Cuba

2008

Fidel Castro geeft de fakkel door.
Castro en de Cubanen: vijftig jaar samen.Fidel Castro liet op 19 februari weten dat hij geen presidentskandidaat meer is.
Onze pers had het de hele tijd over ‘de langst regerende dictator’. Is Cuba echt zo’n dictatuur?
Katrien Demuynck 27-02-2008.Dat Castro zo lang aan het hoofd gestaan heeft van Cuba
heeft bijgedragen tot de nieuwe linkse wind in Latijns-Amerika.
Een geïsoleerde dictator, zonder steun onder de meerderheid van het volk? Ook in Europa zijn de meningen over het Cuba van Castro verdeeld. “De ‘directe democratie’ onder Castro zorgde ervoor dat miljoenen Cubanen zich betrokken en in rekening genomen voelden, zoals dat onder geen enkel voorgaande regering gebeurd was”, schrijft Leicester Coltman, voormalig Brits ambassadeur in Havanna. En Gallup, een onafhankelijk enquêtebureau uit aartsvijand de Verenigde Staten, hield een poll tijdens de zware economische crisis uit de jaren ’90. Resultaat: zelfs in die moeilijke omstandigheden bleef 80 % van de Cubaanse bevolking pal achter de revolutionaire leiding staan.
Cuba heeft overigens een gedeeld leiderschap. De naadloze overgang van een regering mèt naar een regering zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli 2006, bewijst dat. Op die datum gaf Fidel wegens een zware darmoperatie zijn functies als president door aan vice-president Raul Castro. Sindsdien ging het leven in Cuba zijn gewone gang. De Cubaanse regering bestaat ook lang niet alleen uit mensen van de oude garde. Cubaanse eerste minister Carlos Lage (56 jaar) of buitenlandminister Felipe Pérez Roque (42 jaar) zijn daar goede voorbeelden van. Doen alsof alle touwtjes in handen zijn van Fidel is een karikatuur.
Even historisch als MandelaMaar uiteraard is Fidel erg belangrijk als historisch leider. Onder zijn leiding kon Cuba zich in 1959 bevrijden van de bloedige dictatuur van Batista en een einde maken aan het neokoloniale juk van de VS. Zoals andere historische leiders als de Zuid-Afrikaanse Nelson Mandela en de Palestijnse Yasser Arafat, blijft hij daardoor veel respect en waardering genieten, niet alleen in eigen land, maar ook ver daarbuiten. Zo werd Cuba verkozen tot voorzitter van de 118 niet-gebonden landen en werd het land met meer dan tweederde van de stemmen lid van de nieuwe Mensenrechtenraad van de VN.
Met hem aan het hoofd van het land houdt Cuba al vijftig jaar stand tegen het machtigste en agressiefste land ter wereld.
En zo kan de bevolking genieten van een gezondheidszorg (de kindersterfte ligt er lager dan in de Verenigde Staten) en onderwijs waar ze in de rest van Latijns-Amerika alleen maar van kunnen dromen.
Dat zijn de redenen waarom Fidel bij elke nieuwe verkiezing sinds 1976 telkens opnieuw met een overgrote meerderheid werd verkozen. Hij staat symbool voor de trots van een derdewereldland dat zijn waardigheid heeft herwonnen. Geen wonder dat hij de nieuwe wind van links in Latijns-Amerika mede geïnspireerd heeft, samen met de Venezolaan Chavez, de Boliviaan Evo Morales of de Ecuadoraan Correa.
Constant in communicatie met de bevolking staan, luisteren naar de mensen en ze enthousiasmeren, dat kan Fidel Castro als geen ander. Hij schrikt er niet voor terug om fouten of corruptie toe te geven en aan te pakken, zoals de illegale verkoop van brandstof de laatste twee jaren, met directe steun en controle vanuit de bevolking. Die grote betrokkenheid van de Cubaanse bevolking verklaart waarom het land al bijna vijftig jaar standhoudt tegenover de VS en de tien VS-presidenten die sinds 1959 zijn gepasseerd.
Welke democratie voor Cuba, een Amerikaanse of een Cubaanse?
In de Verenigde Staten haasten alle presidentskandidaten zich om een democratisering van Cuba te eisen, kwestie van vooral geen kiezers te verliezen. De Cubaans-Amerikaanse maffia van Miami – de groep uit Cuba gevluchte rijken en medestanders van dictator Batista – weegt nog altijd zwaar door in het verkiezingsresultaat van Florida. Die mag dus vooral niet voor het hoofd gestoten worden. In de EU dezelfde geluiden: eerst vrijheid en democratie en dan zien we wel.
Maar welke democratie willen ze eigenlijk voor Cuba? Dat wordt haarfijn uit de doeken gedaan in twee rapporten van de VS-commissie voor Steun aan een vrij Cuba. Ze willen de economie privatiseren, de arbeid flexibiliseren en de sociale zekerheid, uitkeringen en pensioenen afbouwen. De plannen zeggen bijvoorbeeld letterlijk dat gezondheidszorg niet gratis kan blijven en dat de ouderen weer aan het werk zullen moeten.
Wie wil weten wat zo’n ‘democratisering’ in Cuba als resultaat zou hebben, kan eens gaan kijken in Nicaragua. Toen het neoliberalisme daar terug ingevoerd werd onder druk van de VS na de verkiezingsnederlaag van de Sandinistische revolutie in 1989, groeide de kloof tussen arm en rijk opnieuw enorm en steeg de levensduurte aan een razendsnel tempo, tegelijk met de werkloosheid, het analfabetisme én de kindersterfte.
Presidentsverkiezingen in Cuba: hoe gaat dat?
De Cubaanse president wordt voor vijf jaar verkozen tijdens de eerste zitting van het nieuw verkozen parlement. De parlementsleden kiezen dan uit hun midden de staatsraad (de regering), de voorzitter van de staatsraad en de vice-voorzitters. De voorzitter van de staatsraad is president van Cuba.
Sinds de nieuwe Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976, is Fidel Castro altijd verkozen tot voorzitter van de staatsraad. Bij de verkiezingen van 20 januari van dit jaar werd Fidel Castro opnieuw verkozen als volksvertegenwoordiger. Hoewel de verkiezingen niet verplicht zijn, nam 97% van de kiezers eraan deel. Het nieuwe parlement bestaat voor 42 % uit vrouwen, voor 29 % uit arbeiders en bedienden (bij ons 1%), voor 61 % uit mensen geboren na de revolutie en 63 % komen er voor het eerst in. Het is een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.
Als volksvertegenwoordiger was Fidel Castro opnieuw verkiesbaar voor de leidinggevende functies van het land. Daar stapt hij in zijn boodschap van 19 februari uitdrukkelijk vanaf.Het nieuwe parlement kwam op zondag 24 februari in Havana bijeen om de staatsraad en zijn voorzitter te kiezen.
Raúl Castro werd verkozen als nieuwe president.
Raúl had ook al het hoogste percentage stemmen behaald als volksvertegenwoordiger.
Hij is, naast Fidel en Che Guevara, één der meest gewaardeerde historische leiders van de revolutie.
In zijn toespraak als nieuwe president gaf hij al enkele krachtlijnen van het beleid aan:
• De overheidsstructuren moeten vereenvoudigd en meer efficiënt gemaakt worden.
• De democratie moet versterkt worden, ook in de partij.
• Er moet verder gewerkt worden aan economische groei, de enige manier om meer welvaart te creëren.
Die groei moet toelaten de munt te revalueren, zodat de lonen drastisch opgetrokken kunnen worden.
De laatste drie jaar bedroeg de economische groei 11,8 %, 12,5 % en (ondanks scherp gestegen olieprijzen) 7,5%.

Katrien Demuynck 19-02-2008
Fidel Castro laat in een boodschap aan het Cubaanse volk weten dat hij geen kandidaat meer is voor het voorzitterschap van de staatsraad en als opperbevelhebber van het leger.
Op 24 februari komt in Havana het nieuw verkozen parlement bijeen om de staatsraad en haar voorzitter en vice-voorzitters te kiezen. Sinds de nieuwe Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976 is Fidel steeds verkozen geweest als voorzitter van de staatsraad. Die functie komt niet volledig overeen met wat wij begrijpen onder president van de republiek, gezien de macht aanzienlijk ingeperkt wordt door de bevoegdheden van het parlement. Zo kan de Cubaanse president, voorzitter van de staatsraad, bijvoorbeeld geen oorlog verklaren of geen diplomaten benoemen. Hoewel hij naar eigen zeggen om gezondheidsredenen geen persoonlijke contact met de kiezers kon hebben, werd Fidel onlangs opnieuw verkozen in het parlement. Bijgevolg is hij verkiesbaar voor de leidinggevende functies van het land. Daar stapt hij nu uitdrukkelijk vanaf. Volgens de Cubaanse president zou het niet consequent zijn een dergelijke functie opnieuw te accepteren zonder in een goede fysieke conditie te zijn.
Ongetwijfeld zal dit nieuws veel speculaties in beweging zetten. Volgens ons gaat het hier echter om een voor de hand liggend proces, dat trouwens door Fidel zelf reeds gesuggereerd is in vorige mededelingen. De Cubaanse regering is trouwens sowieso niet beperkt tot mensen van de oude garde. Cubaanse eerste minister Carlos Lage of buitenlandminister Felipe Pérez Roque zijn daar goede voorbeelden van.
In tegenstelling tot het beeld dat opgehangen wordt kan in Cuba gesproken worden van een collectief leiderschap. De naadloze overgang van een regering met en zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli 2006, bewijst dat trouwens.
Het nieuwe parlement, verkozen in verkiezingen waarin het overgrote deel van de Cubaanse bevolking aan deelnam, zal ongetwijfeld de wil van Fidel respecteren en een nieuwe leiding kiezen. De samenstelling van dat parlement is met 42% vrouwen, 29% arbeiders en bedienden (bij ons is dat 1%), 61 % parlementairen geboren na de revolutie, 63% nieuwelingen en een gemiddelde leeftijd van bijna 50 jaar een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.
Alles wijst erop dat, wie ook de nieuw verkozen voorzitter en vice-voorzitters van de staatsraad mogen worden en met de verschillen in leiderschapsstijl die dat kan meebrengen, de Cubaanse bevolking zal kunnen rekenen op een continuïteit in het beleid.
K.Demuynck bereidt samen met Marc Vandepitte een boek voor over Fidel Castro, gebaseerd op een reeks interviews met Cubaanse personaliteiten.Fidel Castro is geen kandidaat meer voor het presidentschap
Erwin Carpentier
Granma publiceert in zijn editie van 19 februari 2008 de mededeling van Fidel Castro waarin hij zegt zich geen kandidaat te zullen stellen voor het voorzitterschap van de Staatsraad. Daarmee treedt hij ook officieel terug als president. Zijn boodschap luidt als volgt:
Beste landgenoten,
Vorige vrijdag 15 februari beloofde ik jullie dat ik in mijn volgende overpeinzing een thema ging aansnijden dat vele landgenoten bezighoudt. Deze keer heeft het de vorm van een mededeling.
Het ogenblik is aangebroken voor de kandidaatstellingen en verkiezingen van de Staatsraad, zijn voorzitter, ondervoorzitter en secretaris.
Ik ben al vele jaren eervol belast met het voorzitterschap. Op 15 februari 1976 werd de socialistische grondwet door meer dan 95% van de stemgerechtigde burgers goedgekeurd in een vrije, rechtstreekse en geheime stemming. De eerste Nationale Vergadering ging door op 2 december van datzelfde jaar en verkoos de Staatraad en zijn voorzitter. Voordien had ik gedurende bijna 18 jaar de functie van Eerste Minister uitgeoefend. Ik beschikte altijd over de nodige voorrechten om, met de steun van de overgrote meerderheid van het volk, het revolutionaire werk vooruit te brengen.
Velen in het buitenland dachten, gelet op mijn kritieke gezondheidstoestand, dat mijn voorlopige verzaken aan mijn taak als voorzitter van de Staatraad, op 31 juli 2006, en de overdracht ervan in handen van de eerste ondervoorzitter, Raúl Castro Ruz, definitief was. Raúl, die daarnaast wegens zijn persoonlijke verdiensten ook de functie van minister van de FAR[1] uitoefent, en de andere leidende kameraden van de partij en van de staat, zelf waren terughoudend om mij van mijn taken te ontlasten, ondanks mijn hachelijke gezondheidstoestand.
Mijn toestand was ongemakkelijk tegenover een tegenstander die er alles aan deed om van mij af te geraken, en ik wou hem dat geenszins gunnen.
Nadien kon ik weer volledig over mijn geestesvermogen beschikken, en de gedwongen rust maakte dat ik veel kon lezen en nadenken. Ik had genoeg fysieke kracht om gedurende vele uren te schrijven, samen met het herstel en de nodige revalidatieprogramma's. Mijn gezond verstand vertelde me dat die activiteit binnen mijn bereik lag. Langs de andere kant, wanneer ik het over mijn gezondheid had, waakte ik er altijd over om geen illusies te geven voor het geval bij tegenslag het volk, in volle strijd, onheilspellende berichten zou hebben te horen gekregen. Het volk psychologisch en politiek voorbereiden op mijn afwezigheid was mijn eerste plicht, na al die jaren van strijd. Ik heb altijd gezegd dat mijn herstel “niet zonder risico's was”.
Ik heb altijd gewild mijn plicht tot het laatste moment te vervullen. Dat is wat ik te bieden heb.
Ik deel mijn beste landgenoten, die mij de grote eer betuigden door mij de afgelopen dagen te verkiezen als lid van het parlement, waar er voor de toekomst van onze Revolutie belangrijke akkoorden moeten worden aangenomen, mee dat ik – en ik herhaal - de functie van voorzitter van de Staatsraad en Opperbevelhebber niet zal betrachten noch zal aanvaarden.
De korte brieven die ik Randy Alonso, directeur van het nationale televisieprogramma Mesa Redonda, schreef en die op mijn verzoek openbaar werden gemaakt, bevatten al discrete elementen van dit huidige bericht, en misschien vermoedde de bestemmeling van mijn brieven wel wat ik bedoelde. Ik had vertrouwen in Randy, want ik kende hem goed van toen hij journalistiek studeerde aan de universiteit. Ik kwam toen bijna elke week samen met de belangrijkste vertegenwoordigers van de universiteitsstudenten uit de provincies, in de bibliotheek van het grote huis in Kohly, waar ze verbleven. Vandaag is heel het land één grote universiteit.
Enkele paragrafen uit de brief die ik Randy op 17 december 2007 zond:
“Het is mijn diepste overtuiging dat de antwoorden op de huidige problemen van de Cubaanse maatschappij - dat een gemiddelde opleidingsniveau heeft van tegen de 12 e graad, zo'n miljoen universitair gediplomeerden telt en waarbij iedereen zonder onderscheid de echte kans heeft om te studeren - meer antwoorden nodig heeft dan er velden op een schaakbord staan om elk concreet probleem aan te pakken. Geen enkel detail mag aan onze aandacht ontsnappen. Het is geen gemakkelijke opdracht, en in een revolutionaire maatschappij moet het menselijk verstand het halen van de instincten.”
“Het is mijn elementaire plicht om mij niet aan taken vast te klampen, noch om jongere mensen voor de voeten te lopen, maar wel om ervaringen en ideeën te geven die hun bescheiden waarde halen uit het bijzondere tijdperk waarin ik kon leven.”
“Ik denk, zoals Niemeyer, dat je moet consequent zijn tot het einde.”
Brief van 8 januari 2008:
“… Ik ben een overtuigde aanhanger van de eenheidsstem (een beginsel dat de ongekende verdiensten beschermt). Dankzij dat principe hebben we de tendenzen kunnen vermijden om wat er uit het oude socialistische kamp kwam te kopiëren - waaronder de foto van een enige kandidaat - dat zo alleen stond en zo solidair was met Cuba. Ik heb veel respect voor die eerste poging om het socialisme op te bouwen, waardoor wij de gekozen weg verder kunnen afleggen.”
“Ik ben mij er erg van bewust dat alle roem ter wereld in een graankorrel past” herhaalde ik in die brief.
Ik zou mijn geweten bedriegen als ik een verantwoordelijkheid zou opnemen die een volledige mobiliteit en inzet vereist terwijl ik niet in de fysieke mogelijkheid verkeer om dat te doen. Ik zeg dat zonder zweem van drama.
Gelukkig kan ons proces nog altijd rekenen op kaders van de oude garde, samen met anderen die heel jong waren toen ze de eerste fase van de revolutie begonnen. Sommigen waren haast nog kinderen toen ze zich bij de strijders in de bergen aansloten en nadien, door hun heldhaftigheid en hun internationale opdrachten, met roem beladen naar het vaderland terugkeerden. Ze kunnen rekenen op autoriteit en ervaring om de vervanging door te voeren. Onze revolutie beschikt ook over een tussengeneratie die samen met ons de elementen van de haast onmogelijke kunst heeft geleerd om een revolutie te organiseren en te leiden.
De weg zal altijd moeilijk zijn en de verstandige inspanning van allen vragen. Ik wantrouw de ogenschijnlijk gemakkelijke weg van de verheerlijking of, als tegenhanger, van de zelfkastijdiging. Men moet zich altijd op de slechtste variante voorbereiden. We moeten even voorzichtig zijn in onze successen als we vastberaden moeten zijn in geval van tegenslag. Dat beginsel mogen we nooit vergeten. De tegenstander die we moeten verslaan is bijzonder sterk, maar we hebben hem al een halve eeuw van ons af kunnen houden.
Ik neem geen afscheid van jullie. Ik wil alleen vechten als een soldaat van de ideeën. Ik zal verder schrijven onder de titel “Overpeinzingen van kameraad Fidel”. Het zal een wapen meer zijn in het arsenaal waarop men kan rekenen. Misschien luisteren ze naar me. Ik zal waakzaam zijn.  Bedankt.   Fidel

Interview : sociologe Danièle Bleitrach over Cuba.
De Franse sociologe en communiste Danièle Bleitrach schreef een boek over Cuba en komt er over vertellen op de Marxistische universiteit. We bieden u alvast een voorsmaakje.
Maria Mc Gavigan
Het avontuur van het Cubaans socialisme.
Van 1981 tot 1996 was Danièle Bleitrach lid van het Centraal comité en daarna van de Nationale raad van de Communistische Partij van Frankrijk (PCF). In 2003 verliet ze de partij. Ze publiceerde verschillende boeken over Cuba, het laatste in 2007 samen met Jacques-François Bonaldi met als titel Cuba, Fidel et le Che ou l’aventure du socialisme. (Cuba, Fidel en Che of het avontuur van het socialisme).
Wat is er zo specifiek aan het socialisme in Cuba?
Danièle Bleitrach. Het socialisme is een product van de geschiedenis van dat land. Cuba was een slavenmaatschappij en een kolonie. Het socialisme is ontstaan uit de strijd voor gelijkheid, tegen de slavernij. Verder is Cuba een klein land van de derde wereld, dat leeft onder de dreiging van de Verenigde Staten. Cuba was een suikermonocultuur die totaal afhankelijk was van de VS. Als drukkingsmiddel hebben de VS de aankoop van suiker stopgezet om het eiland te wurgen, waarop Fidel reageerde door de Amerikaanse suikercentrales te nationaliseren.
Het socialisme in Cuba is een lang proces, dat verloopt via een permanente dialoog met het Cubaanse volk, wat onder meer tot uiting komt in de lange pedagogische toespraken van Fidel. Het Cubaanse socialisme werd niet van buitenaf opgelegd. Zo is bijvoorbeeld de eenheidspartij een erfenis van José Marti, de held van de onafhankelijkheidsstrijd eind 19de eeuw. Die kwestie is in publieke debatten beslecht: in algemene vergaderingen spraken de Cubanen zich uit tegen het bestaan van andere partijen die, zoals Marti het al stelde, een springplank zouden zijn voor de annexatie door de Verenigde Staten.
U schrijft dat “de Cubaanse revolutie steeds blijft uitgaan van eenzelfde opvatting over het socialisme, namelijk die van een maatschappij die anders is dan de kapitalistische”.
Danièle Bleitrach. De productiemiddelen zijn collectief bezit. Het is bijvoorbeeld voor een particulier verboden om werknemers in dienst te nemen. Er werden gemengde bedrijven opgericht, maar de gebouwen en het personeelsbeleid blijven in handen van de staat. Maar dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn: de dubbele munt bijvoorbeeld. De “dollarisering” werd ingevoerd om investeringen aan te trekken en om iets te doen tegen het feit dat de Cubaanse munt op wereldschaal geen waarde meer had. Een van de uitdagingen bestaat erin dat systeem op te heffen, maar de blokkade maakt dat moeilijk. Tijdens de Speciale periode (de periode van de beginjaren ‘90 waarin de Cubaanse regering verschillende beperkende maatregelen heeft moeten nemen nvdr.) heeft Cuba een zware tegenslag moeten incasseren. Er waren geen transportmiddelen meer. Het was de heerschappij van de plantrekkerij. De mensen vroeger zich af of ze het wel zouden uithouden. Maar stap voor stap hebben de vakbond, de Cubaanse vrouwen, de Comités voor de Verdediging van de Revolutie (CDR) de concrete problemen van de bevolking aangepakt. De Speciale periode heeft heel wat schade toegebracht aan het sociaal weefsel, meer bepaald onder de jeugd. De ongelijkheid is toen toegenomen.
Door gebrek aan brandstof moest Cuba weinig populaire maatregelen nemen.
Danièle Bleitrach. Vroeger was elektriciteit nagenoeg gratis, met als gevolg dat de Cubanen dag en nacht hun lampen lieten branden. Nu geldt dat hoe meer je verbruikt, hoe hoger het tarief is. Maar pas op, dit is precies het tegenovergestelde van hier: om de industrie te bevoordelen geldt hier het principe dat hoe meer je verbruikt, hoe minder je per kilowatt betaalt. De regering heeft de bevolking spaarlampen en zuinige elektrische huishoudapparaten gegeven, en toch blijven de Cubanen mopperen. Hun loon lijkt belachelijk, zo’n 20 euro per maand. Maar als je er rekening mee houdt dat ze eigenaar zijn van hun woning, dat er heel wat gesubsidieerd wordt, dan kom je op een gemiddeld inkomen van zo’n 600 euro per maand. En vergeet niet, zij hebben, als enig land van de derde wereld, een opmerkelijk en volledig gratis gezondheids- en onderwijssysteem. Ik zou zeggen dat er twee soorten Cubanen zijn: de meerderheid steunt het socialistische project en is vaderlandslievend. Maar er is ook een laag die droomt van een westers leven.
Cuba is een landbouwland, maar niet zelfvoorzienend. Hoe komt dat?
Danièle Bleitrach. Door de dubbele munt is de landbouw een van de grote problemen van het land. Cuba heeft jarenlang een landbouw van plantages gekend (suikerriet, bananen, tabak). Daarmee kan je heel moeilijk een zelfbedruipende landbouw opzetten. Bovendien hebben de Cubanen een zeer hoge scholingsgraad: je kan hen moeilijk overtuigen naar het platteland terug te keren. Ze doen nu aan biologische landbouw, maar daarvoor hebben ze nog te veel transport- en communicatieproblemen (die nu stilaan opgelost geraken dankzij de Chinezen). Het is vooral een probleem van organisatie.
Wat is de inbreng van Che Guevara vandaag in Cuba?
Danièle Bleitrach. Wat hen verenigt is vooral een derdewereldbewustzijn, het marxisme en het verzet tegen de kapitalistische overheersing. Men heeft Fidel bestempeld als een agent van de USSR in de beweging van niet-gebonden landen. Het is veel meer het tegendeel. De Russen wilden niet dat de Cubanen naar Afrika gingen. Vandaag komt dat internationalisme tot uiting in het uitsturen van artsen en leraars naar alle windstreken.
Hoe ziet u de toekomst?
Danièle Bleitrach. Raúl Castro heeft net een nieuw partijcongres aangekondigd. Ik denk dat hij dat doet omdat niemand Fidel zal vervangen (“Ook met duizend konijnen maak je nog geen olifant”, zegt hij). Daarom moet de partij de fakkel overnemen. Na de val van de muur in 1989, dacht niemand dat Cuba als socialistisch land zou overleven. Ik vind Cuba fantastisch, niet zozeer om het onderwijs of gezondheidssysteem, maar om de manier waarop ze die verwezenlijkingen tot stand brachten, ondanks de onderontwikkeling, de blokkade, de val van de Sovjet-Unie. Ook daarin zijn het communisten en tegelijk erfgenamen van José Marti: je moet verdelen wat je hebt, niet wat je te veel hebt. Dat is het wat ik zo diep bewonder in Cuba, dat verzet, het humanisme, het delen, de solidariteit.....
Cuba op de Marxistische Universiteit
Ontmoet Danièle Bleitrach deze zomer, van 20 tot 24 augustus, op de Marxistische Universiteit in de cyclus “Cuba voor beginners”. De Universiteit heeft plaats in het internaat van Berlaymont, 10D Dreve d’Argenteuil, 1410 Waterloo.
Info en inschrijving : www.marx.be
Bron: Weekblad Solidair 08-07-2008

De samenstelling van het parlement is een weerspiegeling van het Cubaanse volk.
María Julia Mayoral
Uit de kandidatenlijsten voor de parlementsverkiezingen van 20 januari blijkt dat de leiding van de staat overgaat in handen van de nieuwe generaties. En toch zal dit gegeven noch voor de regering van de Verenigde Staten noch voor hun huurlingen, die zogezegd geïnteresseerd zijn in de ‘overgang' in Cuba, gelden als een onweerlegbaar bewijs van die democratische overgang.
374 van de 614 kandidaat-afgevaardigden (60,91%) zijn geboren na de overwinning van de Revolutie. Nog eens 134 (21,82%) waren ten tijde van de Revolutie in 1959 minder dan 10 jaar oud. De overige 106 (17,25%) hebben het kapitalisme nog meegemaakt. Dit wil zeggen dat alleen deze laatsten deel uitmaken van de generatie die de opstand tot een goed einde bracht en begon met de opbouw van het socialisme.
De evenredige vertegenwoordiging van alle generaties in het hoogste orgaan van de staatsmacht is niet het gevolg van een bewuste selectie. Het was niet de bedoeling van het volk toen het zijn kandidaat-afgevaardigden voorstelde en verkoos. Het speelde ook niet mee voor de belangrijkste studenten- en massaorganisaties van het land bij de voorverkiezingen. En evenmin was het een van de criteria voor de goedkeuring van de kandidaten door de 169 gemeenteraden die rekening houden met de voorstellen van de kandidaatscommissies.
De voordragers, de commissies en de gemeenteraden evalueren menselijke kwaliteiten. Ze beoordelen de weg die de kandidaten hebben afgelegd. Want alleen met verdienstelijke en bekwame kandidaten kun je het volk vragen een kwalitatieve stem uit te brengen.
Hoe het komt dat alle generaties in Cuba vertegenwoordigd zijn, is heel eenvoudig: elke groep heeft de Revolutie tot de zijne gemaakt, heeft eigen wegen en beweegredenen gevonden om mee te werken aan de opbouw van het socialisme. Dat betekent niet dat er geen tegenstellingen zijn.
Er is nog een aanwijzing voor de overdracht: amper 36,78% van de kandidaten (224 van de 609) zetelt op dit ogenblik in de Nationale Assemblee. 63,22% (385 parlementsleden) zijn dus nieuwkomers. In de praktijk zullen het er een paar meer zijn want in overeenstemming met de aangroei van de bevolking zal het parlement in de komende legislatuur 614 leden tellen.
Steeds meer mensen zijn zich bewust van de verantwoordelijkheden van de Poder Popular omdat ze die als afgevaardigde of parlementslid hebben beleefd. Dat moet de kritische geest van de maatschappij aanscherpen. Zonder die kritische geest is het niet mogelijk de eisen van de bevolking en haar controle op de instellingen te structureren en de civiele rechten en plichten op een doeltreffende manier uit te oefenen.
Het mogelijk hoge aantal nieuwe afgevaardigden in het nationaal parlement tijdens de komende legislatuur is de uitdrukking van nog een ander basisprincipe: als je in Cuba parlementslid bent, of gemeentelijk of provinciaal raadslid van de Poder Popular, dan betekent dit niet dat je nu een professioneel politicus wordt zoals gebruikelijk is in de consumptiemaatschappijen.
De laatsten zullen de eersten zijn:
Je zult veel moeite moeten doen om nog een land te vinden waar zulk een hoog aantal burgers het recht hebben de post van gemeenteraadslid of burgemeester te combineren met een zitje in het parlement, zonder overigens een cent te spenderen aan een verkiezingscampagne. Bij deze verkiezingen zijn 285 kandidaten (46,42%) al verkozen gedelegeerden van lokale besturen.
Hetzelfde geldt voor de zwarten en de mestiezen. Zonder een politiek systeem dat een effectieve en groeiende gelijkheid en sociale rechtvaardigheid verzekert, zou je onder de kandidaten geen 118 zwarten en 101 mestiezen aantreffen. Hoewel je in het geval van Cuba nog moeilijk kunt spreken van zuivere blanken.
Kandidaten met opleiding en cultuur:
Die representativiteit hoeft niet geforceerd te worden, de Revolutie zorgt daarvoor. Het verklaart bijvoorbeeld ook de ruime vertegenwoordiging van de vrouwen (265 kandidaten, 42,16%) en het hoge onderwijsniveau van de kandidaten. 481 hebben een universitair diploma (78,34%) en 127 (20,68%) een diploma van hoger secundair onderwijs.
Ze zijn gevormd in de meest diverse disciplines en dat zal hen goed van pas komen bij het werk in de vaste commissies van het parlement. 84 kandidaten hebben een ingenieursdiploma in de landbouwkunde, bouwkunde, machinebouw, elektronica, metaal, chemie, telecommunicatie, bosbouw, waterbouwkunde en scheepsbouw.
Ook zijn er tal van universitaire docenten bij met waardevolle ervaring, economisten, licentiaten in de rechten, artsen, sociale onderzoekers. Je vindt er sociale werkers, specialisten in militaire wetenschappen, verpleegkunde, fysica, meteorologie, geschiedenis en theologie.
De kandidatenlijsten zijn de uitdrukking van de diverse typische kenmerken van het Cubaanse volk. Zij zijn dan ook een getrouwe afspiegeling van een verenigd, revolutionair, internationalistisch land met een grote cultuur, dat de rechtvaardigheid hoog in zijn vaandel draagt en een monumentaal palmares op het vlak van onderwijs en vorming in hoogstaande ethische waarden kan voorleggen. Een land dat zich verder zal ontwikkelen om het socialisme te perfectioneren.
Bron: www.granma.cubaweb.cu Vertaling: Marina Mommerency. 13-01-2008

2007

Welke overgang na Fidel?
Seminarie van “Maison de l'Amérique Latine” over “Cuba op een kruispunt”:
Jasper Rommel
Dinsdag 27 november 2007 ging in Brussel een seminarie door over Cuba, georganiseerd door het “Maison de l'Amérique Latine”. Het thema dat werd aangesneden, welke overgang na Fidel, is behoorlijk “hot”. Telkens er iets in de media over Cuba verschijnt, vinden we wel speculaties terug over wat er zal gebeuren na zijn overlijden.
Zoals de Cubaanse ambassadeur Elio Rodriguez het verwoordde was er jammer genoeg niet zoveel volk op deze toch wel zeer interessante dag over een belangrijk onderwerp. We waren met een tiental. Uiteraard heeft dit alles te maken met het feit dat het doorging op een werkdag. Tijdens zijn tussenkomst kwamen er wel nog een twintigtal studenten van de universiteit van Lille binnen. Voor degene die er niet bij konden zijn volgt hier een verslag.
David Cusatto, de directeur van het Maison de l'Amérique Latine, leidde deze dag in. Hij stelde terecht dat de speculaties over het einde van het regime niet nieuw zijn. Al sinds 1 januari 1959, de dag van de triomf van de revolutie, speculeert de pers hierover. Maar sinds Fidel ziek geworden is zijn de speculaties alleen maar toegenomen. Wie zal nu de “macht” krijgen in Cuba?
Cusatto vraagt zich af hoe het komt dat het Cubaans systeem een voorbeeld, een referentie blijft voor de volkeren van Latijns Amerika. Dit ondanks alle campagnes in de media die tegen het eiland gevoerd worden. Een tweede vraag die hij zich stelt is hoe het komt dat Cuba nog steeds stand houdt, ondanks de gigantische politieke en economische druk die het te verduren krijgt.
Volgens hem moeten we de ontwikkelingen in Cuba in een breder kader zetten om ze te kunnen volgen en begrijpen. Ten eerste moeten we kijken naar de ontwikkeling in de economische relaties met China. Ten tweede moeten we kijken naar de relatie tussen Cuba en Venezuela, die niet alleen economisch maar zeer zeker ook politiek van aard is. Daarnaast is ook de draai naar links in Latijns-Amerika - met als uitgesproken voorbeelden Bolivië, Ecuador en Nicaragua, maar ook gematigd linkse regeringen zoals die van Brazilië en Argentinië - een zeer positieve zaak voor Cuba.
De vragen en de thema's die de directeur in zijn inleiding aansneed werden in de loop van de conferenties verder uitgewerkt.
Cuba's politieke inzet in de regio
Een eerste spreker was Jean-Jacques Kourliandsky, dokter in de geschiedenis en gediplomeerd in de politieke wetenschappen. Hij werkt als onderzoeker op het Instituut van Internationale en Strategische Relaties te Parijs (IRIS) en legt zicht daar toe op kwesties rond Spanje en Latijns-Amerika. Hij kwam spreken over Cuba's politieke inzet in de regio.
De conclusie die hij maakte na het lezen van veel artikels en andere lectuur is dat we heel weinig weten. Er verschijnt zeer tegenstrijdig materiaal in de pers en ook de reacties op bijvoorbeeld de ziekte van Fidel zijn zeer tegengesteld. Terwijl in Cuba alles zijn gewone gangetje ging en de mensen op straat verklaarden zich zorgen te maken over hun zieke president was er in Miami grote opschudding en werden er feesten gehouden.
Zo komen we terecht bij de relatie tussen de VS en Cuba. Kourliandsky stelt dat het grootste probleem in Cuba in de eerste plaats het probleem tussen Cuba en de VS is. Hij situeert de start van die confrontatie in 1959, de overwinning van de revolutie. Terwijl de directeur van het departement “Latijns-Amerika” van de CIA in '96 verklaarde dat Cuba geen bedreiging meer vormt voor de veiligheid van de Verenigde Staten en dat de politiek tov het eiland best veranderd wordt, zien we dat de VS in de praktijk nog veel grovere maatregelen tegen Cuba gaat treffen. In datzelfde jaar werd de Helms-Burton wet gestemd die de blokkade tegen Cuba nog verscherpte.
Meer recent nog, in oktober, hield Bush een speech “gericht aan de Cubanen”. Volgens Kourliandsky paste deze speech eerder in een verkiezingsstrategie en was hij meer gericht aan de Cubanen in Miami dan deze in Cuba. Het was een zeer offensieve toespraak waarin hij o.a. vroeg voor de oprichting van een internationaal fonds voor “vrijheid in Cuba”.
Daartegenover stond de speech van Raul Castro eerder dit jaar die zei dat hij de relaties met de VS opnieuw wil aanhalen, maar dat daar geen voorwaarden aan gekoppeld mogen worden. Hij eist respect voor de soevereiniteit van Cuba en wil geen buitenlandse inmenging.
De spreker merkte op dat dit geen veranderde houding van de Cubaanse overheid is, in tegenstelling tot wat de pers ervan gemaakt heeft. Dit is de lijn die Cuba al jaren volgt: ze wil relaties met de VS, maar zonder inmenging en zonder eisen eraan gekoppeld van die laatste. De reactie van de VS blijft ook net als ervoor dezelfde: zonder politieke veranderingen geen betere relaties.
4 paradoxen
Volgens Kourliandsky zijn er momenteel 4 grote paradoxen als we het over Cuba hebben.
Een eerste is de omvang van de blokkade in verhouding met het belang van het land. De omvang van de blokkade is immens, maar het belang van Cuba voor de VS is dat niet meer. Zoals al eerder aangehaald vormt Cuba geen bedreiging meer voor de veiligheid van de VS sinds de val van de muur. Het is een zeer klein land met slechts elf miljoen inwoners. Erg veel grondstoffen, buiten nikkel, zijn er niet te vinden in Cuba.
Een tweede paradox is dat het Cubaans systeem enerzijds zeer gesloten is maar dat het anderzijds toch een referentie, een voorbeeld, een symbool is voor de rest van Latijns-Amerika. Zeker een symbool van verzet tegen de VS. Met geslotenheid bedoelt Kourliandsky de moeilijke informatieuitwisseling, de zeer moeilijke communicatie, de blokkade, het feit dat Cuba een eiland is en bovendien de toegang tot het internet en internationale media voor zijn bevolking bemoeilijkt.
Hier haalde Kourliandsky ook de dissidentie aan, die volgens hem zeer klein is en enorm geïsoleerd staat. Hij vermoedt dat moesten er verkiezingen zijn waar zij zich kandidaat konden stellen, ze praktisch geen enkele stem zouden halen. De enige vorm van verzet is er ene van een individuele vorm: migratie
Een derde paradox is een economische paradox. Enerzijds is er zeer weinig ongelijkheid in Cuba en zijn er geen grote verschillen tussen mensen. Anderzijds is Cuba er nooit in geslaagd om hun economie productief genoeg te maken zodat er genoeg te verdelen valt. Volgens Kourlandsky blijft de economie momenteel recht door de steun van Venezuela en door de giften van Cubanen in de VS aan hun familieleden op het eiland. Vroeger is ze overeind gebleven door de steun van de SU. Een oplossing hiervoor is volgens hem het introduceren van meer marktelementen in de economie. In de praktijk is er in Cuba sinds de overeenkomsten met Venezuela minder vrije markt (lees: minder joint-ventures en weer meer bedrijven in staatshanden).
De laatste paradox is er ene van de buitenlandse politiek. Volgens de spreker is de Cubaanse buitenlandse politiek er ene van opeenstapelingen van mislukkingen. Maar net die opeenstapeling heeft ervoor gezorgd dat Cuba zijn onafhankelijkheid en soevereiniteit kon behouden.
De toekomst?
Tenslotte heeft Kourliandsky het over de 3 hypotheses die naar voor geschoven worden i.v.m. de toekomst van Cuba. Hij ziet geen enkel van de 3 echt als realistisch maar vermeldt ze uit intellectuele eerlijkheid.
Een eerste hypothese is een ineenstorting van het regime met een grote crisis en omwenteling als gevolg.
Een tweede is dat men het Chinees model gaat volgen, waarbij het Cubaanse leger de economie en de politiek zal controleren.
De derde hypothese tenslotte is dat er helemaal niets zal veranderen en dat er gewoon een opvolger zal komen voor Fidel Castro. Dit is volgens hem de versie van de Cubaanse overheid.
Zijn conclusie is dat we te weinig (betrouwbare) informatie hebben. “On ne sait rien”. Het valt ook af te wachten als Fidel Castro in januari opnieuw presidentskandidaat zal zijn bij de verkiezingen.
Wel hangt volgens hem de toekomst van Cuba vast aan het al dan niet erin slagen om een productieve economie tot stand te brengen zonder te raken aan de gelijke inkomensverdeling.
Plan Bush
Tweede spreker in de voormiddag was Katrien Demuynck, voorzitster van Initiatief Cuba Socialista en het Free The Five Comité in België. Zij verving Philip Agee die er niet bij kon zijn. Ze ging in op het “Plan Bush”. Dit plan, die als bedoeling een regimewissel in Cuba heeft, werd geboren in de schoot van de Bush administratie.
Eerst werd duidelijk gemaakt dat dit plan niet zomaar uit de lucht komt gevallen. De bemoeienis van de VS is er niet ene van de laatste jaren, noch sinds de dag van de overwinning van de revolutie. Al in 1809 had Jefferson, de derde president van de VS, zich uitgesproken voor een aanhechting van Cuba aan VS. Enkele jaren later sprak president Monroe over Latijns-Amerika als de patio (achtertuin) van de VS.
Toen in 1898 de Cubanen zich dmv strijd bijna bevrijd hadden van de Spaanse kolonisator kwam de VS een handje “helpen”. Voor de goede verstaander: als al het vuile werk al opgeknapt was, kwamen de VS er zich mee moeien om het boeltje naar hun hand te zetten. Ze slagen daar ook in en lieten het Plat Amendement stemmen. Dit hield o.a. in dat ze mochten tussenkomen in de Cubaanse politiek wanneer zij het nodig achtten. Verder eigenden ze zich ook een legerbasis in Guantanamo toe.
Er waren in de eerste helft van de twintigste eeuw verschillende militaire interventies van de VS in Cuba: tussen 1906 en 1909, in 1912, tussen 1917 en 1922 en in 1933.
Daarnaast controleerde de VS praktisch de volledige Cubaanse economie. 70% van de handel verliep via de VS en die controleerden o.a. de banksector, de petroleumsector en de nikkelsector.
Toen in '59 de revolutie triomfeerde en bijgevolg de belangen van de VS aangetast werden was het hek van de dam. De VS begon een oorlog tegen Cuba die nu nog in de vorm van een economische oorlog blijft duren. Het meest in het oog springende is uiteraard de invasie in de Varkensbaai in '61, maar daarnaast waren er honderden aanslagen en zelfs bacteriologische oorlogsvoering.
De jaren ‘90 betekenden een nieuw hoogtepunt in de crisis tussen de VS en Cuba. Na het ineenstorten van de Sovjetunie en het Oostblok belandde Cuba in een nooit geziene economische crisis. De buitenlandse handel daalde met 80%. In de hoop Cuba te kraken deed de Amerikaanse overheid er nog een schepje bovenop. Zo werd in '92 de wet Torricelli gestemd, waarin o.a. stond dat een boot die aangemeerd was in Cuba in de eerstvolgende 6 maanden niet aan de kust van de VS mocht aanmeren. Dit uiteraard met als doel de handel te ontmoedigen.
In '96 werd de Helms-Burton wet gestemd, zoals eerder al door Kourliandsky aangehaald. Dit betekende noch meer noch min dan de internationalisering van de blokkade. Andere landen of bedrijven die met Cuba handel voeren worden bestraft door de VS. Dat deze wet geen dode letter is wordt duidelijk uit talloze voorbeelden in de voorbije jaren. Zo zijn er twee Zwitserse banken die sinds vorig jaar geen transacties met Cuba meer doen omdat de VS hen sancties oplegden. Er mag bijvoorbeeld ook geen enkel product op de Amerikaanse markt gebracht worden met Cubaans nikkel erin. Dwz dat bijvoorbeeld ook Japanse autofabrikanten geen Cubaans nikkel mogen gebruiken in hun auto's bestemd voor de Amerikaanse markt.
Met de Bush administratie zijn de zaken er niet beter op geworden. In 2002 beschuldigde John Bolton, toenmalig vice-minister van buitenlandse zaken, Cuba ervan massavernietigingswapens te produceren. Ook Jeb Bush, broer van en gouverneur van Florida, deed zijn duit in het zakje met agressieve uitspraken. In 2003 werd de Commissie voor een “Vrij” Cuba opgericht. De voorzitter hiervan was Colin Powell. De rol van die commissie is de destabilisatie van Cuba forceren, zoals terug te vinden is in hun eerste rapport van 2004. Dit willen ze doen door ondermeer de interne oppositie te stimuleren, diezelfde “oppositie” te verenigen, illegale migratie te veroorzaken en contrarevolutionaire propaganda te verspreiden (oa 1200 uur per week radiouitzendingen en uitzendingen van TV Marti dmv een C-130 die regelmatig rond Cuba circuleert. Dit laatste is een directe oorlogsdreiging: wat zal er gebeuren als het vliegtuig al dan niet per ongeluk het Cubaanse luchtruim binnendringt?). Coördinator van de Commissie is Caleb McCarry. Hij is aangesteld om er werk van te maken en voor dit alles werd 80 miljoen dollar extra uitgetrokken voor de jaren 2005 en 2006, bovenop de 36 miljoen dollar die jaarlijks aan de destabilisatie van Cuba wordt uitgegeven. Daar nog eens bovenop wordt er nog eens een extra 20 miljoen dollar per jaar uitgegeven door USAID tot aan “het einde van het Castro-regime”!
De reactie van de Cubanen bleef niet lang uit. Zelfs uit de hoek van dissidenten en de kerk werd er sterk afwijzend gereageerd. Ook de secretaris-generaal van de OEA, de Organisatie van Amerikaanse Landen – een instelling die normaal gezien nauw bij de VS-politiek aanleunt, reageerde scherp. Hij stelde: “Er is geen transitie in Cuba en bovendien is het niet jouw land!”
Het plan is dan herwerkt in 2006. De nadruk kwam veel meer te liggen op het feit dat de veranderingen toch wel door de Cubanen zelf moeten gebeuren. Lees: hetzelfde plan werd mooier verpakt. Daarbovenop werd er een geheim luik toegevoegd. Wat daarin staat weten we dus niet, maar wie de situatie een beetje kent weet dat het hoogstwaarschijnlijk gaat over een luik van militaire aard.
Op 24 oktober 2007 tenslotte gaf Bush een speech “gericht aan de Cubanen”, zoals ook al eerder aangehaald. Hij feliciteerde de Cubanen die aan het volgen waren via Radio of TV-Marti en die dit met grote risico's deden. De speech werd echter integraal uitgezonden op de Cubaanse staatszender en verscheen uitgeschreven in de partijkrant Granma. De reactie van de Cubaanse minister van buitenlandse zaken kreeg niet echt dezelfde behandeling in de VS: er werd nagenoeg nergens melding van gemaakt.
Ondanks alles slagen de VS er maar niet in om Cuba klein en geïsoleerd te krijgen. Integendeel: Cuba is verkozen als voorzitter van de ongebonden landen voor 3 jaar, ze is verkozen in de mensenrechtencommissie net als in het Uitvoerend Bureau van de UNESCO. Ook de stemming in de VN over de blokkade was opnieuw een zware nederlaag voor de VS.
Ook nog het vermelden waard is de zogenaamde strijd tegen terrorisme van de VS. 5 Cubaanse jongeren die geïnfiltreerd waren in anti-Cubaanse organisaties in Miami om terroristische aanslagen tegen hun land te voorkomen zitten al 9 jaar gevangen terwijl Luis Posada Carilles, een zelfverklaarde terrorist die heel wat doden op zijn geweten heeft in Cuba en de rest van Latijns-Amerika, zich vrij kan bewegen in Florida...
Relaties met de rest van Latijns-Amerika
Na de middagpauze was het woord opnieuw aan David Cusatto. Hij had het over de relaties van Cuba met de andere Latijns-Amerikaanse landen.
In '59, na het triomferen van de revolutie, werd Cuba uit de Vereniging van Amerikaanse Landen gesmeten door de VS. Zeer opmerkelijk is hoe groot de VS-dominantie toen nog was. Zij konden dit zomaar beslissen en Cuba werd diplomatiek helemaal geïsoleerd. Het enige Latijns-Amerikaanse land dat wel banden behield met Cuba was Mexico. Terwijl er dus aan de ene kant een complete isolatie was, had Cuba aan de andere kant wel een enorme invloed op verzetsbewegingen in gans het continent.
Een eerste kentering kwam er in '71 met de verkiezing van Allende in Chili. Die besloot de relaties met Cuba opnieuw aan te halen, ook economisch. Later in de jaren '70 volgde ook Bolivië, die een nieuwe nationalistisch getinte regering had en nog later Peru. Tegen eind jaren '70 was de situatie al een heel stuk gunstiger voor Cuba.
Dit werd verder gezet in de jaren '80. De politieke en economische relaties met de rest van Latijns-Amerika werden verder aangehaald en vooral gestabiliseerd. Vandaag hebben 32 van de 33 landen relaties met Cuba. En met het laatste land in de rij, El Salvador, zijn de contacten ook al een heel stuk beter
Er zijn ook sterke economische banden met China en vooral heel goede economische én politieke banden met Venezuela. De economische handel met China is niet alleen voor Cuba interessant, maar ook voor andere derdewereldlanden. In tegenstelling tot de VS koppelen de Chinezen geen enkele voorwaarde aan hun economische handelscontracten.
In Latijns-Amerika is men olv Chavez een tegenpool aan het uitbouwen tegen de dominantie van de VS. Oorspronkelijk ging het vooral om Venezuela en Cuba, maar later kwamen daar ook Bolivië en recent nog Ecuador en Nicaragua bij. Er is ook toenadering met de meer gematigdere landen Argentinië en Brazilië.
Welke rol speelt Cuba hierbij? Al sinds de jaren '70 verrichtten de Cubanen pionierswerk. Van toen al was het de bedoeling van Fidel om een sterk blok te vormen met de Latijns-Amerikaanse landen tegen de VS en de opbrengsten van de grondstoffen in eigen beheer te houden. Wat Chavez doet is eigenlijk in de krijtsporen lopen die door Fidel zijn uitgetekend.
Op de vraag waarom Cuba zo een referentiepunt is in de regio kunnen we een eenvoudig cijfervoorbeeld geven. Sinds de jaren '60, met de start van het neo-liberalisme, is er 15% meer armoede in Latijns-Amerika. Daartegenover staat Cuba, die op de HDI-indexladder helemaal bovenaan staat in de regio. Niet toevallig het enige land dat nooit een neo-liberale politiek gevoerd heeft.
De economische groei in Cuba bedroeg vorig jaar 12%. Die cijfers worden door sommigen betwist, maar zelfs zij geven toe dat het minstens 9% is, wat nog altijd meer is dan Chili die door de neo-liberalen en de VS naar voor geschoven wordt als hét te volgen model.
En dit ondanks de blokkade. Cusatto vertelde trouwens een zeer opmerkelijke anekdote over de Helms-Burton wet. Spanje ging akkoord met deze wet, behalve met artikel 6. Ze hebben dan ook met succes gelobbyd bij de VS om dit artikel te laten aanpassen. De reden hiervoor is dat de Spaanse belangen in Cuba hiermee in het gedrang kwamen.
Vandaag is energie een zeer belangrijk wapen in de strijd van de Latijns-Amerikaanse landen. Ondanks dat Cuba zelf weinig grondstoffen heeft speelt ze een zeer belangrijke rol in de alliantie als organisator en “bindmiddel” tussen de verschillende landen.
Elio Rodriguez
De laatste spreker was de Cubaanse ambassadeur in België, Elio Rodriguez. Hij sprak oa over de titel van het seminarie, de economische strategie, het wettelijk kader in Cuba (de democratie) en tenslotte over de rol van de EU t.o.v. Cuba (in vervanging van een andere spreker die vastzat in Parijs).
Hij begon met een antwoord te geven op de vraag: “Welke overgang na Fidel?”. Het antwoord was kort en krachtig: “Geen enkele. Wij hebben onze overgang al gehad, nl. op 1 januari 1959. Een overgang waarvoor we al eeuwen gestreden hadden”.
Uiteraard doelt Elio Rodriguez hier op de Revolutie. Die heeft zowat alle politieke instellingen in Cuba veranderd. In '76 kwam er een referendum over een nieuwe grondwet. 97% van de Cubanen stemde ervoor. Er zijn sindsdien een aantal kleine wijzigingen in de grondwet gekomen, de laatste dateert van 2002.
Op de vraag als Cuba een democratisch land is of niet antwoordt hij steeds hetzelfde: “Lees onze grondwet”. Om de 5 jaar zijn er verkiezingen in Cuba. Zowel op gemeentelijk, provinciaal als nationaal vlak. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober laatstleden bedroeg de opkomst 96%.
De ambassadeur stelde dat het Cubaanse model anders is. Daarom niet minder democratisch, maar gewoon anders.
Ook economisch veranderde er aanzienlijk wat na de revolutie. De economie werd genationaliseerd en er werd een volledig andere economische politiek gevoerd. Che Guevara speelde hierin een grote rol.
Tegen de jaren '70 had Cuba alle nationalisaties van gronden en bedrijven vergoed, conform internationale wetgeving. Alleen de Amerikaanse ex-eigenaars weigerden elke vorm van terugbetaling omdat ze de nationalisatie niet aanvaardden.
In de jaren '60 waren praktisch de enige landen die nog handel wilden voeren met Cuba die van het Oostblok en vooral de Sovjet-Unie. Cuba had toen ook geen andere keuze dan met die landen handel te voeren, willen of niet. 85% van de handel verliep met het Oostblok.Toen de SU in elkaar stortte had dit enorme gevolgen. Cuba moest een aantal maatregelen nemen. Het waren niet altijd leuke maatregelen, maar gezien de omstandigheden wel noodzakelijke. Eén van die maatregelen was het moeten toelaten van kapitalistische bedrijven in Cuba. Dit omdat Cuba dringend nood had aan een kapitaalsinjectie.
Wel zijn er toen wetten gemaakt om het socialistisch karakter van de revolutie niet in gevaar te brengen. Zo moet de Cubaanse staat altijd minstens 51% van de aandelen in de joint-ventures bezitten, wat het aanbod van de bedrijven ook is. Zo blijft minstens de helft van de opbrengsten in Cubaanse handen en kunnen de buitenlandse bedrijven niets op hun ééntje beslissen.
Ondertussen is de recuperatie van de economie al een tijdje ingezet. Men is dit nu aan het consolideren. Economische zwaartepunten zijn uiteraard het toerisme, maar ook nikkel en de verkoop van Cubaanse vaccins en medicijnen die tot de wereldtop behoren. Er is ook een klein aandeel in de handel weggelegd voor suikerriet, sigaren en rum.
Een zeer groot potentieel voor Cuba is de dienstensector. Er is immers een enorm menselijk kapitaal aanwezig in Cuba. Nu al zijn er talloze leraars, sporttrainers, dokters,... tewerkgesteld in andere landen. Cuba krijgt daar compensaties voor. In de toekomst zal men dit potentieel verder aanwenden.
Maar ook voor de nikkelindustrie zijn er gunstige perspectieven. Men wil de productie verdubbelen in de komende 5 jaar.
De handelsrelaties zijn sinds de val van de SU volledig gewijzigd. Nu al is de EU goed voor 36% van de handel met Cuba, China voor 22% en ook Latijns-Amerika heeft een groot aandeel.
Cuba kan zelfs al producten invoeren van de VS. Mits serieuze beperkingen - het gaat slechts om enkele voedselproducten, er moet contant betaald worden en er mag geen gebruik gemaakt worden van de Cubaanse scheepvaartdij - maar toch. Bush heeft dit toegestaan onder druk van financiers van zijn eigen verkiezingscampagne die voordien veel geld misliepen door de blokkade. Meer en meer bedrijven in de VS pleiten trouwens voor de opheffing van de blokkade. Ze zien een markt van 11 miljoen inwoners vlak bij hun deur die ze door de Amerikaanse wetten onmogelijk kunnen aanboren.
Het doel van Cuba in hun economische politiek is om niet economisch afhankelijk te zijn van één land of van één blok zoals vroeger (voor de jaren '90, nvdr). Dit willen ze bereiken door enerzijds zoveel mogelijk zelf te gaan produceren en anderzijds de handelsrelaties met de rest van de wereld zoveel mogelijk te spreiden.
Uiteraard kan niet alles zelf gedaan worden. Onlangs werd er olie gevonden in Cubaans maritiem gebied. Cuba heeft echter noch de technologie, noch de know-how om zelf die gebieden te gaan exploreren, laat staan te raffineren. Daarom worden er noodzakelijke samenwerkingsverbanden opgezet met bedrijven uit o.a. Spanje (Repsol), Canada, China en Venezuela.
Om terug te komen op de vraag “Wat na Fidel” zei de ambassadeur dat het onmogelijk was dat één man een boel sociale processen in gang kon zetten. Uiteraard stond Fidel wel in het centrum van het revolutionaire proces, maar hij werd wel bijgestaan door 11 miljoen andere mensen. Er staan nieuwe generaties klaar die nu al talloze functies bekleden, zoals de ambassadeur zelf. Cuba is dus niet gelijk aan Fidel en het project staat en valt niet met hem.
Hij vraagt ook om elk land het recht te geven om hun eigen model en hun eigen systeem uit te dokteren.
Uit de zaal kwam de vraag hoe Cuba stond t.o.v. de informele economie. Rodriguez legde uit dat dit ten eerste een zeer recent fenomeen is. Voor de jaren '90 bestond het nauwelijks, maar ze is ontstaan door de economische crisis in de jaren '90. Ondertussen zijn er een aantal maatregelen genomen om dit in een wettelijk kader te plaatsen. Zo werd in veel sectoren privé-werk toegelaten (vb: taxi, landbouw, familiale restaurantjes). Het principe is dat zolang de overheid bepaalde zaken niet volledig kan organiseren ze het privé-initiatief laten meespelen.
Cuba en de EU
Tenslotte ging hij in op de vraag als de EU een rol te spelen heeft met betrekking tot Cuba. Hij antwoordt hierop volmondig ja: in de eerste plaats op gebied van handelsrelaties omdat ze dus zoals al eerder gezegd met zoveel mogelijk landen handel willen drijven. Cuba is trouwens al sinds midden jaren '80 vragende partij voor relaties met de EU. Toen was het antwoord neen omdat Europa geen banden mocht hebben met landen die tot de Comecon behoorden.
Na het uiteenvallen van de Comecon zijn er dus wel economische relaties opgestart, maar geen politieke. De relatie tussen de EU en Cuba kent op- en neergangen, maar vandaag de dag is er nog steeds geen normale relatie, zoals Europa die heeft met andere landen. Cuba is hier trouwens de enige uitzondering in heel Latijns-Amerika.
De ambassadeur vroeg zich dan ook af waarom de EU wel normale relaties kan hebben met Arabische landen - die toch ook een heel ander project dan de EU hebben en waar vrouwen vaak geen stemrecht hebben of zelfs niet het recht om een auto te besturen - en niet met Cuba. Bovendien is het een vrij hypocriete situatie: zo heeft Cuba bilaterale contacten met heel veel verschillende EU-landen, maar niet met de EU als dusdanig. In 2003 verscherpte de houding van EU nog n.a.v. de doodstraf die werd uitgesproken tegen drie criminelen die een vliegtuigkaping uitvoerden. Het was vooral de regering van Aznar die hier met succes voor lobbyde. Om de positie van de EU t.o.v. Cuba te veranderen is er unanimiteit nodig, wat voorlopig niet gevonden kan worden in de EU.
Terwijl 36 procent van de handel van Cuba met Europa gebeurt, terwijl de meeste toeristen in Cuba uit de EU komen en er talloze culturele uitwisselingen zijn – naast het feit dat het Cubaanse volk afstamt van zowel Afrikanen als Europeanen – is er dus nog steeds geen normale relatie. Cuba krijgt telkens hetzelfde antwoord: mensenrechten en democratie. Terwijl – zoals eerder al gezegd – die reden nooit wordt gebruikt om geen normale relaties te hebben met bv. Saoudi Arabië.
Volgens Cuba is er trouwens maar één mogelijkheid om elkaar beter te leren begrijpen en meer naar elkaar toe te groeien en die bestaat juist uit diplomatieke relaties met elkaar aan te gaan.
Om af te sluiten kwam er nog een vraag uit het publiek: als de VS een invloed heeft op de politiek van de EU. Hierop antwoordde Rodriguez dat de EU altijd furieus reageert als Cuba hen dat voor de voeten werpt. Maar toch geeft de EU toe dat één van de redenen dat ze geen normale relaties kunnen aangaan met Cuba het conflict tussen de VS en Cuba is. M.a.w.: als je een grondige analyse maakt van de zaak dan kun je moeilijk tot een andere conclusie komen dan dat er wel degelijk een invloed is.
Deze dag werd afgesloten met een afronding door David Cusatto. Hij herhaalde heel kort wat er aan bod gekomen was. Op de vraag “welke overgang na Fidel” zijn er dus geen eenduidige antwoorden, maar het is zeker een bijzonder interessant thema om uit te spitten en te bediscussiëren.

Film SiCKO van Michael Moore: met Amerikaanse patiënten naar Cubaanse ziekenhuizen .
Na de automobielindustrie (Roger & me), de wapenlobby (Bowling for Columbine) en oorlog tegen Irak (Fahrenheit 9/11) pikt Moore met de gezondheidsindustrie opnieuw een heel machtige vijand uit.
Deze industrie is goed voor 15 procent van het BNP van de Verenigde Staten. En hoewel er in Washington per congreslid ook nog eens vier lobbyisten van de gezondheidsindustrie rondlopen, vallen miljoenen gewone Amerikanen compleet uit de boot. ( 6 juni 2007 )
"Verzekeringsbedrijven wijzen om de vreemdste redenen volkomen legitieme medische claims af", legt Moore uit. "De bedrijven zijn bij wet verplicht zoveel mogelijk winst te maken.
De enige manier om dat te doen, is door klanten zoveel mogelijk zorg te ontzeggen." In Sicko passeren talloze voorbeelden de revue, onder meer van een meisje van 22 jaar dat geen behandeling tegen kanker kan krijgen omdat twintigers volgens de statistieken van haar verzekeraar helemaal geen kanker hebben.
Of dat van een gepensioneerd koppel dat zijn huis moet verkopen en bij hun kind in een achterkamertje intrekken, omdat ze hun doktersrekeningen niet kunnen betalen.
Toch is de film niet zwaar op de hand.
Net als in Farhenheit 9/11 weet Michael Moore de toon erg luchtig te houden.
Hij beperkt zich ook niet tot zeuren en klagen, maar geeft ook aan dat "anders en beter" vandaag al bestaat.
De filmer toont in Sicko hoe het ook kan, onder meer door de Canadese, Franse en Britse gezondheidszorg te laten zien en zelfs in het kleine derdewereldlandje Cuba.
Moore zou Moore niet zijn als hij zijn statement niet met een stunt de wereld zou insturen.
Hij trekt met een groep brandweermannen die na 9/11 gezondheidsproblemen kregen maar in Amerika niet geholpen werden, naar de Amerikaanse militaire basis van Guantánamo Bay, omdat daar, voor de (gefolterde) gevangenen, wel degelijke gezondheidsdiensten aanwezig zijn.
Hij wordt er – een beetje voorspelbaar - weggestuurd en trekt daarom met zijn zieke brandweermannen naar Havanna in Cuba zelf.
Daar worden ze gratis verzorgd. Een Amerikaanse vrouw barst er in tranen uit als ze te horen krijgt dat ze slechts 5 dollarcent hoeft te betalen voor een medicament waarvoor ze in Amerika 120 dollar had moeten betalen.
Het is een gewaagde onderneming, niet alleen omdat er in de VS een gevangenisstraf staat op reizen naar Cuba.
Maar ook omdat, zoals Moore op de affiche het Amerikaanse publiek al waarschuwt: this might hurt a little.
De hele film is voor veel Amerikaanse burgers confronterend, maar nog het meest doordat Sicko aanhaalt dat het arme Cuba in staat is heel de bevolking – ook de armere mensen - goede en betaalbare gezondheidszorg te bieden.
Niet alleen in de steden, maar tot in de meest afgelegen dorpjes. Moore eindigt zijn film dan ook met een oproep. "Ik vraag het Amerikaanse publiek in opstand te komen en geen genoegen te nemen met een presidentskandidaat die ons land niet eindelijk een fatsoenlijke, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen wil beloven."
Sceptici :
Moore heeft ook niet veel zin meer zich te verdedigen tegen sceptici en critici die hem blijven aanvallen (toen hij in 2005 de Gouden Palm won voor het anti-Bush-manifest Fahrenheit 9/11 waren er concrete dreigementen tegen zijn leven geuit). "Natuurlijk mogen ze het doen, als iemand voorstander is van vrijheid van meningsuiting ben ik het wel", legt de filmer uit. "Maar ik hoop dat mensen me toch wel enig krediet geven na al die keren dat ik helaas gelijk heb gekregen."
Het bedrijf General Motors, waarvoor hij in de documentaire Roger & Me (1989) waarschuwde, is nagenoeg failliet.
Het wapenmisbruik op scholen, dat hij in Bowling For Columbine (2002) aan de kaak stelde, is actueler dan ooit sinds de slachting in Virginia.
De redenen van Bush om Irak binnen te vallen, die Moore betwistte in Fahrenheit 9/11 (2004), bleken inderdaad ongegrond.

VN wil einde aan Amerikaans embargo tegen Cuba.
31 oktober 2007.  De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft met overweldigende meerderheid van stemmen een resolutie aangenomen waarin de Verenigde Staten worden opgeroepen hun handelsembargo tegen Cuba op te heffen.
Het is nu al de zestiende keer op rij dat de Algemene Vergadering een dergelijke resolutie heeft aangenomen.
Ook de afgelopen vijftien jaar zijn de VS steeds opgeroepen hun economische en commerciële strafmaatregelen tegen Cuba 'zo spoedig mogelijk' te beëindigen.
Het embargo is inmiddels al 46 jaar van kracht.
De Cubaanse minister van buitenlandse zaken Félipe Perez Roque hield de Algemene Vergadering dinsdag voor dat de Amerikaanse blokkade 'nog nooit met zoveel wreedheid is toegepast als het afgelopen jaar'.
Hij beschuldigde de Amerikaanse president George Bush en diens regering ervan 'nieuwe aan waanzin en fanatisme grenzende maatregelen' te hebben genomen die niet alleen Cuba hebben geschaad maar ook de betrekkingen van Cuba met minstens dertig landen.
De resolutie werd aangenomen met een meerderheid van 184 tegen 4 stemmen, met 1 onthouding, waarna de gedelegeerden luid applaudiseerden.
De tegenstemmers waren de VS, Israël, Palau en de Marshalleilanden; Micronesia onthield zich.
Bron: De Waarheid.nu - Nieuws.nl  (Novum/AP)

CIA wilde Cubaanse president Fidel Castro laten vermoorden.
Washington, 26 juni 2007     (ANP/NRC/Novum/AP)
De CIA heeft dinsdag honderden rapporten over geheime en meestal illegale operaties vrijgegeven.
De documenten, die ongeveer 25 jaar intern beleid blootleggen, verschaffen details over moordcomplotten op Fidel Castro, het testen van drugs als LSD op burgers zonder hun medeweten, het afluisteren van Amerikaanse journalisten en het bespioneren van activisten.
De Amerikaanse inlichtingendienst benaderde de maffia in de jaren zestig om de Cubaanse president Fidel Castro te laten vermoorden.
Dit moest gebeuren in een 'gangster-achtige actie'.
De documenten staan bij de CIA bekend als de 'familiejuwelen'.
Honderden pagina's over onder meer pogingen tot moord, spionage en ontvoeringen van de dienst of uit naam van de dienst zijn onthuld voor de gewone burger.
De CIA werkte in het begin van de jaren zestig samen met twee van de meest gezochte criminelen van de Verenigde Staten om de moord op Castro te beramen.
De Amerikaanse regering mocht absoluut niets van deze operatie afweten.
Een van de twee gangsters dacht dat het gebruik van wapens een probleem kon vormen en stelde daarom voor een krachtige pil in Castro's eten of drinken te doen.
Uiteindelijk werden zes dodelijke pillen gegeven aan een Cubaanse functionaris die in financiële moeilijkheden verkeerde en die toegang had tot de Cubaanse president.
Na verscheidene mislukte pogingen werd hij bang en trok zich terug.
Een andere kandidaat heeft daarna ook verscheidene keren geprobeerd, maar wederom zonder 'succes'.
CIA-documenten over testen LSD op burgers.
De rapporten werden geschreven in opdracht van CIA-chef James Schlesinger in 1973.
Aanleiding voor zijn opdracht om alle activiteiten van de CIA in kaart te brengen die mogelijk illegaal waren, was Schlesingers woede over de hulp die de CIA bood aan ex-CIA-agenten Howard Hunt en James McCord, die waren veroordeeld voor de Watergate-inbraak; het begin van het einde voor president Richard Nixon.
Het is de CIA verboden in eigen land te spioneren.
De organisatie het Nationale Veiligheidsarchief had de documenten opgevraagd. "Dit zijn de belangrijkste CIA-officieren die een confessie afleggen en zeggen: 'Vergeef me Heer, want ik heb gezondigd.'" Aldus de directeur van Het Veiligheidsarchief, Thomas Blanton.
De CIA zelf noemt de documenten 'de familiejuwelen'.
Journalist van de New York Times Seymour Hersh was de eerste die, in 1974, het bestaan van de documenten in het openbaar noemde.
Hij schreef een artikel over het bespioneren door de CIA van Amerikaanse Vietnam-activisten en andere dissidenten.
Van zo'n tienduizend mensen werden dossiers aangelegd.
De documenten: http://www.foia.cia.gov/

Overwinning van Cuba in de Mensenrechtenraad van de VN.
Katrien Demuynck . 26 juni 2007      Bron: http://www.cubanismo.net/
Eindelijk, na twee decennia , werd het VS overwicht in de Mensenrechtenraad van Genève verbroken.
In zijn vijfde zittingsperiode, die meteen het eerste werkjaar van deze nieuwe Mensenrechtenraad afsluit, besloot deze Raad om het mandaat van de ‘Persoonlijke Vertegenwoordigster voor Cuba van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten’ op te heffen.
Dat is een duidelijke overwinning van Cuba op de manipulaties van de VS rond het thema van de mensenrechten op het eiland.
Het betekent meteen het einde van de anti-Cuba politiek van de vroegere Mensenrechtencommissie die in mei vorig jaar vervangen werd door de nieuwe Mensenrechtenraad.
Dit resultaat werd in de eerste plaats bereikt dankzij de inbreng van de Niet Gebonden Landen, waar Cuba momenteel voorzitter van is, en de Derde Wereldlanden in het algemeen in de Raad.
Het is een overwinning voor Cuba en de Cubanen en een erkenning van het vele werk dat zij precies rond mensenrechten neerzetten.
Cuba heeft wat dat betreft een opmerkelijk aantal verwezenlijkingen op zijn actief.
Het land ligt onder meer aan de basis van het einde van kolonialisme en apartheid in Zuidelijk Afrika.
Vandaag brengen 42.000 Cubaanse artsen, verpleegsters, onderwijzers, ingenieurs, technici en sportleraars solidaire hulp aan de inwoners van meer dan 100 Derde Wereldlanden.
30.000 jongeren uit 118 landen studeren op dit moment gratis op Cuba. ‘ Operación Milagro’, een project van oogoperaties opgezet door de Cubanen, heeft de laatste paar jaar het zicht terug gegeven aan bijna 700.000 mensen uit 31 landen.
De stap die de Mensenrechtenraad nu zet is een feitelijke erkenning van de Cubaanse inspanningen op het vlak van mensenrechten.
Een eerste beweging in die richting was de verkiezing van Cuba in mei 2006 met 135 stemmen, dat is méér dan twee derden, in dit nieuwe mensenrechtenorgaan van de VN.
Dat gebeurde ondanks openlijke druk van de VS en de Europese landen.
Het is duidelijk dat de Raad, ondanks de tekortkomingen en financiële problemen, veel eerlijker functioneert dan de vroegere Mensenrechtencommissie.

Posada Carriles:straffeloosheid voor VS-terreur ( Dubbele moraal VS ) 11-05-07.
Beste vrienden,
We staan hier voor de ambassade van een land dat zichzelf uitroept tot kampioen van de mensenrechten, kampioen van de democratie en kampioen in de bestrijding tegen het terrorisme.
Niets daarvan, als het land in iets kampioen is, en zelfs absolute wereldkampioen, dan is het van de leugen, van het bedrog en vooral van de agressie en de terreur.
Vandaag, 11 mei, had in de VS Posada Carriles voor het gerecht moeten verschijnen. De gehele rechtzaak was al een farce, want de topterrorist zou er niet terecht staan voor zijn moordaanslagen, maar wel voor zijn illegale binnenkomst in de VS en het liegen daarover.
Deze topcrimineel en massamoordenaar werd in april op borgtocht vrijgelaten, en nu op 8 mei, drie dagen voor zijn proces, werden alle beschuldigingen tegen hem ingetrokken. Er komt niet eens een proces.
Stel u voor dat Osama Bin Laden of een andere topterrorist op een gegeven moment in een land in het Zuiden onderdak zoekt en daar na enige schijnmaneuvers wordt vrijgelaten. Zoals ze in het Nederlands zeggen, ‘het kot zou te klein zijn’; de hele wereld zou in rep en roer staan; dagenlang zou het voorpagina nieuws zijn, er zouden zeker sancties tegen het land komen en een militaire ingreep zou zelfs niet uitgesloten zijn. Stel u voor dat Cuba een topterrorist zou vrijlaten; er zouden gegarandeerd bombardementen van komen en misschien zelfs een invasie zoals in Panama in 1989.
Maar nu gebeurt er niets, helemaal niets. Er zullen geen sancties volgen, de VS zal ongestoord zijn politiek kunnen verder zetten. In de media behandelt men - als er al over gesproken wordt - het als een fait divers.
Maar, beste vrienden, de zaak is geen fait divers, het is meer dan ernstig. Er zijn heel wat ernstige gevolgen.
Door de zaak van de vijf Cubaanse gevangenen heeft het Amerikaanse gerecht zijn onpartijdigheid al flink ondergraven. Met de zaak van Posada Carriles begint het op een farce te gelijken, op een justitie eigen aan bananenrepublieken.
De zaak ondergraaft ook volledig de geloofwaardigheid van de strijd tegen het terrorisme. Na 11 september verklaarde Bush de totale oorlog aan de terreur. Ik citeer Bush: “Vanaf heden zal elk land dat terroristen onderdak verleent of ondersteunt, worden beschouwd als een vijandig regime”. Wat een schertsvertoning! De zaak Posada Carriles maakt duidelijk dat de ‘Wat on terror’ niets te maken heeft met terreurbestrijding maar alles met de onderwerping van de hele planeet, en in het bijzonder met de landen van het Zuiden die niet in de pas lopen, aan de imperialistische ambities van de VS.
De VS staan vandaag met de billen bloot, maar het meest ernstige gevolg is voor Cuba. Deze ‘impunidad’ is een uitnodiging voor iedereen met slechte bedoelingen en crimineel verleden in Cuba, om met alle geweld en middelen zich te begeven naar de VS, waar hun een vrijgeleide wacht. Het is geen toeval dat enkele dagen geleden er een poging is geweest tot kaping van bus en vliegtuig, met dodelijk afloop.
De supercrapuul de luxe Posada Carilles zal in Miami ontvangen worden als een held. De blijde intrede van een massamoordenaar. Het doet denken aan ene Caligula uit het Romeinse Rijk; het is tekenend voor het morele verval van de VS.
En België? Wordt ons land meegesleurd in dit morele verval? Het lijkt er steeds meer op. Vorige week werd in het ministerie van De Gucht ene Caleb Mc Carry ontvangen. Caleb Mc Carry is aangesteld door de VS-regering om de zogenaamde overgangsregering op Cuba te leiden. U hoort het goed, een overgangsregering geleid door een VS-burger. Iedereen die een beetje op de hoogte is van de situatie weet dat zo’n regimewissel op Cuba enkel mogelijk is door een grootscheeps militair ingrijpen van buitenaf. Deze Mc Carry is de pleitbezorger van de agressieve, neoconservatieve lijn uit de regering Bush. Wij protesteren ten stelligste tegen dit bezoek, tegen deze diplomatieke provocatie. België heeft steeds een onafhankelijke en diplomatieke koers gevaren t.a.v. Cuba. We wensen niet op sleeptouw genomen te worden in de tragische avonturen van de VS. We willen niet de zoveelste poedel worden van Bush!
Wij gedenken vandaag de slachtoffers van de aanslag tegen het lijnvliegtuig en alle Cubaanse slachtoffers die gevallen zijn door de terreurdaden van de VS. We eisen gerechtigheid voor deze slachtoffers.
We veroordelen de hypocrisie van de VS bij hun zogenaamde “kruistocht tegen het terrorisme”.
En tenslotte eisen we de onmiddellijke invrijheidsstelling van de Cuban Five, de moedige helden, die op gevaar af van hun eigen leven alles deden om terreuraanslagen tegen hun land te voorkomen

2006

Latijns-Amerika wil onder het juk van de noord-Amerikanen uit.
Na de val van de Sovjet-Unie heeft de VS haar militaire macht, zoals te verwachten van een kapitalistische grootmacht, verder opgedreven in plaats van te kiezen voor een vreedzame wereld. De “nieuwe wereldorde”zag het daglicht in een uni-polaire wereld. Elk land dat niet met de VS is, was tegen. Wie tegen de VS was of is, is de vijand en werd al, of wordt nog, bedreigd met bombardementen en oorlog.
Cuba kwam na de val van de Sovjet-Unie in een ernstige ekonomische krisis terecht. De Cubaanse ekonomie werd onderuit gehaald door het wegvallen van de ekonomische banden met de Sovjet-Unie.  VS-Cuba-kenners voorspelden begin van de jaren negentig een ineenstorting van de Cubaanse maatschappij en als vanzelf zou Cuba dan wel als een rijpe appel in de schoot van de VS vallen, waardoor het een hernieuwd wingewest voor de VS zou worden.  
Maar, Cuba met Fidel Castro bleef na het ineenstorten van de Sovjet-Unie een doorn in de zijde van de VS.
Noch Fidel Castro, noch het Cubaanse volk, heeft toen geluisterd naar de VS-voorspellingen. Cuba wijzigde de manier van leven en paste zich aan, aan de omstandigheden.
Halverwege de jaren 90 raakte de VS verder geobsedeerd van Saddam Hoessein en Irak. Zuid-Amerika liep toen aan de lijn van de VS en buitenbeetje Nicaragua was ondertussen opnieuw in de VS-stal binnen gehaald. Onderwijl werd Irak geklemd in een dodelijk embargo en plande de VS een regeringswissel in Irak om Saddam Hoessein uit te schakelen. De VS engageerde zich verder in het moeras in het Midden-Oosten, in Irak.
Inmiddels verrezen er evenwel naast Fidel Castro in Zuid-Amerika nieuwe leiders die de VS-onderdrukking op de korrel gingen nemen. Hugo Chavez in Venezuela en Evo Morales in Bolivia. Hugo Chavez en Evo Morales herkonstrueren momenteel de politieke gebeurtenissen in Zuid-Amerika, onder mentorschap van Fidel Castro. Cuba’s sociale programma’s vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt.
Tijdens de laatste 2 jaar hebben Chavez en Castro grote sociale programma’s voor de armen in de samenleving opgezet in Zuid-Amerika, rond gezondheidszorg, ouderenwelzijn en onderwijs. De meeste Zuid-Amerikaanse landen hebben al veel voordeel gehad van deze programma’s en er worden ook buiten Bolivia en Venezuela stappen gezet om een eigen agenda op te stellen met sociale veranderingen als doel. Sociale veranderingen waar Cuba van aan de basis ligt.
Cuba en speciaal Fidel Castro, is opnieuw een belangrijk onderwerp in de VS en toen Fidel Castro enige tijd geleden werd gehospitaliseerd verklaarde men in de VS Fidel al voor dood. Net als de voorspelling begin van de 90-tiger jaren te voorbarig.
In de VS werd inmiddels een kommissie gevormd, die tot taak heeft, Cuba opnieuw onder VS gezag te plaatsen, na Fidel’s dood (of vermoord door VS huurlingen).
Zoals altijd hebben de VS de onzalige gedachte, dat zij het kunnen bepalen hoe de toekomst van een ander volk of land er moet gaan uitzien, natuurlijk ten voordele van het VS-groot-kapitaal. De VS-belangen zijn de “demokratische”belangen van andere landen en volkeren.
Op een leeftijd waarop de meeste mensen zich teruggetrokken hebben uit het aktieve leven, maakt Fidel nu waarschijnlijk heel belangrijke hoogtepunten uit zijn leven mee. Zijn renteloos werk van 10-tallen jaren sociale programma’s is bezig zich te verspreiden over Zuid-Amerika.
Dat allemaal gedurende een periode dat de VS hun achtertuin, Zuid-Amerika, hebben genegeerd omdat zij het te druk hadden met hun jacht op Saddam Hoessein.
Cuba, gaat met zijn nieuwe geallieerden, in de oppositie tegen de door de VS geleide “demokratische veranderingen”. Wat die demokratie van de VS betekent kan iedereen de dag van vandaag daadwerkelijk zien in Irak, waar de VS druk bezig zijn om een demokratie á la VS op te leggen middels een militaire bezetting, tegen de wil van het volk.
Waar de VS hun demokratisch gelaat tonen komt onderdrukking en oorlog tot bloei!   Luk Brusselaers 05/11/06