van de EU op het bloedbad in Gaza. De Britse Liberal Chris Davies, die vorig weekend de oorlogszone bezocht, zegt dat Israël “Gaza in een hel heeft herschapen” door zijn genadeloze aanvallen met F16’s, die hij als "21ste-eeuwse moordmachines” bestempelde. “Zo mild zijn we nog voor geen enkel ander land geweest”, stelt Davies. “Op geen enkel moment heeft de Europese Unie zijn kritiek op de behandeling van de Palestijnen in daden omgezet.”
Niets aan de hand
De economische en diplomatieke relaties tussen Israël en de EU zijn gebaseerd op een akkoord uit 2000. Artikel 2 van die overeenkomst bepaalt dat beide partijen de fundamentele mensenrechten moeten respecteren.
Veel mensenrechtenorganisaties hadden al heel wat bewijsmateriaal verzameld over mensenrechtenschendingen van Israëlische troepen in de bezette gebieden en tijdens de oorlog in Libanon in 2006. Het groene Europarlementslid Hélène Flautre (Frankrijk) stelt dat Europa’s zwakke antwoord op het Gaza-offensief het respect voor fundamentele rechten ondermijnt waarrond alle EU-activiteiten draaien. “Als we nu doen alsof er niets aan de hand is, dan begraven we het Europese project. Dan begraven we de mensenrechten.”
Sommige Europarlementsleden hebben zich uitgesproken vóór Israël. Volgens een minderheid verdedigt Israël zich alleen maar tegen de raketaanvallen van Hamas. De Noord-Ier Jim Allister stelde dat het om een “noodzakelijke vergeldingsactie” gaat en suggereerde dat de berichten over het Palestijnse lijden propaganda zijn. “Wanneer Israël terugslaat – nadat het zwaar heeft geleden – roepen ze (Hamas) dat zij het slachtoffer zijn. Dan zeg ik: Het antwoord ligt in uw eigen handen. Stop met de raketaanvallen op Israël.”
(Media waren blind op cruciaal moment in Gaza, red,)
Veel andere Europarlementsleden benadrukten echter dat de omvang van de Israëlische aanval niet in verhouding staat tot de aanvallen van Hamas. Kathy Sinnott, een Iers parlementslid, merkte op dat de handel tussen de EU en Israël 25,7 miljard euro waard was in 2007. Ze dringt aan op economische sancties. “Als we zover niet gaan, dan worden we medeplichtig aan de slachting.” (David Cronin, IPS)

2008

Uitspraken van het Europese hof zetten de deur open voor Sociale dumping! 08-09-2008     De zaak Laval
Een bouwbedrijf uit Letland zette Letse werknemers aan het werk op een bouwplaats in Zweden en betaalde dit personeel op basis van de in Letland geldende CAO. Dit was volgens de Zweedse vakbonden een geval van loondumping. Door middel van een blokkade van de bouwplaats zetten zij hun eis kracht bij dat de Letse bouwvakkers op basis van de Zweedse CAO zouden moeten betaald worden. Het Europese Hof van Justitie oordeelde in een aangespannen rechtszaak dat de vrijheid van dienstverlening niet door stakingen mag worden ingeperkt. Een buitenlands bedrijf mag niet gedwongen worden om op die plek de geldende lonen te betalen.
De zaak Viking
Deze rechtszaak werd aangespannen door een Finse vakbond tegen een onderneming die een veerboot onder Estse vlag wou brengen, om dan het personeel op basis van de in Estland geldende CAO in dienst te nemen. De rechter veroordeelde de akties van de vakbond als een niet toegestane inperking van het recht op vrije vestiging.
De zaak Rüffert
Een Poolse subkontraktor weigerde bij een overheidsopdracht in de deelstaat Nedersaksen, (Duitsland) de geldende CAO-lonen te betalen. Nedersaksen legde het bedrijf derhalve sankties op. Volgens het Europese Hof hoefden de CAO-lonen in dit geval niet betaald te worden, omdat de CAO niet algemeen bindend verklaard was.
Luxemburg
Het Europese hof oordeelde op 19 juni j.l. dat Luxemburg de vrije dienstverlening benadeelt door een te strak uitgevoerde wettelijke richtlijn voor detachering van Personeel. Het hof zegt dat het Luxemburgse Arbeidsrecht in strijd is met de Europese detacheringsrichtlijn en een onnodige belemmering vormt voor de vrijheid van bedrijven om in andere landen hun diensten aan te bieden. Ook de wettelijke eis dat de lonen van buitenlandse werknemers geindexeerd moeten worden vindt geen genade in de ogen van het Hof. Tot slot is de nationale wetgevingvoor deeltijd- en tijdelijk werk in Luxemburg onakseptabel, aldus het hof.
Hiermee treedt het Europese Hof fundamenteel in het recht van Europese landen om zelf te beslissen over het eigen sociale model!
De uitspraken van het Europese Hof vormen een aanval op de arbeids- en levensvoorwaarden van alle werknemers in Europa. 08-09-2008.

Rusland-Georgië: staat de Koude Oorlog opnieuw voor de deur? Door Vredesactie — 20/08/2008.
Rusland valt Georgië binnen. Er wordt harde oorlogstaal gesproken. Het lijkt of de Koude oorlog staat opnieuw voor de deur. Wat is er aan de hand? We vroegen het aan Hans Lammerant, stafmedewerker van Vredesactie.
H. Lammerant: Het huidige conflict louter als Russische agressie voorstellen is behoorlijk eenzijdig.
In Georgië hebben twee conflicten plaats. In de eerste plaats een intern conflict tussen de Georgische meerderheid en de niet-Georgische minderheden. De gebieden Zuid-Ossetië en Abchazië kwamen pas in 1918 bij Georgië, toen het nog deel van de Sovjetunie was. Ze hadden binnen Georgië een autonoom statuut. Voor de inwoners van deze gebieden is het behoren tot Georgië louter een behoren tot een administratieve eenheid van de Sovjetunie geweest. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie belandden zij plots in de afzonderlijke staat Georgië, waar ze geconfronteerd werden met een hoogoplaaiend Georgisch nationalisme èn met het feit dat hun autonomie werd afgenomen. Kortom, de analogie met Kosovo is zeker niet ver gezocht. Dit leidde tot een intern gewapend conflict, dat indertijd effectief met Russische hulp 'bevroren' werd.
Bovenop dit conflict komt een machtsstrijd tussen de VS en Rusland. De inzet hiervan is de toegang tot de olie in de Kaspische Zee en het insnoeren van Rusland op militair vlak. De VS, met in hun kielzog de Europese landen, hebben de kant gekozen van de Georgische regering, Rusland koos de kant van de opstandige regio's. Beide conflicten versterken elkaar. Het Westen laat geen greintje kritiek horen op de Georgische regering, die zich blijft gedragen als heethoofdige nationalisten. En deze regering voelt door de steun van het Westen en het uitzicht op NAVO-lidmaatschap geen aandrang om een gematigdere politiek te voeren. De opstandige gebieden voelen zich meer verwant aan Rusland en verschuilen zich achter de grote buur, terwijl deze zich goed voelt bij de rol als vredeshandhaver om het westerse machtsspel te kunnen counteren.
Zolang niet actief moeite wordt gedaan om deze twee conflictniveaus te scheiden en afzonderlijk een oplossing te geven, is dit conflict onoplosbaar.
Als Georgië op de steun van de NAVO had kunnen rekenen, had Rusland wel twee keer nagedacht vooraleer ze het land binnenvielen. Is NAVO-lidmaatschap een antwoord op het probleem?
H. Lammerant: Georgisch NAVO-lidmaatschap is eerder een versterking van het probleem, dan een oplossing. Zij die pleiten voor een snel Georgisch lidmaatschap van de NAVO moeten maar eens een serieus antwoord geven op de volgende vraag: Willen wij met Rusland een gewapend conflict uitvechten over Georgië of niet? Want deze 'oplossing' impliceert de bereidheid hiertoe. Het is een pleidooi om de machtsstrijd met Rusland nog straffer voort te zetten en eventueel zelfs gewapenderhand.
Bij alle eenzijdige kritiek op Rusland kan dus de vraag gesteld worden wie hier welke machtspolitiek voert. Als Georgië niet de toegangsweg naar de olie in de Kaspische Zee was, zou niemand hier er wakker van liggen of het zelfs maar als een stuk Europa beschouwen. Het is net door dit soort machtspolitiek dat het Westen elke mogelijkheid verspeelt om een neutrale en bemiddelende rol te spelen in het interne Georgische conflict. En het is dit soort machtspolitiek die elke oplossing voor het interne conflict blokkeert.
Dit conflict aangrijpen om te pleiten voor een Europees leger, zoals Bruno De Cordier doet in De Standaard doet (16 augustus), roept dezelfde vragen op. Wat moet dat leger doen? Vechten met de Russen? Stellen dat we dit leger nodig hebben omdat Rusland ons anders niet serieus neemt, gaat voorbij aan het feit dat Rusland zich in dit conflict ook weinig aangetrokken heeft van de Amerikaanse militaire macht.
Militaire macht zal maar serieus genomen worden als er ook de bereidheid is om ze te gebruiken. En het is maar de vraag of dit niet meer problemen creëert dan oplost. Want wat denken we op te lossen door Belgische soldaten in te zetten ter bescherming van een nationalistisch heethoofd in de Kaukasus?
Het akkoord over het Amerikaanse raketschild illustreert hoezeer het Russische optreden in Georgië de kaarten in Europa door elkaar heeft geschud. Over de plannen van de Amerikanen voor een radar in Tsjechië en tien onderscheppingsraketten in Polen werd tussen Warschau en Washington al achttien maanden lang onderhandeld. Nu is er plots een akkoord. Is de angst van de vroegere Oostbloklanden niet terecht?
H. Lammerant: De anti-Russische houding in de Oost-Europese landen en hun vlucht onder de beschermende mantel van de NAVO vloeit natuurlijk voort uit het verleden waarbij de Sovjetunie met militair ingrijpen haar satellietstaten weer op het 'juiste' pad zette. Vanuit dit verleden zijn deze pleidooien best begrijpelijk, maar dat betekent niet dat zij ook een oplossing bieden.
Want aan de Sovjetpolitiek om een gordel van satellietstaten aan te leggen, ligt ook de historische angst van Rusland voor militaire invallen vanuit Europa ten grondslag. Van Napoleon tot Hitler heeft Rusland telkens bloedige oorlogen geserveerd gekregen vanuit Europa. Bij ons worden de Amerikanen als de grote bevrijders uit WO II gezien, maar het was wel Rusland dat voor 93% van de Duitse militaire verliezen zorgde en dit ten koste van 40 miljoen Russische slachtoffers. Rusland wil dus geen Amerikaanse militaire basissen vlak bij zijn grenzen en ervaart de Amerikaanse politiek als een zware bedreiging.
Uit deze vicieuze cirkel van historische angsten ontsnappen we enkel door te de-militariseren. Wat nodig is, is niet een verhevigde machtsstrijd maar wel een poging om die te ontmijnen. Dat kan het best door een bufferzone van neutrale staten te creëren i.p.v. een machtstrijd om die landen in het eigen kamp te trekken. Op korte termijn lijkt schuilen bij de ene grootmacht tegen de andere een oplossing, maar in de praktijk maak je je als klein land afhankelijk èn houdt je de bedreiging in stand. Moldavië heeft dit goed begrepen. Als onderdeel voor de oplossing van het interne conflict stelt het ook een strikte neutraliteit voor, net om de invloed van de belangen van de grote mogendheden in het interne conflict uit te schakelen. Het antwoord is dus niet meer NAVO maar minder NAVO.
Op welke manier kan er een antwoord gegeven worden op dit conflict?
H. Lammerant: Eerst en vooral moet Europa oppassen om niet dezelfde fout te maken als het gedaan heeft in de Joegoslavische burgeroorlog. Toen erkenden de Europese landen de onafhankelijkheid van afscheurende deelstaten, zonder daar garanties voor de rechten van minderheden als voorwaarde aan te koppelen. In Kroatië en in Bosnië was net dit de aanleiding voor de Servische minderheden om naar de wapens te grijpen. Zij voelden zich voor voldongen feiten gezet en werden geconfronteerd met een Kroatisch nationalisme dat niet onderdeed voor dat van Milosjevic. Nu echter laten de Europese landen geen woord van kritiek horen op de nationalistische houding van de Georgische regering. Bij de poging van de Georgische regering om Zuid-Ossetië militair in te lijven bleef het aan Westerse zijde muisstil. De Russische poging om de Veiligheidsraad zich hiertegen te laten uitspreken, botste op Westerse onwil (waarna de Russische militaire reactie volgde). Ook in de verklaring van de NAVO van dinsdag 19 augustus is daar geen letter over terug te vinden.
De kritiek op de disproportionaliteit van het Russische optreden is terecht, maar klinkt hypocriet en eenzijdig. Door zo duidelijk kant te kiezen in dit interne conflict verspeelt Europa de mogelijkheid om op een neutrale en bemiddelende manier tussen te komen.
Het antwoord op dit conflict is immers beide conflictniveaus uit elkaar halen en elk ervan proberen oplossen met erkenning van alle belangen die in het spel zijn.
Pas door het Georgische conflict niet zelf te gebruiken in een machtsstrijd met Rusland kan Europa zich als een neutrale partner opstellen en helpen bij een oplossing voor het interne conflict. Daarbij moet Europa zich even fel opstellen tegenover de Georgische regering en duidelijke garanties voor de rechten van minderheden eisen, inclusief een herstel van hun autonomie. Tevens komt men er niet onderuit dat elke oplossing ook aanvaardbaar moet zijn voor de bevolking van deze gebieden. Een 'oplossing' opdringen komt neer op het conflict laten verder sudderen tot de volgende uitbarsting.
Op het tweede conflictniveau moet het Russische onveiligheidsgevoel bij Amerikaanse militaire basissen of een militaire alliantie aan haar grenzen serieus genomen worden. Door op te houden met een confrontatiepolitiek en een neutrale zone tussen Rusland en de NAVO in stand te houden, kan ook dit conflict tot handelbare proporties herleid worden. Overigens kunnen we ons de vraag stellen waar we die NAVO nog voor nodig hebben. Het was een Koude Oorloginstrument en het Georgische conflict toont aan dat het voortbestaan ervan enkel leidt tot een nieuwe Koude Oorlog.
Tenslotte moet Europa iets aan haar energieafhankelijkheid doen door haar energiehonger in te krimpen. Want dit is ook een machtsstrijd om toegang tot olie en gas. Wanneer Europa haar nood aan energie weet in te krimpen, verdwijnt ook de drang naar dit soort neokoloniale conflicten. Georgië wordt dan weer een klein en onbenullig landje in de Kaukasus. Het zal daar wel bij varen, net als ons milieu. Vredes- en milieudoelstellingen gaan hier hand in hand.

Van de ene crisis naar de andere. Historica Annie Lacroix-Riz :: 1929-2008:
Vele analisten zeggen dat we de zwaarste crisis meemaken sinds die van 1929. Maar wat was die crisis van 1929? Wat was daar de oorzaak van? En welke waren de gevolgen? Een stap terug in de geschiedenis waaruit heel wat lessen te trekken zijn.
De oorzaken van de crisis van 1929.
Annie Lacroix-Riz. De crisis van 1929 was vooral een crisis van overproductie die zich voordeed aan het einde van een periode van tien jaar na de Eerste Wereldoorlog, die zelf een einde had gemaakt aan de eerste grote crisis van het kapitalisme van 1873. De overproductie had een voor het kapitaal onaanvaardbare inkrimping van de winstmarges veroorzaakt. De Eerste Wereldoorlog had (1914-1918) de overproductie ongedaan gemaakt, maar niet genoeg.
In 1920-1921 brak er een zware crisis uit, maar het internationaal en vooral Amerikaans kapitaal geraakte daaruit door heel wat kapitaal te liquideren, de werkloosheid te verhogen enzovoorts. Daarop volgde een periode van zeer intense kapitaalsaccumulatie wat zich vertaalde in enorme concentraties. In de loop van de jaren 1920 ontstonden de grote monopolies die vandaag nog steeds bestaan zoals IG Farben in Duitsland, de staalfabrieken Rimini in Italië enzovoorts. En samen daarmee groeide de werkloosheid.
Waarom ontploft het dan in 1929? Exact dezelfde fenomenen als vandaag deden hebben zich toen voor. Die enorme concentratie van kapitaal deed gigantische productiemiddelen ontstaan (gigantische bedrijven). Dat fenomeen ging gepaard met speculatieve fenomenen. Marx zag het destijds al: een van de karakteristieken van het kapitalisme is dat het geldkapitaal zich losmaakt van de productie. Er was tussen 1924 en 1929 een enorme speculatie, wat een verschil veroorzaakte tussen de materiele productie en de speculatie. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld hadden enkele sectoren een opmerkelijke groei gekend, vooral de nieuwe industrieën, de automobiel, de elektrische industrie. Maar andere sectoren waren dood. Er was een structurele overproductie in de landbouw, de kolenindustrie was in crisis, er was massale werkloosheid in alle oude industrieën, de textielindustrie was ziek.
Net als vandaag was de financiële factor niet de oorzaak van de crisis geweest, maar wel de factor die de bal aan het rollen bracht. Zeggen dat het een andere crisis is omdat het een beurscrisis is, is helemaal fout. Dezelfde mechanismen van overproductie deden zich toen voor.
De gevolgen van de crisis van 1929.
Annie Lacroix-Riz. Op een bepaald ogenblik stellen regeerders zich de vraag: hoe kunnen we het aan boord leggen dat de dominante fracties van het kapitaal een winstvoet behouden die ze als voldoende beschouwen. Dat vereist een drastische verlaging van de lonen en de vernietiging van een deel van het kapitaal. De kleine ondernemingen sluiten en danken massaal werknemers af. Het kapitalisme heeft altijd de neiging om de lonen te verlagen, maar in periodes van crisis probeert het lonen tot een maximale limiet te verlagen. Er was dus een enorme druk op de lonen, wat een daling van het levensniveau met 30 a 40% en zelfs meer meebracht. Dat gebeurde in een reeks landen. Marx analyseert dat voortdurend: een crisis vertaalt zich in een massale afdanking van de loontrekkenden en dus in massale werkloosheid, wat Marx het reserveleger noemde en wat een zeer belangrijke oorzaak is van de afbraak van het loon.
Er waren enorme capaciteiten maar geen markt meer. De speculatie stortte in en de beurswaarde van de bedrijven vertoonde dezelfde beweging als die van vandaag. Het kapitaal werd verplicht de productie aan te passen aan de toestand. De productie viel stil, de markten krompen in en de sneeuwbal ging aan het rollen.
Net als vandaag was de financiële factor niet de oorzaak van de crisis, maar de factor die de crisis uitlokte.
Duitsland was toen het meest getroffen. Waarom? Omdat Duitsland toen in de toestand verkeerde van de Verenigde Staten nu maar in mindere mate. Duitsland leefde volledig op krediet en had heel veel geleend. Maar toen de crisis uitbrak trokken de kredietverstrekkers zich massaal terug en stortte het land als een kaartenhuisje in elkaar. Een andere factor was dat Duitsland vooral productiegoederen maakte, een sector die het snelst ineenstort bij een crisis. Dat verklaart ook de huidige toestand van de automobielindustrie of de machine-industrie. Alles wat niet valt onder de courante consumptie kan binnen het jaar ineenstuiken.
De gevolgen van de crisis van 1929 becijferen.
Annie Lacroix-Riz. Duitsland zat met 50% volledig werklozen en al de rest was gedeeltelijk werkloos. In 1932 telde het land 7 miljoen volledig werklozen.
In de Verenigde Staten was dat van dezelfde orde. De Verenigde Staten behoorden tot de groep landen waar het kapitaal het meest geconcentreerd was. Het land maakte vooral productiegoederen, waar de productie het meest spectaculair terugviel. In twee jaar daalde de Amerikaanse industriële productie met een derde. Hetzelfde gebeurde in Duitsland.
Voor het kapitalisme veronderstelt een oplossing van de crisis een drastische verlaging van de lonen.
Het kapitaal heeft de neiging zijn markt te liquideren doordat het de lonen afbreekt. Hoe meer het de lonen afbreekt, hoe meer het op de buitenlandse markt rekent. Maar vermits iedereen hetzelfde doet, is er geen markt meer. Duitsland had in 1932 nog maar zo goed als een afnemer, de USSR die blaakte van gezondheid en een jaarlijkse groei kende van 15 a 20%.
En daarmee begrijpt men de uitweg uit de crisis. Het kapitaal, dat de staat controleert, eist, om de voorwaarden voor de werking van het kapitaal te herstellen, dat de lonen totaal gedrukt worden, wat men dan doet door de werkloosheid en door een directe aanval op de lonen. Het eist dat hele takken van de economie opgeofferd worden. En vermits er geen markt meer is en het op vreedzame wijze geen markten kan openen, doet het dat via een oorlog.
De Tweede Wereldoorlog, oplossing voor de crisis.
Annie Lacroix-Riz. In crisisperiodes tracht elke kapitalist de concurrenten uit te schakelen door nieuwe exploitatiezones in te palmen. En hoe palmt men nieuwe exploitatiezones in? Door ze te veroveren. Duitsland poogde de wereld te veroveren, de Verenigde Staten probeerde de wereld te veroveren en beiden zijn ze daar redelijk in geslaagd. En de kleine imperialisten proberen een klein stukje van dat geheel in te palmen. Het kapitalisme kan de crisis maar beheersen door een algemene oorlog. En de vraag voor de volkeren is of ze toelaten dat het kapitaal de crisis inperkt door een algemene oorlog. Elke passiviteit van het volk geeft meer ruimte voor de oplossing van de oorlog als middel om de crisis te bedwingen.
Reactie van de regeringen.
Annie Lacroix-Riz. Ze maken de mensen een grote leugen wijs. Ze zeggen dat de staten indertijd niet tussenbeide gekomen zijn zoals vandaag. Maar de staten zijn onmiddellijk tussenbeide gekomen, ze hebben de banksector genationaliseerd. In Duitsland nationaliseerde Heinrich Brüning (Katholiek), die van 1930 tot 1932 aan de macht is, de facto de banksector. Wat Hitler later helemaal ongedaan maakte. En de staat nam een hele reeks sectoren over.
De regeringen van toen reageerden op precies dezelfde manier als die van vandaag, door het grootkapitaal in bescherming te nemen en het volk te doen opdraaien.
De huidige crisis brengt het volk aan zet om zo snel mogelijk een oplossing te vinden rekening houdend met wat er dreigt te gebeuren
De New Deal (het economische herstelplan van Roosevelt, de Amerikaanse president tussen 1933 en 1938) in de Verenigde Staten werd gekenmerkt door een aanzienlijke staatsfinanciering ten laste van de belastingbetaler en door de voorbereiding van de oorlog. Ik wijs er trouwens op dat de Verenigde Staten maar uit de crisis zijn geraakt door de oorlog, niet door de New Deal.
De rol van de socialisten in de crisis van 1929.
Annie Lacroix-Riz. De sociaaldemocratie probeerde een oplossing te vinden waar het kon. Ze was enorm bevreesd voor diepgaande veranderingen. Ze sprong het kapitaal bij in zijn pogingen de crisis op te lossen en ze aanvaardde de politiek van het minste kwaad. Ze aanvaardde de loonsverlagingen. Het was een strategie van meegaandheid die in Duitsland heeft bijgedragen tot de overwinning van Hitler.
In landen waar de revolutionaire beweging sterk stond, waar ze massaal verzet kon loswerken, moest de sociaaldemocratie instemmen met de strategie van de Volksfronten die haar opgelegd werd. De archieven van het SFIO (voorloper van de Franse Socialistische Partij) zijn heel duidelijk. In sommige landen was het protest van de massa’s onder leiding van de revolutionaire krachten groot genoeg om de sociaaldemocratie onder druk te zetten. Een hele fractie van hen bleef echter ideologisch bondgenoot van het grootkapitaal en bleef diens drastische reorganisaties begeleiden. Hendrik De Man in België en een aantal fracties van de sociaaldemocratie hebben zich aangesloten bij fascistisch extreem rechts.
Naargelang van de krachtsverhoudingen waren er verschillende strategieën. Maar de verdediging van de arbeiders is nooit het spontane antwoord geweest van de sociaaldemocraten. Het spontane antwoord van de sociaal democraten, dat is wat ze te zien gaven in landen waar ze domineerden, vooral in Duitsland. Ze liet begaan en probeerde de onvrede van het volk in te perken.
Verschillen en gemeenschappelijke punten tussen de crisis van 1929 en de huidige crisis.
Annie Lacroix-Riz. Ik denk dat in tegenstelling tot wat men vandaag beweert, de omstandigheden van het ontstaan van de crisis van vandaag helemaal vergelijkbaar zijn met die van 1929. Het grote verschil is op de eerste plaats dat de overproductie vandaag groter is dan die van 1929. Tien jaar accumulatie (1919-1929) dat is geen 60 jaar accumulatie (1945-2008).
Het is mogelijk dat de crisis eerst hele reeks van perifere crisissen doormaakt en dat ze later een omvang krijgt zoals we nooit eerder gezien hebben. De mechanismen die de deden ontstaan zijn dan wel dezelfde als vroeger, maar de huidige crisis is veel dieper dan die van de jaren 1930, die zelf erger was dan die van 1873. Ze lijkt op de vorige, maar is erger dan de vorige. Het volk is nu aan zet om de snelste oplossing te zoeken op maat van wat er op hem afkomt.

Al Jazeera-cameraman na zes jaar Guantanamo weer aan de slag. 19 augustus, 2008.
Het horrorverhaal van al-Hajj begon in december 2001. Hij versloeg de oorlog in Afghanistan, maar werd door de Pakistaanse autoriteiten opgepakt toen hij de grens tussen Pakistan en Afghanistan wou oversteken. Kort daarna werd hij overgeleverd aan het Amerikaanse leger dat hem vasthield op haar basissen in Bagram en Kandahar. In het voorjaar van 2002 werd hij overgevlogen naar Guantanamo. Zes jaar lang werd hij daar psychologisch geterroriseerd. Hij werd er 120 keer ondervraagd over de werking van Al Jazeera. Een aanbod om als Amerikaanse spion bij de nieuwszender te werken wees hij af. Toen hij in januari 2007 in hongerstaking ging, werd hij na drie weken onder dwang voeding toegediend. Via een lange buis werd er langs zijn neusgat proteïnerijke vloeistof in zijn maag gespoten.
Op 1 mei 2008 werd hij vrijgelaten. Al-Hajj werd nooit officieel aangeklaagd en ook bij zijn vrijlating kwam er geen officiële commentaar. Volgens al-Hajj bewijst zijn gevangenschap dat Al Jazeera een doelwit is van het Amerikaanse leger.
Nu hij terug aan het werk is, rakelt de San Francisco Chronicle nog eens zijn verhaal op. Met ondermeer getuigenissen van zijn advocaat:
Journalist says US target was Al Jazeera.

Stop de VS en de NAVO !.  Luk Brusselaers 18.08.2008.
Er is een groeiende onrust omwille van het feit, dat de VS militaire acties onderneemt, tegen Rusland.
Het Bush-regime lanceerde een anti-Rusland-haatkampanje, zoals ze destijds een haatkampanjes lanceerden tegen Irak, Afghanistan of nog doen tegen Iran. Net als anders zijn deze kampanjes gebaseerd op leugens.
De waarheid met betrekking tot de oorlog in Georgië is, de Georgische president M. Saakashvili, zijn door de VS en Israël getrainde leger losliet op het kleine autonome gebied van Zuid-Ossetië, daarbij werden burgers vermoord en werd het Russische vredeskorps dat er gestationeerd was, aangevallen. Rusland heeft die aanvallen beantwoord.
M. Saakashvili is dezelfde president die 2000 Georgische militairen naar Irak stuurde om de VS-bezetting aldaar te ondersteunen. Het Georgische leger werd opgeleid door Israëlische en VS-militairen en huursoldaten in dienst van ondernemingen. In Juli j.l. hebben de Georgische militairen 3 weken lang gezamenlijke oefeningen gehouden met het VS-leger. Georgië is net als Irak en ook Iran een prijs voor de VS-oliekoncerns, het is een belangrijk doorvoerpunt van olie voor Centraal Azië.
Er is weinig twijfel over dat de VS Georgië bewapent en tegelijkertijd Georgië tracht in te lijven bij de NAVO. De opgezette invasie in Zuid-Ossetië creëerde de dreiging voor een grotere oorlog. Nu bedreigt de VS Rusland door het plaatsen van raketten in Polen en Tsjechië, tegen de wil in van de meerderheid van de bevolking in die beide landen.
Het omsingelen van Rusland met militaire basissen en het uitbreiden van de NAVO is een groot gevaar voor de vrede en stabiliteit op wereldschaal.
Geen weldenkend mens kan geloven dat Bush en Co voor vrede is in Georgië.
Het is hoogtijd om de expansie van de NAVO te stoppen, door de NAVO te ontbinden.
Het is hoog tijd om even in herinnering te brengen, de NAVO werd gerealiseerd als militaire alliantie tegen de Sovjet-Unie en had als doel het kapitalisme herstellen in Oost-Europa en socialistische revoluties in West-Europa voorkomen. Na contrarevolutie en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd het Warschaupact, destijds de reactie op de NAVO, opgeheven. De VS hebben ondertussen alsmaar het uitbreiden van de NAVO richting Rusland en China op hun programma gezet, met als doel Rusland en China te kunnen omsingelen en hun eigen macht te kunnen consolideren.
Voorbeelden:
1. Joegoslavië: onderbouwd door de leugen dat de NAVO kleine naties diende te beschermen, werd Joegoslavië gebombardeerd en werd het land hervormd in een collectie kleinere staatjes gestuurd door de VS en West-Europese machten
2.Afghanistan: gebaseerd op de leugen dat dit een politionele Actie was tegen terroristen, bezetten de VS en de NAVO nog steeds het land dat zij veranderen in een ruïne.
3.Irak: de leugens over de massavernietigingswapens waren zo zwak, dat de VS zich verplicht zag om de vernietiging van Irak en de bezetting ervan hoofdzakelijk zelf en later pas bijgestaan door een iets grotere club te bewerkstelligen

Machthebbers nemen maatregelen.
Omvorming van de Rechtstaat. Luk 22-07-2008.
De huidige machtshebbers zijn zich in hoge snelheid aan het indekken tegen het toekomstige verzet. Een belangrijk instrument dat zij daartoe hanteren, is de “de oorlog tegen het terrorisme”. Een handige oorlog, het gaat hier immers om een vijand die al naargelang de behoefte kan worden gedefinieerd en geherdefinieerd, een oorlog zonder specifieke vijand, die eindeloos kan worden gehandhaafd.
De wetgeving voor de afbraak van alle vrijheden is vooral dankzij de aanslag op 11 september in een stroomversnelling kunnen komen. Een soort dijkdoorbraak werd gerealiseerd ten behoeve van hetgeen al lang klaar lag, de inperking van de vrijheden stond al langer op het programma, de voedingsbodem er voor werd geschapen dankzij 11 september 2001.
“Shock”-gebeurtenissen, zoals 11 september leiden ertoe dat zonder enige tegenspraak wetgeving of maatregelen kunnen getroffen worden waar anders verzet tegen zou zijn tegen ontstaan.
Nederland heeft, zoals de andere Europese landen, recentelijk het verdrag van Lissabon geratificeerd. Dit is zowat de Europese grondwet, nergens voorgelegd aan de bevolking, behalve in Ierland waar het werd afgewezen in een referendum. De vrijheid van meningsuiting, wordt overeenkomstig het bijhorende handvest van deze grondwet, opgeheven ingeval van “dreiging van terrorisme”!
Wat dreiging en terrorisme kan inhouden, dat is te interpreteren overeenkomstig de bestaande behoeften van diegenen die dat wenselijk achten.
Het recht wordt in een ijltempo aangepast, even enthousiast in Europa als in de VS, waarbij de VS de toon aangeven en Europa zich graag de weg laat wijzen. De doelstelling is, alle bestaande vrijheden te kunnen inperken, om gedrag te kunnen kanaliseren en ongewenst gedrag (verzet) tijdig te kunnen likwideren. De automatiseringen, de mogelijkheden die geboden worden via o.a komputertechnologie, komen handig van pas.
De oorlog tegen het terrorisme vormt daarbij één van de belangrijke ideologische middelen om de eigen bevolking zonder veel problemen zich te laten schikken naar allerlei kontrole mogelijkheden. Meestal nog met instemming, o.a. dankzij de inzet van de media, worden kontrole mechanismen wettelijk georganiseerd. Wetgeving en kontrolemechanismen die vroeg of laat tegen de eigen bevolking kunnen worden ingezet, wettelijk onderbouwd.
Blijkbaar slikt de bevolking de afbraak van haar vrijheden nog steeds als zoete koek, verpakt onder de noemer dat het gaat om de eigen veiligheid te kunnen waarborgen.
De vraag die zich dient te stellen is: is men de huidige rechtstaat aan het omvormen? Een rechtstaat die aan haar burgers een geheel van fundamentele en kollektieve vrijheden garandeerde?
Europa wordt omgevormd tot een soort fascistische staat, terwijl iedereen er staat op te kijken, als een koe naar een rijdende trein!

In syndicale kringen gaan wenkbrauwen op over 3 arresten. 18-05-2008
In syndicale kringen gaan wenkbrauwen op over 3 arresten van het Europees Hof die bedrijven in het gelijk stelt die geen minimumloon uitbetalen dat geldig is in het land van tewerkstelling aan werknemers uit andere EU-landen met lager loonpeil.
Het Europees Hof stelt dat de verplichting tot plaatselijk minimumloon een belemmering vormt voor de vrije dienstverrichting.
Het Europees Hof voegde eraan toe dat de bescherming van de werknemersrechten deze verplichting om een plaatselijk minimumloon te respecteren, niet rechtvaardigt - en de autonomie van de sociale gesprekspartners of de financiële stabiliteit van het sociaal zekerheidsstelsel al evenmin.
Het Europees Vakverbond reageerde al verontwaardigd en poneerde dat dit arrest vernietigende en schadelijke gevolgen heeft, en neerkomt op een regelrechte uitnodiging om sociale dumping te organiseren.
Opvallend is ook dat dit arrest van het Europees Hof voortbouwt op artikels 43 en 49 uit het Verdrag van Lissabon, artikels die door het nieuw Verdrag (en ook door de verworpen EU-grondwet) mee overgenomen werden uit de oude Europese Verdragen.
Dit arrest en de vermelde artikels 43 en 49 uit het Verdrag van Lissabon zijn een heel negatief signaal voor de toekomst van het sociaal Europa.
Wie het Verdrag van Lisabon goedkeurt onderschrijft dus de stelling van het Europees Hof en laat sociale dumping toe!
Wie denkt dat het "beleid" en de "instellingen" die dat beleid schragen twee aparte dingen zijn, vergist zich. De Europese Verdragen zijn geen weg naar een Europese democratie, maar de stormram in handen van patronaat en politiek om het neoliberale beleid door onze strot te duwen.
De ondemocratische manier waarop de Europese Staatshervorming wordt opgelegd en het asociaal karakter van het beleid van de EU-instellingen zijn twee handen op 1 buik.

De erkenning van de “onafhankelijkheid” van Kosovo. Datum: 23/02/08
De erkenning van de “onafhankelijkheid” van Kosovo betekent de schending van het internationaal recht en van de VN-resoluties.
De territoriale integriteit van Servië, zou worden gerespekteerd (akkoord afgesloten na 78 dagen bombarderen van Servië, VN veiligheidsraad resolutie 1244).
Het schept een gevaarlijk internationaal precedent.
Kosovo verwerft daarenboven in de feiten geen onafhankelijkheid.
Kosovo zal volledig bestuurd worden door een Internationale Civiele Raad (ICR),benoemd door de VS, de EU en de NATO.
Kosovo wordt een kolonie “oude stijl”.
De onafhankelijkheid is niet in het voordeel van de Kosovaarse bevolking.
Na 9 jaar Nato-overheersing is 60% van de bevolking werkloos, het is een centrum van internationale drughandel geworden en een uitvalbasis voor de prostitutie-bedrijven (handel in vrouwen) binnen Europa.
Werk is in Kosovo hoofdzakelijk maar te vinden in dienst van de VS/NATO, voor organisaties werkzaam voor de buitenlandse troepen.
De grootste konstruktie uitgevoerd in Kosovo sinds de bezetting is CAMP BONDSTEEL, de grootste militaire VS-basis in Europa (Halliburton kreeg het kontrakt).
Vanuit die basis worden de strategische olietransporten over de gehele regio beheerst.
De erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo is een nieuwe stap in de verovering van de strategische Balkan-regio door de VS.
250.000 mensen van Servische afkomst,Roman en andere nationaliteiten werden sinds de Nato-bezetting uit Kosovo verdreven.
Bijna een kwart van de Albanese bewoners hebben hun land verlaten om werk en inkomen elders te vinden.      Luk Brusselaers

2007

Europees hof vernietigt de plaatsing van Prof.Jose Maria Sison op de terroristenlijst.  Internationaal Comité DEFEND .In zijn uitspraak van gisteren, 11 juli 2007, in Zaak T-47/03 van Jose Maria Sison versus de Raad van de Europese Unie, vernietigde het Europese Hof van Eerste Aanleg (EHEA) te Luxemburg het besluit van de Europese Unie om Prof. Sison op haar 'terroristenlijst' te plaatsen.
Het Hof sprak uit dat de Raad van de EU het recht van Prof. Sison op verdediging en op effectieve juridische bescherming heeft geschonden en dat de Raad ook niet heeft beantwoord aan haar verplichting haar besluit met redenen te omkleden. Prof. Sison is nooit voor enige rechtbank gedaagd, laat staan dat er door enige juridisch competente autoriteit onderzoek is gedaan naar welke daad van terrorisme dan ook door Prof. Sison gepleegd.
Het Hof veroordeelde de Raad van de EU ook tot betaling van de kosten van de procesgang gemaakt door Prof. Sison en het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen (NDFP) dat ten gunste van hem intervenieerde.
Het oordeel van het Hof heeft direct betrekking op Raadsbesluit 2006/379/EC dd 29 mei 2006 en ook op het Raadsbesluit van 29 juni 2007 omdat beide mank gaan aan dezelfde gebreken en de rechten van Prof. Sison met voeten treden.
De uitspraak van het Hof verleent Prof. Sison geen compensatie voor zijn ingehouden uitkering (voor levensonderhoud, ziektekostenverzekering en AOW) en voor de morele en andere materiële schade die hij heeft geleden, maar biedt hem wel de mogelijkheid daar in Nederland aanspraak op te maken of op Europees niveau verder te procederen.
Het oordeel was op papier gezet door Rechter J. Pirrung, President van de Tweede Kamer van het Europese Hof van Eerste Aanleg. De andere rechters waren N.J.
Forwood (Rapporteur) en S. Papavvas.
Prof. Sison werd vertegenwoordigd door een sterk internationaal team van mensenrechtenadvocaten, geleid door Jan Fermon (België). De overige leden van het team zijn: Hans Schultz (Duitsland), Antoine Comte (Frankrijk), Dundar Gurses (Nederland), Thomas Olsson (Zweden), Mathieu Beys (België) and Atty. Romeo Capulong(Filippijnen). Het NDFP werd gerepresenteerd door Bernard Tomlow, van oudsher hun advocaat.
Prof. Sison is zeer verheugd met de uitspraak van het Hof, vooral omdat hij in het geheel niet gerekend had op een meevaller. Hij bedankte zijn advocaten uit de grond van zijn hart voor hun harde werk en voor het behalen van dit historisch succes. Van over heel de wereld stromen de felicitaties toe en de grote nieuwsmedia staan in de rij voor een interview.
De voorzitter van de Onderhandelingsdelegatie van het NDFP, Luis Jalandoni, verklaarde het besluit van het Europese Hof van Eerste Aanleg een overwinning van Prof. Jose Maria Sison, het Nationaal Democratisch Front van de Filippijnen, het Volk van de Filippijnen en van alle buitenlandse vrienden die Prof. Sison hebben gesteund in zijn strijd tegen zijn plaatsing op de 'terroristenlijst'.
Het Internationaal Comité DEFEND verklaart dat de mensen militant en waakzaam moeten blijven in de verdediging van de rechten van Prof. Jose Maria Sison, omdat de autoriteiten van de VS, de Filippijnen en van Europa hem op hun respectievelijke terroristenlijsten willen houden, hoewel hij nooit enige daad van terreur heeft begaan, noch in de Filippijnen, noch ergens anders.
De bovengenoemde autoriteiten hebben geen leugen geschuwd en gaan zover te ontkennen dat hij een erkend politiek vluchteling is volgen Art. 1A van het Vluchtelingen Verdrag. Hij is door hen op de 'terroristenlijst' geplaatst om het NDFP tot capitulatie te dwingen in de vredesonderhandelingen met de regering in Manilla, maar deze onderhandelingen zijn er slechts door verlamd.

De houding van de EU tegenover Cuba: Europese arrogantie in het kielzog van de VS. Katrien Demuynck.   30-06-2007.
Actieve VS-inmenging in de Europese politiek.
De VS zijn de laatste maanden bijzonder actief geweest op diplomatiek vlak in en om Europa. Uiteraard is dat is niet zomaar. Op 18 juni, tijdens de vergadering van de ministerraad van de EU stond de herevaluatie van de ‘Common position’ tegenover Cuba op het programma. Dat is een document waarbij de EU Cuba een aantal voorwaarden oplegt vooraleer normale relaties met het land aan te knopen.
De VS startten een waar offensief ten opzichte van de landen van de Europese Unie. Daarbij worden ultra-rechtse ex-socialistische landen, zoals Tsjechië en Polen, als stoottroepen gebruikt. In dat plaatje kadert bijvoorbeeld de ‘dissidente’ activiteit die plaats had in de Tsjechische vertegenwoordiging voor de EU op donderdag 7 juni te Brussel.
Het doel van de VS is om de genoemde ‘gemeenschappelijke positie’ van de EU t.o.v. Cuba te behouden. Bovendien beogen ze meer en meer landen in te schakelen in hun strategie om Cuba te isoleren op het internationale terrein.
Herhaald bezoek
Kort geleden kregen verschillende Europese landen Kirsten Madison, vice-minister voor Buitenlandse Zaken van de VS, over de vloer. Daarop volgde een tournee van de zogenaamde “coördinator voor de overgang in Cuba”, de heer Caleb Mc Carry. De man werd in juli 2005 benoemd door VS Buitenlandminister Condoleezza Rice. Zijn hoofdopdracht is in Cuba een regimewissel op maat van de VS realiseren. Blijkbaar heeft geen enkel Europees land zich vragen gesteld over het democratisch gehalte van deze ambtenaar. Caleb Mc Carry werd ook in België op buitenlandse zaken ontvangen. Toch behaalden de VS niet overal het gewenste resultaat bij de betrokken regeringen. Ook de bevolkingen lieten zich niet onbetuigd. In zowat alle bezochte landen kon Mc Carry op protest rekenen. In Ierland moest hij zelfs onder politiebegeleiding afgevoerd worden toen hij een conferentie wou geven op de Universiteit van Dublin.
Kort voor de Europese top bracht VS-buitenlandminister Condoleezza Rice een bezoek aan Spanje. Het zinde de VS niet dat de Spaanse buitenlandminister Moratinos het feitelijk embargo doorbrak waarbij sinds de Europese sancties tegen Cuba in 2003 geen enkel Europees regeringslid Cuba nog officieel bezocht. Nog erger: Moratinos had enkel contact met de Cubaanse overheden en vond het niet nodig om ook langs te gaan bij de zogenaamde dissidenten. Condy wees Moratinos dan ook in het openbaar terecht, alweer een mooi staaltje van inmenging in de nationale politiek van een land.
Bush tourde wellicht niet toevallig net in dezelfde periode door Oost-Europa. In elk geval stond het thema Cuba overal expliciet op de agenda. In Tsjechië – jawel alweer! – maakte hij tijd vrij voor een onderonsje met twee speerpunten in de VS-politiek tov Cuba: ex-president van Spanje Aznar, die in 1996 aan de basis lag van de ‘Common position’ en ex-dissident en –president van Tsjechië Vaclav Havel. Het is niet toevallig dat het klad voor die door Aznar voorgestelde ‘Common position’ indertijd in Washington geschreven werd. Het toonaangevende dagblad ‘El País’ publiceerde als bewijs die originele Amerikaanse versie samen met de Europese slotversie op haar voorpagina…
Een uitnodiging tot gesprek?
Het besluit dat uiteindelijk na al dat gelobby tot stand kwam is navenant. De EU nodigt een officiële Cubaanse delegatie uit naar Brussel om te discussiëren over… de mensenrechten en de politiek die gevoerd wordt op Cuba. Ze nemen nota van de nieuwe situatie (sic) door het tijdelijk aftreden van Fidel. Ze sporen de Cubaanse regering aan om de nodige politieke en economische hervormingen door te voeren opdat het dagelijks leven van de Cubaan er beter zou op worden. In een tweede paragraaf bekritiseren ze de situatie van de mensenrechten op het eiland. De vrijlating van alle zogenaamde politieke gevangenen wordt geëist, evenals vrijheid van informatie en van meningsuiting.
Verder wijzen ze erop dat ze hun steun blijven verlenen aan allen die binnen de Cubaanse civiele maatschappij ‘voor de mensenrechten ijveren’. Daartoe zullen ze ontwikkelingshulp inzetten. Naast die ‘intense dialoog’ die ze behouden met die civiele maatschappij en met de oppositie zijn ze toch bereid om opnieuw een dialoog aan te gaan met de Cubaanse overheid, waarin ze expliciet het Europees standpunt rond democratie, mensenrechten en fundamentele vrijheden willen naar voor brengen.
Het spreekt vanzelf dat de EU met de benaming ‘civiele maatschappij’ niet verwijst naar de meer dan 2000 legale verenigingen en groeperingen zoals professionele organisaties, vrouwen- of studentenorganisaties, cirkels van intellectuelen en artiesten, die de Cubaanse maatschappij rijk is. Het gaat integendeel over een aantal kleine zogenaamd dissidente groepen. Als je weet dat de fameuze Cubaanse dissidenten gefinancierd worden door de VS, een vijandige mogendheid die al 47 jaar een blokkade oplegt, moordaanslagen organiseert en met een militaire invasie dreigt, dan hoeft dit aspect hier niet veel verdere uitleg.
Het antwoord van Cuba
Het spreekt voor zich dat Cuba dergelijke condities niet aanvaardt. Sinds jaar en dag stelt de Cubaanse overheid dat ze enkel gesprekken met de EU wil aangaan zonder voorwaarden en op basis van wederzijds respect. Dat is onmogelijk zolang de “Common Position” en de sancties van 2003 blijven bestaan. Bovendien, zo stelt Cuba “erkennen we bij de EU geen enkele morele autoriteit om over Cuba te oordelen”. Waarom heeft de EU het niet over de folteringen op de VS-basis van Guantanamo, vraagt Cuba zich af. Waarom kijkt de EU niet in eigen boezem, nu het duidelijk is dat ze medewerking verleenden aan geheime vluchten en gevangenissen van de CIA op hun territorium? Of waarom geen woord over de VS-blokkade tegen Cuba? Conclusie: de EU loopt hier mooi in het lijntje van het Plan Bush voor Cuba.
Volgens Cuba komt het de EU toe om zijn beleid bij te sturen, en niet omgekeerd. En ze voegen er fijntjes aan toe: “er is geen haast bij, we hebben alle tijd van de wereld”.
België maakt een bocht
Bij dit alles maakte de Belgische politiek blijkbaar een bocht van 180 graden. Hoewel buitenlandse zaken in alle toonaarden volhoudt dat er niets veranderd is in de Cuba-politiek van België, heeft geen enkele woordvoerder van de minister moeite gedaan om de hardnekkige berichten in de media te ontkennen.
Traditioneel verdedigde België een respectvolle politiek tegenover Cuba binnen de EU. Nu hebben ze zich aan de kant geschaard van waterdragers van de VS als Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië. Voorwaar een mooi gezelschap! Waar die verandering van positie mee te maken heeft is niet duidelijk. Is België onderuit gegaan voor het charme offensief van Mc Carry? Kreeg De Gucht een telefoontje van Condoleezza Rice? Wat zeker is is dat Spanje en Duitsland door die koerswijziging hun plannen om de ‘Common position’ en de sancties op te heffen moesten herzien.
Op dezelfde 18e juni, de dag dat de EU haar beleid rond Cuba herbevestigde, besloot de Mensenrechtenraad van de VN de functie van de speciale controleur voor Cuba van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten op te heffen. Daarmee erkent de Mensenrechtenraad feitelijk dat er geen enkele reden is om Cuba van mensenrechtenschendingen te verdenken, die het bestaan van een dergelijke controleur rechtvaardigen. Het is een beetje cynisch dat net nu België de VS-kaart trekt en meegaat in de valse discussie rond mensenrechten, als voorwendsel om de Cubaanse soevereiniteit in vraag te stellen.  Bron:  http://www.cubanismo.net/

Europese Grondwet. Aan het uiterlijk is veel veranderd, aan de inhoud weinig.
Datum 29-06-2007 We publiceren hierbij het standpunt van Erik Meijer van de Nederlandse SP over de nieuwe versie van de Europese grondwet.
Vanuit het Europees Parlement bond hij onder meer de strijd aan tegen de verplichte privatisering van het Europese bus- en streekvervoer.
Toen ik in april en mei 2005 bijna elke avond in steeds drukker bevolkte zalen kwam uitleggen waarom de mensen beter tegen dan voor de EU-grondwet konden stemmen, werd vaak de vraag gesteld wat ik dacht te bereiken met een eventuele meerderheid voor 'nee'. De meeste Nederlanders waren en zijn niet tegen zo'n grondwet, vooral omdat zij hopen dat die een uitbreiding van hun burgerrechten zal opleveren. Het Handvest van Grondrechten, meer lippendienst aan 'sociaal' en 'milieu', het recht om een miljoen handtekeningen aan te bieden aan de Europese Commissie, meer zeggenschap voor het Europees Parlement en het in openbaarheid vergaderen van de Raad van ministers van de lidstaten werden gezien als reden om vóór te stemmen. De politieke keuzes in de grondwet en de verdergaande machtsconcentratie in een superstaat waren daarentegen reden voor een tegenstem. Mijn antwoord op de vraag over het nut van een tegenstem was dat die Grondwet in een te kleine kring is uitgedokterd, dat er niet alleen goede maar ook slechte
punten in zitten, dat je beter niet ongezien zo'n koppelverkoop van goed en slecht kunt slikken en dat een verwerping van dit eerste probeersel de invloed van de kiezers op het eindresultaat sterk kan vergroten. Het gaat niet om het opwerpen van een blokkade tegen verdragswijziging, maar wel om een nieuwe verdragstekst die beter dan de oude verdragen beantwoordt aan de wensen van de kiezers. Ik sprak de hoop uit dat zo'n vijf jaar later na een brede maatschappelijke discussie in alle EU-landen een nieuw referendum zou plaatsvinden over een verkorte en sterk veranderde tekst. Het liefst natuurlijk een tekst die ook de steun van de SP kan krijgen.
Ligt die betere tekst nu op tafel ? Dat is slechts zeer gedeeltelijk het geval. De voorvechters van de op 1 juni 2005 door de Nederlandse kiezers verworpen eerste versie van de grondwet hebben laten zien hoe flexibel ze kunnen zijn. Vóór de stemming werd gewaarschuwd dat verwerping rampen kan opleveren. Ná de verpletterende uitslag leek niemand in Nederland dit project ooit te hebben verdedigd. Opeens waren we altijd al samen tegen geweest. Die snelle draai gaf de voormalige voorstanders de kans om zelf te bedenken wat de bedoelingen van de tegenstanders waren geweest en hoe die tevreden gesteld kunnen worden zonder ze serieus te raadplegen. In het regeerakkoord van 2007 is terecht opgenomen dat inhoud, omvang en benaming overtuigend moeten verschillen van het eerder verworpen ‘grondwettelijk verdrag’. Wat omvang en benaming betreft is dat op 22 juni aardig gelukt. Veel omstreden zaken blijven wel bestaan, maar buiten de nieuwe verdragstekst. De namen 'Grondwet' en 'minister van buitenlandse zaken' zijn
eruit verdwenen, en zelfs reeds lang bestaande superstaatsymbolen als vlag en volkslied kun je er voorlopig niet in terugvinden. Ook het Handvest van Grondrechten, het paradepaardje dat voor veel voorstemmers de enige overtuigende reden was voor hun keuze, is teruggebracht tot een verwijzing. Bijkomend voordeel van het uitkleden van al die grondwetskenmerken is dat men er het recht aan probeert te ontlenen om niet aan de kiezers te vragen of dit nu echt wel de uitkomst is waarvoor zij in 2005 hebben gekozen. Als dat lukt komt het eindoordeel in handen van regeerders en nationale parlementariërs die ook al voor de vorige versie stemden.
De SP oordeelde in 2005 niet negatief over de Grondrechten, maakte ook geen geweldige bezwaren tegen vlag en volkslied, probeerde niet om nieuwkomers uit de EU te weren en kon zelfs met enige tegenzin desnoods wel leven met die naam Grondwet. Veel belangrijker dan het uiterlijk vertoon en de overdreven pretenties van dit document was de inhoud. Daarin werd de waan van de dag in beton gegoten als doelstelling van de EU. Politieke keuzes van de rechterzijde zoals 'vrije onvervalste concurrentie', 'een steeds verdergaande liberalisering van diensten' en 'een steeds beter niveau van bewapening' zouden duurzaam worden vastgelegd. Nog vaker dan nu zouden de kiezers te horen krijgen dat iets waartoe we zelf nooit zouden hebben besloten nu eenmaal toch moet van Europa. Dankzij de president, de minister van buitenlandse zaken en het opgeven van vetorechten van de lidstaten zouden we steeds vaker worden verrast door voldongen feiten. Terwijl veel mensen de steeds verdere schaalvergroting van gemeenten, scholen,
ziekenhuizen en wooncentra voor ouderen zat zijn, zou die schaalvergroting in de EU-besluitvorming op volle kracht doorgaan. Goed voor grote internationale bedrijven die op dat niveau hun belangen uitstekend kunnen behartigen, maar slecht voor activisten op het gebied van arbeid, milieu, publieke voorzieningen, mensenrechten en internationale solidariteit die steeds minder invloed kunnen uitoefenen. En ook slecht voor de kiezers in het algemeen, die dan meer moeten overlaten aan een Europees Parlement dat zelfs met wat meer bevoegdheden geen initiatiefrecht heeft, niet met een gewone meerderheid eindbeslissingen kan nemen, veel onbekender is dan de nationale parlement en ook veel minder kiezers trekt.
Zonder het 'nee' in Nederland en Frankrijk, en het verwachte 'nee' in een aantal andere landen, zou die grondwet helemaal niet zijn veranderd. Voor zover de inhoud nu wel wordt aangepast is dat het succes van kritische burgers, die een referendum eisten en durfden tegenstemmen. Dat succes is voor nee-stemmers geen reden om nu maar bij voorbaat verder alles te slikken. Het blijven overwegend de 'ja'-stemmers die het komende najaar de vormgeving van het 'nee' gaan uitonderhandelen. Schaalvergroting en centralisatie van de besluitvorming gaan ook in dit verdrag gewoon door. Sommige voorstanders maken er geen geheim van dat de voor hen belangrijkste doelstellingen van de grondwet gered zijn, ook al is de aankleding veranderd. In de heronderhandelingen was Nederland uiteindelijk opmerkelijk bescheiden. Onze regering heeft er anders dan de Franse president Sarkozy niet op aangedrongen de meest neoliberale provocaties uit de tekst te schrappen, en heeft anders dan de afttredende Britse premier Blair ook geen voorbehouden gemaakt tegen een verdere overdracht van bevoegdheden. Zonder vooruit te willen lopen op een eindoordeel over de definitieve tekst die er aan het eind van dit jaar zal liggen, zie ik wel een voorlopig resultaat waarin minder verandert dan mogelijk en wenselijk was geweest. Het verlangen naar referenda over de nieuwe tekst zal er bij de meerderheid van de kiezers in Nederland en in de andere lidstaten niet kleiner door worden. De doorzetters van dit project hebben een probleem. Als de referenda er komen blijft de aanvaarding nog lang onzeker. Zonder die referenda zal de nieuwe verdragstekst daarentegen het omstreden project van een elite blijven dat nooit aan de volkswil kon worden getoetst.

Een verdrag in besloten kring.
18-12-2007 Antoine Uytterhaeghe .
Het Hervormingsverdrag van de Europese Unie is rond.
De ellende met de grondwet en de referenda is achter de rug.
De tenoren waren gelukkig op de fotosessie van Lissabon, ze moeten hun bevolking niet consulteren.
Het hervormingsverdrag is het resultaat van werk in de achterkamer.
Een tweede mislukking kon de EU zich niet veroorloven.
Het nieuwe verdrag werd op 13 december 2007 ondertekend door de staats- en regeringsleiders in Lissabon.
De geheime diplomatie van de elitaire cenakels, eigen aan de EU, is terug dagelijks gebruik, kun je wel zeggen.
Geen referenda
Zoals we weten werd in 2005 de ontwerptekst van de EU-grondwet door de burgers van Frankrijk en Nederland geweigerd bij referendum. De EU-leiders hebben zich helemaal niet de moeite gegeven om rekening te houden met de mening van de burgers. “Het belangrijkste van de grondwettekst hebben ze met succes verdedigd,” verklaarde de Europese parlementsvoorzitter Hans Gert Pöttering. Ook Bondskanselier Merkel verheugde zich hierover toen ze verklaarde dat het essentiële van de tekst is gebleven. Tegen wie moest de Europese Unie zich verdedigen?
De uitgeslotenen uit dit beslissingsproces zullen er zeker niet wijzer op worden. Het verdrag is immers zo goed als onleesbaar, zelf bij ernstig leeswerk kan men het overzicht niet bewaren. Zo zullen de leden van het Europese en nationale parlement moeten opletten om niet in de verwijzingen te verdwalen, en om niet een tekst te moeten stemmen die ze niet verstaan, zelf als ze zich de moeite getroosten de tekst te lezen. Bovendien is de zaak voor een parlementslid te nemen of te laten. Ze kunnen geen wijzigingen indienen, ze hebben alleen het recht ja of neen te stemmen.
Het dictaat van Lissabon is niet alleen een politiek schandaal, maar een frontale aanval op de grondvesten van de rechtstaat. De nationale grondwetten worden aan de EU ondergeschikt gemaakt, zonder dat de burger enig inspraakrecht heeft om zich uit te spreken over het hervormingsverdrag, dat nu de wereld ingaat als het Verdrag van Lissabon.
Kritieken
Hierbij kunnen we ons de vraag stellen of de EU zo 'n grote angst heeft om met de mening van zijn burgers geconfronteerd te worden. Het verdrag van Lissabon maakt in ieder geval de Europese Unie niet democratischer. Het legt de neoliberale sociale afbraak vast. Het is een frontale aanval op de openbare eigendom, het tafelzilver moet absoluut in privé-handen komen. Het is waar dat er nu meer domeinen zijn waar het Parlement kan mee over beslissen, maar met haar besluiten over het buitenlands beleid moet de Hoge Vertegenwoordiger alleen maar 'rekening houden'. Het fundamentele democratische tekort dat het Parlement geen wetgevende initiatieven kan nemen is ook met dit verdrag niet opgelost.
Verder is er vooral nog de verplichting tot militarisering. Een bewapeningsagentschap krijgt de bevoegdheid om het zogenoemde defensiebeleid van de lidstaten te controleren, die verdragrechterlijk overeenkomen hun militaire vermogens geleidelijk aan te verhogen. Dat moet de mogelijkheid bieden om militaire interventies te ondernemen die niets te maken hebben met de verdediging van het grondgebied. Net zoals in de tekst voor de grondwet staat de zinsnede “overeenkomstig de beginselen van het VN-Handvest”. Hiermee laat men dus nog altijd de deur wagenwijd open voor eigen interpretatie van deze beginselen, en dus desnoods voor een militair optreden zonder reëel VN-mandaat.
Anti-terrorisme
In de solidariteitsclausule (art 188R) staat onder meer het volgende:
De Unie en de lidstaten treden uit solidariteit gezamenlijk op indien een lidstaat getroffen wordt door een terroristische aanval, een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp.
De Unie maakt van alle tot haar beschikking staande instrumenten, waaronder de door de lidstaten ter beschikking gestelde militaire middelen, gebruik om:
- de dreiging van het terrorisme op het grondgebied van de lidstaten te keren;
- de democratische instellingen en de burgerbevolking tegen een eventuele terroristische aanval te beschermen;
- op verzoek van de politieke autoriteiten van een lidstaat op diens grondgebied bijstand te verlenen in geval van een terroristische aanval;
Met andere woorden, Het hervormingsverdrag geeft de militaire arm van EU een recht tot optreden op het eigen het grondgebied indien een lidstaat 'getroffen wordt door een terroristische aanval'. Aangezien de definitie van terrorisme zeer vaag en rekbaar is, zou dit kunnen leiden tot een gewelddadig optreden van de Unie tegen de eigen burgers van de lidstaten.
Besluit
Het verdrag van Lissabon biedt de nationale politieke elite de weg aan om een doorgedreven veranderingsproces van de sociale rechtstaat in de richting van de neoliberalisering door te drijven. Het stelt alles in werking om de lidstaten klaar te stomen voor wereldwijde interventieopdrachten.
De EU blijft voor wat ze in Amsterdam al was uitgetekend, een vereniging van neoliberale kapitalistische state

Eenheidsoproep in verband met het nieuwe Europese ontwerpverdrag.
In 2005 hebben de Franse en Nederlandse burgers de zogenaamde grondwet verworpen, die de staats- en regeringshoofden al hadden aangenomen.
In veel andere landen is die grondwet nooit geratificeerd geworden.
Eind juni 2007 hebben de staats- en regeringshoofden een bliksemprocedure in werking gesteld om tot een nieuw Europees verdrag te komen.
Ditmaal echter zonder breed maatschappelijk debat en zonder referendum.
In tegenstelling tot wat de Europese leiders beweren, is dit geen miniverdrag.
Het herneemt gewoon onder een andere naam en in een andere vorm de essentie van de grondwet die Fransen en de Nederlanders bij referendum hebben verworpen.
In tegenstelling tot wat ze beweren blijft “het respect voor de open markteconomie waar de concurrentie vrij kan spelen” de hoeksteen van de Europese constructie, waaraan alles ondergeschikt is gemaakt.
Met geen enkele van de belangrijkste eisen die tijdens het debat over de ontwerpgrondwet zijn naar voor gekomen, werd rekening gehouden.
Wij denken aan de eisen in verband met de openbare diensten, de gelijkheid man/vrouw, de lekenstaat, het behoud van het milieu, de beperktheid van de grondstoffenvoorraden, sociaal Europa, het verzet tegen het vrij circuleren van de kapitaalstromen en de fiscale dumping, de almacht en de opdracht van de Europese Centrale Bank, de vredespolitiek, het democratisch functioneren van de Europese Unie. Met niets werd rekening gehouden.
De openbare diensten blijven onderworpen aan de regels van de concurrentie.
De verwijzing naar de “religieuze erfenis” blijft behouden. Geen enkele hindernis tegen de verbetering van de sociale regelgeving werd opgeheven.
Het milieubeleid wordt in toom gehouden door ultraliberale economische keuzes. De macht van de Europese Centrale Bank blijft behouden.
De inkapseling van de Europese defensiepolitiek in de NATO-strategie, anders gezegd de volledige onderwerping aan de VSA en de militarisering van Europa werden versterkt.Het charter van de “basisrechten” , dat al zo weinig voorstelde, blijft verstoken van elke praktische reikwijdte.
En, zoals het nu in het grondwettelijk verdrag is opgenomen, worden de huidige, toch al bijzonder ondemocratische instellingen, niet echt gewijzigd.
Kortom, we zitten opnieuw met een tekst die van Europa een vrijhandelszone maakt waarbinnen onbelemmerd een neoliberaal beleid kan worden gevoerd.
Niets ruimte om een democratisch Europa op te bouwen, dat zich een andere weg kan uittekenen dan een die ongehinderd vrijheid verleent aan de multinationals en de financiële markten.
Daarom wijzen wij dit verdrag af. Maar wij stellen ook een andere werkwijze voor.
Laten we een nieuwe grondtekst opstellen op basis van een procedure die democratisch en doorzichtig is en steunt op de wil van de burger.
Laten we die tekst vervolgens in alle lidstaten aan een referendum onderwerpen.
Iedereen die zulk Europa wenst roepen wij op om zich te mobiliseren. Laten we al onze initiatieven in die zin doen samenvloeien.
Laten we onze krachten bundelen om de ware inhoud van het nieuwe ontwerpverdrag aan de mensen uit te leggen.
Om het bedrog aan de kaak te stellen. En om een nieuw perspectief te openen op een democratisch, sociaal, ecologisch en solidair Europa.
Bron: Attac vlaanderen.

2006

Aan de vooravond van een nieuwe grote oorlog ?
Woensdag 09 augustus 2006 Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zwoeren wereldleiders en gewone burgers dat het nooit meer zou gebeuren. Nooit meer oorlog. Hetzelfde hoorden we aan het einde van de Tweede Wereldoorlog: nooit meer oorlog. Velen van mijn generatie, die het geluk heeft gehad geen oorlog mee te maken, hebben zich hard ingezet om de oorlog ook daadwerkelijk de wereld uit te helpen: actie voeren tegen de oorlog in Vietnam, betogen tegen de onstuitbare wapenwedloop, tegen de kernwapens in Europa, tegen de oorlog in Irak. Wanneer wij het voor het zeggen zouden hebben, zou het anders worden: nooit meer oorlog. Vandaag herken ik de teleurstelling en frustratie, maar ook de angst bij velen in mijn omgeving, nu we aan de vooravond lijken te staan van een nieuwe grote oorlog. Een aangekondigde oorlog: vooraanstaande critici van het VS-beleid in het Midden-Oosten en analisten waarschuwen al jaren voor een dreigende oorlog, waarin ook Iran en Syrië betrokken zullen raken. In Irak slaagden de VS en bondgenoot Groot-Brittannië er tot dusver niet in de Navo-lidstaten aan te porren tot deelname. In Afghanistan, net als Irak een land op de rand van de anarchie, werd de puinhopen van het VS-beleid overgedragen aan de Navo, zonder noemenswaardig verzet van de bevolking in de deelnemende landen. Toch blijven de Navo-landen onwillige bondgenoten. Daarom wordt voluit overgeschakeld op een alternatieve aanpak: breng bondgenoten, zoals de Navo, binnen voor de échte oorlog losbreekt. De aanval van Israël op Libanon is slechts de voorbode van de eigenlijke oorlog, waarmee de VS en Israël het verfoeide Iran met zijn plannen om kernwapens te ontwikkelen samen met buur Syrië willen aanpakken. Het lijdt immers weinig twijfel dat de door technocraten geplande precisiebombardementen op Irans kerninstallaties en militaire en economische infrastructuur een gewelddadige tegenreactie zullen uitlokken.
Een internationale troepenmacht in Libanon zit dan tussen hamer en aambeeld en zal al snel mee de oorlog in gezogen worden, een grote regionale oorlog, wellicht met de allures van een nieuwe wereldoorlog. Intussen blijft het onbegrijpelijk hoe een land als Israël alle internationale rechtsregels en het humanitair recht naar de schroothoop verwijst, amper zestig jaar na de Holocaust. In zijn boek In Europa, reizen door de twintigste eeuw zegt historicus Geert Mak: ,,In zekere zin kan de Holocaust beschouwd worden als een uiting van bijna religieus fanatisme, en tegelijk als een uiting van moedwillige blindheid, een diepgaande, collectieve morele ontsporing. Deze verklaring is weinig populair. () Ze betekent dat zo'n massale vervolging, met de huidige technieken, bureaucratieën, repressie- en manipulatiesystemen, morgen op een andere plaats en jegens een andere groep opnieuw kan plaatsvinden. De technocraten zullen blijven.'' Hij verwijst daarbij naar Sebastian Haffner, die in The Observer van 9 april 1944 een bijna profetisch beeld ophing van technocraat Albert Speer: ,,Dit is hun tijd. De Hitlers en Himmlers raken we wel kwijt, maar de Speers, wat er ook met hen individueel moge gebeuren, zullen nog lang onder ons zijn.''
Vandaag de dag wordt op een haar na een heel parlement wederrechtelijk ontvoerd. Uit reactie tegen een aanslag van Hezbollah vanuit Libanon en de ontvoering van twee Israëlische soldaten wordt een oorlog ontketend, die niet alleen honderden onschuldige burgerdoden, duizenden gewonden en tienduizenden vluchtelingen tot gevolg heeft, maar bovendien een groot deel van de infrastructuur van Libanon naar de prehistorie verwijst. De 'terroristische dreiging' is de paraplu die het doden moreel aanvaardbaar moet maken. Ja, uiteraard, we moeten ons verzetten tegen iedere vorm van zinloze terreur, zoals die in het Midden-Oosten sinds jaar en dag schering en inslag is. Zulke terreur kan echter nooit het doden van onschuldige burgers, vrouwen, ouderen en kinderen rechtvaardigen, zeker niet op de schaal waarop dat vandaag de dag gebeurt. De VN - even onmachtig als de Volkerenbond destijds - bewijzen dat er inderdaad sprake is van morele ontsporing: zij zullen wellicht niet verder komen dan een oproep de strijd te staken, een erkenning van het recht van Israël om door te gaan met zijn oorlog als er nieuwe aanvallen op Israël komen en het installeren van een internationale troepenmacht.
Het voorbeeld van Afghanistan en Irak bewijst dat je geen democratie kunt opleggen met geweld. De maakbaarheid van een maatschappij zonder stevig draagvlak bij de bevolking, is een mythe. Het groeiproces van een democratie heeft tijd nodig en dient gebaseerd te zijn op wederzijdse erkenning en begrip.
Voor we ons land laten meeslepen in een nieuw militair avontuur zonder duidelijke exit-strategie, doen we er goed aan een kijkje te nemen in Flanders Fields en op de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog in Normandië, waar tienduizenden jonge mensen van vele nationaliteiten, vriend en vijand, hun leven hebben gegeven omdat de technocraten van die tijd rotsvast geloofden dat geweld het antwoord was.
Peter Vanhoutte (De auteur werkt in Kosovo als senior political adviser voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.)

De NAVO en het Europese leger.
Angelo Alves: Sta mij om te beginnen toe om de kameraden van het Balkan Anti-NAVO-centrum te feliciteren en te bedanken voor hun inspanningen die dit seminar mogelijk hebben gemaakt. Het was niet gemakkelijk maar eindelijk vindt dit seminar dan plaats. Het is opmerkelijk dat dit tijdens het forum de enige discussiebijeenkomst is waarbij gesproken wordt over twee fundamentele instrumenten die het behoud van de militaire suprematie van de dominante klasse en haar gewelddadige en oorlogszuchtige kolonisatiepolitiek dienen. Tijdens dit en andere forums hebben we veel over de vrede gehoord en over de strijd tegen de oorlog. In dit jaar, dat nu op zijn einde loopt, hebben overal ter wereld indrukwekkende demonstraties voor de vrede en tegen de oorlog in Irak plaatsgevonden. Eén van de voornaamste leuzen van deze demonstraties was: "Laten we een eind maken aan de oorlog voor hij begint." Het voorkomen van een aangekondigde oorlog was het belangrijkste doel van deze demonstraties. Velen van degenen die deelnamen aan deze manifestaties deden dit eenvoudigweg omdat ze niet nog een oorlog wensten, niet nog meer doden en verwoestingen. Zonder twijfel waren dit zeer belangrijke acties en de massale deelname eraan was van grote waarde voor hun succes. Het centrale doel van een waarachtige sterke vredesbeweging kan echter niet beperkt blijven tot de voorkoming van dit of een ander conflict; de vredesbeweging moet ook strijden tegen de diepere oorzaken van de voortdurende oorlogsstrategie. Sommigen van jullie zullen zeggen dat het zonder een radicale, revolutionaire verandering van onze maatschappij onmogelijk zal zijn om militaire conflicten te voorkomen en dat het zonder een radicale ommezwaai van de politieke en economische machten in deze wereld onmogelijk zal zijn om te leven in een wereld van vrede en samenwerking. Ik denk dat jullie daar gelijk in hebben! Vandaar dat het wat ons betreft geen enkele zin heeft om een ideologisch en politiek neutrale vredesbeweging te ontwikkelen die er alleen maar naar streeft om conflicten die het kapitalistische systeem in het leven roept te voorkomen, of die conflicten die al aan de gang zijn afkeurt. Het is noodzakelijk dat dit gebeurt, maar het is niet genoeg. Als we een samenhangende vredesbeweging willen opbouwen is het noodzakelijk om de constante oorzaken van de oorlog en het onophoudelijke geweld in de wereld voortdurend te blijven bestrijden. Het bestrijden van de coördinatiestructuren die het imperialisme opgezet heeft om haar militaire suprematie te ontwikkelen is van groot belang.
In het kader van de escalatie van de aanvallen tegen het opbouwen van het socialisme in de Oost-Europese landen en de Sovjet-Unie werd de NAVO in het leven geroepen. De kapitalistische krachten die zich geconfronteerd zagen met een krachtige, wereldwijde bevrijdingsbeweging en met de opbouw van een alternatief model voor het kapitalisme, voelden de noodzaak om hun samenwerking op militair gebied te intensiveren om de strijd aan te gaan met de 'communistische vijand'. Hieruit blijkt duidelijk dat de NAVO al sinds de oprichting een ideologische militaire alliantie is met een offensieve aard. De twaalf landen - waaronder het fascistische Portugal dat geleid werd door de dictator Salazar - richtten in 1949 onder leiding van de VS geen defensief samenwerkingsverband op, maar een ideologische militaristische bond om het communisme te bestrijden. Het belangrijkste doel van deze landen was de toevoeging van een nieuwe, tastbare inhoud aan de militaire component van hetimperialisme dat zich bedreigd voelde door de veroveringen van de arbeiders en de bevolkingen en door het wereldwijde bevrijdingsproces. Deze militaire component en deze structuur werden in de eerste plaats opgericht om de belangen van de grootste kapitalistische machten, de Verenigde Staten voorop, te dienen. Daarom kunnen we concluderen dat de NAVO, geleid door de VS in politieke en militaire termen dé structuur is en was die de permanente oorlog tegen de bevolkingen die zich verzetten tegen de onderwerping aan de belangen van het grootkapitaal en het imperialisme voedt.
Intussen is de wereld enorm veranderd. De eerste ervaringen met de opbouw van het socialisme in de geschiedenis van de mensheid zijn mislukt en de grootste kapitalistische macht de VS, die tot dan toe geconfronteerd werden met een sterke oppositie tegen hun mondiale aspiraties, voelden zich vrij om de wereldheerschappij verder na te streven. Dit was de periode van toespraken over het einde van de geschiedenis en over de lange periode van wereldvrede die zou gaan heersen. De evolutie van de wereld toonde echter aan wat destijds al duidelijk was, dat niet het bestaan van een socialistisch blok de oorzaak was van instabiliteit, oorlogen, militarisme en militaire uitgaven. Integendeel, het tientallen jaren durende bestaan van het socialistische blok droeg bij aan het stoppen van diverse bedreigingen tegen bevolkingen en landen en het imperialisme zag zich verschillende malen gedwongen om niet-aanvalsverdragen te ondertekenen en overeenkomsten te sluiten over wapenbeperkingen, o.a. nucleaire wapens. Tegenwoordig is iedereen het er over eens dat de verdwijning van het socialistische blok de wereld niet veiliger heeft gemaakt. Sindsdien, en vooral gedurende de afgelopen vijf jaar, zijn we getuige geweest van een opeenvolging van agressieoorlogen. Terrorisme en staatsterrorisme gevoed door de grote kapitalistische machten beïnvloeden de hele wereld en de militaire budgetten rijzen de pan uit terwijl tallozen omkomen van de honger. En, hoewel de vermeende en 'nuttige' communistische vijand niet meer bestaat, leeft de NAVO nog voort, en intensiveert haar agressieve karakter. De oorlog tegen Joegoslavië en de herziening in 1999 van het strategisch concept van de NAVO waren belangrijke aanwijzingen van het agressieve karakter van de NAVO. Voordien was de NAVO alleen nog maar impliciet de militaire arm van het imperialisme, na de topbijeenkomst in Washington werd het doel duidelijk. Nog recenter, in september 2002 intensiveerde de NAVO in Praag haar agressieve karakter met het uitbreidingsproces waardoor nog meer landen ertoe gebracht werden een agressiepolitiek te voeren tegen bevolkingen en landen. Deze veranderingen vinden plaats terwijl de NAVO worstelt met een hevig dilemma. De officiële reden voor haar bestaan is er niet meer, hoewel het imperialisme haar gewapende arm nodig blijft hebben. Vooral in aanmerking genomen dat het kapitalisme zich tegenwoordig dagelijks geconfronteerd ziet met haar eigen historische beperkingen, dat de maatschappelijke basis voor het kapitalisme zich vernauwt en dat het noodzakelijk is om controle te hebben over de maatschappelijke ramp en de economische chaos die plaatsvindt in de landen van Oost-Europa en de voormalige Sovjetrepublieken die veroorzaakt worden door de invoering van het kapitalisme in deze landen. Om dit proces te rechtvaardigen en te steunen hebben de NAVO en de imperialistische denktanks nieuwe demagogische en hypocriete concepten verzonnen: de humanitaire oorlogen en de strijd tegen het terrorisme. Binnen enkele jaren heeft de realiteit echter aangetoond hoe vals deze concepten zijn. De zogenaamde humanitaire oorlogen resulteerden in de vernietiging van de economie en de infrastructuur van verschillende landen en in de creatie vanAmerikaanse protectoraten die geleid worden door het leger en de drugsmaffia. De zogenaamde oorlog tegen het terrorisme (de pas verkozen onzichtbare vijand van de NAVO) veroorzaakt elke dag meer spanningen en bevordert het terrorisme en het staatsterrorisme steeds meer. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de situatie in Azië en het Midden-Oosten en in het bijzonder Palestina, waar de fascistische regering van Sharon met hulp van de Noord-Amerikaanse regeringen een onvervalste genocide uitvoert op de Palestijnse bevolking. Kijk ook maar eens naar de terroristische aanvallen op de Cubaanse soevereiniteit die de VS uitvoert en naar de recente aanval van Israël op Syrië. Dát is terrorisme! In haar dilemma heeft de NAVO te maken gehad met verschillende interne crises maar tegelijkertijd heeft het imperialisme een sterkere NAVO nodig. Daarom werd de snelle reactiemacht in het leven geroepen. Dit is een onvervalst NAVO-leger dat op elk moment klaarstaat om de Amerikaanse imperialistische bevelen uit te voeren en daar in te grijpen waar de belangen op het spel staan of waar verzet woedt tegen het imperialisme. Met andere woorden: geconfronteerd met overduidelijke lastige situaties en met interne tegenstellingen heeft de NAVO een nieuwe onzichtbare vijand gedefinieerd, het commando is gecentraliseerd, de NAVO is uitgebreid naar het oosten en heeft de nodige instrumenten ontwikkeld om een internationale militaire organisatie te worden die snel kan optreden, geleid door de militaire elite van de Verenigde Staten en de belangrijkste militaire machten van Europa. Deze veranderingen zouden ons aan het denken moeten zetten. Op economisch gebied is de kwestie van een wereldwijde imperialistische overheersing aan de orde van de dag, waarbij men op wat moeilijkheden stuit. Op militair gebied zijn er de afgelopen twee jaar enorme vooruitgangen geboekt en de benodigde instrumenten om voort te gaan op weg naar een leger onder direct bevel van het imperialisme zijn voorhanden. De woorden van George Robertson tijdens de top in Praag lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: "De geloofwaardigheid van de NAVO hangt fundamenteel af van haar militaire capaciteiten."
In dit kader worden in Portugal, onder het beleid van de extreem-rechtse minister van Defensie Paulo Portas, de militaire uitgaven verhoogd en het leger hervormd. Toen de Portugese regering het besluit nam om de crisistop over de oorlog tegen Irak op de Azoren te verwelkomen en Portugese troepen naar Irak te sturen en daarbij onze strijdkrachten aanpasten aan de nieuwe NAVO-concepten voor de permanente oorlog, bleek duidelijk dat de regering bereid is de orders van het imperialisme te aanvaarden zonder te weten wat er terug valt te verwachten van de VS of de NAVO. Behalve misschien de kruimels en de lovende woorden die de imperialistische leiders voor de eerste de beste bedelaar over hebben. En waarom? Ondanks de interne imperialistische tegenstellingen heeft het systeem een aantal coördinatie-instrumenten nodig die het eigen overleven verzekeren. De regeringen die banden hebben met het grootkapitaal en het imperialisme weten dat. Nu we het toch over tegenstellingen hebben, laten we eens naar Europa kijken: Velen herinneren zich nog de verklaringen van de Franse en de Duitse regering tegen de oorlog in Irak. Dit politieke gegeven vormde destijds ongetwijfeld een groot probleem voor Bush en Blair die wanhopig probeerden de misdaad die ze voorbereidden te rechtvaardigen.
Aan het standpunt van deze landen lagen drie redenen ten grondslag: de druk die het gevolg was van de vredesbeweging en van het standpunt van de meerderheid van de bevolking; de druk van het grootkapitaal en met name de oliemaatschappijen die probeerden een betere onderhandelingspositie te krijgen om een Brits-Amerikaans monopolie op de oliewinning in Irak te voorkomen; en eenderde reden, de belangrijkste in deze analyse, namelijk de interne imperialistische tegenstelling tussen de Brits-Amerikaanse as en de landen die het proces van de Europese integratie leiden. Voor sommige naïevelingen onder ons zou het erop lijken dat dit standpunt bijdroeg aan de strijd tegen de Amerikaanse hegemonie en de imperialistische oorlog.
Laten we eens een aantal recente feiten analyseren. Dezelfde landen die het internationaal recht en de rol van de VN in Irak leken te verdedigen namen samen met de VS deel aan de onderhandelingen die op 16 oktober leidden tot de resolutie die de bezetting van Irak onder leiding van de invasiemacht rechtvaardigde en die de weg vrijmaakte voor militaire en financiële steun, waarbij gebruikgemaakt wordt van hetzelfde internationale recht dat vertrapt werd door de invasiemachten. De dag ervoor, op 15 oktober, presenteerde de NAVO haar snelle interventiemacht. Dezelfde landen die tegen de oorlog in Irak waren steunden dit project.
Tegelijkertijd zetten Frankrijk en Duitsland, samen met een tussen de EU en de VS heen en weer geslingerde Blair, en België in het licht van de presentatie van een voorstel voor een nieuw Europees verdrag, dat sommigen voorstellen als de "Europese Grondwet", stappen in de richting van de oprichting van een Europese interventiemacht en een zo snel mogelijke instelling van een Europees commando. De Amerikaanse diplomatie verklaarde onmiddellijk dit project te zien als een bedreiging voor de toekomst van de NAVO. In hun antwoord op deze reactie waren Chirac, Blair en Berlusconi heel stellig: Het Europese project zal complementair zijn aan de NAVO en het wordt opgezet om daar in te grijpen waar de VS om de een of andere reden niet bij betrokken wensen te worden. Deze verklaring is verhelderend! Als het waar is dat degene die aan het hoofd staat van de Europese machten en de EU de VS als bondgenoot heeft, en het ook waar is dat deze machten hun eigen instrumenten ontwikkelen, dan is dit niet om de Amerikaanse vriend te bestrijden maar om met hem te onderhandelen over een betere balans en de controle over de zogenaamde 'invloedszones'. Diegenen die op de een of andere manier geloofden in een verlicht 'Europees staatsburgerschap' en van een Europese Unie van menselijke waarden, vrede en samenwerking komen bedrogen uit. Het enige dat geschapen wordt met de zogenaamde Europese grondwet is een gewapend imperialistisch blok dat geleid wordt door de belangrijkste Europese kapitalistische machten en dat ernaar streeft om op een dag de 'vrijheid' te hebben om zelfstandig ergens militair in te grijpen.
Dat ze zo te werk gaan is logisch. Het doel van de wereldwijde imperialistische overheersing bestaat in Europa en de VS. De kapitalistische belangen en die van het militair-industriële complex worden behartigd in het Witte Huis en in Brussel, en soms zijn ze tegengesteld. Wat vandaag gebeurt in de Europese Unie, wat de standpunten over de oorlog in Irak heeft bepaald, is een proces van de concentratie van de politieke, economische en militaire macht in een handvol landen die willen wedijveren met de Verenigde Staten om precies hetzelfde te doen als zij: gebruikmaken van alle beschikbare instrumenten om markten, rijkdom en strategisch belangrijke regio's te veroveren in weerwil van de belangen van de bevolking!
Zoals we in Portugal zeggen, een vuur kan niet met benzine geblust worden. Een Europa dat zich op weg begeeft naar een wereld van vrede en samenwerking kan niet bereikt worden met de vorming van een nieuw politiek en militair blok dat de belangen van de heersende klasse behartigt. Velen zullen zich afvragen hoe dit wel bereikt kan worden.
Een beroemde Portugese dichter zei ooit: "Ik weet misschien niet waar ik naartoe ga, maar ik weet wel waar ik in elk geval niet wil zijn." Binnen de Portugese Communistische Partij weten we heel goed waar wij heen willen, altijd samen met onze bevolking. En we weten ook dat de weg naar een Europa van vrede en samenwerking niet deze weg is. Op deze route zullen we nog meer uitbuiting, geweld en oorlog tegenkomen.
Wij menen dat er maar een weg is: De strijd in elk van onze landen voor een verschuiving van de macht. De versterking van de strijd van het volk in elk van onze landen, en tegelijkertijd de versteviging van de samenwerking tussen de progressieve krachten en de vredesbewegingen zijn van essentiële waarde voor de strategie die leidt tot de ontmanteling van de structuren die het kapitalisme gecreëerd heeft om haar eigen bestaan te verzekeren.
Een andere wereld is mogelijk, en dat zal een wereld zijn van vrede en samenwerking tussen gelijkwaardige staten en bevolkingen. Zonder NAVO of dergelijke structuren zoals het Europese leger.
Dank u. Angelo Alves is lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Portugal. Vertaling: Frans Willems