Cuba
2008
Fidel Castro geeft de fakkel door.
Castro en de Cubanen: vijftig jaar samen.Fidel Castro liet op 19
februari weten dat hij geen presidentskandidaat meer is.
Onze pers had het de hele tijd over ‘de langst regerende dictator’. Is Cuba
echt zo’n dictatuur?
Katrien Demuynck 27-02-2008.Dat Castro zo lang aan het hoofd gestaan heeft
van Cuba
heeft bijgedragen tot de nieuwe linkse wind in Latijns-Amerika.
Een geïsoleerde dictator, zonder steun onder de meerderheid van het volk?
Ook in Europa zijn de meningen over het Cuba van Castro verdeeld. “De
‘directe democratie’ onder Castro zorgde ervoor dat miljoenen Cubanen zich
betrokken en in rekening genomen voelden, zoals dat onder geen enkel
voorgaande regering gebeurd was”, schrijft Leicester Coltman, voormalig
Brits ambassadeur in Havanna. En Gallup, een onafhankelijk enquêtebureau uit
aartsvijand de Verenigde Staten, hield een poll tijdens de zware economische
crisis uit de jaren ’90. Resultaat: zelfs in die moeilijke omstandigheden
bleef 80 % van de Cubaanse bevolking pal achter de revolutionaire leiding
staan.
Cuba heeft overigens een gedeeld leiderschap. De naadloze overgang van een
regering mèt naar een regering zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli
2006, bewijst dat. Op die datum gaf Fidel wegens een zware darmoperatie zijn
functies als president door aan vice-president Raul Castro. Sindsdien ging
het leven in Cuba zijn gewone gang. De Cubaanse regering bestaat ook lang
niet alleen uit mensen van de oude garde. Cubaanse eerste minister Carlos
Lage (56 jaar) of buitenlandminister Felipe Pérez Roque (42 jaar) zijn daar
goede voorbeelden van. Doen alsof alle touwtjes in handen zijn van Fidel is
een karikatuur.
Even historisch als MandelaMaar uiteraard is Fidel erg belangrijk als
historisch leider. Onder zijn leiding kon Cuba zich in 1959 bevrijden van de
bloedige dictatuur van Batista en een einde maken aan het neokoloniale juk
van de VS. Zoals andere historische leiders als de Zuid-Afrikaanse Nelson
Mandela en de Palestijnse Yasser Arafat, blijft hij daardoor veel respect en
waardering genieten, niet alleen in eigen land, maar ook ver daarbuiten. Zo
werd Cuba verkozen tot voorzitter van de 118 niet-gebonden landen en werd
het land met meer dan tweederde van de stemmen lid van de nieuwe
Mensenrechtenraad van de VN.
Met hem aan het hoofd van het land houdt Cuba al vijftig jaar stand tegen
het machtigste en agressiefste land ter wereld.
En zo kan de bevolking genieten van een gezondheidszorg (de kindersterfte
ligt er lager dan in de Verenigde Staten) en onderwijs waar ze in de rest
van Latijns-Amerika alleen maar van kunnen dromen.
Dat zijn de redenen waarom Fidel bij elke nieuwe verkiezing sinds 1976
telkens opnieuw met een overgrote meerderheid werd verkozen. Hij staat
symbool voor de trots van een derdewereldland dat zijn waardigheid heeft
herwonnen. Geen wonder dat hij de nieuwe wind van links in Latijns-Amerika
mede geïnspireerd heeft, samen met de Venezolaan Chavez, de Boliviaan Evo
Morales of de Ecuadoraan Correa.
Constant in communicatie met de bevolking staan, luisteren naar de mensen en
ze enthousiasmeren, dat kan Fidel Castro als geen ander. Hij schrikt er niet
voor terug om fouten of corruptie toe te geven en aan te pakken, zoals de
illegale verkoop van brandstof de laatste twee jaren, met directe steun en
controle vanuit de bevolking. Die grote betrokkenheid van de Cubaanse
bevolking verklaart waarom het land al bijna vijftig jaar standhoudt
tegenover de VS en de tien VS-presidenten die sinds 1959 zijn gepasseerd.
Welke democratie voor Cuba, een Amerikaanse of een Cubaanse?
In de Verenigde Staten haasten alle presidentskandidaten zich om een
democratisering van Cuba te eisen, kwestie van vooral geen kiezers te
verliezen. De Cubaans-Amerikaanse maffia van Miami – de groep uit Cuba
gevluchte rijken en medestanders van dictator Batista – weegt nog altijd
zwaar door in het verkiezingsresultaat van Florida. Die mag dus vooral niet
voor het hoofd gestoten worden. In de EU dezelfde geluiden: eerst vrijheid
en democratie en dan zien we wel.
Maar welke democratie willen ze eigenlijk voor Cuba? Dat wordt haarfijn uit
de doeken gedaan in twee rapporten van de VS-commissie voor Steun aan een
vrij Cuba. Ze willen de economie privatiseren, de arbeid flexibiliseren en
de sociale zekerheid, uitkeringen en pensioenen afbouwen. De plannen zeggen
bijvoorbeeld letterlijk dat gezondheidszorg niet gratis kan blijven en dat
de ouderen weer aan het werk zullen moeten.
Wie wil weten wat zo’n ‘democratisering’ in Cuba als resultaat zou hebben,
kan eens gaan kijken in Nicaragua. Toen het neoliberalisme daar terug
ingevoerd werd onder druk van de VS na de verkiezingsnederlaag van de
Sandinistische revolutie in 1989, groeide de kloof tussen arm en rijk
opnieuw enorm en steeg de levensduurte aan een razendsnel tempo, tegelijk
met de werkloosheid, het analfabetisme én de kindersterfte.
Presidentsverkiezingen in Cuba: hoe gaat dat?
De Cubaanse president wordt voor vijf jaar verkozen tijdens de eerste
zitting van het nieuw verkozen parlement. De parlementsleden kiezen dan uit
hun midden de staatsraad (de regering), de voorzitter van de staatsraad en
de vice-voorzitters. De voorzitter van de staatsraad is president van Cuba.
Sinds de nieuwe Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976, is Fidel Castro
altijd verkozen tot voorzitter van de staatsraad. Bij de verkiezingen van 20
januari van dit jaar werd Fidel Castro opnieuw verkozen als
volksvertegenwoordiger. Hoewel de verkiezingen niet verplicht zijn, nam 97%
van de kiezers eraan deel. Het nieuwe parlement bestaat voor 42 % uit
vrouwen, voor 29 % uit arbeiders en bedienden (bij ons 1%), voor 61 % uit
mensen geboren na de revolutie en 63 % komen er voor het eerst in. Het is
een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.
Als volksvertegenwoordiger was Fidel Castro opnieuw verkiesbaar voor de
leidinggevende functies van het land. Daar stapt hij in zijn boodschap van
19 februari uitdrukkelijk vanaf.Het nieuwe parlement kwam op zondag 24
februari in Havana bijeen om de staatsraad en zijn voorzitter te kiezen.
Raúl Castro werd verkozen als nieuwe president.
Raúl had ook al het hoogste percentage stemmen behaald als
volksvertegenwoordiger.
Hij is, naast Fidel en Che Guevara, één der meest gewaardeerde historische
leiders van de revolutie.
In zijn toespraak als nieuwe president gaf hij al enkele krachtlijnen van
het beleid aan:
• De overheidsstructuren moeten vereenvoudigd en meer efficiënt gemaakt
worden.
• De democratie moet versterkt worden, ook in de partij.
• Er moet verder gewerkt worden aan economische groei, de enige manier om
meer welvaart te creëren.
Die groei moet toelaten de munt te revalueren, zodat de lonen drastisch
opgetrokken kunnen worden.
De laatste drie jaar bedroeg de economische groei 11,8 %, 12,5 % en (ondanks
scherp gestegen olieprijzen) 7,5%.
Katrien Demuynck 19-02-2008
Fidel Castro laat in een boodschap aan het Cubaanse volk weten dat hij geen
kandidaat meer is voor het voorzitterschap van de staatsraad en als
opperbevelhebber van het leger.
Op 24 februari komt in Havana het nieuw verkozen parlement bijeen om de
staatsraad en haar voorzitter en vice-voorzitters te kiezen. Sinds de nieuwe
Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976 is Fidel steeds verkozen geweest als
voorzitter van de staatsraad. Die functie komt niet volledig overeen met wat wij
begrijpen onder president van de republiek, gezien de macht aanzienlijk
ingeperkt wordt door de bevoegdheden van het parlement. Zo kan de Cubaanse
president, voorzitter van de staatsraad, bijvoorbeeld geen oorlog verklaren of
geen diplomaten benoemen. Hoewel hij naar eigen zeggen om gezondheidsredenen
geen persoonlijke contact met de kiezers kon hebben, werd Fidel onlangs opnieuw
verkozen in het parlement. Bijgevolg is hij verkiesbaar voor de leidinggevende
functies van het land. Daar stapt hij nu uitdrukkelijk vanaf. Volgens de
Cubaanse president zou het niet consequent zijn een dergelijke functie opnieuw
te accepteren zonder in een goede fysieke conditie te zijn.
Ongetwijfeld zal dit nieuws veel speculaties in beweging zetten. Volgens ons
gaat het hier echter om een voor de hand liggend proces, dat trouwens door Fidel
zelf reeds gesuggereerd is in vorige mededelingen. De Cubaanse regering is
trouwens sowieso niet beperkt tot mensen van de oude garde. Cubaanse eerste
minister Carlos Lage of buitenlandminister Felipe Pérez Roque zijn daar goede
voorbeelden van.
In tegenstelling tot het beeld dat opgehangen wordt kan in Cuba gesproken worden
van een collectief leiderschap. De naadloze overgang van een regering met en
zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli 2006, bewijst dat trouwens.
Het nieuwe parlement, verkozen in verkiezingen waarin het overgrote deel van de
Cubaanse bevolking aan deelnam, zal ongetwijfeld de wil van Fidel respecteren en
een nieuwe leiding kiezen. De samenstelling van dat parlement is met 42%
vrouwen, 29% arbeiders en bedienden (bij ons is dat 1%), 61 % parlementairen
geboren na de revolutie, 63% nieuwelingen en een gemiddelde leeftijd van bijna
50 jaar een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.
Alles wijst erop dat, wie ook de nieuw verkozen voorzitter en vice-voorzitters
van de staatsraad mogen worden en met de verschillen in leiderschapsstijl die
dat kan meebrengen, de Cubaanse bevolking zal kunnen rekenen op een continuïteit
in het beleid.
K.Demuynck bereidt samen met Marc Vandepitte een boek voor over Fidel Castro,
gebaseerd op een reeks interviews met Cubaanse personaliteiten.Fidel Castro is geen kandidaat meer voor het presidentschap
Erwin Carpentier
Granma publiceert in zijn editie van 19 februari 2008 de mededeling van Fidel
Castro waarin hij zegt zich geen kandidaat te zullen stellen voor het
voorzitterschap van de Staatsraad. Daarmee treedt hij ook officieel terug als
president. Zijn boodschap luidt als volgt:
Beste landgenoten,
Vorige vrijdag 15 februari beloofde ik jullie dat ik in mijn volgende
overpeinzing een thema ging aansnijden dat vele landgenoten bezighoudt. Deze
keer heeft het de vorm van een mededeling.
Het ogenblik is aangebroken voor de kandidaatstellingen en verkiezingen van de
Staatsraad, zijn voorzitter, ondervoorzitter en secretaris.
Ik ben al vele jaren eervol belast met het voorzitterschap. Op 15 februari 1976
werd de socialistische grondwet door meer dan 95% van de stemgerechtigde burgers
goedgekeurd in een vrije, rechtstreekse en geheime stemming. De eerste Nationale
Vergadering ging door op 2 december van datzelfde jaar en verkoos de Staatraad
en zijn voorzitter. Voordien had ik gedurende bijna 18 jaar de functie van
Eerste Minister uitgeoefend. Ik beschikte altijd over de nodige voorrechten om,
met de steun van de overgrote meerderheid van het volk, het revolutionaire werk
vooruit te brengen.
Velen in het buitenland dachten, gelet op mijn kritieke gezondheidstoestand, dat
mijn voorlopige verzaken aan mijn taak als voorzitter van de Staatraad, op 31
juli 2006, en de overdracht ervan in handen van de eerste ondervoorzitter, Raúl
Castro Ruz, definitief was. Raúl, die daarnaast wegens zijn persoonlijke
verdiensten ook de functie van minister van de FAR[1] uitoefent, en de andere
leidende kameraden van de partij en van de staat, zelf waren terughoudend om mij
van mijn taken te ontlasten, ondanks mijn hachelijke gezondheidstoestand.
Mijn toestand was ongemakkelijk tegenover een tegenstander die er alles aan deed
om van mij af te geraken, en ik wou hem dat geenszins gunnen.
Nadien kon ik weer volledig over mijn geestesvermogen beschikken, en de
gedwongen rust maakte dat ik veel kon lezen en nadenken. Ik had genoeg fysieke
kracht om gedurende vele uren te schrijven, samen met het herstel en de nodige
revalidatieprogramma's. Mijn gezond verstand vertelde me dat die activiteit
binnen mijn bereik lag. Langs de andere kant, wanneer ik het over mijn
gezondheid had, waakte ik er altijd over om geen illusies te geven voor het
geval bij tegenslag het volk, in volle strijd, onheilspellende berichten zou
hebben te horen gekregen. Het volk psychologisch en politiek voorbereiden op
mijn afwezigheid was mijn eerste plicht, na al die jaren van strijd. Ik heb
altijd gezegd dat mijn herstel “niet zonder risico's was”.
Ik heb altijd gewild mijn plicht tot het laatste moment te vervullen. Dat is wat
ik te bieden heb.
Ik deel mijn beste landgenoten, die mij de grote eer betuigden door mij de
afgelopen dagen te verkiezen als lid van het parlement, waar er voor de toekomst
van onze Revolutie belangrijke akkoorden moeten worden aangenomen, mee dat ik –
en ik herhaal - de functie van voorzitter van de Staatsraad en Opperbevelhebber
niet zal betrachten noch zal aanvaarden.
De korte brieven die ik Randy Alonso, directeur van het nationale
televisieprogramma Mesa Redonda, schreef en die op mijn verzoek openbaar werden
gemaakt, bevatten al discrete elementen van dit huidige bericht, en misschien
vermoedde de bestemmeling van mijn brieven wel wat ik bedoelde. Ik had
vertrouwen in Randy, want ik kende hem goed van toen hij journalistiek studeerde
aan de universiteit. Ik kwam toen bijna elke week samen met de belangrijkste
vertegenwoordigers van de universiteitsstudenten uit de provincies, in de
bibliotheek van het grote huis in Kohly, waar ze verbleven. Vandaag is heel het
land één grote universiteit.
Enkele paragrafen uit de brief die ik Randy op 17 december 2007 zond:
“Het is mijn diepste overtuiging dat de antwoorden op de huidige problemen van
de Cubaanse maatschappij - dat een gemiddelde opleidingsniveau heeft van tegen
de 12 e graad, zo'n miljoen universitair gediplomeerden telt en waarbij iedereen
zonder onderscheid de echte kans heeft om te studeren - meer antwoorden nodig
heeft dan er velden op een schaakbord staan om elk concreet probleem aan te
pakken. Geen enkel detail mag aan onze aandacht ontsnappen. Het is geen
gemakkelijke opdracht, en in een revolutionaire maatschappij moet het menselijk
verstand het halen van de instincten.”
“Het is mijn elementaire plicht om mij niet aan taken vast te klampen, noch om
jongere mensen voor de voeten te lopen, maar wel om ervaringen en ideeën te
geven die hun bescheiden waarde halen uit het bijzondere tijdperk waarin ik kon
leven.”
“Ik denk, zoals Niemeyer, dat je moet consequent zijn tot het einde.”
Brief van 8 januari 2008:
“… Ik ben een overtuigde aanhanger van de eenheidsstem (een beginsel dat de
ongekende verdiensten beschermt). Dankzij dat principe hebben we de tendenzen
kunnen vermijden om wat er uit het oude socialistische kamp kwam te kopiëren -
waaronder de foto van een enige kandidaat - dat zo alleen stond en zo solidair
was met Cuba. Ik heb veel respect voor die eerste poging om het socialisme op te
bouwen, waardoor wij de gekozen weg verder kunnen afleggen.”
“Ik ben mij er erg van bewust dat alle roem ter wereld in een graankorrel past”
herhaalde ik in die brief.
Ik zou mijn geweten bedriegen als ik een verantwoordelijkheid zou opnemen die
een volledige mobiliteit en inzet vereist terwijl ik niet in de fysieke
mogelijkheid verkeer om dat te doen. Ik zeg dat zonder zweem van drama.
Gelukkig kan ons proces nog altijd rekenen op kaders van de oude garde, samen
met anderen die heel jong waren toen ze de eerste fase van de revolutie
begonnen. Sommigen waren haast nog kinderen toen ze zich bij de strijders in de
bergen aansloten en nadien, door hun heldhaftigheid en hun internationale
opdrachten, met roem beladen naar het vaderland terugkeerden. Ze kunnen rekenen
op autoriteit en ervaring om de vervanging door te voeren. Onze revolutie
beschikt ook over een tussengeneratie die samen met ons de elementen van de
haast onmogelijke kunst heeft geleerd om een revolutie te organiseren en te
leiden.
De weg zal altijd moeilijk zijn en de verstandige inspanning van allen vragen.
Ik wantrouw de ogenschijnlijk gemakkelijke weg van de verheerlijking of, als
tegenhanger, van de zelfkastijdiging. Men moet zich altijd op de slechtste
variante voorbereiden. We moeten even voorzichtig zijn in onze successen als we
vastberaden moeten zijn in geval van tegenslag. Dat beginsel mogen we nooit
vergeten. De tegenstander die we moeten verslaan is bijzonder sterk, maar we
hebben hem al een halve eeuw van ons af kunnen houden.
Ik neem geen afscheid van jullie. Ik wil alleen vechten als een soldaat van de
ideeën. Ik zal verder schrijven onder de titel “Overpeinzingen van kameraad
Fidel”. Het zal een wapen meer zijn in het arsenaal waarop men kan rekenen.
Misschien luisteren ze naar me. Ik zal waakzaam zijn.
Bedankt.
Fidel
Interview : sociologe Danièle Bleitrach over Cuba.
De Franse sociologe en communiste Danièle Bleitrach schreef een boek over
Cuba en komt er over vertellen op de Marxistische universiteit. We bieden u
alvast een voorsmaakje.
Maria Mc Gavigan
Het avontuur van het Cubaans socialisme.
Van 1981 tot 1996 was Danièle Bleitrach lid van het Centraal comité en
daarna van de Nationale raad van de Communistische Partij van Frankrijk (PCF).
In 2003 verliet ze de partij. Ze publiceerde verschillende boeken over Cuba,
het laatste in 2007 samen met Jacques-François Bonaldi met als titel Cuba,
Fidel et le Che ou l’aventure du socialisme. (Cuba, Fidel en Che of het
avontuur van het socialisme).
Wat is er zo specifiek aan het socialisme in Cuba?
Danièle Bleitrach. Het socialisme is een product van de geschiedenis van dat
land. Cuba was een slavenmaatschappij en een kolonie. Het socialisme is
ontstaan uit de strijd voor gelijkheid, tegen de slavernij. Verder is Cuba
een klein land van de derde wereld, dat leeft onder de dreiging van de
Verenigde Staten. Cuba was een suikermonocultuur die totaal afhankelijk was
van de VS. Als drukkingsmiddel hebben de VS de aankoop van suiker stopgezet
om het eiland te wurgen, waarop Fidel reageerde door de Amerikaanse
suikercentrales te nationaliseren.
Het socialisme in Cuba is een lang proces, dat verloopt via een permanente
dialoog met het Cubaanse volk, wat onder meer tot uiting komt in de lange
pedagogische toespraken van Fidel. Het Cubaanse socialisme werd niet van
buitenaf opgelegd. Zo is bijvoorbeeld de eenheidspartij een erfenis van José
Marti, de held van de onafhankelijkheidsstrijd eind 19de eeuw. Die kwestie
is in publieke debatten beslecht: in algemene vergaderingen spraken de
Cubanen zich uit tegen het bestaan van andere partijen die, zoals Marti het
al stelde, een springplank zouden zijn voor de annexatie door de Verenigde
Staten.
U schrijft dat “de Cubaanse revolutie steeds blijft uitgaan van eenzelfde
opvatting over het socialisme, namelijk die van een maatschappij die anders
is dan de kapitalistische”.
Danièle Bleitrach. De productiemiddelen zijn collectief bezit. Het is
bijvoorbeeld voor een particulier verboden om werknemers in dienst te nemen.
Er werden gemengde bedrijven opgericht, maar de gebouwen en het
personeelsbeleid blijven in handen van de staat. Maar dat wil niet zeggen
dat er geen problemen zijn: de dubbele munt bijvoorbeeld. De “dollarisering”
werd ingevoerd om investeringen aan te trekken en om iets te doen tegen het
feit dat de Cubaanse munt op wereldschaal geen waarde meer had. Een van de
uitdagingen bestaat erin dat systeem op te heffen, maar de blokkade maakt
dat moeilijk. Tijdens de Speciale periode (de periode van de beginjaren ‘90
waarin de Cubaanse regering verschillende beperkende maatregelen heeft
moeten nemen nvdr.) heeft Cuba een zware tegenslag moeten incasseren. Er
waren geen transportmiddelen meer. Het was de heerschappij van de
plantrekkerij. De mensen vroeger zich af of ze het wel zouden uithouden.
Maar stap voor stap hebben de vakbond, de Cubaanse vrouwen, de Comités voor
de Verdediging van de Revolutie (CDR) de concrete problemen van de bevolking
aangepakt. De Speciale periode heeft heel wat schade toegebracht aan het
sociaal weefsel, meer bepaald onder de jeugd. De ongelijkheid is toen
toegenomen.
Door gebrek aan brandstof moest Cuba weinig populaire maatregelen nemen.
Danièle Bleitrach. Vroeger was elektriciteit nagenoeg gratis, met als gevolg
dat de Cubanen dag en nacht hun lampen lieten branden. Nu geldt dat hoe meer
je verbruikt, hoe hoger het tarief is. Maar pas op, dit is precies het
tegenovergestelde van hier: om de industrie te bevoordelen geldt hier het
principe dat hoe meer je verbruikt, hoe minder je per kilowatt betaalt. De
regering heeft de bevolking spaarlampen en zuinige elektrische
huishoudapparaten gegeven, en toch blijven de Cubanen mopperen. Hun loon
lijkt belachelijk, zo’n 20 euro per maand. Maar als je er rekening mee houdt
dat ze eigenaar zijn van hun woning, dat er heel wat gesubsidieerd wordt,
dan kom je op een gemiddeld inkomen van zo’n 600 euro per maand. En vergeet
niet, zij hebben, als enig land van de derde wereld, een opmerkelijk en
volledig gratis gezondheids- en onderwijssysteem. Ik zou zeggen dat er twee
soorten Cubanen zijn: de meerderheid steunt het socialistische project en is
vaderlandslievend. Maar er is ook een laag die droomt van een westers leven.
Cuba is een landbouwland, maar niet zelfvoorzienend. Hoe komt dat?
Danièle Bleitrach. Door de dubbele munt is de landbouw een van de
grote problemen van het land. Cuba heeft jarenlang een landbouw van
plantages gekend (suikerriet, bananen, tabak). Daarmee kan je heel moeilijk
een zelfbedruipende landbouw opzetten. Bovendien hebben de Cubanen een zeer
hoge scholingsgraad: je kan hen moeilijk overtuigen naar het platteland
terug te keren. Ze doen nu aan biologische landbouw, maar daarvoor hebben ze
nog te veel transport- en communicatieproblemen (die nu stilaan opgelost
geraken dankzij de Chinezen). Het is vooral een probleem van organisatie.
Wat is de inbreng van Che Guevara vandaag in Cuba?
Danièle Bleitrach. Wat hen verenigt is vooral een derdewereldbewustzijn, het
marxisme en het verzet tegen de kapitalistische overheersing. Men heeft
Fidel bestempeld als een agent van de USSR in de beweging van niet-gebonden
landen. Het is veel meer het tegendeel. De Russen wilden niet dat de Cubanen
naar Afrika gingen. Vandaag komt dat internationalisme tot uiting in het
uitsturen van artsen en leraars naar alle windstreken.
Hoe ziet u de toekomst?
Danièle Bleitrach. Raúl Castro heeft net een nieuw partijcongres
aangekondigd. Ik denk dat hij dat doet omdat niemand Fidel zal vervangen
(“Ook met duizend konijnen maak je nog geen olifant”, zegt hij). Daarom moet
de partij de fakkel overnemen. Na de val van de muur in 1989, dacht niemand
dat Cuba als socialistisch land zou overleven. Ik vind Cuba fantastisch,
niet zozeer om het onderwijs of gezondheidssysteem, maar om de manier waarop
ze die verwezenlijkingen tot stand brachten, ondanks de onderontwikkeling,
de blokkade, de val van de Sovjet-Unie. Ook daarin zijn het communisten en
tegelijk erfgenamen van José Marti: je moet verdelen wat je hebt, niet wat
je te veel hebt. Dat is het wat ik zo diep bewonder in Cuba, dat verzet, het
humanisme, het delen, de solidariteit.....
Cuba op de Marxistische Universiteit
Ontmoet Danièle Bleitrach deze zomer, van 20 tot 24 augustus, op de
Marxistische Universiteit in de cyclus “Cuba voor beginners”. De
Universiteit heeft plaats in het internaat van Berlaymont, 10D Dreve
d’Argenteuil, 1410 Waterloo.
Info en inschrijving : www.marx.be
Bron: Weekblad Solidair 08-07-2008
De samenstelling van het parlement is een weerspiegeling
van het Cubaanse volk.
María Julia Mayoral
Uit de kandidatenlijsten voor de parlementsverkiezingen van 20 januari
blijkt dat de leiding van de staat overgaat in handen van de nieuwe
generaties. En toch zal dit gegeven noch voor de regering van de Verenigde
Staten noch voor hun huurlingen, die zogezegd geïnteresseerd zijn in de
‘overgang' in Cuba, gelden als een onweerlegbaar bewijs van die
democratische overgang.
374 van de 614 kandidaat-afgevaardigden (60,91%) zijn geboren na de
overwinning van de Revolutie. Nog eens 134 (21,82%) waren ten tijde van de
Revolutie in 1959 minder dan 10 jaar oud. De overige 106 (17,25%) hebben het
kapitalisme nog meegemaakt. Dit wil zeggen dat alleen deze laatsten deel
uitmaken van de generatie die de opstand tot een goed einde bracht en begon
met de opbouw van het socialisme.
De evenredige vertegenwoordiging van alle generaties in het hoogste orgaan
van de staatsmacht is niet het gevolg van een bewuste selectie. Het was niet
de bedoeling van het volk toen het zijn kandidaat-afgevaardigden voorstelde
en verkoos. Het speelde ook niet mee voor de belangrijkste studenten- en
massaorganisaties van het land bij de voorverkiezingen. En evenmin was het
een van de criteria voor de goedkeuring van de kandidaten door de 169
gemeenteraden die rekening houden met de voorstellen van de
kandidaatscommissies.
De voordragers, de commissies en de gemeenteraden evalueren menselijke
kwaliteiten. Ze beoordelen de weg die de kandidaten hebben afgelegd. Want
alleen met verdienstelijke en bekwame kandidaten kun je het volk vragen een
kwalitatieve stem uit te brengen.
Hoe het komt dat alle generaties in Cuba vertegenwoordigd zijn, is heel
eenvoudig: elke groep heeft de Revolutie tot de zijne gemaakt, heeft eigen
wegen en beweegredenen gevonden om mee te werken aan de opbouw van het
socialisme. Dat betekent niet dat er geen tegenstellingen zijn.
Er is nog een aanwijzing voor de overdracht: amper 36,78% van de kandidaten
(224 van de 609) zetelt op dit ogenblik in de Nationale Assemblee. 63,22%
(385 parlementsleden) zijn dus nieuwkomers. In de praktijk zullen het er een
paar meer zijn want in overeenstemming met de aangroei van de bevolking zal
het parlement in de komende legislatuur 614 leden tellen.
Steeds meer mensen zijn zich bewust van de verantwoordelijkheden van de
Poder Popular omdat ze die als afgevaardigde of parlementslid hebben
beleefd. Dat moet de kritische geest van de maatschappij aanscherpen. Zonder
die kritische geest is het niet mogelijk de eisen van de bevolking en haar
controle op de instellingen te structureren en de civiele rechten en
plichten op een doeltreffende manier uit te oefenen.
Het mogelijk hoge aantal nieuwe afgevaardigden in het nationaal parlement
tijdens de komende legislatuur is de uitdrukking van nog een ander
basisprincipe: als je in Cuba parlementslid bent, of gemeentelijk of
provinciaal raadslid van de Poder Popular, dan betekent dit niet dat je nu
een professioneel politicus wordt zoals gebruikelijk is in de
consumptiemaatschappijen.
De laatsten zullen de eersten zijn:
Je zult veel moeite moeten doen om nog een land te vinden waar zulk een hoog
aantal burgers het recht hebben de post van gemeenteraadslid of burgemeester
te combineren met een zitje in het parlement, zonder overigens een cent te
spenderen aan een verkiezingscampagne. Bij deze verkiezingen zijn 285
kandidaten (46,42%) al verkozen gedelegeerden van lokale besturen.
Hetzelfde geldt voor de zwarten en de mestiezen. Zonder een politiek systeem
dat een effectieve en groeiende gelijkheid en sociale rechtvaardigheid
verzekert, zou je onder de kandidaten geen 118 zwarten en 101 mestiezen
aantreffen. Hoewel je in het geval van Cuba nog moeilijk kunt spreken van
zuivere blanken.
Kandidaten met opleiding en cultuur:
Die representativiteit hoeft niet geforceerd te worden, de Revolutie zorgt
daarvoor. Het verklaart bijvoorbeeld ook de ruime vertegenwoordiging van de
vrouwen (265 kandidaten, 42,16%) en het hoge onderwijsniveau van de
kandidaten. 481 hebben een universitair diploma (78,34%) en 127 (20,68%) een
diploma van hoger secundair onderwijs.
Ze zijn gevormd in de meest diverse disciplines en dat zal hen goed van pas
komen bij het werk in de vaste commissies van het parlement. 84 kandidaten
hebben een ingenieursdiploma in de landbouwkunde, bouwkunde, machinebouw,
elektronica, metaal, chemie, telecommunicatie, bosbouw, waterbouwkunde en
scheepsbouw.
Ook zijn er tal van universitaire docenten bij met waardevolle ervaring,
economisten, licentiaten in de rechten, artsen, sociale onderzoekers. Je
vindt er sociale werkers, specialisten in militaire wetenschappen,
verpleegkunde, fysica, meteorologie, geschiedenis en theologie.
De kandidatenlijsten zijn de uitdrukking van de diverse typische kenmerken
van het Cubaanse volk. Zij zijn dan ook een getrouwe afspiegeling van een
verenigd, revolutionair, internationalistisch land met een grote cultuur,
dat de rechtvaardigheid hoog in zijn vaandel draagt en een monumentaal
palmares op het vlak van onderwijs en vorming in hoogstaande ethische
waarden kan voorleggen. Een land dat zich verder zal ontwikkelen om het
socialisme te perfectioneren.
Bron: www.granma.cubaweb.cu Vertaling: Marina Mommerency. 13-01-2008
2007
Welke overgang na Fidel?
Seminarie van “Maison de l'Amérique Latine” over “Cuba op een
kruispunt”:
Jasper Rommel
Dinsdag 27 november 2007 ging in Brussel een seminarie door over Cuba,
georganiseerd door het “Maison de l'Amérique Latine”. Het thema dat werd
aangesneden, welke overgang na Fidel, is behoorlijk “hot”. Telkens er iets
in de media over Cuba verschijnt, vinden we wel speculaties terug over wat
er zal gebeuren na zijn overlijden.
Zoals de Cubaanse ambassadeur Elio Rodriguez het verwoordde was er jammer
genoeg niet zoveel volk op deze toch wel zeer interessante dag over een
belangrijk onderwerp. We waren met een tiental. Uiteraard heeft dit alles te
maken met het feit dat het doorging op een werkdag. Tijdens zijn tussenkomst
kwamen er wel nog een twintigtal studenten van de universiteit van Lille
binnen. Voor degene die er niet bij konden zijn volgt hier een verslag.
David Cusatto, de directeur van het Maison de l'Amérique Latine, leidde deze
dag in. Hij stelde terecht dat de speculaties over het einde van het regime
niet nieuw zijn. Al sinds 1 januari 1959, de dag van de triomf van de
revolutie, speculeert de pers hierover. Maar sinds Fidel ziek geworden is
zijn de speculaties alleen maar toegenomen. Wie zal nu de “macht” krijgen in
Cuba?
Cusatto vraagt zich af hoe het komt dat het Cubaans systeem een voorbeeld,
een referentie blijft voor de volkeren van Latijns Amerika. Dit ondanks alle
campagnes in de media die tegen het eiland gevoerd worden. Een tweede vraag
die hij zich stelt is hoe het komt dat Cuba nog steeds stand houdt, ondanks
de gigantische politieke en economische druk die het te verduren krijgt.
Volgens hem moeten we de ontwikkelingen in Cuba in een breder kader zetten
om ze te kunnen volgen en begrijpen. Ten eerste moeten we kijken naar de
ontwikkeling in de economische relaties met China. Ten tweede moeten we
kijken naar de relatie tussen Cuba en Venezuela, die niet alleen economisch
maar zeer zeker ook politiek van aard is. Daarnaast is ook de draai naar
links in Latijns-Amerika - met als uitgesproken voorbeelden Bolivië, Ecuador
en Nicaragua, maar ook gematigd linkse regeringen zoals die van Brazilië en
Argentinië - een zeer positieve zaak voor Cuba.
De vragen en de thema's die de directeur in zijn inleiding aansneed werden
in de loop van de conferenties verder uitgewerkt.
Cuba's politieke inzet in de regio
Een eerste spreker was Jean-Jacques Kourliandsky, dokter in de geschiedenis
en gediplomeerd in de politieke wetenschappen. Hij werkt als onderzoeker op
het Instituut van Internationale en Strategische Relaties te Parijs (IRIS)
en legt zicht daar toe op kwesties rond Spanje en Latijns-Amerika. Hij kwam
spreken over Cuba's politieke inzet in de regio.
De conclusie die hij maakte na het lezen van veel artikels en andere lectuur
is dat we heel weinig weten. Er verschijnt zeer tegenstrijdig materiaal in
de pers en ook de reacties op bijvoorbeeld de ziekte van Fidel zijn zeer
tegengesteld. Terwijl in Cuba alles zijn gewone gangetje ging en de mensen
op straat verklaarden zich zorgen te maken over hun zieke president was er
in Miami grote opschudding en werden er feesten gehouden.
Zo komen we terecht bij de relatie tussen de VS en Cuba. Kourliandsky stelt
dat het grootste probleem in Cuba in de eerste plaats het probleem tussen
Cuba en de VS is. Hij situeert de start van die confrontatie in 1959, de
overwinning van de revolutie. Terwijl de directeur van het departement
“Latijns-Amerika” van de CIA in '96 verklaarde dat Cuba geen bedreiging meer
vormt voor de veiligheid van de Verenigde Staten en dat de politiek tov het
eiland best veranderd wordt, zien we dat de VS in de praktijk nog veel
grovere maatregelen tegen Cuba gaat treffen. In datzelfde jaar werd de
Helms-Burton wet gestemd die de blokkade tegen Cuba nog verscherpte.
Meer recent nog, in oktober, hield Bush een speech “gericht aan de Cubanen”.
Volgens Kourliandsky paste deze speech eerder in een verkiezingsstrategie en
was hij meer gericht aan de Cubanen in Miami dan deze in Cuba. Het was een
zeer offensieve toespraak waarin hij o.a. vroeg voor de oprichting van een
internationaal fonds voor “vrijheid in Cuba”.
Daartegenover stond de speech van Raul Castro eerder dit jaar die zei dat
hij de relaties met de VS opnieuw wil aanhalen, maar dat daar geen
voorwaarden aan gekoppeld mogen worden. Hij eist respect voor de
soevereiniteit van Cuba en wil geen buitenlandse inmenging.
De spreker merkte op dat dit geen veranderde houding van de Cubaanse
overheid is, in tegenstelling tot wat de pers ervan gemaakt heeft. Dit is de
lijn die Cuba al jaren volgt: ze wil relaties met de VS, maar zonder
inmenging en zonder eisen eraan gekoppeld van die laatste. De reactie van de
VS blijft ook net als ervoor dezelfde: zonder politieke veranderingen geen
betere relaties.
4 paradoxen
Volgens Kourliandsky zijn er momenteel 4 grote paradoxen als we het over
Cuba hebben.
Een eerste is de omvang van de blokkade in verhouding met het belang van het
land. De omvang van de blokkade is immens, maar het belang van Cuba voor de
VS is dat niet meer. Zoals al eerder aangehaald vormt Cuba geen bedreiging
meer voor de veiligheid van de VS sinds de val van de muur. Het is een zeer
klein land met slechts elf miljoen inwoners. Erg veel grondstoffen, buiten
nikkel, zijn er niet te vinden in Cuba.
Een tweede paradox is dat het Cubaans systeem enerzijds zeer gesloten is
maar dat het anderzijds toch een referentie, een voorbeeld, een symbool is
voor de rest van Latijns-Amerika. Zeker een symbool van verzet tegen de VS.
Met geslotenheid bedoelt Kourliandsky de moeilijke informatieuitwisseling,
de zeer moeilijke communicatie, de blokkade, het feit dat Cuba een eiland is
en bovendien de toegang tot het internet en internationale media voor zijn
bevolking bemoeilijkt.
Hier haalde Kourliandsky ook de dissidentie aan, die volgens hem zeer klein
is en enorm geïsoleerd staat. Hij vermoedt dat moesten er verkiezingen zijn
waar zij zich kandidaat konden stellen, ze praktisch geen enkele stem zouden
halen. De enige vorm van verzet is er ene van een individuele vorm: migratie
Een derde paradox is een economische paradox. Enerzijds is er zeer weinig
ongelijkheid in Cuba en zijn er geen grote verschillen tussen mensen.
Anderzijds is Cuba er nooit in geslaagd om hun economie productief genoeg te
maken zodat er genoeg te verdelen valt. Volgens Kourlandsky blijft de
economie momenteel recht door de steun van Venezuela en door de giften van
Cubanen in de VS aan hun familieleden op het eiland. Vroeger is ze overeind
gebleven door de steun van de SU. Een oplossing hiervoor is volgens hem het
introduceren van meer marktelementen in de economie. In de praktijk is er in
Cuba sinds de overeenkomsten met Venezuela minder vrije markt (lees: minder
joint-ventures en weer meer bedrijven in staatshanden).
De laatste paradox is er ene van de buitenlandse politiek. Volgens de
spreker is de Cubaanse buitenlandse politiek er ene van opeenstapelingen van
mislukkingen. Maar net die opeenstapeling heeft ervoor gezorgd dat Cuba zijn
onafhankelijkheid en soevereiniteit kon behouden.
De toekomst?
Tenslotte heeft Kourliandsky het over de 3 hypotheses die naar voor
geschoven worden i.v.m. de toekomst van Cuba. Hij ziet geen enkel van de 3
echt als realistisch maar vermeldt ze uit intellectuele eerlijkheid.
Een eerste hypothese is een ineenstorting van het regime met een grote
crisis en omwenteling als gevolg.
Een tweede is dat men het Chinees model gaat volgen, waarbij het Cubaanse
leger de economie en de politiek zal controleren.
De derde hypothese tenslotte is dat er helemaal niets zal veranderen en dat
er gewoon een opvolger zal komen voor Fidel Castro. Dit is volgens hem de
versie van de Cubaanse overheid.
Zijn conclusie is dat we te weinig (betrouwbare) informatie hebben. “On ne
sait rien”. Het valt ook af te wachten als Fidel Castro in januari opnieuw
presidentskandidaat zal zijn bij de verkiezingen.
Wel hangt volgens hem de toekomst van Cuba vast aan het al dan niet erin
slagen om een productieve economie tot stand te brengen zonder te raken aan
de gelijke inkomensverdeling.
Plan Bush
Tweede spreker in de voormiddag was Katrien Demuynck, voorzitster van
Initiatief Cuba Socialista en het Free The Five Comité in België. Zij
verving Philip Agee die er niet bij kon zijn. Ze ging in op het “Plan Bush”.
Dit plan, die als bedoeling een regimewissel in Cuba heeft, werd geboren in
de schoot van de Bush administratie.
Eerst werd duidelijk gemaakt dat dit plan niet zomaar uit de lucht komt
gevallen. De bemoeienis van de VS is er niet ene van de laatste jaren, noch
sinds de dag van de overwinning van de revolutie. Al in 1809 had Jefferson,
de derde president van de VS, zich uitgesproken voor een aanhechting van
Cuba aan VS. Enkele jaren later sprak president Monroe over Latijns-Amerika
als de patio (achtertuin) van de VS.
Toen in 1898 de Cubanen zich dmv strijd bijna bevrijd hadden van de Spaanse
kolonisator kwam de VS een handje “helpen”. Voor de goede verstaander: als
al het vuile werk al opgeknapt was, kwamen de VS er zich mee moeien om het
boeltje naar hun hand te zetten. Ze slagen daar ook in en lieten het Plat
Amendement stemmen. Dit hield o.a. in dat ze mochten tussenkomen in de
Cubaanse politiek wanneer zij het nodig achtten. Verder eigenden ze zich ook
een legerbasis in Guantanamo toe.
Er waren in de eerste helft van de twintigste eeuw verschillende militaire
interventies van de VS in Cuba: tussen 1906 en 1909, in 1912, tussen 1917 en
1922 en in 1933.
Daarnaast controleerde de VS praktisch de volledige Cubaanse economie. 70%
van de handel verliep via de VS en die controleerden o.a. de banksector, de
petroleumsector en de nikkelsector.
Toen in '59 de revolutie triomfeerde en bijgevolg de belangen van de VS
aangetast werden was het hek van de dam. De VS begon een oorlog tegen Cuba
die nu nog in de vorm van een economische oorlog blijft duren. Het meest in
het oog springende is uiteraard de invasie in de Varkensbaai in '61, maar
daarnaast waren er honderden aanslagen en zelfs bacteriologische
oorlogsvoering.
De jaren ‘90 betekenden een nieuw hoogtepunt in de crisis tussen de VS en
Cuba. Na het ineenstorten van de Sovjetunie en het Oostblok belandde Cuba in
een nooit geziene economische crisis. De buitenlandse handel daalde met 80%.
In de hoop Cuba te kraken deed de Amerikaanse overheid er nog een schepje
bovenop. Zo werd in '92 de wet Torricelli gestemd, waarin o.a. stond dat een
boot die aangemeerd was in Cuba in de eerstvolgende 6 maanden niet aan de
kust van de VS mocht aanmeren. Dit uiteraard met als doel de handel te
ontmoedigen.
In '96 werd de Helms-Burton wet gestemd, zoals eerder al door Kourliandsky
aangehaald. Dit betekende noch meer noch min dan de internationalisering van
de blokkade. Andere landen of bedrijven die met Cuba handel voeren worden
bestraft door de VS. Dat deze wet geen dode letter is wordt duidelijk uit
talloze voorbeelden in de voorbije jaren. Zo zijn er twee Zwitserse banken
die sinds vorig jaar geen transacties met Cuba meer doen omdat de VS hen
sancties oplegden. Er mag bijvoorbeeld ook geen enkel product op de
Amerikaanse markt gebracht worden met Cubaans nikkel erin. Dwz dat
bijvoorbeeld ook Japanse autofabrikanten geen Cubaans nikkel mogen gebruiken
in hun auto's bestemd voor de Amerikaanse markt.
Met de Bush administratie zijn de zaken er niet beter op geworden. In 2002
beschuldigde John Bolton, toenmalig vice-minister van buitenlandse zaken,
Cuba ervan massavernietigingswapens te produceren. Ook Jeb Bush, broer van
en gouverneur van Florida, deed zijn duit in het zakje met agressieve
uitspraken. In 2003 werd de Commissie voor een “Vrij” Cuba opgericht. De
voorzitter hiervan was Colin Powell. De rol van die commissie is de
destabilisatie van Cuba forceren, zoals terug te vinden is in hun eerste
rapport van 2004. Dit willen ze doen door ondermeer de interne oppositie te
stimuleren, diezelfde “oppositie” te verenigen, illegale migratie te
veroorzaken en contrarevolutionaire propaganda te verspreiden (oa 1200 uur
per week radiouitzendingen en uitzendingen van TV Marti dmv een C-130 die
regelmatig rond Cuba circuleert. Dit laatste is een directe oorlogsdreiging:
wat zal er gebeuren als het vliegtuig al dan niet per ongeluk het Cubaanse
luchtruim binnendringt?). Coördinator van de Commissie is Caleb McCarry. Hij
is aangesteld om er werk van te maken en voor dit alles werd 80 miljoen
dollar extra uitgetrokken voor de jaren 2005 en 2006, bovenop de 36 miljoen
dollar die jaarlijks aan de destabilisatie van Cuba wordt uitgegeven. Daar
nog eens bovenop wordt er nog eens een extra 20 miljoen dollar per jaar
uitgegeven door USAID tot aan “het einde van het Castro-regime”!
De reactie van de Cubanen bleef niet lang uit. Zelfs uit de hoek van
dissidenten en de kerk werd er sterk afwijzend gereageerd. Ook de
secretaris-generaal van de OEA, de Organisatie van Amerikaanse Landen – een
instelling die normaal gezien nauw bij de VS-politiek aanleunt, reageerde
scherp. Hij stelde: “Er is geen transitie in Cuba en bovendien is het niet
jouw land!”
Het plan is dan herwerkt in 2006. De nadruk kwam veel meer te liggen op het
feit dat de veranderingen toch wel door de Cubanen zelf moeten gebeuren.
Lees: hetzelfde plan werd mooier verpakt. Daarbovenop werd er een geheim
luik toegevoegd. Wat daarin staat weten we dus niet, maar wie de situatie
een beetje kent weet dat het hoogstwaarschijnlijk gaat over een luik van
militaire aard.
Op 24 oktober 2007 tenslotte gaf Bush een speech “gericht aan de Cubanen”,
zoals ook al eerder aangehaald. Hij feliciteerde de Cubanen die aan het
volgen waren via Radio of TV-Marti en die dit met grote risico's deden. De
speech werd echter integraal uitgezonden op de Cubaanse staatszender en
verscheen uitgeschreven in de partijkrant Granma. De reactie van de Cubaanse
minister van buitenlandse zaken kreeg niet echt dezelfde behandeling in de
VS: er werd nagenoeg nergens melding van gemaakt.
Ondanks alles slagen de VS er maar niet in om Cuba klein en geïsoleerd te
krijgen. Integendeel: Cuba is verkozen als voorzitter van de ongebonden
landen voor 3 jaar, ze is verkozen in de mensenrechtencommissie net als in
het Uitvoerend Bureau van de UNESCO. Ook de stemming in de VN over de
blokkade was opnieuw een zware nederlaag voor de VS.
Ook nog het vermelden waard is de zogenaamde strijd tegen terrorisme van de
VS. 5 Cubaanse jongeren die geïnfiltreerd waren in anti-Cubaanse
organisaties in Miami om terroristische aanslagen tegen hun land te
voorkomen zitten al 9 jaar gevangen terwijl Luis Posada Carilles, een
zelfverklaarde terrorist die heel wat doden op zijn geweten heeft in Cuba en
de rest van Latijns-Amerika, zich vrij kan bewegen in Florida...
Relaties met de rest van Latijns-Amerika
Na de middagpauze was het woord opnieuw aan David Cusatto. Hij had het over
de relaties van Cuba met de andere Latijns-Amerikaanse landen.
In '59, na het triomferen van de revolutie, werd Cuba uit de Vereniging van
Amerikaanse Landen gesmeten door de VS. Zeer opmerkelijk is hoe groot de
VS-dominantie toen nog was. Zij konden dit zomaar beslissen en Cuba werd
diplomatiek helemaal geïsoleerd. Het enige Latijns-Amerikaanse land dat wel
banden behield met Cuba was Mexico. Terwijl er dus aan de ene kant een
complete isolatie was, had Cuba aan de andere kant wel een enorme invloed op
verzetsbewegingen in gans het continent.
Een eerste kentering kwam er in '71 met de verkiezing van Allende in Chili.
Die besloot de relaties met Cuba opnieuw aan te halen, ook economisch. Later
in de jaren '70 volgde ook Bolivië, die een nieuwe nationalistisch getinte
regering had en nog later Peru. Tegen eind jaren '70 was de situatie al een
heel stuk gunstiger voor Cuba.
Dit werd verder gezet in de jaren '80. De politieke en economische relaties
met de rest van Latijns-Amerika werden verder aangehaald en vooral
gestabiliseerd. Vandaag hebben 32 van de 33 landen relaties met Cuba. En met
het laatste land in de rij, El Salvador, zijn de contacten ook al een heel
stuk beter
Er zijn ook sterke economische banden met China en vooral heel goede
economische én politieke banden met Venezuela. De economische handel met
China is niet alleen voor Cuba interessant, maar ook voor andere
derdewereldlanden. In tegenstelling tot de VS koppelen de Chinezen geen
enkele voorwaarde aan hun economische handelscontracten.
In Latijns-Amerika is men olv Chavez een tegenpool aan het uitbouwen tegen
de dominantie van de VS. Oorspronkelijk ging het vooral om Venezuela en
Cuba, maar later kwamen daar ook Bolivië en recent nog Ecuador en Nicaragua
bij. Er is ook toenadering met de meer gematigdere landen Argentinië en
Brazilië.
Welke rol speelt Cuba hierbij? Al sinds de jaren '70 verrichtten de Cubanen
pionierswerk. Van toen al was het de bedoeling van Fidel om een sterk blok
te vormen met de Latijns-Amerikaanse landen tegen de VS en de opbrengsten
van de grondstoffen in eigen beheer te houden. Wat Chavez doet is eigenlijk
in de krijtsporen lopen die door Fidel zijn uitgetekend.
Op de vraag waarom Cuba zo een referentiepunt is in de regio kunnen we een
eenvoudig cijfervoorbeeld geven. Sinds de jaren '60, met de start van het
neo-liberalisme, is er 15% meer armoede in Latijns-Amerika. Daartegenover
staat Cuba, die op de HDI-indexladder helemaal bovenaan staat in de regio.
Niet toevallig het enige land dat nooit een neo-liberale politiek gevoerd
heeft.
De economische groei in Cuba bedroeg vorig jaar 12%. Die cijfers worden door
sommigen betwist, maar zelfs zij geven toe dat het minstens 9% is, wat nog
altijd meer is dan Chili die door de neo-liberalen en de VS naar voor
geschoven wordt als hét te volgen model.
En dit ondanks de blokkade. Cusatto vertelde trouwens een zeer opmerkelijke
anekdote over de Helms-Burton wet. Spanje ging akkoord met deze wet, behalve
met artikel 6. Ze hebben dan ook met succes gelobbyd bij de VS om dit
artikel te laten aanpassen. De reden hiervoor is dat de Spaanse belangen in
Cuba hiermee in het gedrang kwamen.
Vandaag is energie een zeer belangrijk wapen in de strijd van de
Latijns-Amerikaanse landen. Ondanks dat Cuba zelf weinig grondstoffen heeft
speelt ze een zeer belangrijke rol in de alliantie als organisator en
“bindmiddel” tussen de verschillende landen.
Elio Rodriguez
De laatste spreker was de Cubaanse ambassadeur in België, Elio Rodriguez.
Hij sprak oa over de titel van het seminarie, de economische strategie, het
wettelijk kader in Cuba (de democratie) en tenslotte over de rol van de EU
t.o.v. Cuba (in vervanging van een andere spreker die vastzat in Parijs).
Hij begon met een antwoord te geven op de vraag: “Welke overgang na Fidel?”.
Het antwoord was kort en krachtig: “Geen enkele. Wij hebben onze overgang al
gehad, nl. op 1 januari 1959. Een overgang waarvoor we al eeuwen gestreden
hadden”.
Uiteraard doelt Elio Rodriguez hier op de Revolutie. Die heeft zowat alle
politieke instellingen in Cuba veranderd. In '76 kwam er een referendum over
een nieuwe grondwet. 97% van de Cubanen stemde ervoor. Er zijn sindsdien een
aantal kleine wijzigingen in de grondwet gekomen, de laatste dateert van
2002.
Op de vraag als Cuba een democratisch land is of niet antwoordt hij steeds
hetzelfde: “Lees onze grondwet”. Om de 5 jaar zijn er verkiezingen in Cuba.
Zowel op gemeentelijk, provinciaal als nationaal vlak. Bij de
gemeenteraadsverkiezingen van oktober laatstleden bedroeg de opkomst 96%.
De ambassadeur stelde dat het Cubaanse model anders is. Daarom niet minder
democratisch, maar gewoon anders.
Ook economisch veranderde er aanzienlijk wat na de revolutie. De economie
werd genationaliseerd en er werd een volledig andere economische politiek
gevoerd. Che Guevara speelde hierin een grote rol.
Tegen de jaren '70 had Cuba alle nationalisaties van gronden en bedrijven
vergoed, conform internationale wetgeving. Alleen de Amerikaanse
ex-eigenaars weigerden elke vorm van terugbetaling omdat ze de
nationalisatie niet aanvaardden.
In de jaren '60 waren praktisch de enige landen die nog handel wilden voeren
met Cuba die van het Oostblok en vooral de Sovjet-Unie. Cuba had toen ook
geen andere keuze dan met die landen handel te voeren, willen of niet. 85%
van de handel verliep met het Oostblok.Toen de SU in elkaar stortte had dit
enorme gevolgen. Cuba moest een aantal maatregelen nemen. Het waren niet
altijd leuke maatregelen, maar gezien de omstandigheden wel noodzakelijke.
Eén van die maatregelen was het moeten toelaten van kapitalistische
bedrijven in Cuba. Dit omdat Cuba dringend nood had aan een
kapitaalsinjectie.
Wel zijn er toen wetten gemaakt om het socialistisch karakter van de
revolutie niet in gevaar te brengen. Zo moet de Cubaanse staat altijd
minstens 51% van de aandelen in de joint-ventures bezitten, wat het aanbod
van de bedrijven ook is. Zo blijft minstens de helft van de opbrengsten in
Cubaanse handen en kunnen de buitenlandse bedrijven niets op hun ééntje
beslissen.
Ondertussen is de recuperatie van de economie al een tijdje ingezet. Men is
dit nu aan het consolideren. Economische zwaartepunten zijn uiteraard het
toerisme, maar ook nikkel en de verkoop van Cubaanse vaccins en medicijnen
die tot de wereldtop behoren. Er is ook een klein aandeel in de handel
weggelegd voor suikerriet, sigaren en rum.
Een zeer groot potentieel voor Cuba is de dienstensector. Er is immers een
enorm menselijk kapitaal aanwezig in Cuba. Nu al zijn er talloze leraars,
sporttrainers, dokters,... tewerkgesteld in andere landen. Cuba krijgt daar
compensaties voor. In de toekomst zal men dit potentieel verder aanwenden.
Maar ook voor de nikkelindustrie zijn er gunstige perspectieven. Men wil de
productie verdubbelen in de komende 5 jaar.
De handelsrelaties zijn sinds de val van de SU volledig gewijzigd. Nu al is
de EU goed voor 36% van de handel met Cuba, China voor 22% en ook
Latijns-Amerika heeft een groot aandeel.
Cuba kan zelfs al producten invoeren van de VS. Mits serieuze beperkingen -
het gaat slechts om enkele voedselproducten, er moet contant betaald worden
en er mag geen gebruik gemaakt worden van de Cubaanse scheepvaartdij - maar
toch. Bush heeft dit toegestaan onder druk van financiers van zijn eigen
verkiezingscampagne die voordien veel geld misliepen door de blokkade. Meer
en meer bedrijven in de VS pleiten trouwens voor de opheffing van de
blokkade. Ze zien een markt van 11 miljoen inwoners vlak bij hun deur die ze
door de Amerikaanse wetten onmogelijk kunnen aanboren.
Het doel van Cuba in hun economische politiek is om niet economisch
afhankelijk te zijn van één land of van één blok zoals vroeger (voor de
jaren '90, nvdr). Dit willen ze bereiken door enerzijds zoveel mogelijk zelf
te gaan produceren en anderzijds de handelsrelaties met de rest van de
wereld zoveel mogelijk te spreiden.
Uiteraard kan niet alles zelf gedaan worden. Onlangs werd er olie gevonden
in Cubaans maritiem gebied. Cuba heeft echter noch de technologie, noch de
know-how om zelf die gebieden te gaan exploreren, laat staan te raffineren.
Daarom worden er noodzakelijke samenwerkingsverbanden opgezet met bedrijven
uit o.a. Spanje (Repsol), Canada, China en Venezuela.
Om terug te komen op de vraag “Wat na Fidel” zei de ambassadeur dat het
onmogelijk was dat één man een boel sociale processen in gang kon zetten.
Uiteraard stond Fidel wel in het centrum van het revolutionaire proces, maar
hij werd wel bijgestaan door 11 miljoen andere mensen. Er staan nieuwe
generaties klaar die nu al talloze functies bekleden, zoals de ambassadeur
zelf. Cuba is dus niet gelijk aan Fidel en het project staat en valt niet
met hem.
Hij vraagt ook om elk land het recht te geven om hun eigen model en hun
eigen systeem uit te dokteren.
Uit de zaal kwam de vraag hoe Cuba stond t.o.v. de informele economie.
Rodriguez legde uit dat dit ten eerste een zeer recent fenomeen is. Voor de
jaren '90 bestond het nauwelijks, maar ze is ontstaan door de economische
crisis in de jaren '90. Ondertussen zijn er een aantal maatregelen genomen
om dit in een wettelijk kader te plaatsen. Zo werd in veel sectoren
privé-werk toegelaten (vb: taxi, landbouw, familiale restaurantjes). Het
principe is dat zolang de overheid bepaalde zaken niet volledig kan
organiseren ze het privé-initiatief laten meespelen.
Cuba en de EU
Tenslotte ging hij in op de vraag als de EU een rol te spelen heeft met
betrekking tot Cuba. Hij antwoordt hierop volmondig ja: in de eerste plaats
op gebied van handelsrelaties omdat ze dus zoals al eerder gezegd met zoveel
mogelijk landen handel willen drijven. Cuba is trouwens al sinds midden
jaren '80 vragende partij voor relaties met de EU. Toen was het antwoord
neen omdat Europa geen banden mocht hebben met landen die tot de Comecon
behoorden.
Na het uiteenvallen van de Comecon zijn er dus wel economische relaties
opgestart, maar geen politieke. De relatie tussen de EU en Cuba kent op- en
neergangen, maar vandaag de dag is er nog steeds geen normale relatie, zoals
Europa die heeft met andere landen. Cuba is hier trouwens de enige
uitzondering in heel Latijns-Amerika.
De ambassadeur vroeg zich dan ook af waarom de EU wel normale relaties kan
hebben met Arabische landen - die toch ook een heel ander project dan de EU
hebben en waar vrouwen vaak geen stemrecht hebben of zelfs niet het recht om
een auto te besturen - en niet met Cuba. Bovendien is het een vrij
hypocriete situatie: zo heeft Cuba bilaterale contacten met heel veel
verschillende EU-landen, maar niet met de EU als dusdanig. In 2003
verscherpte de houding van EU nog n.a.v. de doodstraf die werd uitgesproken
tegen drie criminelen die een vliegtuigkaping uitvoerden. Het was vooral de
regering van Aznar die hier met succes voor lobbyde. Om de positie van de EU
t.o.v. Cuba te veranderen is er unanimiteit nodig, wat voorlopig niet
gevonden kan worden in de EU.
Terwijl 36 procent van de handel van Cuba met Europa gebeurt, terwijl de
meeste toeristen in Cuba uit de EU komen en er talloze culturele
uitwisselingen zijn – naast het feit dat het Cubaanse volk afstamt van zowel
Afrikanen als Europeanen – is er dus nog steeds geen normale relatie. Cuba
krijgt telkens hetzelfde antwoord: mensenrechten en democratie. Terwijl –
zoals eerder al gezegd – die reden nooit wordt gebruikt om geen normale
relaties te hebben met bv. Saoudi Arabië.
Volgens Cuba is er trouwens maar één mogelijkheid om elkaar beter te leren
begrijpen en meer naar elkaar toe te groeien en die bestaat juist uit
diplomatieke relaties met elkaar aan te gaan.
Om af te sluiten kwam er nog een vraag uit het publiek: als de VS een
invloed heeft op de politiek van de EU. Hierop antwoordde Rodriguez dat de
EU altijd furieus reageert als Cuba hen dat voor de voeten werpt. Maar toch
geeft de EU toe dat één van de redenen dat ze geen normale relaties kunnen
aangaan met Cuba het conflict tussen de VS en Cuba is. M.a.w.: als je een
grondige analyse maakt van de zaak dan kun je moeilijk tot een andere
conclusie komen dan dat er wel degelijk een invloed is.
Deze dag werd afgesloten met een afronding door David Cusatto. Hij herhaalde
heel kort wat er aan bod gekomen was. Op de vraag “welke overgang na Fidel”
zijn er dus geen eenduidige antwoorden, maar het is zeker een bijzonder
interessant thema om uit te spitten en te bediscussiëren.
Film SiCKO van Michael Moore: met Amerikaanse patiënten naar
Cubaanse ziekenhuizen .
Na de automobielindustrie (Roger & me), de wapenlobby (Bowling for Columbine)
en oorlog tegen Irak (Fahrenheit 9/11) pikt Moore met de gezondheidsindustrie
opnieuw een heel machtige vijand uit.
Deze industrie is goed voor 15 procent van het BNP van de Verenigde Staten. En
hoewel er in Washington per congreslid ook nog eens vier lobbyisten van de
gezondheidsindustrie rondlopen, vallen miljoenen gewone Amerikanen compleet uit
de boot. ( 6 juni 2007 )
"Verzekeringsbedrijven wijzen om de vreemdste redenen volkomen legitieme
medische claims af", legt Moore uit. "De bedrijven zijn bij wet verplicht zoveel
mogelijk winst te maken.
De enige manier om dat te doen, is door klanten zoveel mogelijk zorg te
ontzeggen." In Sicko passeren talloze voorbeelden de revue, onder meer van een
meisje van 22 jaar dat geen behandeling tegen kanker kan krijgen omdat
twintigers volgens de statistieken van haar verzekeraar helemaal geen kanker
hebben.
Of dat van een gepensioneerd koppel dat zijn huis moet verkopen en bij hun kind
in een achterkamertje intrekken, omdat ze hun doktersrekeningen niet kunnen
betalen.
Toch is de film niet zwaar op de hand.
Net als in Farhenheit 9/11 weet Michael Moore de toon erg luchtig te houden.
Hij beperkt zich ook niet tot zeuren en klagen, maar geeft ook aan dat "anders
en beter" vandaag al bestaat.
De filmer toont in Sicko hoe het ook kan, onder meer door de Canadese, Franse en
Britse gezondheidszorg te laten zien en zelfs in het kleine derdewereldlandje
Cuba.
Moore zou Moore niet zijn als hij zijn statement niet met een stunt de wereld
zou insturen.
Hij trekt met een groep brandweermannen die na 9/11 gezondheidsproblemen kregen
maar in Amerika niet geholpen werden, naar de Amerikaanse militaire basis van
Guantánamo Bay, omdat daar, voor de (gefolterde) gevangenen, wel degelijke
gezondheidsdiensten aanwezig zijn.
Hij wordt er – een beetje voorspelbaar - weggestuurd en trekt daarom met zijn
zieke brandweermannen naar Havanna in Cuba zelf.
Daar worden ze gratis verzorgd. Een Amerikaanse vrouw barst er in tranen uit als
ze te horen krijgt dat ze slechts 5 dollarcent hoeft te betalen voor een
medicament waarvoor ze in Amerika 120 dollar had moeten betalen.
Het is een gewaagde onderneming, niet alleen omdat er in de VS een
gevangenisstraf staat op reizen naar Cuba.
Maar ook omdat, zoals Moore op de affiche het Amerikaanse publiek al waarschuwt:
this might hurt a little.
De hele film is voor veel Amerikaanse burgers confronterend, maar nog het meest
doordat Sicko aanhaalt dat het arme Cuba in staat is heel de bevolking – ook de
armere mensen - goede en betaalbare gezondheidszorg te bieden.
Niet alleen in de steden, maar tot in de meest afgelegen dorpjes. Moore eindigt
zijn film dan ook met een oproep. "Ik vraag het Amerikaanse publiek in opstand
te komen en geen genoegen te nemen met een presidentskandidaat die ons land niet
eindelijk een fatsoenlijke, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen wil
beloven."
Sceptici :
Moore heeft ook niet veel zin meer zich te verdedigen tegen sceptici en critici
die hem blijven aanvallen (toen hij in 2005 de Gouden Palm won voor het
anti-Bush-manifest Fahrenheit 9/11 waren er concrete dreigementen tegen zijn
leven geuit). "Natuurlijk mogen ze het doen, als iemand voorstander is van
vrijheid van meningsuiting ben ik het wel", legt de filmer uit. "Maar ik hoop
dat mensen me toch wel enig krediet geven na al die keren dat ik helaas gelijk
heb gekregen."
Het bedrijf General Motors, waarvoor hij in de documentaire Roger & Me (1989)
waarschuwde, is nagenoeg failliet.
Het wapenmisbruik op scholen, dat hij in Bowling For Columbine (2002) aan de
kaak stelde, is actueler dan ooit sinds de slachting in Virginia.
De redenen van Bush om Irak binnen te vallen, die Moore betwistte in Fahrenheit
9/11 (2004), bleken inderdaad ongegrond.
VN wil einde aan Amerikaans embargo tegen Cuba.
31 oktober 2007. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft
met overweldigende meerderheid van stemmen een resolutie aangenomen waarin de
Verenigde Staten worden opgeroepen hun handelsembargo tegen Cuba op te heffen.
Het is nu al de zestiende keer op rij dat de Algemene Vergadering een dergelijke
resolutie heeft aangenomen.
Ook de afgelopen vijftien jaar zijn de VS steeds opgeroepen hun economische en
commerciële strafmaatregelen tegen Cuba 'zo spoedig mogelijk' te beëindigen.
Het embargo is inmiddels al 46 jaar van kracht.
De Cubaanse minister van buitenlandse zaken Félipe Perez Roque hield de Algemene
Vergadering dinsdag voor dat de Amerikaanse blokkade 'nog nooit met zoveel
wreedheid is toegepast als het afgelopen jaar'.
Hij beschuldigde de Amerikaanse president George Bush en diens regering ervan
'nieuwe aan waanzin en fanatisme grenzende maatregelen' te hebben genomen die
niet alleen Cuba hebben geschaad maar ook de betrekkingen van Cuba met minstens
dertig landen.
De resolutie werd aangenomen met een meerderheid van 184 tegen 4 stemmen, met 1
onthouding, waarna de gedelegeerden luid applaudiseerden.
De tegenstemmers waren de VS, Israël, Palau en de Marshalleilanden; Micronesia
onthield zich.
Bron: De Waarheid.nu - Nieuws.nl (Novum/AP)
CIA wilde Cubaanse president Fidel Castro laten vermoorden.
Washington, 26 juni 2007 (ANP/NRC/Novum/AP)
De CIA heeft dinsdag honderden rapporten over geheime en meestal illegale
operaties vrijgegeven.
De documenten, die ongeveer 25 jaar intern beleid blootleggen, verschaffen
details over moordcomplotten op Fidel Castro, het testen van drugs als LSD op
burgers zonder hun medeweten, het afluisteren van Amerikaanse journalisten en
het bespioneren van activisten.
De Amerikaanse inlichtingendienst benaderde de maffia in de jaren zestig om de
Cubaanse president Fidel Castro te laten vermoorden.
Dit moest gebeuren in een 'gangster-achtige actie'.
De documenten staan bij de CIA bekend als de 'familiejuwelen'.
Honderden pagina's over onder meer pogingen tot moord, spionage en ontvoeringen
van de dienst of uit naam van de dienst zijn onthuld voor de gewone burger.
De CIA werkte in het begin van de jaren zestig samen met twee van de meest
gezochte criminelen van de Verenigde Staten om de moord op Castro te beramen.
De Amerikaanse regering mocht absoluut niets van deze operatie afweten.
Een van de twee gangsters dacht dat het gebruik van wapens een probleem kon
vormen en stelde daarom voor een krachtige pil in Castro's eten of drinken te
doen.
Uiteindelijk werden zes dodelijke pillen gegeven aan een Cubaanse functionaris
die in financiële moeilijkheden verkeerde en die toegang had tot de Cubaanse
president.
Na verscheidene mislukte pogingen werd hij bang en trok zich terug.
Een andere kandidaat heeft daarna ook verscheidene keren geprobeerd, maar
wederom zonder 'succes'.
CIA-documenten over testen LSD op burgers.
De rapporten werden geschreven in opdracht van CIA-chef James Schlesinger in
1973.
Aanleiding voor zijn opdracht om alle activiteiten van de CIA in kaart te
brengen die mogelijk illegaal waren, was Schlesingers woede over de hulp die de
CIA bood aan ex-CIA-agenten Howard Hunt en James McCord, die waren veroordeeld
voor de Watergate-inbraak; het begin van het einde voor president Richard Nixon.
Het is de CIA verboden in eigen land te spioneren.
De organisatie het Nationale Veiligheidsarchief had de documenten opgevraagd.
"Dit zijn de belangrijkste CIA-officieren die een confessie afleggen en zeggen:
'Vergeef me Heer, want ik heb gezondigd.'" Aldus de directeur van Het
Veiligheidsarchief, Thomas Blanton.
De CIA zelf noemt de documenten 'de familiejuwelen'.
Journalist van de New York Times Seymour Hersh was de eerste die, in 1974, het
bestaan van de documenten in het openbaar noemde.
Hij schreef een artikel over het bespioneren door de CIA van Amerikaanse
Vietnam-activisten en andere dissidenten.
Van zo'n tienduizend mensen werden dossiers aangelegd.
De documenten: http://www.foia.cia.gov/
Overwinning van Cuba in de Mensenrechtenraad van de VN.
Katrien Demuynck . 26 juni 2007 Bron:
http://www.cubanismo.net/
Eindelijk, na twee decennia , werd het VS overwicht in de Mensenrechtenraad van
Genève verbroken.
In zijn vijfde zittingsperiode, die meteen het eerste werkjaar van deze nieuwe
Mensenrechtenraad afsluit, besloot deze Raad om het mandaat van de ‘Persoonlijke
Vertegenwoordigster voor Cuba van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten’
op te heffen.
Dat is een duidelijke overwinning van Cuba op de manipulaties van de VS rond het
thema van de mensenrechten op het eiland.
Het betekent meteen het einde van de anti-Cuba politiek van de vroegere
Mensenrechtencommissie die in mei vorig jaar vervangen werd door de nieuwe
Mensenrechtenraad.
Dit resultaat werd in de eerste plaats bereikt dankzij de inbreng van de Niet
Gebonden Landen, waar Cuba momenteel voorzitter van is, en de Derde Wereldlanden
in het algemeen in de Raad.
Het is een overwinning voor Cuba en de Cubanen en een erkenning van het vele
werk dat zij precies rond mensenrechten neerzetten.
Cuba heeft wat dat betreft een opmerkelijk aantal verwezenlijkingen op zijn
actief.
Het land ligt onder meer aan de basis van het einde van kolonialisme en
apartheid in Zuidelijk Afrika.
Vandaag brengen 42.000 Cubaanse artsen, verpleegsters, onderwijzers, ingenieurs,
technici en sportleraars solidaire hulp aan de inwoners van meer dan 100 Derde
Wereldlanden.
30.000 jongeren uit 118 landen studeren op dit moment gratis op Cuba. ‘
Operación Milagro’, een project van oogoperaties opgezet door de Cubanen, heeft
de laatste paar jaar het zicht terug gegeven aan bijna 700.000 mensen uit 31
landen.
De stap die de Mensenrechtenraad nu zet is een feitelijke erkenning van de
Cubaanse inspanningen op het vlak van mensenrechten.
Een eerste beweging in die richting was de verkiezing van Cuba in mei 2006 met
135 stemmen, dat is méér dan twee derden, in dit nieuwe mensenrechtenorgaan van
de VN.
Dat gebeurde ondanks openlijke druk van de VS en de Europese landen.
Het is duidelijk dat de Raad, ondanks de tekortkomingen en financiële problemen,
veel eerlijker functioneert dan de vroegere Mensenrechtencommissie.
Posada Carriles:straffeloosheid voor VS-terreur ( Dubbele
moraal VS ) 11-05-07.
Beste vrienden,
We staan hier voor de ambassade van een land dat zichzelf uitroept tot kampioen
van de mensenrechten, kampioen van de democratie en kampioen in de bestrijding
tegen het terrorisme.
Niets daarvan, als het land in iets kampioen is, en zelfs absolute
wereldkampioen, dan is het van de leugen, van het bedrog en vooral van de
agressie en de terreur.
Vandaag, 11 mei, had in de VS Posada Carriles voor het gerecht moeten
verschijnen. De gehele rechtzaak was al een farce, want de topterrorist zou er
niet terecht staan voor zijn moordaanslagen, maar wel voor zijn illegale
binnenkomst in de VS en het liegen daarover.
Deze topcrimineel en massamoordenaar werd in april op borgtocht vrijgelaten, en
nu op 8 mei, drie dagen voor zijn proces, werden alle beschuldigingen tegen hem
ingetrokken. Er komt niet eens een proces.
Stel u voor dat Osama Bin Laden of een andere topterrorist op een gegeven moment
in een land in het Zuiden onderdak zoekt en daar na enige schijnmaneuvers wordt
vrijgelaten. Zoals ze in het Nederlands zeggen, ‘het kot zou te klein zijn’; de
hele wereld zou in rep en roer staan; dagenlang zou het voorpagina nieuws zijn,
er zouden zeker sancties tegen het land komen en een militaire ingreep zou zelfs
niet uitgesloten zijn. Stel u voor dat Cuba een topterrorist zou vrijlaten; er
zouden gegarandeerd bombardementen van komen en misschien zelfs een invasie
zoals in Panama in 1989.
Maar nu gebeurt er niets, helemaal niets. Er zullen geen sancties volgen, de VS
zal ongestoord zijn politiek kunnen verder zetten. In de media behandelt men -
als er al over gesproken wordt - het als een fait divers.
Maar, beste vrienden, de zaak is geen fait divers, het is meer dan ernstig. Er
zijn heel wat ernstige gevolgen.
Door de zaak van de vijf Cubaanse gevangenen heeft het Amerikaanse gerecht zijn
onpartijdigheid al flink ondergraven. Met de zaak van Posada Carriles begint het
op een farce te gelijken, op een justitie eigen aan bananenrepublieken.
De zaak ondergraaft ook volledig de geloofwaardigheid van de strijd tegen het
terrorisme. Na 11 september verklaarde Bush de totale oorlog aan de terreur. Ik
citeer Bush: “Vanaf heden zal elk land dat terroristen onderdak verleent of
ondersteunt, worden beschouwd als een vijandig regime”. Wat een
schertsvertoning! De zaak Posada Carriles maakt duidelijk dat de ‘Wat on terror’
niets te maken heeft met terreurbestrijding maar alles met de onderwerping van
de hele planeet, en in het bijzonder met de landen van het Zuiden die niet in de
pas lopen, aan de imperialistische ambities van de VS.
De VS staan vandaag met de billen bloot, maar het meest ernstige gevolg is voor
Cuba. Deze ‘impunidad’ is een uitnodiging voor iedereen met slechte bedoelingen
en crimineel verleden in Cuba, om met alle geweld en middelen zich te begeven
naar de VS, waar hun een vrijgeleide wacht. Het is geen toeval dat enkele dagen
geleden er een poging is geweest tot kaping van bus en vliegtuig, met dodelijk
afloop.
De supercrapuul de luxe Posada Carilles zal in Miami ontvangen worden als een
held. De blijde intrede van een massamoordenaar. Het doet denken aan ene
Caligula uit het Romeinse Rijk; het is tekenend voor het morele verval van de
VS.
En België? Wordt ons land meegesleurd in dit morele verval? Het lijkt er steeds
meer op. Vorige week werd in het ministerie van De Gucht ene Caleb Mc Carry
ontvangen. Caleb Mc Carry is aangesteld door de VS-regering om de zogenaamde
overgangsregering op Cuba te leiden. U hoort het goed, een overgangsregering
geleid door een VS-burger. Iedereen die een beetje op de hoogte is van de
situatie weet dat zo’n regimewissel op Cuba enkel mogelijk is door een
grootscheeps militair ingrijpen van buitenaf. Deze Mc Carry is de pleitbezorger
van de agressieve, neoconservatieve lijn uit de regering Bush. Wij protesteren
ten stelligste tegen dit bezoek, tegen deze diplomatieke provocatie. België
heeft steeds een onafhankelijke en diplomatieke koers gevaren t.a.v. Cuba. We
wensen niet op sleeptouw genomen te worden in de tragische avonturen van de VS.
We willen niet de zoveelste poedel worden van Bush!
Wij gedenken vandaag de slachtoffers van de aanslag tegen het lijnvliegtuig en
alle Cubaanse slachtoffers die gevallen zijn door de terreurdaden van de VS. We
eisen gerechtigheid voor deze slachtoffers.
We veroordelen de hypocrisie van de VS bij hun zogenaamde “kruistocht tegen het
terrorisme”.
En tenslotte eisen we de onmiddellijke invrijheidsstelling van de
Cuban Five, de moedige helden, die op gevaar af van hun eigen leven alles deden
om terreuraanslagen tegen hun land te voorkomen
2006
Latijns-Amerika wil onder het juk van de noord-Amerikanen
uit.
Na de val van de Sovjet-Unie heeft de VS haar militaire macht, zoals te
verwachten van een kapitalistische grootmacht, verder opgedreven in plaats van
te kiezen voor een vreedzame wereld. De “nieuwe wereldorde”zag het daglicht in
een uni-polaire wereld. Elk land dat niet met de VS is, was tegen. Wie tegen de
VS was of is, is de vijand en werd al, of wordt nog, bedreigd met bombardementen
en oorlog.
Cuba kwam na de val van de Sovjet-Unie in een ernstige ekonomische krisis
terecht. De Cubaanse ekonomie werd onderuit gehaald door het wegvallen van de
ekonomische banden met de Sovjet-Unie. VS-Cuba-kenners voorspelden begin van de
jaren negentig een ineenstorting van de Cubaanse maatschappij en als vanzelf zou
Cuba dan wel als een rijpe appel in de schoot van de VS vallen, waardoor het een
hernieuwd wingewest voor de VS zou worden.
Maar, Cuba met Fidel Castro bleef na het ineenstorten van de Sovjet-Unie een
doorn in de zijde van de VS.
Noch Fidel Castro, noch het Cubaanse volk, heeft toen geluisterd naar de
VS-voorspellingen. Cuba wijzigde de manier van leven en paste zich aan, aan de
omstandigheden.
Halverwege de jaren 90 raakte de VS verder geobsedeerd van Saddam Hoessein en
Irak. Zuid-Amerika liep toen aan de lijn van de VS en buitenbeetje Nicaragua was
ondertussen opnieuw in de VS-stal binnen gehaald. Onderwijl werd Irak geklemd in
een dodelijk embargo en plande de VS een regeringswissel in Irak om Saddam
Hoessein uit te schakelen. De VS engageerde zich verder in het moeras in het
Midden-Oosten, in Irak.
Inmiddels verrezen er evenwel naast Fidel Castro in Zuid-Amerika nieuwe leiders
die de VS-onderdrukking op de korrel gingen nemen. Hugo Chavez in Venezuela en
Evo Morales in Bolivia. Hugo Chavez en Evo Morales herkonstrueren momenteel de
politieke gebeurtenissen in Zuid-Amerika, onder mentorschap van Fidel Castro.
Cuba’s sociale programma’s vormen daarbij een belangrijk uitgangspunt.
Tijdens de laatste 2 jaar hebben Chavez en Castro grote sociale programma’s voor
de armen in de samenleving opgezet in Zuid-Amerika, rond gezondheidszorg,
ouderenwelzijn en onderwijs. De meeste Zuid-Amerikaanse landen hebben al veel
voordeel gehad van deze programma’s en er worden ook buiten Bolivia en Venezuela
stappen gezet om een eigen agenda op te stellen met sociale veranderingen als
doel. Sociale veranderingen waar Cuba van aan de basis ligt.
Cuba en speciaal Fidel Castro, is opnieuw een belangrijk onderwerp in de VS en
toen Fidel Castro enige tijd geleden werd gehospitaliseerd verklaarde men in de
VS Fidel al voor dood. Net als de voorspelling begin van de 90-tiger jaren te
voorbarig.
In de VS werd inmiddels een kommissie gevormd, die tot taak heeft, Cuba opnieuw
onder VS gezag te plaatsen, na Fidel’s dood (of vermoord door VS huurlingen).
Zoals altijd hebben de VS de onzalige gedachte, dat zij het kunnen bepalen hoe
de toekomst van een ander volk of land er moet gaan uitzien, natuurlijk ten
voordele van het VS-groot-kapitaal. De VS-belangen zijn de
“demokratische”belangen van andere landen en volkeren.
Op een leeftijd waarop de meeste mensen zich teruggetrokken hebben uit het
aktieve leven, maakt Fidel nu waarschijnlijk heel belangrijke hoogtepunten uit
zijn leven mee. Zijn renteloos werk van 10-tallen jaren sociale programma’s is
bezig zich te verspreiden over Zuid-Amerika.
Dat allemaal gedurende een periode dat de VS hun achtertuin, Zuid-Amerika,
hebben genegeerd omdat zij het te druk hadden met hun jacht op Saddam Hoessein.
Cuba, gaat met zijn nieuwe geallieerden, in de oppositie tegen de door de VS
geleide “demokratische veranderingen”. Wat die demokratie van de VS betekent kan
iedereen de dag van vandaag daadwerkelijk zien in Irak, waar de VS druk bezig
zijn om een demokratie á la VS op te leggen middels een militaire bezetting,
tegen de wil van het volk.
Waar de VS hun demokratisch gelaat tonen komt onderdrukking en oorlog tot bloei!
Luk Brusselaers 05/11/06